Onderwijs

Verwijdering fietsen station

De gemeente Delft verwijdert op donderdag 15 oktober zogenaamde ‘weesfietsen’ van het Stationsplein. Daardoor moeten meer plekken vrijkomen voor de fietsen van treinreizigers die dagelijks met hun fiets naar of van het station gaan.

Bij een weesfietsenactie verwijdert de de gemeente fietsen die 28 dagen niet van hun plek zijn geweest. Om die te achterhalen zijn deze fietsen gemerkt. De stallingsplekken bij het station zijn niet bedoeld om fietsen lang te stallen, maar voor dagelijks gebruik door treinreizigers.

Extra actie

De gemeente houdt normaal gesproken twee keer per jaar een weesfietsenactie. Omdat momenteel veel meer fietsen op het Stationsplein worden gestald dan er stallingsplekken zijn, worden extra weesfietsenacties gehouden. Op die manier hoopt de gemeente meer stallingsplekken beschikbaar te krijgen. Fietswrakken worden overigens meteen verwijderd.

Stallingruimte

Het grote aantal geparkeerde fietsen heeft te maken met het grotere aantal studenten dat van het station gebruikmaakt en met het verdwijnen van stallingsruimte door de sloopwerkzaamheden voor de Spoorzone. Nieuwe betaalde en onbetaalde stallingsruimte komt beschikbaar op het voormalige terrein van Van Gend & Loos aan de achterzijde van het station. Zodra dit terrein als fietsenstalling is ingericht kunnen fietsers hier terecht.

In het studentenstatuut staat expliciet vermeld dat de studentenraad (sr) slechts adviesrecht heeft bij de invoering van een bindend studieadvies. Desondanks denkt de sr recht te hebben op instemming. “In het verleden hebben we er een advocaat naar laten kijken”, vertelde Menno van der Kamp van de studentenraad tijdens de laatste overlegvergadering met het college. “Het was zijn inschatting dat een invoering van het bsa zo ingrijpend is, dat het opgevat moet worden als een onderwijsvernieuwing en daarom thuis hoort in het instellingsplan.” En op het instellingsplan heeft de sr (samen met de ondernemingsraad) instemmingsrecht.
Het college wil hiervan niets weten. “Het statuut is er om orde te scheppen en nu wil de studentenraad dat opeens veranderen. Dat kan ik niet aanraden”, zei collegelid Paul Rullmann tijdens de vergadering. Hij vervolgde: “Ik deel de redenering van de sr niet. Het bsa is weliswaar belangrijk, maar niet zo alomvattend dat het in een instellingsplan thuishoort. Dit is een onderdeel van de ontwikkeling van onze onderwijspraktijk, niets meer.”
De studentenraad benadrukte dat het bsa acht jaar geleden juist wel in het instellingsplan stond. Van der Kamp: “Destijds heeft de studentenraad het bsa ‘uitgeruild’ met een uniforme jaarindeling.” Men keurde die jaarindeling – waarvan het huidige semestersysteem het gevolg is – toen goed om het bsa van tafel te halen.
Maar de tijden zijn veranderd, volgens Rullmann. Directeur onderwijs en studentenzaken Anka Mulder: “De discussie is normaler geworden, ook op andere universiteiten.”
Uitkomst van de onenigheid tussen college en sr is deze week een nieuw informeel, maar besloten, overleg over het bsa. Van der Kamp: “We willen daar ons standpunt duidelijker maken, nogmaals uitleggen waarom we tegen het bsa zijn en aandacht vragen voor alternatieven.”
De volgende stap is nog onduidelijk. “Wij zijn er tegen, het college is er voor. Het is de vraag hoe hard we tegenover elkaar komen te staan.” Van der Kamp sluit eventuele juridische stappen niet uit. “We zijn de juridische procedure aan het verkennen. We laten een advocaat naar de wettelijke kaders kijken. Als hij stelt dat het bsa in een instellingsplan hoort, dan moet het erin. Of het college dat ontkent of niet.”
De studentenraad had verder ook kritiek op de vijftig-procentnorm: studenten zouden voor hun bsa dertig van de zestig studiepunten moeten halen. Van der Kamp: “Maar bij die norm tellen de augustusherkansingen niet mee, waardoor twintig van de zestig studiepunten niet herkanst kunnen worden.” Ook deze kritiek zal in het overleg nogmaals aan de orde komen.

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.