Onderwijs

‘Onze snijbonenmolen is een statement’

Een beetje luchtvaart- en ruimtevaarttechniekstudent is niet vies van wilde plannen. Ook Wietse Ledengang (23) niet. Als het aan hem ligt, komt er naast het gebouw van Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek een enorme windturbine over de weg.

Vanwaar dit idee?

“Voor ons bachelorproject moesten mijn negen teamgenoten en ik ‘iets’ ontwerpen op, aan of om het faculteitsgebouw om windenergie op te wekken. 30 Procent van het energieverbruik van de faculteit moesten we kunnen leveren. We maakten alle tien een ontwerp. Van een standaard windturbine naast de faculteit tot een ronddraaiende zeppelin boven het gebouw. Uiteindelijk hebben we het ontwerp met een grote windturbine over de weg verder uitgewerkt. Tussen het bestaande faculteitsgebouw en nieuwe kantoren aan de andere kant van de weg, komt de windturbine. Loodrecht op de gemiddelde windrichting. Omdat hij in een gat in het gebouw wordt geplaatst, trekt hij extra lucht aan voor nog meer energie.”

Konden jullie gemakkelijk kiezen met z’n tienen?

“Ja, we hebben eerst de vijf beste concepten uitgekozen. Die hebben we in een enquête voorgelegd aan studenten en medewerkers van de TU Delft. Uit de meer dan 250 reacties bleek de variant met veel kleine windturbines op het dak populair, omdat deze oplossing bijna onzichtbaar is. Ons uiteindelijke ontwerp met de grote windturbine over de weg was het populairst. Men vond het mooi en innovatief.”

Waren er ook minder positieve reacties?

Lachend: “Er was iemand die het ontwerp in de enquête een grote snijbonenmolen noemde. Hij doelde waarschijnlijk op vogels die er doorheen zouden vliegen. Ik denk eigenlijk dat het aantal vogelslachtoffers wel mee zal vallen, omdat de turbine echt verwerkt zit in het gebouw. Verder was professor Plomp van Bouwkunde niet zo te spreken over de architectonische uitwerking van ons plan. Tja, wij zijn meer van het technische ontwerp, niet van de vormgeving. We hebben er wel rekening mee gehouden, maar er zou later meer aandacht aan besteed kunnen worden.”

Vind je het zelf mooi?

“Ja, ik zie het als een statement waarmee we laten zien dat we op L&R met duurzame windenergie en innovatie bezig zijn.”

Waarom zo nodig windenergie opwekken in de bebouwde omgeving? Is een weiland niet veel geschikter?

“Zelf ben ik voor windmolenparken op zee. Daar heeft niemand last van en er is veel wind. Maar windenergie opwekken in de bebouwde omgeving is zichtbaarder. Mensen worden zich dan hopelijk meer bewust van deze duurzame vorm van energie. En hoewel er in de stad wel minder wind is, kun je gebruik maken van de lucht die langs gebouwen harder stroomt. Je kent het vast, als je langs elektrotechniek fietst, dan waait het ineens een stuk harder.”

Professor Wubbo Ockels wilde toch vliegers op het dak plaatsen voor windenergie?

“Ja, we moesten er in ons ontwerp rekening mee houden dat experiment niet te verstoren.”

www.spaceforwind.nl

Vanwaar dit idee?

“Voor ons bachelorproject moesten mijn negen teamgenoten en ik ‘iets’ ontwerpen op, aan of om het faculteitsgebouw om windenergie op te wekken. 30 Procent van het energieverbruik van de faculteit moesten we kunnen leveren. We maakten alle tien een ontwerp. Van een standaard windturbine naast de faculteit tot een ronddraaiende zeppelin boven het gebouw. Uiteindelijk hebben we het ontwerp met een grote windturbine over de weg verder uitgewerkt. Tussen het bestaande faculteitsgebouw en nieuwe kantoren aan de andere kant van de weg, komt de windturbine. Loodrecht op de gemiddelde windrichting. Omdat hij in een gat in het gebouw wordt geplaatst, trekt hij extra lucht aan voor nog meer energie.”

Konden jullie gemakkelijk kiezen met z’n tienen?

“Ja, we hebben eerst de vijf beste concepten uitgekozen. Die hebben we in een enquête voorgelegd aan studenten en medewerkers van de TU Delft. Uit de meer dan 250 reacties bleek de variant met veel kleine windturbines op het dak populair, omdat deze oplossing bijna onzichtbaar is. Ons uiteindelijke ontwerp met de grote windturbine over de weg was het populairst. Men vond het mooi en innovatief.”

Waren er ook minder positieve reacties?

Lachend: “Er was iemand die het ontwerp in de enquête een grote snijbonenmolen noemde. Hij doelde waarschijnlijk op vogels die er doorheen zouden vliegen. Ik denk eigenlijk dat het aantal vogelslachtoffers wel mee zal vallen, omdat de turbine echt verwerkt zit in het gebouw. Verder was professor Plomp van Bouwkunde niet zo te spreken over de architectonische uitwerking van ons plan. Tja, wij zijn meer van het technische ontwerp, niet van de vormgeving. We hebben er wel rekening mee gehouden, maar er zou later meer aandacht aan besteed kunnen worden.”

Vind je het zelf mooi?

“Ja, ik zie het als een statement waarmee we laten zien dat we op L&R met duurzame windenergie en innovatie bezig zijn.”

Waarom zo nodig windenergie opwekken in de bebouwde omgeving? Is een weiland niet veel geschikter?

“Zelf ben ik voor windmolenparken op zee. Daar heeft niemand last van en er is veel wind. Maar windenergie opwekken in de bebouwde omgeving is zichtbaarder. Mensen worden zich dan hopelijk meer bewust van deze duurzame vorm van energie. En hoewel er in de stad wel minder wind is, kun je gebruik maken van de lucht die langs gebouwen harder stroomt. Je kent het vast, als je langs elektrotechniek fietst, dan waait het ineens een stuk harder.”

Professor Wubbo Ockels wilde toch vliegers op het dak plaatsen voor windenergie?

“Ja, we moesten er in ons ontwerp rekening mee houden dat experiment niet te verstoren.”

www.spaceforwind.nl

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.