De strijd om de zetelverdeling in de studentenraad is begonnen. Oras wil de huidige zes zetels behouden, AAG wil er een vijfde bij. Wie gaan er schuil achter deze onzekere zetels? En wie zijn de lijsttrekkers?
‘Ik kan er wakker van liggen’
Of hij in de studentenraad komt komend studiejaar is nog onzeker, maar nummer vijf van de kieslijst van AAG Joas van den Berg (22) wil zich sowieso inzetten voor de Delftse student. De derdejaars student technische bestuurskunde kan naar eigen zeggen niet anders.
Hij is iemand die sommige mensen een lastige en andere een betrokken burger zouden noemen. Hij organiseert feesten in zijn woonplaats Berkel en Rodenrijs, doet al jaren ontwikkelingswerk voor de World Servants-groep Berkel, en deinst er niet voor terug de gemeente Berkel en Rodenrijs aan te spreken op misstappen, zegt hij.
Nu vindt Van den Berg het tijd zich meer op Delft te richten. Het liefst als lid van de studentenraad, en anders bij zijn studievereniging Curius of in de collegeresponsiegroep.
Wat zou de Delftse student missen als AAG net als dit studiejaar blijft steken op vier zetels en Van den Berg niet in de studentenraad komt? “Iemand die vanuit eigen ervaring meepraat over het belang van niet alleen maar met je studie bezig zijn.” Want dat is volgens hem een belangrijk punt waarvoor AAG zich sterk maakt: de vrijheid van studenten om zich te ontplooien.
Van den Berg is zich ervan bewust dat zijn zetel degene is waarvoor zijn fractie en hijzelf strijd moeten leveren. ‘Altijd blijven lachen’ is zijn credo bij die strijd, die gevoerd wordt op posters, flyers, websites, spandoeken, in collegezalen en tijdens borrels. Naast ‘gaan stemmen is bijna beter dan stemmen op AAG’. Want ‘al stem je blanco, dan laat je toch zien dat je betrokken bent’, vindt de student.
Komt hij wel in de sr, dan zal hij er helemaal voor gaan, verzekert Van den Berg. “Als ik me ergens voor inzet, laat ik niet los en kan ik er zelfs wakker van liggen. Is het afgesloten, dan rol ik zo weer ergens anders in.”
Hekkensluiter van AAG, Joas van den Berg.
‘De één fietst door, de ander stopt’
Zijn eerste voorbereidende collegepraatje ‘zoog aan alle kanten’, maar inmiddels gaat het verkopen van zijn standpunten AAG-lijsttrekker Xavier Gautier (21) behoorlijk af. Goed onderwijs dat niet mag toegeven aan normverlaging, didactische vaardigheden die docenten in staat moeten stellen studenten te motiveren – hij schudt de standpunten van AAG al aardig uit de mouw, maanden voordat hij in september als fractievoorzitter aan de bak moet en hij echt klaar is met de inhoudelijke voorbereiding op dat werk.
‘Ergens in maart’ belde de huidige AAG-fractie hem met de vraag of hij op de kieslijst wilde staan. “Ik heb er een weekend over nagedacht en toen ja gezegd.” Gautier denkt dat AAG hem had gespot in de collegeresponsiecommissie. Vanuit dat werk besloot hij het aanbod aan te nemen. “Daar merk je dat je niet alles kunt regelen, in de studentenraad kun je meer betekenen.”
Zo zou hij de ‘mompelende wiskundeleraar die met zijn rug naar zijn studenten op het bord staat te schrijven’ graag zien verdwijnen. Gautier heeft er alle vertrouwen in dat zelfs de meest ongeïnspireerde persoon kan leren op een interessante manier les te geven. “Je kunt didactische vaardigheden uitleggen. Zelf moest ik het ook leren mijn verhaal over te brengen.”
Dat komt goed uit, want de campagne voor de verkiezingen is inmiddels begonnen. Dat betekent dat Gautier constant zijn mening moet verkondigen. “We willen zo veel mogelijk mensen bereiken”, vertelt hij. “Want als er maar weinig mensen stemmen, hebben we bij het college van bestuur minder voet tussen de deur.” De studenten reageren wisselend op zijn campagne, heeft hij gemerkt tijdens het flyeren. “De één fietst hard door, de ander stopt toch even.”
De meeste studenten zien volgens Gautier het nut van stemmen wel in. “Ik vind dat je niks over het onderwijs mag zeggen, als je niet hebt gestemd.”
