Onderwijs

Ruttes ratrace kan beginnen

Snel studerende studenten in een goed georganiseerd hoger onderwijs. Staatssecretaris Rutte liet de afgelopen maanden bij herhaling weten dat dit zijn uitgangspunt is bij het nieuwe bekostigingsmodel.

Op vrijdag 29 oktober 2004 kreeg de bewindsman groen licht van het kabinet. Als ook de Tweede Kamer akkoord gaat, kan de ratrace in het hoger onderwijs in 2007 beginnen.

Zoals het een VVD’er betaamt, gelooft Rutte heilig in marktwerking. Net als zijn voorgangers Nijs en Hermans ziet hij weinig in langetermijnbekostiging. In het flexibele financieringsmodel dat hij voorstaat, wordt een instelling afgerekend op het aantal leerrechten dat studenten er verbruiken. Die leerrechten zijn te verzilveren in hele jaren, en niet . zoals eerder de bedoeling was . in halve jaren. Dat was volgens het ministerie iets te ambitieus, en strookte niet goed met de bestaande onderwijsprogramma’s. Dit had een snelle invoering van vraaggestuurde bekostiging wellicht in de weg gestaan.

Het effect van Ruttes bekostigingsmodel is daardoor iets minder radicaal, maar blijft in principe hetzelfde: universiteiten en hogescholen die geen inspirerend onderwijs aanbieden, hun faciliteiten of hun docentencorps niet op orde hebben, raken na een jaar hun studenten kwijt, inclusief de bekostiging die zij inbrengen. Opleidingen moeten het onderwijstraject van de student daarom als een haas gaan effenen. Inhoudelijk moet alles in orde zijn, maar ook de bouwstenen waaruit een opleiding bestaat moeten naadloos op elkaar aansluiten.

De student heeft namelijk haast, want lanterfanten wordt duur. Toch heeft Rutte ook hier wat water bij de wijn gedaan. Bachelorstudenten mogen voortaan een jaar langer over hun opleiding doen, en de masterstudenten krijgen er nog eens zes maanden uitloop bij. Aanvankelijk wilde Rutte studenten in totaal maar één jaar respijt te geven. Het ministerie heeft het halve jaar extra bewust aan de masterfase gekoppeld, in de hoop dat trage bachelors alsnog naar de masters doorstromen.

De kans dat de Tweede Kamer de voorstellen van Rutte klakkeloos overneemt, lijkt klein. Wie kritisch naar het plan kijkt, ziet immers nogal wat risico’s. Instellingen die voor iedere student de concurrentie moeten aangaan, zouden er bijvoorbeeld voor kunnen kiezen om veel geld in mediacampagnes te steken. Ook zouden ze kunnen proberen om topdocenten weg te halen bij de concurrent, en zo een transfermarkt creëren die eerder bij de voetballerij past. Dergelijke neveneffecten van vraagbekostiging zouden de kwaliteit van het hoger onderwijs als geheel niet ten goed komen.

Daarnaast moet gevreesd worden voor het juridiserende effect van het leerrechtensysteem. Studenten die averij oplopen tijdens een studiejaar, zullen niet aarzelen naar de rechter te stappen als de opleiding faalt.

Als Rutte zijn plannen met succes wil verdedigen, zal hij op dit soort vragen een antwoord moeten vinden. Een halfjaar extra studietijd in de masterfase is waarschijnlijk niet voldoende om alle twijfels weg te nemen.

Op vrijdag 29 oktober 2004 kreeg de bewindsman groen licht van het kabinet. Als ook de Tweede Kamer akkoord gaat, kan de ratrace in het hoger onderwijs in 2007 beginnen.

Zoals het een VVD’er betaamt, gelooft Rutte heilig in marktwerking. Net als zijn voorgangers Nijs en Hermans ziet hij weinig in langetermijnbekostiging. In het flexibele financieringsmodel dat hij voorstaat, wordt een instelling afgerekend op het aantal leerrechten dat studenten er verbruiken. Die leerrechten zijn te verzilveren in hele jaren, en niet . zoals eerder de bedoeling was . in halve jaren. Dat was volgens het ministerie iets te ambitieus, en strookte niet goed met de bestaande onderwijsprogramma’s. Dit had een snelle invoering van vraaggestuurde bekostiging wellicht in de weg gestaan.

Het effect van Ruttes bekostigingsmodel is daardoor iets minder radicaal, maar blijft in principe hetzelfde: universiteiten en hogescholen die geen inspirerend onderwijs aanbieden, hun faciliteiten of hun docentencorps niet op orde hebben, raken na een jaar hun studenten kwijt, inclusief de bekostiging die zij inbrengen. Opleidingen moeten het onderwijstraject van de student daarom als een haas gaan effenen. Inhoudelijk moet alles in orde zijn, maar ook de bouwstenen waaruit een opleiding bestaat moeten naadloos op elkaar aansluiten.

De student heeft namelijk haast, want lanterfanten wordt duur. Toch heeft Rutte ook hier wat water bij de wijn gedaan. Bachelorstudenten mogen voortaan een jaar langer over hun opleiding doen, en de masterstudenten krijgen er nog eens zes maanden uitloop bij. Aanvankelijk wilde Rutte studenten in totaal maar één jaar respijt te geven. Het ministerie heeft het halve jaar extra bewust aan de masterfase gekoppeld, in de hoop dat trage bachelors alsnog naar de masters doorstromen.

De kans dat de Tweede Kamer de voorstellen van Rutte klakkeloos overneemt, lijkt klein. Wie kritisch naar het plan kijkt, ziet immers nogal wat risico’s. Instellingen die voor iedere student de concurrentie moeten aangaan, zouden er bijvoorbeeld voor kunnen kiezen om veel geld in mediacampagnes te steken. Ook zouden ze kunnen proberen om topdocenten weg te halen bij de concurrent, en zo een transfermarkt creëren die eerder bij de voetballerij past. Dergelijke neveneffecten van vraagbekostiging zouden de kwaliteit van het hoger onderwijs als geheel niet ten goed komen.

Daarnaast moet gevreesd worden voor het juridiserende effect van het leerrechtensysteem. Studenten die averij oplopen tijdens een studiejaar, zullen niet aarzelen naar de rechter te stappen als de opleiding faalt.

Als Rutte zijn plannen met succes wil verdedigen, zal hij op dit soort vragen een antwoord moeten vinden. Een halfjaar extra studietijd in de masterfase is waarschijnlijk niet voldoende om alle twijfels weg te nemen.

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.