Eén van de grootste en actiefste disputen in Delft, het waterbouwdispuut, bestaat 25 jaar. De studenten komen allang niet meer op de waterbouwkunde af uit fascinatie voor de Deltawerken. De nieuwe trekpleister is New Orleans.
Als medeoprichter van het waterbouwdispuut ir. Kees Bezuyen gevraagd wordt naar het verschil tussen waterbouwstudenten van nu en van 25 jaar geleden, begint hij te lachen. De al jaren gepensioneerde maar nog altijd bij waterbouwkunde werkzame docent loopt al vanaf het begin van de jaren zeventig rond op de faculteit die nu Civiele Techniek en Geowetenschappen heet.
In die tijd kwam het organiseren van excursies en andere activiteiten neer op de schouders van docenten. In 1981 maakte Bezuyen daar een einde aan met de oprichting van het waterbouwdispuut.
Bij dat dispuut zag de docent betrokken studenten aan de slag gaan, meer dan nu. Ja, als hij een verschil moet aangeven tussen toen en nu, dan is het de betrokkenheid. “Studenten hadden zich vroeger al helemaal ingelezen als we op excursie gingen. Nadien discussieerden we tijdens het eten nog uitgebreid verder. Daar hoef ik nu niet meer om te komen.”
Zijn de waterbouwkundestudenten dan luier geworden, of hebben ze het juist te druk? Bezuyen denkt dat de afgenomen betrokkenheid beter te verklaren is door de sterk veranderde opbouw van de studie. Toen kregen studenten in hun eerste jaar al waterbouw, nu pas in het derde.
Terwijl het waterbouwdispuut tegenwoordig juist probeert om bachelorstudenten mee te krijgen op excursie, vult de huidige voorzitter Jos Kuilboer aan. “Zij weten nog weinig van waterbouwkunde, we proberen ze juist enthousiast te krijgen.”
Op welk moment de interesse ook wordt aangewakkerd, de afstudeerrichting waterbouwkunde was en is populair onder civiel-studenten. Bezuyen denkt dat tegenwoordig bijna de helft kiest voor waterbouw. De vierdejaars student weet wel hoe dat komt. “Denk je aan civiel, dan denk je aan waterbouw.”
Bovendien is de waterbouwkunde ook nu de Deltawerken alweer wat jaren zijn afgerond erg actueel, vindt Kuilboer. Kijk maar naar New Orleans, naar de tsunami, naar de dreigende zeespiegelstijging. Niet voor niets allemaal onderwerpen die worden besproken in de lustrumweek van 24 tot en met 28 april.
Bezuyen herkent dat wel. “Vroeger waren de Deltawerken de grote trekpleister, nu is dat New Orleans.” Niet zo gek, vindt hij. “Als er een ramp is gebeurd, staan we er als waterbouwers altijd weer heel goed op. Dan komen overheden met geld en zien we het aantal studenten stijgen.”
Die studenten zijn meer dan vroeger geïnteresseerd in het buitenland. Volgens Kuilboer gaat bijna iedereen voor zijn vierdejaars project drie maanden naar het buitenland. Twee van de excursies die het waterbouwdispuut jaarlijks organiseert, hebben bovendien een buitenlandse bestemming. Van de Deltawerken bezoekt het dispuut alleen nog de kering in de Nieuwe Waterweg met enige regelmaat.
De Deltawerken zijn niet meer zo interessant om te bekijken nu ze eenmaal zijn gebouwd, verklaart Bezuyen. “Alleen de buitenlandse studenten willen er nog elk jaar heen.”
Ligt de toekomst van de huidige generatie studenten in het buitenland? Is er in Nederland geen werk dat dringend moet gebeuren? Bezuyen denkt van wel. “Met de bouw van de tweede Maasvlakte hebben we nieuwe waterwegen nodig of moeten de bestaande worden aangepast.”
Bovendien, denkt hij, ‘moeten we ons in Nederland niet veiliger wanen dan we zijn’. De zeespiegel stijgt, het land zakt, dus komen er grotere krachten op de dijken te staan. “We hebben zwakke plekken in de kustlijn, de duinen bij Monster bijvoorbeeld. Die moeten worden aangepakt, want nu is er niet meer dan een grote storm voor nodig om ze te laten breken. Alleen, er gebeurt niets. Moeten we hier op een ramp gaan zitten wachten?”
Bezuyen merkt dat waterbouwkundigen tegenwoordig net zo gewild zijn als ten tijde van de grote werken. En hoewel waterbouwkunde binnen de faculteit CiTG met een kleine tweehonderd studenten de grootste afstudeerrichting is, zijn er volgens hem nog te weinig scholieren die afkomen op dit specialisme. “De laatste dagen hebben we vier verzoeken van bedrijven gehad om afstudeerders te leveren, maar die hebben we niet.”
Het waterbouwdispuut is er intussen niet minder actief om. “We hebben nooit te klagen over aantallen leden en bestuurders”, zegt Kuilboer. Al moet hij toegeven dat een ledenvergadering al lang geen vijftig studenten meer trekt, zoals in de beginjaren.
