Onderwijs

Werken tussen innovatieve snufjes en ruwe zeebonken

Stedenbouwkundig ir. Ingeborg Brouwer werkt namens PtP Bouw, het traineeprogramma van de bouwsector, dagelijks tussen ruwe zeebonken en innovatieve, duurzame uitvindingen. Ze is verantwoordelijk voor de indeling van het RDM-haventerrein bij Havenbedrijf Rotterdam.

Op het RDM-terrein, een havengebied op steenworp afstand van het centrum van Rotterdam, wordt gewerkt aan de haven van de toekomst. Een waterstofscooter crosst kriskras over het terrein. Onderzoekers houden zich bezig met de vraag of kantoren en loodsen verwarmd kunnen worden met behulp van warmteopslag in de grond. Iemand anders meet de ruimte tussen de verschillende loodsen in het havengebied. Er zijn namelijk plannen om een grote windturbine van prof.dr.ir. Wubbo Ockels op het terrein te plaatsen. In het havengebied staan talloze loodsen en bedrijfspanden. Binnenkort zullen ook het Albeda College en de Hogeschool Rotterdam er vestigingen openen.

“Ik bepaal met mijn collega’s welke bedrijven zich op dit terrein mogen vestigen”, zegt projectmanager Ingeborg Brouwer van het Havenbedrijf Rotterdam. “De studenten van het Albeda College en de Hogeschool Rotterdam zoeken stageplaatsen in de haven, dus daar selecteren we bedrijven op. Hoe innovatiever het bedrijf, hoe interessanter het is voor de studenten. Ronddenderende vrachtwagens zijn uit den boze, veel te gevaarlijk voor de studenten. Omdat de haven niet ver van het centrum vandaan ligt, vestigen we ook veel maritieme dienstverleners, zoals slepers, op het terrein.”

Toen Brouwer nog stedenbouwkunde aan de TU studeerde, leerde ze om plannen te maken voor nieuw in te richten wijken en daarbij rekening te houden met bewoners en bedrijven. Nu richt ze een klein stukje van een grote stad steeds opnieuw in. “Ik pas op microniveau toe, wat ik als stedenbouwkundige op macroniveau heb geleerd”, zegt Brouwer. “Leefmilieu’s zijn minder belangrijk in een havengebied, dan in bewoonde gebieden. Bedrijven huren bij ons bijvoorbeeld vaak voor een half jaar of langer een loods of een bedrijfspand. Ik krijg regelmatig aanvragen van bedrijven, maar er komt slechts af en toe een plek vrij”, zegt Brouwer. “Alle grote bedrijven gaan straks naar de tweede Maasvlakte. In de haven waar ik over beslis, komen vooral kleinere en middelgrote bedrijven.”

Brouwer volgt een traineeprogramma van PtP bouw, waarbij ze telkens negen maanden voor drie verschillende bedrijven in de bouw werkt. Ze heeft haar eerste negen maanden bij het Havenbedrijf Rotterdam bijna voltooid. Het doel van het traineeprogramma is om pas afgestudeerden de kans te geven ervaring op te doen bij een opdrachtgever, een aannemer en een adviesbureau. Zodat ze na drie jaar een werkgever in de bouw- of vastgoedsector kunnen kiezen die goed bij hen past.

Voor Brouwer is dat een fijn vooruitzicht. “Na mijn afstuderen wist ik nog niet precies wat ik wilde gaan doen. Ik had wel een voorkeur om als projectmanager te werken, omdat ik het interessant vind om naast stedenbouwkundig plannen, met financiën bezig te zijn. Bovendien sprak het me aan dat je veel contact hebt met klanten. Bij het Havenbedrijf werk ik momenteel als projectmanager en kan ik de proef op de som nemen. Het werk is heel divers. Het ene moment heb ik een bedrijf aan de lijn dat extra containers wil opslaan en het andere moment belt een bedrijf met goede stageplaatsen. Ik merk ook dat er mindere kanten aan mijn werk zitten. Elke afspraak moet zwart op wit staan, die juridische kant is heel belangrijk. Na dagenlang contracten opstellen is de lol er wel vanaf.”

Dat het havenbedrijf een echte mannenwereld is, vindt de stedenbouwkundige geen probleem. “Dat was ik in Delft al wel gewend”, zegt ze lachend. “Ik werk bijna alleen maar met mannen. Daar voel ik me goed bij thuis, die directheid in de omgang ligt me wel. Mannen zijn vaak heel duidelijk, dan weet je waar je aan toe bent.”

