Wie wil weten hoe hij of zij de beste docent van de TU wordt, kon dinsdag 22 juni bij een lunchseminar van onderwijskundig centrum Focus terecht. Zo’n 36 toehoorders kregen volop tips van de genomineerden van vorig jaar.
Deze bijvoorbeeld: ‘doceren is doseren’, van Erik Tempelman.
Overvoer studenten niet. “We vergeten de zelfstudie”, zei Tempelman. “Een student moet een boek lezen, plan de tijd daarvoor in en vraag eens of die tijd klopt.” Lijstjes met gemiddelde leestijden zijn te verkrijgen bij de dienst onderwijs & studentenzaken. “Vraag ook aan studenten of het boek adequaat is.”
Probleem is alleen dat voor elk vak een ander boek adequaat is, zo reageerde de beste docent van vorig jaar, Susanne Rudolph. En studenten kunnen niet al die boeken betalen. “Schrijf alsjeblieft altijd je eigen materiaal”, tipte Tempelman.
Maar, zo zei een andere docent: zo leren studenten nooit gebruikmaken van de bibliotheek. “Als je wilt dat studenten precies je stof leren, moet je ze een dictaat geven. Als je wilt dat studenten zelf leren zoeken, moet je accepteren dat ze wel eens kunnen vallen”, zei Tempelman. “Je moet een keus maken.”
Rudolph bracht zelf een andere lastige keus ter sprake. Studenten bij de hand nemen of in het diepe gooien? Hoe ver moet een docent gaan in het helpen van studenten zonder zelf overspannen te raken? “Ik denk dat we te weinig zeggen dat studenten hier niet thuis horen”, zei een projectdocent. “Als studenten hun tentamen niet halen is het klaar”, zei Jan Anne Annema, die vorig jaar docent van het jaar was bij de faculteit Techniek, Bestuur & Management. “Misschien moet je wat harder zijn.”
Annema hield zijn gehoor voor dat de vraag niet was: hoe word ik de beste docent, maar hoe blijf ik het? “Laat studenten elk college beoordelen. Het zou mij helpen als ik harder word aangepakt.”
Met een team onverwacht zijn college komen beoordelen? Prima: de frisse blik van een buitenstaander is welkom. Voor veel aanwezigen ook, zo bleek. Probleem bij de TU is dat je weg komt met slechte colleges, maar niet met een slechte wetenschappelijke output, vond Tempelman. Het mag van Annema dan ook wel wat minder vrijblijvend.
Ron Noomen, vorig jaar genomineerd vanuit Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek, zei dat het credo bij zijn leerstoel was dat juist de groep een aantal taken heeft en niet ieder apart. Daardoor kan hij driekwart van zijn tijd stoppen in onderwijs of, zoals hij het noemt: het coachen van studenten. Een van zijn adviezen daarbij: neem studenten serieus.
ISO-voorzitter Henno van Horssen: “De actie zou een manifestatie zijn voor investeringen, maar het leek een demonstratie tegen de bevriezing van de studiefinanciering te worden.” Volgens het ISO was de beeldvorming rondom deze actie ‘vervuild’. De LSVb ontkent dat het alleen zou gaan om een protest tegen de maatregel rond de studiefinanciering.
Investeringen
Voor het ISO staat de roep om investeringen in het hoger onderwijs voorop. Als Nederland een voorloper wil zijn op het gebied van kennis en innovatie en tevens sterker uit de economische crisis wil komen, dan zijn investeringen op dit gebied volgens het ISO cruciaal. “Resultaten uit het verleden bieden dan wel geen garantie voor de toekomst, maar het verleden heeft uitgewezen dat landen die hebben geïnvesteerd in het hoger onderwijs sterker uit een economische crisis komen”, stelt het ISO.
Tegelijk meent het ISO dat de bevriezing van de studiefinanciering voor twee jaar ‘een begrijpelijke en zelfs een redelijk coulante maatregel’ is. “Er zal nu over de gehele linie bezuinigd moeten worden en als studentenorganisatie begrijpt het ISO dat studenten ook hun steentje bij moeten dragen. Iedere Nederlander zal de gevolgen van de economische crisis voelen, dus ook de studenten.”
Leugen
LSVb-voorzitter Gerard Oosterwijk ontkent dat de demonstratie alleen zou gaan om het bevriezen van de studiefinanciering. “Dat is een keiharde leugen. Natuurlijk is de stufi genoemd en dat is ook iets wat speelt onder studenten. Het is immers al de derde keer dat studenten de dupe worden, na de collegegeldverhoging en het duurder worden van de tweede studie. Maar ook wij voeren een positieve actie: vóór investeringen en vóór het uitzonderen van onderwijs in de bezuinigingen.”
Oosterwijk denkt niet dat de studentenbonden hun krachten moeten sparen: “Je moet vroeg beginnen met het mobiliseren van studenten. En dit leeft nu in studentenkringen. Bovendien gaat het niet alleen om een persoonlijk belang, het collegegeld en de stufi, maar ook om een hoger belang: goed onderwijs.”
Bèta-actie
De Landelijke Bèta-actie haakte maandag 21 september juist aan bij de betoging ‘Behoed Nederland voor een Kenniscrisis’ van de dag erop. Reden is dat de punten van de betoging – ‘Nederland gaat achteruit in innovatie- en concurrentievermogen’ en ‘We moeten investeren in hoger onderwijs om een kenniscrisis te voorkomen’ – naadloos aansluiten bij de protesten van de Landelijke Bèta-actie tegen de onderfinanciering van het wetenschappelijk onderzoek.
De structurele onderfinanciering van wetenschappelijk onderzoek beloopt volgens de actiegroep intussen 1,5 miljard euro per jaar. De op 21 september door het ministerie van OCW aangekondigde investering van 90 miljoen euro in vier wetenschappelijke projecten heft volgens de actiegroep ‘duidelijk de structurele onderfinanciering van wetenschappelijk onderzoek niet op’. Daarbovenop komt volgens de bèta’s nog de structurele onderfinanciering van het wetenschappelijk onderwijs.
Op 1 september bood de Landelijke Bèta-actie aan de vaste Kamercommissie OCW en de minister van onderwijs al een protestbrief tegen de onderfinanciering van het wetenschappelijk onderzoek aan. Deze brief was ondertekend door 1322 bèta’s, waaronder 358 hoogleraren.
Comments are closed.