AAG-lijsttrekker Xavier Gautier.
‘Ik wil me aan beloftes houden’
Twintig jaar oud en helemaal klaar voor het voorzitterschap van de Oras-fractie. Tweedejaars studente civiele techniek Suze Ann Bakker vindt het zelf niet vreemd. “Het gaat niet om leeftijd, maar om ervaring.”
Die heeft Bakker inderdaad. Ze zat en zit in zowel de eerste- als de tweedejaars onderwijscommissies en vertrok na haar middelbare school een jaar naar Mexico om daar Engelse les te geven. Ook geeft ze als assistent-docent examencursussen in Leiden.
Voor Bakker was de keuze voor Oras geen moeilijke. “Oras heeft al dertig jaar een manier van werken, met veel overleg, die veel bereikt. Het is bovendien een initiatiefrijke partij, die bijvoorbeeld heeft gezorgd voor de ‘witte week’ voor kerst.” En zo kan Bakker nog wel meer wapenfeiten opnoemen.
Maar wat bij verkiezingen vooral belangrijk is, is de toekomst. Bakker zegt zich altijd te ergeren aan politici die beloftes niet nakomen. “Dat doet Oras wel en die trend wil ik voortzetten.”
Naast Delftse onderwerpen als betere studieplekken en aandacht voor de didactische vaardigheden van docenten, staat de landelijk politiek hoog op haar agenda. “Rutte heeft zijn studiefinancieringsplannen al aangepast, zodat studenten langer kunnen studeren. Maar hij heeft nog geen uitzondering gemaakt voor mensen die een tweede of derde studie doen of die de verkeerde studie hebben gekozen. Daar willen we via het Interstedelijk Studenten Overleg, waarvan Oras een belangrijk onderdeel uitmaakt, iets aan doen.”
Waarom wil Bakker in de studentenraad? “De TU is mijn universiteit, ik studeer er graag en ik wil me inzetten voor de studenten.” Oras gaat volgens haar voor een bestendiging van het huidige aantal zetels: zes.
De studente denkt dat de opkomst voor de verkiezingen dit jaar fors omhoog kan. “Ik streef naar een opkomst van ruim boven de veertig, misschien wel vijftig procent. Studenten weten nu immers wat digitaal stemmen is.”
Oras-voorzitter Suze Ann Bakker.
‘We zitten een jaar op elkaars lip’
Waar andere studenten misschien van gruwen, noemt Anne Dijkstra (20), nummer zes op de kieslijst van Oras, ‘leuk’: zich een jaar lang bezighouden met het beleid van de TU.
De derdejaars studente civiele techniek is als het aan AAG ligt op zijn minst onzeker over haar zetel in de raad, maar van onzekerheid is bij haar geen sprake. “Het lijkt me sterk dat we niet weer zes zetels binnenhalen”, zegt ze. “En zo niet, dan ga ik weer lekker studeren, al zou dat wel heel jammer zijn.”
Waarom zou dat ook voor de Delftse studenten jammer zijn? “Ik ben een goede voor in de sr”, zegt Dijkstra. “Ik kan goed samenwerken en heb ervaring met commissiewerk. Bovendien heb ik hard meegedacht over de punten die op onze lijst staan.”
Zelf maakt Dijkstra zich vooral druk over het gebrek aan studieplekken, dat Oras heeft geconstateerd. “Ik heb me daar bij civiele techniek aan geërgerd, maar het speelt bij veel faculteiten. Daarom denk ik dat je dit probleem moet aankaarten bij het college van bestuur. Een studie kan inhoudelijk wel goed zijn, maar als studenten geen studieplek hebben, of slecht tentamenmeubilair, dan gaat dat ten koste van hun prestaties.”
Dijkstra denkt dat er veel te verbeteren valt aan de TU, maar wil zichzelf niet meteen idealistisch noemen. “Je kunt wel een ideaalbeeld hebben, maar dat kun je toch niet in één jaar bereiken. Het lijkt me leuk om initiatief te tonen en om daarna te zien dat dat idee echt wordt uitgevoerd.”
Dijkstra denkt veel te kunnen leren in de studentenraad. “We zitten als fractie straks een jaar lang op elkaars lip. Het lijkt me leuk om te zien hoe dat werkt.” Ook van de vele vergaderingen die haar te wachten staan, denkt ze veel op te kunnen steken. “Het goed verwoorden van je mening bijvoorbeeld.”
