Na een maand in Afrika hebben vijf IO-studenten de belangrijkste les wel geleerd: alles draait om geld, zeker in Kibera, ’s werelds bekendste sloppenwijk.
Poepzakje voor betere wereld
Het leek in het begin zo’n goed idee: een dubbelwandig biologisch afbreekbaar zakje voor urine en ontlasting. Ureum in het binnenzakje zet ontbinding van de ontlasting in gang waardoor er na enkele weken alleen vruchtbare mest overblijft. Het gebruik van de zogeheten Peepoo bag gaat zonder water, waardoor het geen aanslag vormt op de schaarse waterreserves.
Vijf IO-studenten vertrokken 1 oktober naar Nairobi, Kenia om daar in de bekendste sloppenwijk Kibera (onderkomen voor 1-2 miljoen mensen) hun sanitaire oplossing aan de man te brengen.
Een maand later, en halverwege het project, heerst desillusie op de website. Research doen in een sloppenwijk blijkt een hele ‘uitdaging’. De studenten worden vooral gezien als ‘Muzungu’ (blanken) en geassocieerd met gemakkelijk geld.
Hier speelt een rol dat Kibera als bekendste slum een veelheid van hulporganisaties en NGO’s heeft aangetrokken, en dat de inwoners de hulpverleners als bron van inkomsten zijn gaan beschouwen, ongeacht hun project.
De studenten moeten altijd een (betaalde) begeleider inhuren als ze de wijk intrekken, en iedereen die ze spreken moet zonder uitzondering gepast bedankt worden.
Op hun Engelstalige weblog berichten ze over de omstandigheden waaronder het prototype de komende maand ontwikkeld moet gaan worden: “Next to the prototype, a part of the sponsorship is allocated to enable us to perform the research at all. Protection and guidance by locals is a necessity and money makes the world go round, especially in Kibera.”
Volg hun avonturen op:
http://peepoople.wordpress.com/
‘Poepzak voor beter wereld’, AD, 2 oktober 2009
Duizenden mensen verdrinken in Rotterdam en omstreken als bij Capelle aan de IJssel de dijken doorbreken. En als de zeeweringen het bij Den Haag en Ter Heijde begeven tijdens een harde noordwesterstorm, komt redding ook voor duizenden mensen te laat. Althans, dat rekende waterbouwkundige dr.ir. Bas Jonkman enkele jaren geleden uit met een rampenmodel.
TNO en De Ingenieur presenteerden eind vorig jaar een heel ander scenario. Volgens hen is het mogelijk om dichtbevolkte laaggelegen gebieden te ontruimen mits het evacuatiesein 48 uur van tevoren wordt gegeven. Rivieroverstromingen zouden dan geen slachtoffers mogen eisen want die ziet men enkele dagen van te voren aankomen.
“Er wordt veel over evacuaties geroepen”, zegt prof.dr.ir. Serge Hoogendoorn van de sectie transport en planning van Civiele Techniek en Geowetenschappen. “Volgens de een is het onmogelijk om op tijd te evacueren, volgens de ander kan het prima. Zelf durf ik er nog geen voorspelling over te doen. De huidige verkeersmodellen zijn namelijk nog helemaal niet uitgerust voor dit soort uitzonderlijke situaties.”
Er moet volgens Hoogendoorn flink gesleuteld worden aan verkeersmodellen om ze bruikbaar te maken voor crisissituaties. Modellen gaan ervan uit dat reizigers ongeveer weten wat ze kunnen verwachten op de weg, dat ze een duidelijke reisbestemming voor ogen hebben en dat ze afgewogen keuzes maken over de route en vertrektijd. Maar bij een dijkdoorbraak gaat dit verhaal niet op.
“De meeste mensen gedragen zich in zulke situaties als kuddedieren”, zegt Hoogendoorn. “Ze doen wat ze gewend zijn. Ze volgen bijvoorbeeld bepaalde vertrouwde routes, ook al wordt aangegeven dat je beter anders kunt rijden. Bounded rationality heet die geestelijk toestand. Pas als mensen echt inzien dat ze niet slim bezig zijn, passen ze hun gedrag aan. Weer anderen raken in paniek en kunnen zelfs tegen de verkeersstroom ingaan.”