Tijdens haar studie werkte Brouwer als privé-chauffeur. “Ook dat is echt een mannenwereld. Ik ben gek op auto’s. Ik reed voornamelijk zakenmensen. Als ze mij zagen, riepen ze vaak: ‘Parkeer de auto maar eens in één keer in zonder schade’. En dat deed ik dan prompt. Zo kreeg ik ze wel stil. Als de zakenmannen en -vrouwen in bespreking waren, ging ik vaak in een bedrijfsbibliotheek mijn huiswerk maken. Ze keken wel vreemd op als ik een schetsblok pakte en kleurpotloden.”

Brouwer wilde van jongs af aan al een technische studie doen. Ze keek gefascineerd mee over de schouder van haar vader, die computers maakte. Ze gruwde van poppen en speelde liever met lego en treintjes. “Ik koos uiteindelijke voor bouwkunde in Delft omdat het een technische opleiding is waarbij je ook heel creatief moet zijn.”

In Delft nam ze veel hooi op haar vork. Ze studeerde, zat in commissies van studentenvereniging C.S.R. en chauffeerde. “Het studeren ging me makkelijk af. Ik twijfelde nog wel vaak of ik wel bouwkunde had moeten studeren”, zegt Brouwer terugblikkend. Pas in het vierde jaar van haar studie wist Brouwer zeker dat ze door wilde gaan met stedenbouwkunde. Ze ging toen een jaar studeren aan de Ecole d’Architecture in Parijs.

Ze slenterde er lustig op los in de lichtstad, over de brede Champs-Elysee, langs de statige torens van de Notre Dame en de futuristische gevel van kunstcentrum Centre Pompidou. “Dat vond ik erg inspirerend. Parijs beleef je het beste als je er doorheen loopt. Er is altijd wat te doen. Het straatleven is geweldig. Daar besefte ik dat je als stedenbouwer zelf meebouwt aan een eeuwenoude stad. Je kunt je eigen stempel op eeuwenoude tradities drukken. Dat was een eye-opener en dat inspireerde me.”

Tussen de opleidingen in Delft en Parijs zaten grote verschillen. “In Parijs was de benadering veel kunstzinniger”, benadrukt Brouwer. “Mijn ogen gingen er open. Bouwkunde was daar veel vrijer. Ik leerde bijvoorbeeld ook schilderen. Kleuren speelden een belangrijke rol, maar ook welke bomen je gebruikt in een ontwerp. In Delft is alles heel erg gericht op kennis, in Parijs leerde ik op mijn gevoel vertrouwen. Daar leefde ik helemaal van op.”

Brouwer benadrukt dat ze wel veel heeft gehad aan de kennis die ze in Delft opdeed. “Ik kan goed problemen benoemen en ze oplossen”, zegt de stedenbouwkundige. “En ik maak overal schetsjes van, om dingen duidelijk te maken. Dat is niet iedereen gewend, maar het werkt heel goed. Ik vind schetsen fijn omdat je direct ziet waar bijvoorbeeld een loods of extra kraan moet komen.”

Binnenkort gaat de stedenbouwkundige bij haar tweede werkgever aan de slag: BAM Rail. “Daar zal ik me bezighouden met business development. Ik bekijk welke projecten we in Nederland aan kunnen trekken. Veel rangeerterreinen liggen nu nog dwars door steden heen, dat kan veel problemen opleveren. Ze zorgen voor geluidsoverlast en ze nemen dure grond in beslag. Een spoorlijn die door een stad gaat kun je misschien beter verleggen, bijvoorbeeld langs een snelweg. Of ondergronds bouwen, zoals men in Delft gaat doen.”

Dat Brouwer na negen maanden alweer bij het Havenbedrijf Rotterdam vertrekt vindt ze jammer. “En zij ook. Ze zijn er niet zo blij mee. Ik ken veel gevoelige informatie en ze raken natuurlijk al snel weer een goed ingewerkte kracht kwijt. Maar ik krijg op deze manier wel een goed overzicht van wat er in de bouwsector zoal te doen is en daar profiteer ik mijn verdere loopbaan van.”

Naam: ir. Ingeborg Brouwer

Leeftijd: 26 jaar

Verliefd/verloofd/getrouwd: Verliefd

Woonplaats: Delft

Studie: Bouwkunde

Afstudeerrichting: Stedenbouwkunde

Afgestudeerd: 2006

Loopbaan: In oktober 2006 ging Brouwer aan de slag bij het traineeprogramma van PtP bouw, waarbij ze drie keer negen maanden voor verschillende werkgevers werkt in de bouw. Begin dit jaar begon ze bij het Havenbedrijf Rotterdam, waar ze het RDM-terrein, bij Heijplaat Noord, inricht. Dit najaar gaat ze bij BAM Rail aan de slag.

