Onderwijs

Minder masters, beter samenwerken

Hoe moet de TU omgaan met de groeiende studententallen, terwijl de financiële middelen krimpen? Die vraag stond centraal bij de eerste gezamenlijke vergadering van de nieuwe studentenraad met de ondernemingsraad en het college van bestuur.

br />Er kan veel geld bespaard worden als faculteiten meer samenwerken. Zo luidde een van de stellingen van het college van bestuur (cvb) tijdens de gezamenlijke vergadering. Bijvoorbeeld op het gebied van minors en masters. Collegevoorzitter Dirk Jan van den Berg: “Er is de afgelopen paar jaar een groeiende differentiatie geweest van minors en masters. Op dit moment zijn er zo’n tachtig minors. Sommige daarvan zijn heel klein en kostbaar. Voor masters geldt hetzelfde. Kan dit anders?” Het cvb stelde dat minors en masters die minder dan twintig studenten trekken, moeten verdwijnen, of gebundeld worden met andere opleidingen. Dit idee kreeg enige bijval van de or en sr. Maar: wat als zo’n opleiding nou juist tot de speerpunten van de TU behoort? Van den Berg: “Voor zulk gevallen kan mogelijk een uitzondering worden gemaakt.”

De or zorgde voor veel discussie met haar stelling dat het onmogelijk is om zowel te excelleren binnen onderwijs als onderzoek. Terwijl medewerkers van de TU worden afgerekend op beide. Zou er niet een loopbaantraject voor docenten moeten komen? Paul Rullmann, vice-president onderwijs binnen het cvb, is het hier mee eens: “Een docent moet niet langer worden gezien als een gemankeerde hoogleraar. Als het aan mij ligt komt er een carrièrepad voor docenten.”

De meest opvallende stelling van de studentenraad was meer student-assistenten inzetten om de stijgende studentenaantallen te ondervangen en docenten te ontlasten. Want: deze zijn flexibel, goedkoop, ze staan dichter bij degenen die ze lesgeven en leren hier zelf veel van. “Maar op dit moment zijn student-assistenten de eersten die eruit vliegen”, merkt een or-lid op. Inderdaad, en dat is vreemd, is de reactie van de sr. Want je kunt juist geld besparen door de inzet van student-assistenten. 

Onderzoekster dr.ing. Kristina Djanashvili heeft een MRI-contraststof ontwikkeld die betere herkenning van tumoren mogelijk maakt, althans in muizen. De stof bestaat uit twee componenten. De ene (lanthanide-chelaat) beïnvloedt waterstofkernen in de omgeving en vergroot zo het MRI-signaal. De andere stof (fenylboronaat) hecht zich aan suikers op de buitenkant van tumorcellen. Djanasvili heeft de doelzoekende tumorverklikker ook in temperatuurgevoelige liposomen verpakt, die de stof vrijlaten bij 42 graden Celsius. Lokale verhitting zou het mogelijk maken alleen bepaalde delen van het lichaam te onderzoeken.
“Het is potentieel een veelbelovend onderzoek”, stelt copromotor dr.ir. Joop Peters (biokatalyse en organische chemie bij Technische Natuurwetenschappen). “Door radioactief lanthanide te gebruiken zou je de stof ook als geneesmiddel kunnen inzetten.” Peters benadrukt dat de tumorverklikker nog niet klinisch getest is. “Dan moet er eerst een farmaceut in geïnteresseerd zijn, en dan nog duurt het tien jaar.”

Die vraag stond centraal bij de eerste gezamenlijke vergadering van de nieuwe studentenraad met de ondernemingsraad en het college van bestuur.
Er kan veel geld bespaard worden als faculteiten meer samenwerken. Zo luidde een van de stellingen van het college van bestuur (cvb) tijdens de gezamenlijke vergadering. Bijvoorbeeld op het gebied van minors en masters. Collegevoorzitter Dirk Jan van den Berg: “Er is de afgelopen paar jaar een groeiende differentiatie geweest van minors en masters. Op dit moment zijn er zo’n tachtig minors. Sommige daarvan zijn heel klein en kostbaar. Voor masters geldt hetzelfde. Kan dit anders?” Het cvb stelde dat minors en masters die minder dan twintig studenten trekken, moeten verdwijnen, of gebundeld worden met andere opleidingen. Dit idee kreeg enige bijval van de or en sr. Maar: wat als zo’n opleiding nou juist tot de speerpunten van de TU behoort? Van den Berg: “Voor zulke gevallen kan mogelijk een uitzondering worden gemaakt.”

De or zorgde voor veel discussie met haar stelling dat het onmogelijk is om zowel te excelleren binnen onderwijs als onderzoek. Terwijl medewerkers van de TU worden afgerekend op beide. Zou er niet een loopbaantraject voor docenten moeten komen? Paul Rullmann, vice-president onderwijs binnen het cvb, is het hier mee eens: “Een docent moet niet langer worden gezien als een gemankeerde hoogleraar. Als het aan mij ligt komt er een carrièrepad voor docenten.”

De meest opvallende stelling van de studentenraad was meer student-assistenten inzetten om de stijgende studentenaantallen te ondervangen en docenten te ontlasten. Want: deze zijn flexibel, goedkoop, ze staan dichter bij degenen die ze lesgeven en leren hier zelf veel van. “Maar op dit moment zijn student-assistenten de eersten die eruit vliegen”, merkt een or-lid op. Inderdaad, en dat is vreemd, is de reactie van de sr. Want je kunt juist geld besparen door de inzet van student-assistenten. 

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.