Anne Dijkstra, de nummer zes van Oras (Foto’s: Sam Rentmeester/FMAX)
‘Ik kan er wakker van liggen’
Of hij in de studentenraad komt komend studiejaar is nog onzeker, maar nummer vijf van de kieslijst van AAG Joas van den Berg (22) wil zich sowieso inzetten voor de Delftse student. De derdejaars student technische bestuurskunde kan naar eigen zeggen niet anders.
Hij is iemand die sommige mensen een lastige en andere een betrokken burger zouden noemen. Hij organiseert feesten in zijn woonplaats Berkel en Rodenrijs, doet al jaren ontwikkelingswerk voor de World Servants-groep Berkel, en deinst er niet voor terug de gemeente Berkel en Rodenrijs aan te spreken op misstappen, zegt hij.
Nu vindt Van den Berg het tijd zich meer op Delft te richten. Het liefst als lid van de studentenraad, en anders bij zijn studievereniging Curius of in de collegeresponsiegroep.
Wat zou de Delftse student missen als AAG net als dit studiejaar blijft steken op vier zetels en Van den Berg niet in de studentenraad komt? “Iemand die vanuit eigen ervaring meepraat over het belang van niet alleen maar met je studie bezig zijn.” Want dat is volgens hem een belangrijk punt waarvoor AAG zich sterk maakt: de vrijheid van studenten om zich te ontplooien.
Van den Berg is zich ervan bewust dat zijn zetel degene is waarvoor zijn fractie en hijzelf strijd moeten leveren. ‘Altijd blijven lachen’ is zijn credo bij die strijd, die gevoerd wordt op posters, flyers, websites, spandoeken, in collegezalen en tijdens borrels. Naast ‘gaan stemmen is bijna beter dan stemmen op AAG’. Want ‘al stem je blanco, dan laat je toch zien dat je betrokken bent’, vindt de student.
Komt hij wel in de sr, dan zal hij er helemaal voor gaan, verzekert Van den Berg. “Als ik me ergens voor inzet, laat ik niet los en kan ik er zelfs wakker van liggen. Is het afgesloten, dan rol ik zo weer ergens anders in.”
Hekkensluiter van AAG, Joas van den Berg.
‘De één fietst door, de ander stopt’
Zijn eerste voorbereidende collegepraatje ‘zoog aan alle kanten’, maar inmiddels gaat het verkopen van zijn standpunten AAG-lijsttrekker Xavier Gautier (21) behoorlijk af. Goed onderwijs dat niet mag toegeven aan normverlaging, didactische vaardigheden die docenten in staat moeten stellen studenten te motiveren – hij schudt de standpunten van AAG al aardig uit de mouw, maanden voordat hij in september als fractievoorzitter aan de bak moet en hij echt klaar is met de inhoudelijke voorbereiding op dat werk.
‘Ergens in maart’ belde de huidige AAG-fractie hem met de vraag of hij op de kieslijst wilde staan. “Ik heb er een weekend over nagedacht en toen ja gezegd.” Gautier denkt dat AAG hem had gespot in de collegeresponsiecommissie. Vanuit dat werk besloot hij het aanbod aan te nemen. “Daar merk je dat je niet alles kunt regelen, in de studentenraad kun je meer betekenen.”
Zo zou hij de ‘mompelende wiskundeleraar die met zijn rug naar zijn studenten op het bord staat te schrijven’ graag zien verdwijnen. Gautier heeft er alle vertrouwen in dat zelfs de meest ongeïnspireerde persoon kan leren op een interessante manier les te geven. “Je kunt didactische vaardigheden uitleggen. Zelf moest ik het ook leren mijn verhaal over te brengen.”
Dat komt goed uit, want de campagne voor de verkiezingen is inmiddels begonnen. Dat betekent dat Gautier constant zijn mening moet verkondigen. “We willen zo veel mogelijk mensen bereiken”, vertelt hij. “Want als er maar weinig mensen stemmen, hebben we bij het college van bestuur minder voet tussen de deur.” De studenten reageren wisselend op zijn campagne, heeft hij gemerkt tijdens het flyeren. “De één fietst hard door, de ander stopt toch even.”
De meeste studenten zien volgens Gautier het nut van stemmen wel in. “Ik vind dat je niks over het onderwijs mag zeggen, als je niet hebt gestemd.”
AAG-lijsttrekker Xavier Gautier.
