Onderwijs

Flirten? Niet dippen maar dimmen!

Oogcontact de eerste stap voor een succesvolle flirt? Helemaal fout! Dan ben je al bij stap drie. Niet getreurd: vijftig studenten dachten het op Valentijnsdag ook, tijdens de workshop flirten.

Flirtcoach Liselotte Opdam van The Flirt Company had afgelopen maandag een dankbaar publiek bij de faculteit Techniek, Bestuur en Management. Opgeschoten jongens en giebelende meisjes voerden maar wat graag haar flirtopdrachten uit. Zoals gezellig naast iemand zitten die je niet zo goed kent en vertellen wat jou goed afgaat bij het flirten. En uitleggen wat wel en niet werkt bij je eigen sekse.

Welnu heren: een man moet volgens studentes niet over zijn moeder praten. En ook niet over zijn ex. En al helemaal niet te veel over zichzelf. Wat wel mag? Gewoon jagen. De bejaagde moet dan natuurlijk wel flirtable zijn. Want dat is wèl stap 1 bij flirten. “Flirten begint altijd bij jezelf”, zegt Opdam. “Je moet in de ja-stand staan. In de stemming zijn.”

En ga vooral niet dippen, maar dimmen. Denken in mogelijkheden, niet in problemen. Niet denken: ‘ik krijg toch weer een afwijzing’. “Dan denken anderen: ‘gadverdamme, dat is er zó een’. Als je een minder positieve eerste indruk maakt, heb je weer zeven stappen nodig om dat in te halen. Met subtiele trucs, zoals je stem of je charmante glimlach, waardoor die ander merkt dat je eigenlijk best meevalt.

“Maar als je nou ècht dippend bent, dan heb je het toch nooit leuk?”, vraagt een meisje beteuterd. Soms kan het juist lekker zijn om te dippen, weet Opdam. “Wees je ervan bewust dat er een dip- en een dimstand is. En dat een dimstand meer effect heeft.”

Oké dan: richt je aandacht op je prooi en maak – stap 3 – contact. Breek het ijs. Een leuke openingszin? “Als je de eerste drie stappen goed doet, maakt dat niet meer zo uit”, vertelt Opdam. “Sla je die stappen over dan ben je bezig met de dode-hoekbenadering.”

Wat het natuurlijk wel heel goed doet, is een compliment. “En dan liever niet: ‘wat een leuk jasje’, maar: ‘wat een goede kledingsmaak heb jij, dat jasje staat je zo goed’. Zo gaat het meteen over die persoon.”

,

Speel het spel en bedenk dat 93 procent van alles wat je doet, gaat over lichaamstaal. Ofwel: je lach, je open houding, je voorover leunen, je aanraking, je oogcontact, je meeknikken.

En tot slot: vergeet niet de 3-keer-regel. Eén keer oogcontact heb je zomaar. Twee keer is toeval. Bij de derde keer weet je het zeker. Een glimlach erbij en je zit helemaal safe. “En zonder die glimlach?”, wil een studente voor de zekerheid nog even weten. Opdam: “Als iemand geïrriteerd wegkijkt, zou ik het niet doen. Timing, dat is belangrijk.”

Dat staat in een rapport dat vorige week naar de Tweede Kamer is gestuurd en vol staat met feiten en cijfers over de Nederlandse wetenschap: het NOWT-rapport, dat om de twee, drie jaar gepubliceerd wordt.

In de Nederlandse natuurkunde is de citatie-impact eenderde groter dan zou mogen worden verwacht, gezien de omvang van de Nederlandse wetenschappelijke wereld. Ook in de gezondheid (29 procent hoger) en landbouw (22 procent hoger) doet Nederland het goed. In de vakgebieden techniek (elf procent hoger), gedrag & maatschappij (dertien procent hoger) en economie (achttien procent hoger) steekt Nederland ook boven het gemiddelde uit.

Wereldwijd staat Nederland daardoor op de vierde plaats, vlak achter de Verenigde staten en Denemarken. Ruim boven alle andere landen staat Zwitserland op nummer één. De Zwitsers krijgen met hun artikelen 46 procent meer citaten dan gemiddeld.

