Schrijfster Naema Tahir, columnist bij het tv-programma Buitenhof, bepleitte onlangs dat er ook in het hoger onderwijs met vaste eisen moet worden gewerkt, net als bij het landelijk rijexamen. Dat zou het einde van het gesjoemel met diploma’s zijn.
Staatssecretaris Zijlstra ziet er wel wat in. Hij heeft aangekondigd dat hij landelijke kennistoetsen gaat invoeren in het hbo. Ook hoofddocent Henk van Berkel, onderwijskundige en voorzitter van de examencommissie bij gezondheidswetenschappen aan de Universiteit Maastricht, vindt landelijk examineren een goed idee.
“De normen liggen nu bij de docent. Meestal begint die met iets absoluuts: 55 of 60 procent moet correct zijn. Maar dan blijkt vaak dat te veel studenten zakken. Docenten stellen dan de grens naar beneden bij. Te veel wil zeggen, ten opzichte van het jaar ervoor of ten opzichte van andere toetsuitslagen in hetzelfde jaar. Ook het Cito werkt zo. Als blijkt dat er ten opzichte van het jaar ervoor ineens veel meer deelnemers zijn gezakt, worden de normen aangepast.
“Een toetsuitslag is gebaseerd op twee dingen: de kennis bij studenten en de moeilijkheid van toetsvragen. Toetsvragen kunnen toevalligerwijs makkelijker of moeilijker uitpakken dan gewenst. Docenten zijn niet in staat een juiste schatting te geven van de moeilijkheid van een toetsvraag, daar heb ik mijn proefschrift over geschreven. Daarom zoek je andere ijkpunten. Dat kan de vergelijkbare toets van een jaar eerder zijn of toetsen uit hetzelfde jaar. Nee, dat is geen sjoemelen.
“Bij het rijexamen hanteren ze een itembank met vragen waarvan je weet hoe moeilijk ze zijn. Door een juiste manier van steekproeftrekken krijg je dan een toets waarvan de moeilijkheid van tevoren bekend is, omdat de vragen al zijn afgenomen bij een vergelijkbare groep deelnemers. Binnen het hoger onderwijs zijn er nog nauwelijks itembanken. Docenten maken steeds nieuwe vragen en daarvan weet je niet hoe moeilijk die zijn. Ik vind dat ook wij meer met itembanken moeten werken. Ik ben een sterk voorstander van landelijk examineren, ook in het universitaire onderwijs.”
,
Het college reageert op een bericht in De Telegraaf. Die beschikt over documenten waaruit zou blijken dat de twee overgebleven leden van de raad van toezicht niet willen meewerken aan de afspraak met staatssecretaris Zijlstra om ten onrechte gedeclareerd geld te verhalen op voormalige bestuurders van de hogeschool.
Het gaat om de raadsleden Dineke Mulock Houwer, voormalig directeur-generaal bij de ministeries van Justitie en Sociale Zaken, en prominent CDA’er Sjaak van der Tak, burgemeester van de gemeente Westland. Zij waren medeverantwoordelijk voor de financiële handel en wandel van het vorige college. In januari bleven zij als enigen aan om mee te helpen met de samenstelling van een nieuwe raad van toezicht.
In het inspectierapport zelf liet Inholland optekenen dat er over een aantal onderdelen discussie mogelijk blijft, “vooral daar waar het oordeelsvorming betreft ten aanzien van geconstateerde feiten”. Bijvoorbeeld de “mogelijk misgelopen” korting bij inhuur van een organisatieadviesbureau en een extra toelage voor de vicevoorzitter van het college.
Maar in haar publieke reactie schreef de hogeschool de consequenties van de bevindingen van de Inspectie te accepteren, en te bekijken op welke manier het onrechtmatig bestede gedeelte teruggevorderd kan worden. Vandaag herhaalt de hogeschool dat nog eens.
Hij sprak de studenten toe in een videoboodschap. Daarin de SER-voorzitter bewondering te hebben voor deze groep studenten en veel van ze te verwachten. Zij zijn de toekomstige werknemers en ondernemers in Nederland “die weten wat er in het buitenland te doen is en zich realiseren dat daar veel kwaliteit te halen en te winnen is”.
Groei
De SER-voorzitter hoopt dat ook toekomstige studenten een studie in het buitenland overwegen, omdat daar ‘excellentie te vinden is die in Nederland vaak veel minder beschikbaar is’. Hij benadrukt dat dit naast persoonlijke groei voor de student ook winst voor Nederland oplevert en hoopt hen terug te zien in Nederland.
De opening van het internationaal academisch jaar is een initiatief van Stichting Nederlandse Wereldwijde Studenten. (NEWS).
Staatssecretaris Zijlstra ziet er wel wat in. Hij heeft aangekondigd dat hij landelijke kennistoetsen gaat invoeren in het hbo. Ook hoofddocent Henk van Berkel, onderwijskundige en voorzitter van de examencommissie bij gezondheidswetenschappen aan de Universiteit Maastricht, vindt landelijk examineren een goed idee.
“De normen liggen nu bij de docent. Meestal begint die met iets absoluuts: 55 of 60 procent moet correct zijn. Maar dan blijkt vaak dat te veel studenten zakken. Docenten stellen dan de grens naar beneden bij. Te veel wil zeggen, ten opzichte van het jaar ervoor of ten opzichte van andere toetsuitslagen in hetzelfde jaar. Ook het Cito werkt zo. Als blijkt dat er ten opzichte van het jaar ervoor ineens veel meer deelnemers zijn gezakt, worden de normen aangepast.
“Een toetsuitslag is gebaseerd op twee dingen: de kennis bij studenten en de moeilijkheid van toetsvragen. Toetsvragen kunnen toevalligerwijs makkelijker of moeilijker uitpakken dan gewenst. Docenten zijn niet in staat een juiste schatting te geven van de moeilijkheid van een toetsvraag, daar heb ik mijn proefschrift over geschreven. Daarom zoek je andere ijkpunten. Dat kan de vergelijkbare toets van een jaar eerder zijn of toetsen uit hetzelfde jaar. Nee, dat is geen sjoemelen.
“Bij het rijexamen hanteren ze een itembank met vragen waarvan je weet hoe moeilijk ze zijn. Door een juiste manier van steekproeftrekken krijg je dan een toets waarvan de moeilijkheid van tevoren bekend is, omdat de vragen al zijn afgenomen bij een vergelijkbare groep deelnemers. Binnen het hoger onderwijs zijn er nog nauwelijks itembanken. Docenten maken steeds nieuwe vragen en daarvan weet je niet hoe moeilijk die zijn. Ik vind dat ook wij meer met itembanken moeten werken. Ik ben een sterk voorstander van landelijk examineren, ook in het universitaire onderwijs.”
Comments are closed.