Op het RDM-terrein, een havengebied op steenworp afstand van het centrum van Rotterdam, wordt gewerkt aan de haven van de toekomst. Een waterstofscooter crosst kriskras over het terrein. Onderzoekers houden zich bezig met de vraag of kantoren en loodsen verwarmd kunnen worden met behulp van warmteopslag in de grond. Iemand anders meet de ruimte tussen de verschillende loodsen in het havengebied. Er zijn namelijk plannen om een grote windturbine van prof.dr.ir. Wubbo Ockels op het terrein te plaatsen. In het havengebied staan talloze loodsen en bedrijfspanden. Binnenkort zullen ook het Albeda College en de Hogeschool Rotterdam er vestigingen openen.

“Ik bepaal met mijn collega’s welke bedrijven zich op dit terrein mogen vestigen”, zegt projectmanager Ingeborg Brouwer van het Havenbedrijf Rotterdam. “De studenten van het Albeda College en de Hogeschool Rotterdam zoeken stageplaatsen in de haven, dus daar selecteren we bedrijven op. Hoe innovatiever het bedrijf, hoe interessanter het is voor de studenten. Ronddenderende vrachtwagens zijn uit den boze, veel te gevaarlijk voor de studenten. Omdat de haven niet ver van het centrum vandaan ligt, vestigen we ook veel maritieme dienstverleners, zoals slepers, op het terrein.”

Toen Brouwer nog stedenbouwkunde aan de TU studeerde, leerde ze om plannen te maken voor nieuw in te richten wijken en daarbij rekening te houden met bewoners en bedrijven. Nu richt ze een klein stukje van een grote stad steeds opnieuw in. “Ik pas op microniveau toe, wat ik als stedenbouwkundige op macroniveau heb geleerd”, zegt Brouwer. “Leefmilieu’s zijn minder belangrijk in een havengebied, dan in bewoonde gebieden. Bedrijven huren bij ons bijvoorbeeld vaak voor een half jaar of langer een loods of een bedrijfspand. Ik krijg regelmatig aanvragen van bedrijven, maar er komt slechts af en toe een plek vrij”, zegt Brouwer. “Alle grote bedrijven gaan straks naar de tweede Maasvlakte. In de haven waar ik over beslis, komen vooral kleinere en middelgrote bedrijven.”

Brouwer volgt een traineeprogramma van PtP bouw, waarbij ze telkens negen maanden voor drie verschillende bedrijven in de bouw werkt. Ze heeft haar eerste negen maanden bij het Havenbedrijf Rotterdam bijna voltooid. Het doel van het traineeprogramma is om pas afgestudeerden de kans te geven ervaring op te doen bij een opdrachtgever, een aannemer en een adviesbureau. Zodat ze na drie jaar een werkgever in de bouw- of vastgoedsector kunnen kiezen die goed bij hen past.

Voor Brouwer is dat een fijn vooruitzicht. “Na mijn afstuderen wist ik nog niet precies wat ik wilde gaan doen. Ik had wel een voorkeur om als projectmanager te werken, omdat ik het interessant vind om naast stedenbouwkundig plannen, met financiën bezig te zijn. Bovendien sprak het me aan dat je veel contact hebt met klanten. Bij het Havenbedrijf werk ik momenteel als projectmanager en kan ik de proef op de som nemen. Het werk is heel divers. Het ene moment heb ik een bedrijf aan de lijn dat extra containers wil opslaan en het andere moment belt een bedrijf met goede stageplaatsen. Ik merk ook dat er mindere kanten aan mijn werk zitten. Elke afspraak moet zwart op wit staan, die juridische kant is heel belangrijk. Na dagenlang contracten opstellen is de lol er wel vanaf.”

Dat het havenbedrijf een echte mannenwereld is, vindt de stedenbouwkundige geen probleem. “Dat was ik in Delft al wel gewend”, zegt ze lachend. “Ik werk bijna alleen maar met mannen. Daar voel ik me goed bij thuis, die directheid in de omgang ligt me wel. Mannen zijn vaak heel duidelijk, dan weet je waar je aan toe bent.”