Vorig jaar ging het nu jubilerende waterbouwdispuut op excursie naar China. Daar bekeken de studenten een sluis in de Yangtze-rivier, dichtbij de Drie Kloven Dam. Jos Kuilboer: “Uniek aan deze sluis is dat hij in één keer een verval van veertig meter heeft. Normaal wordt zo’n groot verschil over meerdere sluizen gemiddeld.” (Foto: Jos Kuilboer)
Als medeoprichter van het waterbouwdispuut ir. Kees Bezuyen gevraagd wordt naar het verschil tussen waterbouwstudenten van nu en van 25 jaar geleden, begint hij te lachen. De al jaren gepensioneerde maar nog altijd bij waterbouwkunde werkzame docent loopt al vanaf het begin van de jaren zeventig rond op de faculteit die nu Civiele Techniek en Geowetenschappen heet.
In die tijd kwam het organiseren van excursies en andere activiteiten neer op de schouders van docenten. In 1981 maakte Bezuyen daar een einde aan met de oprichting van het waterbouwdispuut.
Bij dat dispuut zag de docent betrokken studenten aan de slag gaan, meer dan nu. Ja, als hij een verschil moet aangeven tussen toen en nu, dan is het de betrokkenheid. “Studenten hadden zich vroeger al helemaal ingelezen als we op excursie gingen. Nadien discussieerden we tijdens het eten nog uitgebreid verder. Daar hoef ik nu niet meer om te komen.”
Zijn de waterbouwkundestudenten dan luier geworden, of hebben ze het juist te druk? Bezuyen denkt dat de afgenomen betrokkenheid beter te verklaren is door de sterk veranderde opbouw van de studie. Toen kregen studenten in hun eerste jaar al waterbouw, nu pas in het derde.
Terwijl het waterbouwdispuut tegenwoordig juist probeert om bachelorstudenten mee te krijgen op excursie, vult de huidige voorzitter Jos Kuilboer aan. “Zij weten nog weinig van waterbouwkunde, we proberen ze juist enthousiast te krijgen.”
Op welk moment de interesse ook wordt aangewakkerd, de afstudeerrichting waterbouwkunde was en is populair onder civiel-studenten. Bezuyen denkt dat tegenwoordig bijna de helft kiest voor waterbouw. De vierdejaars student weet wel hoe dat komt. “Denk je aan civiel, dan denk je aan waterbouw.”
Bovendien is de waterbouwkunde ook nu de Deltawerken alweer wat jaren zijn afgerond erg actueel, vindt Kuilboer. Kijk maar naar New Orleans, naar de tsunami, naar de dreigende zeespiegelstijging. Niet voor niets allemaal onderwerpen die worden besproken in de lustrumweek van 24 tot en met 28 april.
Bezuyen herkent dat wel. “Vroeger waren de Deltawerken de grote trekpleister, nu is dat New Orleans.” Niet zo gek, vindt hij. “Als er een ramp is gebeurd, staan we er als waterbouwers altijd weer heel goed op. Dan komen overheden met geld en zien we het aantal studenten stijgen.”
Die studenten zijn meer dan vroeger geïnteresseerd in het buitenland. Volgens Kuilboer gaat bijna iedereen voor zijn vierdejaars project drie maanden naar het buitenland. Twee van de excursies die het waterbouwdispuut jaarlijks organiseert, hebben bovendien een buitenlandse bestemming. Van de Deltawerken bezoekt het dispuut alleen nog de kering in de Nieuwe Waterweg met enige regelmaat.
De Deltawerken zijn niet meer zo interessant om te bekijken nu ze eenmaal zijn gebouwd, verklaart Bezuyen. “Alleen de buitenlandse studenten willen er nog elk jaar heen.”
Ligt de toekomst van de huidige generatie studenten in het buitenland? Is er in Nederland geen werk dat dringend moet gebeuren? Bezuyen denkt van wel. “Met de bouw van de tweede Maasvlakte hebben we nieuwe waterwegen nodig of moeten de bestaande worden aangepast.”
Bovendien, denkt hij, ‘moeten we ons in Nederland niet veiliger wanen dan we zijn’. De zeespiegel stijgt, het land zakt, dus komen er grotere krachten op de dijken te staan. “We hebben zwakke plekken in de kustlijn, de duinen bij Monster bijvoorbeeld. Die moeten worden aangepakt, want nu is er niet meer dan een grote storm voor nodig om ze te laten breken. Alleen, er gebeurt niets. Moeten we hier op een ramp gaan zitten wachten?”
Bezuyen merkt dat waterbouwkundigen tegenwoordig net zo gewild zijn als ten tijde van de grote werken. En hoewel waterbouwkunde binnen de faculteit CiTG met een kleine tweehonderd studenten de grootste afstudeerrichting is, zijn er volgens hem nog te weinig scholieren die afkomen op dit specialisme. “De laatste dagen hebben we vier verzoeken van bedrijven gehad om afstudeerders te leveren, maar die hebben we niet.”
Het waterbouwdispuut is er intussen niet minder actief om. “We hebben nooit te klagen over aantallen leden en bestuurders”, zegt Kuilboer. Al moet hij toegeven dat een ledenvergadering al lang geen vijftig studenten meer trekt, zoals in de beginjaren.
Vorig jaar ging het nu jubilerende waterbouwdispuut op excursie naar China. Daar bekeken de studenten een sluis in de Yangtze-rivier, dichtbij de Drie Kloven Dam. Jos Kuilboer: “Uniek aan deze sluis is dat hij in één keer een verval van veertig meter heeft. Normaal wordt zo’n groot verschil over meerdere sluizen gemiddeld.” (Foto: Jos Kuilboer)

Comments are closed.