Onderwijs

Het debat is terug in Delft

Na de glorierijke jaren zestig herleeft het debat aan de TU als nooit tevoren. Twee nieuwe debatverenigingen, Delft Debatteert en Veritas, zien dit studiejaar het levenslicht.

Verschillende studieverenigingen en het studentenpastoraat organiseren levendige debatten. Maar het discussiëren aan de TU gaat met veel vallen en opstaan gepaard.

“Delftenaren kunnen niet debatteren”, stelt dr.ir Coen Vermeeren, hoofd van Studium Generale Delft. “Bij discussies na onze lezingen worden vaak heel slechte vragen gesteld. Delftenaren kunnen geen hoofd- en bijzaken onderscheiden en ze zoeken altijd lang naar woorden. Voor de vakantie organiseerden wij een debat bij het afscheid van decaan Ben Droste van Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek. Een heel laagdrempelig debat, maar tenenkrommend om naar te luisteren. Inhoudelijk weten Delftenaren heel goed waar het over gaat, maar ze kunnen niet goed ingaan op argumenten en ze luisteren niet goed. Retoriek kennen ze niet. Daarom organiseert Studium Generale vrijwel geen debatten meer.”

Hoog tijd dat daar wat aan gedaan wordt, dacht Vermeeren. Hij was daarom zeer verheugd toen student technische bestuurskunde Ton Monasso bij hem aanklopte. Monasso debatteert al van jongs af aan. De afgelopen jaren gaf hij trainingen aan studenten en richtte onder de paraplu van Studium Generale onlangs Delft Debatteert op.

“Veel Delftse studenten hebben een grote mond”, zegt Monasso. “In Delft heerst een machocultuur, het recht van de sterkste. Dat zorgt vaak voor problemen omdat studenten overal een mening over hebben, maar vaak in de leegte blaten en heel stellig zijn. Terwijl het er bij debatteren juist om gaat je eigen aannames kritisch tegen het licht te houden. Door hun houding debatteren TU’ers niet slim.”

Dat is zonde, want Delftenaren zijn bij uitstek bezig met onderwerpen die van maatschappelijk belang zijn, benadrukt Monasso. “Van het zoeken naar nieuwe energievormen tot aan de ontwikkeling van hypermoderne waterkeringen. Je kunt nog zulke goede plannen hebben, maar als je het niet aan leken of je baas of docent uit kunt leggen, wordt er niks mee gedaan. Het gaat niet om gelijk hebben, maar om gelijk krijgen. Het is daarom juist aan de TU, waar mensen zulke goede technische ideeën hebben, heel belangrijk om goed te kunnen debatteren.”
Glorietijd

Monasso onderschrijft de noodkreet van Vermeeren. “Het is niet voor niets dat TU-studenten in debatwedstrijden over kernenergie vrijwel altijd verliezen. Zij vertellen hoe je kernafval het beste op kan slaan, maar dat is niet het onderliggende probleem van kernenergie. Dat is de onveiligheid en onzekerheid. Alfa’s weten dat meestal veel beter aan te geven, die kennis is maatschappelijk relevant. Er zijn meer insteken dan alleen de technische en dat vergeten veel TU’ers. Debatteren dwingt je om de verschillende kanten van een onderwerp te zien. Dat zijn academische vaardigheden. Studenten hebben vaak de technische kennis al in huis en daar moeten ze hun voordeel mee doen tijdens het debat. Maar ze moeten ook de niet-technische aspecten leren zien.”

Monasso en Vermeeren vinden dat TU-ers eerst moeten leren hoe ze moeten debatteren, voordat ze het debat aangaan. Pas dan kan er een diepzinnige discussie ontstaan, waarin studenten elkaar niet alleen maar overschreeuwen. Dat studenten die kneepjes van het debatvak willen leren, staat volgens Monasso buiten kijf. Er is sprake van een trend, meent de student. “Er zijn dit jaar twee nieuwe debatverenigingen opgericht. Het Drostedebat werd goed bezocht, ook al viel op de kwaliteit veel af te dingen. Ook voor het jaarlijkse diesdebat is veel belangstelling. Tijdens de verkiezingen was er voor het eerst een groot verkiezingsdebat aan de TU, waarbij het auditorium goed gevuld was. Studieverenigingen organiseren veel debatten. Er is heel veel vraag en interesse.”