Tijdens haar studie werkte Brouwer als privé-chauffeur. “Ook dat is echt een mannenwereld. Ik ben gek op auto’s. Ik reed voornamelijk zakenmensen. Als ze mij zagen, riepen ze vaak: ‘Parkeer de auto maar eens in één keer in zonder schade’. En dat deed ik dan prompt. Zo kreeg ik ze wel stil. Als de zakenmannen en -vrouwen in bespreking waren, ging ik vaak in een bedrijfsbibliotheek mijn huiswerk maken. Ze keken wel vreemd op als ik een schetsblok pakte en kleurpotloden.”

Brouwer wilde van jongs af aan al een technische studie doen. Ze keek gefascineerd mee over de schouder van haar vader, die computers maakte. Ze gruwde van poppen en speelde liever met lego en treintjes. “Ik koos uiteindelijke voor bouwkunde in Delft omdat het een technische opleiding is waarbij je ook heel creatief moet zijn.”

In Delft nam ze veel hooi op haar vork. Ze studeerde, zat in commissies van studentenvereniging C.S.R. en chauffeerde. “Het studeren ging me makkelijk af. Ik twijfelde nog wel vaak of ik wel bouwkunde had moeten studeren”, zegt Brouwer terugblikkend. Pas in het vierde jaar van haar studie wist Brouwer zeker dat ze door wilde gaan met stedenbouwkunde. Ze ging toen een jaar studeren aan de Ecole d’Architecture in Parijs.

Ze slenterde er lustig op los in de lichtstad, over de brede Champs-Elysee, langs de statige torens van de Notre Dame en de futuristische gevel van kunstcentrum Centre Pompidou. “Dat vond ik erg inspirerend. Parijs beleef je het beste als je er doorheen loopt. Er is altijd wat te doen. Het straatleven is geweldig. Daar besefte ik dat je als stedenbouwer zelf meebouwt aan een eeuwenoude stad. Je kunt je eigen stempel op eeuwenoude tradities drukken. Dat was een eye-opener en dat inspireerde me.”

Tussen de opleidingen in Delft en Parijs zaten grote verschillen. “In Parijs was de benadering veel kunstzinniger”, benadrukt Brouwer. “Mijn ogen gingen er open. Bouwkunde was daar veel vrijer. Ik leerde bijvoorbeeld ook schilderen. Kleuren speelden een belangrijke rol, maar ook welke bomen je gebruikt in een ontwerp. In Delft is alles heel erg gericht op kennis, in Parijs leerde ik op mijn gevoel vertrouwen. Daar leefde ik helemaal van op.”

Brouwer benadrukt dat ze wel veel heeft gehad aan de kennis die ze in Delft opdeed. “Ik kan goed problemen benoemen en ze oplossen”, zegt de stedenbouwkundige. “En ik maak overal schetsjes van, om dingen duidelijk te maken. Dat is niet iedereen gewend, maar het werkt heel goed. Ik vind schetsen fijn omdat je direct ziet waar bijvoorbeeld een loods of extra kraan moet komen.”

Binnenkort gaat de stedenbouwkundige bij haar tweede werkgever aan de slag: BAM Rail. “Daar zal ik me bezighouden met business development. Ik bekijk welke projecten we in Nederland aan kunnen trekken. Veel rangeerterreinen liggen nu nog dwars door steden heen, dat kan veel problemen opleveren. Ze zorgen voor geluidsoverlast en ze nemen dure grond in beslag. Een spoorlijn die door een stad gaat kun je misschien beter verleggen, bijvoorbeeld langs een snelweg. Of ondergronds bouwen, zoals men in Delft gaat doen.”

Dat Brouwer na negen maanden alweer bij het Havenbedrijf Rotterdam vertrekt vindt ze jammer. “En zij ook. Ze zijn er niet zo blij mee. Ik ken veel gevoelige informatie en ze raken natuurlijk al snel weer een goed ingewerkte kracht kwijt. Maar ik krijg op deze manier wel een goed overzicht van wat er in de bouwsector zoal te doen is en daar profiteer ik mijn verdere loopbaan van.”

Naam: ir. Ingeborg Brouwer

Leeftijd: 26 jaar

Verliefd/verloofd/getrouwd: Verliefd

Woonplaats: Delft

Studie: Bouwkunde

Afstudeerrichting: Stedenbouwkunde

Afgestudeerd: 2006

Loopbaan: In oktober 2006 ging Brouwer aan de slag bij het traineeprogramma van PtP bouw, waarbij ze drie keer negen maanden voor verschillende werkgevers werkt in de bouw. Begin dit jaar begon ze bij het Havenbedrijf Rotterdam, waar ze het RDM-terrein, bij Heijplaat Noord, inricht. Dit najaar gaat ze bij BAM Rail aan de slag.

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.