Ook in twee andere lijsten komt Nederland op de vierde plek terecht: Nederlandse artikelen maken relatief vaak deel uit van de één procent meest geciteerde artikelen uit een vakgebied en ook in de top tien procent prijken vaak Nederlandse artikelen.

De impact is berekend door het Leidse onderzoekscentrum CWTS, dat recent onder vuur kwam te liggen vanwege zijn rekenmethode. De impact van citaten zou op een andere manier berekend moeten worden, zeggen twee critici. Maar volgens het CWTS zorgt de alternatieve rekenwijze niet voor een andere ranglijst op het niveau van landen.

Hoeveel citaten een artikel krijgt, is een maat voor de kwaliteit. Hoe meer onderzoekers naar het artikel verwijzen, hoe spraakmakender het kennelijk was. Verschillende vakgebieden hebben ook een verschillende cultuur van citeren. Vandaar dat de scores per vakgebied zijn gecorrigeerd. In de tabellen zijn de alfawetenschappen niet opgenomen: daarin zegt de hoeveelheid citaten te weinig.

Flirtcoach Liselotte Opdam van The Flirt Company had afgelopen maandag een dankbaar publiek bij de faculteit Techniek, Bestuur en Management. Opgeschoten jongens en giebelende meisjes voerden maar wat graag haar flirtopdrachten uit. Zoals gezellig naast iemand zitten die je niet zo goed kent en vertellen wat jou goed afgaat bij het flirten. En uitleggen wat wel en niet werkt bij je eigen sekse.

Welnu heren: een man moet volgens studentes niet over zijn moeder praten. En ook niet over zijn ex. En al helemaal niet te veel over zichzelf. Wat wel mag? Gewoon jagen. De bejaagde moet dan natuurlijk wel flirtable zijn. Want dat is wèl stap een bij flirten. “Flirten begint altijd bij jezelf”, zegt Opdam. “Je moet in de ja-stand staan. In de stemming zijn.”

En ga vooral niet dippen, maar dimmen. Denken in mogelijkheden, niet in problemen. Niet denken: ‘ik krijg toch weer een afwijzing’. “Dan denken anderen: ‘gadverdamme, dat is er zó een’. Als je een minder positieve eerste indruk maakt, heb je weer zeven stappen nodig om dat in te halen. Met subtiele trucs, zoals je stem of je charmante glimlach, waardoor die ander merkt dat je eigenlijk best meevalt.

“Maar als je nou ècht dippend bent, dan heb je het toch nooit leuk?”, vraagt een meisje beteuterd. Soms kan het juist lekker zijn om te dippen, weet Opdam. “Wees je ervan bewust dat er een dip- en een dimstand is. En dat een dimstand meer effect heeft.”

Oké dan: richt je aandacht op je prooi en maak – stap drie – contact. Breek het ijs. Een leuke openingszin? “Als je de eerste drie stappen goed doet, maakt dat niet meer zo uit”, vertelt Opdam. “Sla je die stappen over dan ben je bezig met de dode-hoekbenadering.”

Wat het natuurlijk wel heel goed doet, is een compliment. “En dan liever niet: ‘wat een leuk jasje’, maar: ‘wat een goede kledingsmaak heb jij, dat jasje staat je zo goed’. Zo gaat het meteen over die persoon.”

Stap vijf: speel het spel en bedenk dat 93 procent van alles wat je doet, gaat over lichaamstaal. Ofwel: je lach, je open houding, je voorover leunen, je aanraking, je oogcontact, je meeknikken.

En tot slot: vergeet niet de drie-keer-regel. Eén keer oogcontact heb je zomaar. Twee keer is toeval. Bij de derde keer weet je het zeker. Een glimlach erbij en je zit helemaal safe. “En zonder die glimlach?”, wil een studente voor de zekerheid nog even weten. Opdam: “Als iemand geïrriteerd wegkijkt, zou ik het niet doen. Timing, dat is belangrijk.”

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.