De Nederlandse universiteiten zijn goed op weg met hun beleid voor jong wetenschappelijk talent. Aan de uitvoering van de initiatieven valt echter nog wel het een en ander te verbeteren.
Dat leert een onderzoek van de Radboud Universiteit Nijmegen en de Hogeschool Utrecht in opdracht van het Sociaal Fonds voor de kennissector (SoFoKleS). Alle Nederlandse universiteiten hebben jong talent hoog op de beleidsagenda staan, blijkt uit het onderzoek. Met verschillende maatregelen – van talentscouting tot tenure tracks – werken zij aan een betere werving, selectie en begeleiding van jonge wetenschappers.
Carrièreperspectief
De onderzoekers stuitten ook op hiaten. Er is volgens hen meer transparantie nodig op het gebied van carrièreperspectieven. Met name wetenschappers met een tijdelijke aanstelling dreigen tussen wal en schip te vallen. Ook richt het beleid zich niet op alle aspecten van in-, door- en uitstroom. Er blijkt onvoldoende aandacht besteed te worden aan uitstroommanagement.
Daarnaast verdient de werving en begeleiding van jonge wetenschappers extra aandacht. In deze taak kan de hoogleraar zich goed laten bijstaan door de personeelsadviseurs van zijn universiteit.
Het is volgens Sjoerd Geurts de bedoeling om in Delft te starten met twee of drie auto’s. Die moeten komen bij of in de buurt van studentenhuizen. “Dat is onze primaire doelgroep”, aldus Geurts, “maar ook niet-studenten mogen ze gebruiken.”
Het systeem van StudentCar werkt zoals Greenwheels. Het gaat om ‘car-sharing’, een fenomeen dat begin jaren negentig ontstond en waarbij een auto voor een paar uur kan worden gehuurd. Zo kunnen meerdere mensen gebruik maken van een auto zonder persoonlijk voor de vaste lasten op te draaien. Ook hebben de deelnemers geen last van parkeerproblemen bij thuiskomst: deelauto’s staan op gereserveerde parkeerplaatsen.
Er is veel vraag naar, stelt Geurts. “We zijn al ongeveer vijftien keer benaderd met de vraag of we ook in Delft deelauto’s willen exploiteren. Dat is best veel, want we zijn tot nu toe alleen actief in Rotterdam.”
Daar exploiteert StudentCar drie auto’s. Twee staan op de campus van de Erasmus Universiteit en een bij Blauwe Molen/International House Kralingen, een groot wooncomplex voor studenten in de stad.
Het bedrijf start binnenkort met deelauto’s in Utrecht. Op De Uithof, de campus van de Universiteit Utrecht en Hogeschool Utrecht, komen enkele auto’s te staan. Ook komen er twee auto’s te staan bij MAX City Campus. Dat is een complex met een kleine duizend appartementen in het centrum.
StudentCar is in Delft in gesprek met een aantal partijen om ook hier deelauto’s te stationeren. Geurts: “We voeren gesprekken met Duwo en de algemene bewonerscommissie over een huurauto op hun terrein.” Volgens hem is Duwo enthousiast over het plaatsen van deelauto’s bij studentencomplexen. De bewoners overleggen begin oktober.
Inmiddels heeft het Rotterdamse bedrijf contact met Stip-wethouder Lian Merkx, die duurzaamheid in haar portefeuille heeft. Volgens raadslid Bas Bennebroek vindt Stip StudentCar ‘een mooi concept’. “Het leidt tot minder auto’s en een minder grote aanslag op het milieu.” Hij ziet in StudentCar een goede uitbreiding van het vervoersaanbod omdat studenten vanwege hun leeftijd niet kunnen deelnemen aan Greenwheels. Dat hanteert een leeftijdsgrens van 24 jaar. “Bovendien heeft StudentCar als eerste in Nederland de honderd procent elektrische auto Think aangeschaft.”
Dat laatste past volgens Bennebroek in de plannen van de duurzaamheidsnota die wethouder Merkx in mei door de raad loodste. Met een bedrijf als StudentCar in Delft wordt het volgens Bennebroek ook makkelijker om duurzame projecten als multitankstations te realiseren.
De eerste bestuurlijke stap voor een entree van StudentCar is al gezet. De procedure voor het aanwijzen van parkeerplekken door de gemeente is versimpeld. Het is niet meer nodig om voor elke parkeerplek een aparte aanvraag in te dienen.
Dat leert een onderzoek van de Radboud Universiteit Nijmegen en de Hogeschool Utrecht in opdracht van het Sociaal Fonds voor de Kennissector (SoFoKleS). Alle Nederlandse universiteiten hebben jong talent hoog op de beleidsagenda staan, blijkt uit het onderzoek. Met verschillende maatregelen – van talentscouting tot tenure tracks – werken zij aan een betere werving, selectie en begeleiding van jonge wetenschappers.
Carrièreperspectief
De onderzoekers namen in casestudies vijf faculteiten onder de loep. De TU Delft zat daar niet bij. Bij de onderzochte faculteiten stuitten de onderzoekers op hiaten. Er is volgens hen meer transparantie nodig op het gebied van carrièreperspectieven. Met name wetenschappers met een tijdelijke aanstelling dreigen tussen wal en schip te vallen. Ook richt het beleid zich niet op alle aspecten van in-, door- en uitstroom. Er blijkt onvoldoende aandacht besteed te worden aan uitstroommanagement.
Daarnaast verdient de werving en begeleiding van jonge wetenschappers extra aandacht. In deze taak kan de hoogleraar zich goed laten bijstaan door de personeelsadviseurs van zijn universiteit.
Een samenvatting van het onderzoek en het gehele rapport zijn te downloaden.
Comments are closed.