Het debat is dus terug in Delft. In de jaren zestig, de glorietijd van het debat, stonden onderwerpen als onderwijsvernieuwing en het dichten van de kloof tussen studenten en docenten hoog op de agenda. Daarna bleef het lange tijd stil. In de jaren tachtig en negentig verstomde het debat. “Wij werken in Delft letterlijk mee aan de veranderingen in de wereld. Dat nodigt uit tot reflectie, daarom leeft het debat”, zegt dr. Ton Meijknecht van Motiv, het voormalige studentenpastoraat. Hij werkt ruim dertig jaar bij de TU en organiseerde talrijke debatten. “Vroeger wist je dat je een nog sneller vliegtuig wilde maken of een zuinigere auto, maar tegenwoordig stellen mensen zich de vraag waar het in de wereld naartoe gaat. De oude traditie, waarin kerken, universiteiten en de politiek mensen vertelden hoe ze over zaken moeten nadenken, is verschrompeld. Nu zijn studenten en docenten in Delft vooral op zichzelf aangewezen en gaat het erom wat ze ergens zelf van vinden. Door te discussiëren komen ze dichter bij het antwoord.”

Populaire debatonderwerpen onder ingenieurs van vandaag de dag hebben daarom voornamelijk betrekking op de toekomst. “Duurzaamheid en globalisering zijn heel belangrijk, omdat Delftenaren daar direct bij betrokken zijn”, zegt Meijknecht. Monasso vult aan: “In China staan straks een heleboel ingenieurs klaar die ook heel goed dingen kunnen ontwerpen en bouwen. De TU Delft kan zich onderscheiden door studenten en medewerkers ook over de maatschappelijke problemen te laten nadenken en daar bij het ontwerpen op in te spelen. Als de TU ingenieurs met oogkleppen opleidt zal het de strijd met het buitenland niet overleven.”
Bronnengebruik

Universitair docent dr.ir. Adrienne van den Bogaard van Techniek, Bestuur en Management moedigt haar studenten al jaren aan om over de gevolgen van hun ontwerpen en hun vakgebied na te denken. Dat doet ze door veel te discussiëren tijdens haar colleges. “Hoe je het ook wendt of keert; er is altijd sprake van een maatschappij waar een product in functioneert. Techniek zonder maatschappelijke context bestaat niet”, zegt ze. In tegenstelling tot Monasso, Meijknecht en Vermeeren merkt zij niet dat haar studenten meer geïnteresseerd zijn in debatten. “De basismotivatie van studenten om te debatteren over de verwevenheid tussen techniek en maatschappij is laag. Studenten komen niet naar Delft om maatschappijvakken te volgen, maar om ingenieur te worden.”

Het verschilt per groep of een debat aanslaat, meent Van den Bogaard. “Vorig jaar gaf ik colleges over de vraag waarom in Delft weinig meisjes studeren. In de ene klas zaten twee meisjes en dat leverde een levendige discussie op. Doordat zij aanwezig waren, werd er serieus over nagedacht. In mijn andere klas zaten alleen maar jongens. Daar werden dingen gezegd als: ‘Het is terecht dat mannen meer verdienen dat vrouwen, want mannen zijn rationeel en vrouwen emotioneel. Rationaliteit is belangrijker dan emotionaliteit’. Toen had ik alle humor van de wereld nodig om een goede discussie uit te lokken.”

Dat werpt ook de vraag op of Delftenaren zich goed genoeg kunnen inleven en of hun kennis van maatschappelijke problemen groot genoeg is om erover te kunnen debatteren. “Het schriftelijke debat is natuurlijk heel belangrijk, dat bepaalt hoe goed studenten kunnen argumenteren”, zegt Van den Bogaard. “Het bronnengebruik is van fundamenteel belang. Maar als ik de bronnen controleer die mijn studenten opgeven bij hun papers, schrik ik soms. Vaak zijn het weblogs of obscure internetsites. Bronnenkritiek wordt vrijwel niet toegepast, dat probeer ik ze uiteraard bij te brengen. Want bronnenkritiek bepaalt juist hoe goed je kunt argumenteren. Anders is het moeilijk om cliché’s te vermijden. Dus lees ik regelmatig zinnen als: ‘Bedrijven willen winst maken, dus zoveel mogelijk geld verdienen’. Verder dan dit soort oppervlakkige redeneringen gaat de argumentatie soms niet.”