De komende jaren werkt Hoogendoorn met een nieuw onderzoeksteam, dat hij nog deels moet samenstellen, aan een geavanceerder verkeersmodel dat rekening houdt met de menselijke psyche. Daarvoor heeft de hoogleraar onlangs van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek een Vici-subsidie gekregen.
Maar hoe onderzoek je hoe mensen reageren op uitzonderlijke situaties? “We zullen veel experimenteren met proefpersonen in een interactieve simulator”, antwoordt Hoogendoorn. “Door middel van harde geluiden in de cabine zorgen we ervoor dat mensen gestrest raken. En we gaan het menselijke gedrag bestuderen tijdens ontruimingen van gebouwen. Die evacuaties zijn vaak door bewakingscamera’s vastgelegd.”
Ook neemt de hoogleraar verkeersmaatregelen onder de loep die nu worden toegepast tijdens evacuaties. In het zuiden van de Verenigde Staten moeten mensen vaak vluchten voor orkanen. Snelwegen worden over de hele breedte gebruikt om het verkeer de stad uit te krijgen. “Je zou denken dat dit leidt tot een verdubbeling van de wegcapaciteit”, zegt Hoogendoorn. “Maar dat is waarschijnlijk niet zo. Want daar waar automobilisten door kunnen steken naar de andere weghelft staat een agent aanwijzingen te geven, of er staat een bord met knipperende lichten. Het leidt de aandacht af of mensen schrikken er van. Hierdoor laten ze een gat tot hun voorligger vallen.”
Een punt van aandacht is ook het moment waarop je mensen laat vertrekken. Als iedereen tegelijk de weg op gaat, slibben de wegen direct dicht. Mensen moeten dus gefaseerd de stad uit. Wie mag wanneer vertrekken, moet je mensen aanraden om de trein te pakken, en hoe communiceer je de boodschap (via radio, internet of sms)? Allemaal vragen waar het onderzoeksteam zich over zal buigen.
In het evacuatieplan van TNO en De Ingenieur krijgt iedere bewoner een persoonlijk evacuatieplan. Per postcode of huisnummer moeten mensen weten waar ze naar toe moeten vluchten, wanneer en via welke route. Hoogendoorn vindt dat te hoog gegrepen. “Het probleem is dat elke ramp andere maatregelen vergt. Ik zie mensen niet in een dik handboek evacuatieplan 117B opzoeken – ik noem maar wat – als de dijk is doorgebroken of dreigt door te breken.”
“Wat ik zelf zou doen bij een dijkdoorbraak? Ik zou een paar verdiepingen hoger gaan zitten. Het hogerop zoeken is vaak ook een oplossing.”
Poepzakje voor betere wereldPoepzakje voor betere wereld
Het leek in het begin zo’n goed idee: een dubbelwandig biologisch afbreekbaar zakje voor urine en ontlasting. Ureum in het binnenzakje zet ontbinding van de ontlasting in gang waardoor er na enkele weken alleen vruchtbare mest overblijft. Het gebruik van de zogeheten Peepoo bag gaat zonder water, waardoor het geen aanslag vormt op de schaarse waterreserves.
Vijf IO-studenten vertrokken 1 oktober naar Nairobi, Kenia om daar in de bekendste sloppenwijk Kibera (onderkomen voor 1-2 miljoen mensen) hun sanitaire oplossing aan de man te brengen.
Een maand later, en halverwege het project, heerst desillusie op de website. Research doen in een sloppenwijk blijkt een hele ‘uitdaging’. De studenten worden vooral gezien als ‘Muzungu’ (blanken) en geassocieerd met gemakkelijk geld.
Hier speelt een rol dat Kibera als bekendste slum een veelheid van hulporganisaties en NGO’s heeft aangetrokken, en dat de inwoners de hulpverleners als bron van inkomsten zijn gaan beschouwen, ongeacht hun project.
De studenten moeten altijd een (betaalde) begeleider inhuren als ze de wijk intrekken, en iedereen die ze spreken moet zonder uitzondering gepast bedankt worden.
Op hun Engelstalige weblog berichten ze over de omstandigheden waaronder het prototype de komende maand ontwikkeld moet gaan worden: “Next to the prototype, a part of the sponsorship is allocated to enable us to perform the research at all. Protection and guidance by locals is a necessity and money makes the world go round, especially in Kibera.”
Volg hun avonturen op:
http://peepoople.wordpress.com/
‘Poepzak voor beter wereld’, AD, 2 oktober 2009
Comments are closed.