Onderwijs

‘Kabinet maakt onderwijzersoverschot erger’

Het kabinet verstoort de arbeidsmarkt voor docenten in het basisonderwijs door te bezuinigingen op het speciaal onderwijs, vindt de Algemene Onderwijsbond. Door teruglopende leerlingenaantallen staat de werkgelegenheid al onder grote druk.


Door de afname van het aantal basisschoolleerlingen verdwijnen tot 2020 naar schatting nog eens 4800 banen, schrijft Het Onderwijsblad op basis van CBS-prognoses. De afgelopen twee jaar zijn al tweeduizend banen in het basisonderwijs verdwenen.


De vereniging van basisscholen trok hierover al eerder aan de bel. Pabo’s leiden op dit moment juffen en meesters op die voorlopig niet zomaar aan de slag kunnen. Jonge onderwijzers die daar wel in slagen worden vaak als eerste de laan uitgestuurd.


Doordat het kabinet bezuinigt op het passend onderwijs, verdwijnen nog eens zesduizend banen, becijfert het Onderwijsblad. Waar die docenten naartoe moeten, weet men niet. “Onverantwoord”, noemt AOb-voorzitter Walter Dresscher dat in een persbericht. “Premier Rutte zou in deze crisistijd moeten staan voor werk, werk en nog eens werk, in plaats van onnodig snijden in het personeelsbestand in het speciaal onderwijs.” Dat laatste zou niet nodig zijn als hij zijn plannen en het budget voor de prestatiebeloning van leraren zou intrekken.


Volgens minister Van Bijsterveldt van Onderwijs stijgt de vraag naar onderwijzers vanaf 2015 weer.




 

In de Volkskrant reageert de voorzitter van de universiteitenvereniging op de ‘Hosni Mubarak Award voor Goed Bestuur’ die hij gisteren van de promovendi kreeg, maar niet zelf in ontvangst nam. “Ze hebben het verkeerd begrepen”, zegt Noorda. Hij ontkent dat het bursalenstelsel – waarbij promovendi geen salaris maar een beurs krijgen – voor Nederlandse promovendi is bedoeld.

Maar dat is onzin volgens UvA-promovendus Sjoerd Keulen. “Noorda verkoopt het bursalenstelsel als idee om buitenlandse promotiestudenten wettelijk te beschermen. Dat is onzin. Je beschermt niemand door hem zo’n lage beurs – rond de 800 euro – te geven en geen onderzoeksfaciliteiten en werknemersrechten te bieden.”

Buitenlandse studenten met een beurs uit eigen land kunnen hier bovendien al komen promoveren, zegt Keulen. “Daarvoor is dus geen wetswijziging nodig. Een wetswijziging is alleen noodzakelijk om het mogelijk te maken om met geld uit de eerste geldstroom promovendi als bursaal aan te stellen.”

Volgens Keulen is het bursalensysteem een ‘goedkope oplossing’ die slecht is voor de kenniseconomie. “Ze mogen geen onderwijs geven en hun wetenschappelijke publicaties tellen niet mee in de rankings.”

“Universiteiten kunnen er straks voor kiezen om niet alleen buitenlandse, maar ook Nederlandse promovendi een beurs te geven. Noorda zegt daar niets over, maar de universiteiten die het bursalenstelsel willen invoeren, zijn algemene universiteiten, met veel promovendi in de geesteswetenschappen. Vooral Nederlandse promovendi dus, en weinig Chinese.”

Volgens Keulen zijn Nederlandse promovendi straks hoe dan ook de klos. “Dit is lekker goedkoop voor de universiteiten. Die kunnen dan kiezen tussen dure promoverende werknemers of goedkope promotiestudenten waaraan ze geld overhouden. Nogal wiedes wat ze dan gaan doen. De universiteit die een bursaal aanstelt voor 800 euro per maand, maakt een halve ton winst per bursaal, want de premie voor een promotie blijft bestaan en die is 90 duizend euro.”

VSNU-voorzitter Noorda zal later vandaag reageren.

 

 

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.