Twee jaar geleden was Van den Bogaard zelf het middelpunt van een verhit debat in Delft. Ze schreef een opiniestuk over onder meer de gebrekkige maatschappelijke kennis van haar studenten in NRC Handelsblad. “Dat heeft enorm veel stof doen opwaaien”, zegt ze terugblikkend. “Het leidde tot drie onderwijsdebatten, Delta stond wekenlang vol met discussies. Daar was ik blij mee. Het gaf aan dat het debat onder medewerkers en studenten leeft.”
Klassieke levensvragen

Naast debatten over maatschappelijke onderwerpen, bestaat in Delft sinds een paar jaar ook meer aandacht voor klassieke levensvragen. Momenteel wordt de christelijke debatvereniging Veritas opgericht. “Studenten kijken steeds meer naar vragen zoals wat, waar, goed en schoon”, zegt dr.ir. Jeroen de Ridder, voormalig promovendus van Techniek, Bestuur en Management en voorzitter van Veritas Delft. “Over deze onderwerpen kun je op een heel rationele manier praten, want ethiek en levensbeschouwing is niet alleen je persoonlijke voorkeur. Tijdens de meeste lessen aan de TU komen die zaken niet aan bod.” Juist omdat er aan de TU zo weinig ruimte is voor reflectie is er zoveel ruimte voor nieuwe debatverenigingen, menen Monasso en De Ridder. Studentenpastor Meijknecht meent echter dat je Delftse studenten juist niet moet leren debatteren. “Delftenaren debatteren misschien wat onhandig en ze kennen zeker niet alle retorische trucjes, maar dat vind ik juist goed. TU’ers komen veel meer tot de kern.”

Op 26 september laat Motiv daarom een oude vorm van debat weer herleven: de Socratische discussie. Daarin worden vragen gesteld, net zoals de wijsgeer Socrates deed in Athene. “Je moet bij TU’ers, in vergelijking met alfa’s, wat meer doorvragen, maar dan krijg je een heel eerlijk antwoord. Ze verschuilen zich niet, zoals veel alfa’s, gewiekst achter handigheidjes waardoor je nergens uitkomt. Juist de Delftse onbevangenheid in het debat is mooi. Dat is echt en het is zonde als we dat door debathandigheidjes kwijt raken.”

Woensdag 26 september houdt Motiv een Socratische discussie in het Cultureel Centrum. Het debat staat onder leiding van hoogleraar filosofie Michael Davis van het Illinois Institute of Technology. Delft Debatteert komt iedere eerste en derde woensdag van de maand samen. Op woensdag 19 september wordt een beginnerstraining gestart in het EWI-gebouw, aanvang 19.30 uur. Het team van Veritas Delft, dat dit jaar een groot debat wil organiseren, wordt op dit moment samengesteld. Belangstellenden kunnen zich opgeven via veritas.delft@gmail.com.

www.delftdebatteert.nl

(Illustratie: Floris Wiegerinck)

“Delftenaren kunnen niet debatteren”, stelt dr.ir Coen Vermeeren, hoofd van Studium Generale Delft. “Bij discussies na onze lezingen worden vaak heel slechte vragen gesteld. Delftenaren kunnen geen hoofd- en bijzaken onderscheiden en ze zoeken altijd lang naar woorden. Voor de vakantie organiseerden wij een debat bij het afscheid van decaan Ben Droste van Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek. Een heel laagdrempelig debat, maar tenenkrommend om naar te luisteren. Inhoudelijk weten Delftenaren heel goed waar het over gaat, maar ze kunnen niet goed ingaan op argumenten en ze luisteren niet goed. Retoriek kennen ze niet. Daarom organiseert Studium Generale vrijwel geen debatten meer.”

Hoog tijd dat daar wat aan gedaan wordt, dacht Vermeeren. Hij was daarom zeer verheugd toen student technische bestuurskunde Ton Monasso bij hem aanklopte. Monasso debatteert al van jongs af aan. De afgelopen jaren gaf hij trainingen aan studenten en richtte onder de paraplu van Studium Generale onlangs Delft Debatteert op.

“Veel Delftse studenten hebben een grote mond”, zegt Monasso. “In Delft heerst een machocultuur, het recht van de sterkste. Dat zorgt vaak voor problemen omdat studenten overal een mening over hebben, maar vaak in de leegte blaten en heel stellig zijn. Terwijl het er bij debatteren juist om gaat je eigen aannames kritisch tegen het licht te houden. Door hun houding debatteren TU’ers niet slim.”

