Onderwijs

Elektrostudent helpt Ecuador internet op

Niet alleen prinses Maxima houdt zich bezig met microfinanciering, ook afstudeerder Tim Anten wil dit fenomeen meer kans geven door internet aan te leggen in een afgelegen gebied in Ecuador.

EWI-student Tim Anten legt voor zijn afstuderen internet aan in het gebied rond Riobamba. Hij en Jan Middelburg, een Rotterdamse student met wie hij samenwerkt, zijn net terug uit het gebied om het te verkennen en contacten te leggen. “Toen we daar over drassige wegen reden en af en toe een hutje tegenkwamen, vroegen we ons wel even af of we niet beter een asfalteermachine konden brengen dan internet”, zegt Anten.

Toch is er in het rurale gebied wel degelijk vraag naar internet. Namelijk voor het verstrekken van microfinancieringen. Mensen zonder eigen bezit kunnen bij een micro finance institute (MFI) een klein bedrag lenen als startkapitaal voor een bedrijfje. MFI’s hebben vestigingen in de kleine dorpen. Ze innen de afbetaling van de lening en begeleiden de klanten intensief. Dit kost veel reistijd, omdat klanten vaak ver van de lokale vestigingen wonen. Hierdoor zijn de transactiekosten relatief hoog, bijvoorbeeld vijftien dollar voor een lening van honderd dollar. De aanleg van internet kan de transactiekosten verlagen en tegelijk de informatie-uitwisseling tussen de lokale vestigingen en het MFI verbeteren.

“Informatie wordt nu rondgestuurd op usb-sticks via de post. Hierdoor is de informatie als hij op de bestemming aankomt vaak al twee weken oud. Echt veilig is het ook niet”, vertelt Anten. “De MFI’s willen aansluiten bij de ‘gangbare’ bankwereld, maar die eist vertrouwelijke omgang met klantgegevens.”

Deze zomer gaan Anten en Middelburg twee maanden naar Ecuador om een netwerk voor telecommunicatie aan te leggen. Het contact met de nationale telefoonmaatschappij, gelegd tijdens hun recente bezoek, komt bij de voorbereidingen goed van pas. Deze moet namelijk adsl aanleggen. “Dit kan op een paar trajecten. Op stukken waar geen adsl overheen kan, zenden we met masten naar een paar strategische plaatsen, zoals scholen, waar een internetaansluiting komt.”

Het is nog spannend of het lukt de telefoonmaatschappij over te halen om adsl op de daarvoor geschikte trajecten aan te leggen. Zo niet, dan moet het internet over een gewone telefoonlijn naar het gebied, wat veel langzamer is.

De apparatuur wordt deels betaald door de microfinancieringsbanken, zij krijgen immers lagere transactiekosten. Ook de ontwikkelingsorganisatie Oxfam Novib zegde deze week een bijdrage toe. “Als we toch internet aanleggen, kan het meteen andere doelen dienen”, vindt Anten. Zoals het mailen van prijzen voor landbouwgoederen, zodat de boeren weten wanneer ze het beste kunnen oogsten en welke prijs redelijk is. Of bellen. “Nu verdient een telecombedrijf dat gsm-masten in het gebied heeft goud geld aan iedereen die voor een dollar per minuut mobiel belt. Via internet kan dit veel goedkoper.”

EWI-student Tim Anten legt voor zijn afstuderen internet aan in het gebied rond Riobamba. Hij en Jan Middelburg, een Rotterdamse student met wie hij samenwerkt, zijn net terug uit het gebied om het te verkennen en contacten te leggen. “Toen we daar over drassige wegen reden en af en toe een hutje tegenkwamen, vroegen we ons wel even af of we niet beter een asfalteermachine konden brengen dan internet”, zegt Anten.

Toch is er in het rurale gebied wel degelijk vraag naar internet. Namelijk voor het verstrekken van microfinancieringen. Mensen zonder eigen bezit kunnen bij een micro finance institute (MFI) een klein bedrag lenen als startkapitaal voor een bedrijfje. MFI’s hebben vestigingen in de kleine dorpen. Ze innen de afbetaling van de lening en begeleiden de klanten intensief. Dit kost veel reistijd, omdat klanten vaak ver van de lokale vestigingen wonen. Hierdoor zijn de transactiekosten relatief hoog, bijvoorbeeld vijftien dollar voor een lening van honderd dollar. De aanleg van internet kan de transactiekosten verlagen en tegelijk de informatie-uitwisseling tussen de lokale vestigingen en het MFI verbeteren.

“Informatie wordt nu rondgestuurd op usb-sticks via de post. Hierdoor is de informatie als hij op de bestemming aankomt vaak al twee weken oud. Echt veilig is het ook niet”, vertelt Anten. “De MFI’s willen aansluiten bij de ‘gangbare’ bankwereld, maar die eist vertrouwelijke omgang met klantgegevens.”

Deze zomer gaan Anten en Middelburg twee maanden naar Ecuador om een netwerk voor telecommunicatie aan te leggen. Het contact met de nationale telefoonmaatschappij, gelegd tijdens hun recente bezoek, komt bij de voorbereidingen goed van pas. Deze moet namelijk adsl aanleggen. “Dit kan op een paar trajecten. Op stukken waar geen adsl overheen kan, zenden we met masten naar een paar strategische plaatsen, zoals scholen, waar een internetaansluiting komt.”

Het is nog spannend of het lukt de telefoonmaatschappij over te halen om adsl op de daarvoor geschikte trajecten aan te leggen. Zo niet, dan moet het internet over een gewone telefoonlijn naar het gebied, wat veel langzamer is.

De apparatuur wordt deels betaald door de microfinancieringsbanken, zij krijgen immers lagere transactiekosten. Ook de ontwikkelingsorganisatie Oxfam Novib zegde deze week een bijdrage toe. “Als we toch internet aanleggen, kan het meteen andere doelen dienen”, vindt Anten. Zoals het mailen van prijzen voor landbouwgoederen, zodat de boeren weten wanneer ze het beste kunnen oogsten en welke prijs redelijk is. Of bellen. “Nu verdient een telecombedrijf dat gsm-masten in het gebied heeft goud geld aan iedereen die voor een dollar per minuut mobiel belt. Via internet kan dit veel goedkoper.”

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.