‘Ik wil me aan beloftes houden’
Twintig jaar oud en helemaal klaar voor het voorzitterschap van de Oras-fractie. Tweedejaars studente civiele techniek Suze Ann Bakker vindt het zelf niet vreemd. “Het gaat niet om leeftijd, maar om ervaring.”
Die heeft Bakker inderdaad. Ze zat en zit in zowel de eerste- als de tweedejaars onderwijscommissies en vertrok na haar middelbare school een jaar naar Mexico om daar Engelse les te geven. Ook geeft ze als assistent-docent examencursussen in Leiden.
Voor Bakker was de keuze voor Oras geen moeilijke. “Oras heeft al dertig jaar een manier van werken, met veel overleg, die veel bereikt. Het is bovendien een initiatiefrijke partij, die bijvoorbeeld heeft gezorgd voor de ‘witte week’ voor kerst.” En zo kan Bakker nog wel meer wapenfeiten opnoemen.
Maar wat bij verkiezingen vooral belangrijk is, is de toekomst. Bakker zegt zich altijd te ergeren aan politici die beloftes niet nakomen. “Dat doet Oras wel en die trend wil ik voortzetten.”
Naast Delftse onderwerpen als betere studieplekken en aandacht voor de didactische vaardigheden van docenten, staat de landelijk politiek hoog op haar agenda. “Rutte heeft zijn studiefinancieringsplannen al aangepast, zodat studenten langer kunnen studeren. Maar hij heeft nog geen uitzondering gemaakt voor mensen die een tweede of derde studie doen of die de verkeerde studie hebben gekozen. Daar willen we via het Interstedelijk Studenten Overleg, waarvan Oras een belangrijk onderdeel uitmaakt, iets aan doen.”
Waarom wil Bakker in de studentenraad? “De TU is mijn universiteit, ik studeer er graag en ik wil me inzetten voor de studenten.” Oras gaat volgens haar voor een bestendiging van het huidige aantal zetels: zes.
De studente denkt dat de opkomst voor de verkiezingen dit jaar fors omhoog kan. “Ik streef naar een opkomst van ruim boven de veertig, misschien wel vijftig procent. Studenten weten nu immers wat digitaal stemmen is.”
Oras-voorzitter Suze Ann Bakker.
‘We zitten een jaar op elkaars lip’
Waar andere studenten misschien van gruwen, noemt Anne Dijkstra (20), nummer zes op de kieslijst van Oras, ‘leuk’: zich een jaar lang bezighouden met het beleid van de TU.
De derdejaars studente civiele techniek is als het aan AAG ligt op zijn minst onzeker over haar zetel in de raad, maar van onzekerheid is bij haar geen sprake. “Het lijkt me sterk dat we niet weer zes zetels binnenhalen”, zegt ze. “En zo niet, dan ga ik weer lekker studeren, al zou dat wel heel jammer zijn.”
Waarom zou dat ook voor de Delftse studenten jammer zijn? “Ik ben een goede voor in de sr”, zegt Dijkstra. “Ik kan goed samenwerken en heb ervaring met commissiewerk. Bovendien heb ik hard meegedacht over de punten die op onze lijst staan.”
Zelf maakt Dijkstra zich vooral druk over het gebrek aan studieplekken, dat Oras heeft geconstateerd. “Ik heb me daar bij civiele techniek aan geërgerd, maar het speelt bij veel faculteiten. Daarom denk ik dat je dit probleem moet aankaarten bij het college van bestuur. Een studie kan inhoudelijk wel goed zijn, maar als studenten geen studieplek hebben, of slecht tentamenmeubilair, dan gaat dat ten koste van hun prestaties.”
Dijkstra denkt dat er veel te verbeteren valt aan de TU, maar wil zichzelf niet meteen idealistisch noemen. “Je kunt wel een ideaalbeeld hebben, maar dat kun je toch niet in één jaar bereiken. Het lijkt me leuk om initiatief te tonen en om daarna te zien dat dat idee echt wordt uitgevoerd.”
Dijkstra denkt veel te kunnen leren in de studentenraad. “We zitten als fractie straks een jaar lang op elkaars lip. Het lijkt me leuk om te zien hoe dat werkt.” Ook van de vele vergaderingen die haar te wachten staan, denkt ze veel op te kunnen steken. “Het goed verwoorden van je mening bijvoorbeeld.”
Anne Dijkstra, de nummer zes van Oras (Foto’s: Sam Rentmeester/FMAX)
Comments are closed.