Dat is zonde, want Delftenaren zijn bij uitstek bezig met onderwerpen die van maatschappelijk belang zijn, benadrukt Monasso. “Van het zoeken naar nieuwe energievormen tot aan de ontwikkeling van hypermoderne waterkeringen. Je kunt nog zulke goede plannen hebben, maar als je het niet aan leken of je baas of docent uit kunt leggen, wordt er niks mee gedaan. Het gaat niet om gelijk hebben, maar om gelijk krijgen. Het is daarom juist aan de TU, waar mensen zulke goede technische ideeën hebben, heel belangrijk om goed te kunnen debatteren.”
Glorietijd

Monasso onderschrijft de noodkreet van Vermeeren. “Het is niet voor niets dat TU-studenten in debatwedstrijden over kernenergie vrijwel altijd verliezen. Zij vertellen hoe je kernafval het beste op kan slaan, maar dat is niet het onderliggende probleem van kernenergie. Dat is de onveiligheid en onzekerheid. Alfa’s weten dat meestal veel beter aan te geven, die kennis is maatschappelijk relevant. Er zijn meer insteken dan alleen de technische en dat vergeten veel TU’ers. Debatteren dwingt je om de verschillende kanten van een onderwerp te zien. Dat zijn academische vaardigheden. Studenten hebben vaak de technische kennis al in huis en daar moeten ze hun voordeel mee doen tijdens het debat. Maar ze moeten ook de niet-technische aspecten leren zien.”

Monasso en Vermeeren vinden dat TU-ers eerst moeten leren hoe ze moeten debatteren, voordat ze het debat aangaan. Pas dan kan er een diepzinnige discussie ontstaan, waarin studenten elkaar niet alleen maar overschreeuwen. Dat studenten die kneepjes van het debatvak willen leren, staat volgens Monasso buiten kijf. Er is sprake van een trend, meent de student. “Er zijn dit jaar twee nieuwe debatverenigingen opgericht. Het Drostedebat werd goed bezocht, ook al viel op de kwaliteit veel af te dingen. Ook voor het jaarlijkse diesdebat is veel belangstelling. Tijdens de verkiezingen was er voor het eerst een groot verkiezingsdebat aan de TU, waarbij het auditorium goed gevuld was. Studieverenigingen organiseren veel debatten. Er is heel veel vraag en interesse.”

Het debat is dus terug in Delft. In de jaren zestig, de glorietijd van het debat, stonden onderwerpen als onderwijsvernieuwing en het dichten van de kloof tussen studenten en docenten hoog op de agenda. Daarna bleef het lange tijd stil. In de jaren tachtig en negentig verstomde het debat. “Wij werken in Delft letterlijk mee aan de veranderingen in de wereld. Dat nodigt uit tot reflectie, daarom leeft het debat”, zegt dr. Ton Meijknecht van Motiv, het voormalige studentenpastoraat. Hij werkt ruim dertig jaar bij de TU en organiseerde talrijke debatten. “Vroeger wist je dat je een nog sneller vliegtuig wilde maken of een zuinigere auto, maar tegenwoordig stellen mensen zich de vraag waar het in de wereld naartoe gaat. De oude traditie, waarin kerken, universiteiten en de politiek mensen vertelden hoe ze over zaken moeten nadenken, is verschrompeld. Nu zijn studenten en docenten in Delft vooral op zichzelf aangewezen en gaat het erom wat ze ergens zelf van vinden. Door te discussiëren komen ze dichter bij het antwoord.”

Populaire debatonderwerpen onder ingenieurs van vandaag de dag hebben daarom voornamelijk betrekking op de toekomst. “Duurzaamheid en globalisering zijn heel belangrijk, omdat Delftenaren daar direct bij betrokken zijn”, zegt Meijknecht. Monasso vult aan: “In China staan straks een heleboel ingenieurs klaar die ook heel goed dingen kunnen ontwerpen en bouwen. De TU Delft kan zich onderscheiden door studenten en medewerkers ook over de maatschappelijke problemen te laten nadenken en daar bij het ontwerpen op in te spelen. Als de TU ingenieurs met oogkleppen opleidt zal het de strijd met het buitenland niet overleven.”
Bronnengebruik

Universitair docent dr.ir. Adrienne van den Bogaard van Techniek, Bestuur en Management moedigt haar studenten al jaren aan om over de gevolgen van hun ontwerpen en hun vakgebied na te denken. Dat doet ze door veel te discussiëren tijdens haar colleges. “Hoe je het ook wendt of keert; er is altijd sprake van een maatschappij waar een product in functioneert. Techniek zonder maatschappelijke context bestaat niet”, zegt ze. In tegenstelling tot Monasso, Meijknecht en Vermeeren merkt zij niet dat haar studenten meer geïnteresseerd zijn in debatten. “De basismotivatie van studenten om te debatteren over de verwevenheid tussen techniek en maatschappij is laag. Studenten komen niet naar Delft om maatschappijvakken te volgen, maar om ingenieur te worden.”

Het verschilt per groep of een debat aanslaat, meent Van den Bogaard. “Vorig jaar gaf ik colleges over de vraag waarom in Delft weinig meisjes studeren. In de ene klas zaten twee meisjes en dat leverde een levendige discussie op. Doordat zij aanwezig waren, werd er serieus over nagedacht. In mijn andere klas zaten alleen maar jongens. Daar werden dingen gezegd als: ‘Het is terecht dat mannen meer verdienen dat vrouwen, want mannen zijn rationeel en vrouwen emotioneel. Rationaliteit is belangrijker dan emotionaliteit’. Toen had ik alle humor van de wereld nodig om een goede discussie uit te lokken.”

Dat werpt ook de vraag op of Delftenaren zich goed genoeg kunnen inleven en of hun kennis van maatschappelijke problemen groot genoeg is om erover te kunnen debatteren. “Het schriftelijke debat is natuurlijk heel belangrijk, dat bepaalt hoe goed studenten kunnen argumenteren”, zegt Van den Bogaard. “Het bronnengebruik is van fundamenteel belang. Maar als ik de bronnen controleer die mijn studenten opgeven bij hun papers, schrik ik soms. Vaak zijn het weblogs of obscure internetsites. Bronnenkritiek wordt vrijwel niet toegepast, dat probeer ik ze uiteraard bij te brengen. Want bronnenkritiek bepaalt juist hoe goed je kunt argumenteren. Anders is het moeilijk om cliché’s te vermijden. Dus lees ik regelmatig zinnen als: ‘Bedrijven willen winst maken, dus zoveel mogelijk geld verdienen’. Verder dan dit soort oppervlakkige redeneringen gaat de argumentatie soms niet.”

Twee jaar geleden was Van den Bogaard zelf het middelpunt van een verhit debat in Delft. Ze schreef een opiniestuk over onder meer de gebrekkige maatschappelijke kennis van haar studenten in NRC Handelsblad. “Dat heeft enorm veel stof doen opwaaien”, zegt ze terugblikkend. “Het leidde tot drie onderwijsdebatten, Delta stond wekenlang vol met discussies. Daar was ik blij mee. Het gaf aan dat het debat onder medewerkers en studenten leeft.”
Klassieke levensvragen

Naast debatten over maatschappelijke onderwerpen, bestaat in Delft sinds een paar jaar ook meer aandacht voor klassieke levensvragen. Momenteel wordt de christelijke debatvereniging Veritas opgericht. “Studenten kijken steeds meer naar vragen zoals wat, waar, goed en schoon”, zegt dr.ir. Jeroen de Ridder, voormalig promovendus van Techniek, Bestuur en Management en voorzitter van Veritas Delft. “Over deze onderwerpen kun je op een heel rationele manier praten, want ethiek en levensbeschouwing is niet alleen je persoonlijke voorkeur. Tijdens de meeste lessen aan de TU komen die zaken niet aan bod.” Juist omdat er aan de TU zo weinig ruimte is voor reflectie is er zoveel ruimte voor nieuwe debatverenigingen, menen Monasso en De Ridder. Studentenpastor Meijknecht meent echter dat je Delftse studenten juist niet moet leren debatteren. “Delftenaren debatteren misschien wat onhandig en ze kennen zeker niet alle retorische trucjes, maar dat vind ik juist goed. TU’ers komen veel meer tot de kern.”

Op 26 september laat Motiv daarom een oude vorm van debat weer herleven: de Socratische discussie. Daarin worden vragen gesteld, net zoals de wijsgeer Socrates deed in Athene. “Je moet bij TU’ers, in vergelijking met alfa’s, wat meer doorvragen, maar dan krijg je een heel eerlijk antwoord. Ze verschuilen zich niet, zoals veel alfa’s, gewiekst achter handigheidjes waardoor je nergens uitkomt. Juist de Delftse onbevangenheid in het debat is mooi. Dat is echt en het is zonde als we dat door debathandigheidjes kwijt raken.”

Woensdag 26 september houdt Motiv een Socratische discussie in het Cultureel Centrum. Het debat staat onder leiding van hoogleraar filosofie Michael Davis van het Illinois Institute of Technology. Delft Debatteert komt iedere eerste en derde woensdag van de maand samen. Op woensdag 19 september wordt een beginnerstraining gestart in het EWI-gebouw, aanvang 19.30 uur. Het team van Veritas Delft, dat dit jaar een groot debat wil organiseren, wordt op dit moment samengesteld. Belangstellenden kunnen zich opgeven via veritas.delft@gmail.com.

www.delftdebatteert.nl

(Illustratie: Floris Wiegerinck)

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.