Het onderwijs aan de TU heeft stroomlijning nodig. Het studiehuis zorgt ervoor dat een nieuw type scholier de universiteit betreedt, de rendementen van de opleiding moeten omhoog en het bedrijfsleven stelt ook andere eisen.
Wat kunnen we de scholieren voorzetten? Een simpele vraag waar je gerust een paar commissies hun tanden op kunt laten stukbijten. De propedeuse is een precaire zaak, het scharnierpunt tussen school en academie. Als de lespakketten op de middelbare school veranderen, is het aan de propedeuse om dat op te vangen, zodat de academische vorming, die ergens in het tweede jaar begint, geen concessies hoeft te doen.
De nieuwe generaties eerstejaars komen aan met profielen in plaats van vakkenpakketten. Voor de TU-studies zijn twee profielen mogelijk: Natuur & Techniek en Natuur & Gezondheid. De hoeveelheid zware bèta-vakken in beide profielen verschilt aanzienlijk en dat baart zorgen. ,,Voor onze faculteit zijn de mensen met interesse in Natuur & Gezondheid een belangrijke markt”, vertelt biotechnoloog prof.dr. J.G. Kuenen. ,,Alleen, omdat de profielen dwangmatig sterk gescheiden zijn, moeten die mensen een forse achterstand inlopen – dat wil zeggen, als ze geen andere vakken erbij hebben gedaan.”
De uniformiteit van de instroom neemt dus af, terwijl de overgebleven wiskunde in het vwo verder uitgekleed is. De vernieuwde propedeuse zal dus onherroepelijk ‘lichter’ worden en dat leidt weer tot klachten van de oude garde, die vindt dat de degelijkheid van de ingenieur op het spel staat. De buitenwacht vindt die houding doorgaans te arrogant. Als alles verandert, moet de TU gewoon meedoen.
Marginaal
Een prominent onderdeel van de onderwijsplannen van rector magnificus Wakker is het opdelen van de propedeuse in een instellingspakket, een clusterpakket en een opleidingspakket. Grofweg komt dit erop neer dat twintig procent van de vakken in de propedeuse voor alle studenten aan de TU hetzelfde is, terwijl nog eens veertig procent gelijk is voor een aantal studierichtingen samen (meestal binnen een faculteit). De rest verschilt per studie.
In feite is dit een compromis. Ooit was de gedachte dat de propedeuse aan de hele TU hetzelfde zou moeten zijn. ,,Dat heb ik nooit begrepen”, zegt prof.dr.ir. A. Verruijt, hoogleraar grondmechanica. ,,Men zei altijd: dan is het makkelijker om te switchen. Maar als de propedeuse overal hetzelfde is, weten de studenten nog helemaal niet wat ze studeren, dus hebben ze ook geen reden om te switchen.”
,,Ze studeren ingenieurskunde”, repliceert prof.dr.ir. P. Dewilde, een van degenen die gelooft in een algemene propedeuse voor de hele TU. ,,Scholieren hebben eigenlijk te weinig informatie op het moment dat ze kiezen. Na een jaar aan de TU kunnen ze dat veel beter doen. Bovendien kun je in zo’n jaar een goede basis leggen voor een brede ingenieur”, aldus Dewilde, die beseft dat hij een verloren strijd strijdt.
,,Met het instellingspakket kan ik goed leven, als studenten ook meteen in de eerste week een goed beeld krijgen van de studie waarvoor ze gekozen hebben”, vervolgt Verruijt zijn redenering. ,,Dat clusterpakket, daar ben ik niet zo kapot van. Een beetje geologie en landmeten lijkt me goed voor civielers, maar dat is marginaal ten opzichte van wat mijnbouwers en geodeten moeten weten.”
Dogma
Verruijt ziet dus niet genoeg overlap tussen de studies in zijn cluster om veertig procent van de eerstejaarsvakken samen te doen. Elders ligt dat anders. Decaan prof.dr.ir. J. van Katwijk van ITS ziet wel mogelijkheden om elektrotechnici, wiskundigen en informatici meer samen te laten optrekken, bijvoorbeeld door hen gezamenlijk practica te laten lopen. ,,Ik denk dat het meerwaarde heeft als je studenten uit verschillende populaties bij elkaar zet, zodat ze leren over de grenzen van hun vakgebied te kijken”, aldus Van Katwijk. ,,Maar het moet geen dogma worden.”
Ook Kuenen ziet binnen zijn faculteit wel mogelijkheden tot meer samenwerking. Er wordt serieus gewerkt aan een gezamenlijke propedeuse voor alle drie de studierichtingen (een vierde, biotechnologie, is in oprichting). De inhoud moet wel precies uitgebalanceerd zijn: ,,In veel gevallen is de gulden middenweg voor niemand interessant. Dat is dus niet wat je moet hebben. De voorbeelden moeten per richting anders zijn – dat geldt ook voor het instellingspakket. Biotechnologen zullen niet erg gemotiveerd zijn om zomaar een elektrisch circuit door te rekenen, hoewel ze natuurlijk wel moeten weten wat dat is.”
Mede om die laatste reden riep de Adviesraad voor Technologiebeleid Delft (ARTD) vorig jaar op tot een instellingspakket dat verder reikt dan de propedeuse. Tijdens hun hele studie moeten Delftse studenten min of meer gedwongen worden de breedte te zoeken. Wakker, ter illustratie: ,,Iedereen moet iets van de relativiteitstheorie weten, al is die volstrekt niet van belang voor het ontwerpen van een brug.”
Theorema
De twintig procent van het instellingspakket in de propedeuse bestaat voor een groot deel uit wiskunde. ,,In essentie is de inhoud van de vakken analyse in lineaire algebra niet veranderd sinds 1974”, vertelt prof.dr. J.M. Aarts. Hij trekt ‘Alapak 2000’, het project dat het wiskundige deel van het instellingspakket vorm moet geven. ,,Bij wiskunde en werktuigbouw zijn we aan het proefdraaien met analyse. Volgend jaar gaan we dat doen met lineaire algebra.”
Aarts keek onder andere naar aansluiting bij het vwo, het studiehuis en de studeerbaarheid. Hij kwam tot de conclusie dat vooral het klassieke rekenwerk overbodig is geworden door de komst van software als Mathematica en Maple. Studenten moeten vooral inzicht verwerven, maar hoeven niet meer in staat te zijn alle theorema’s te bewijzen (tenzij ze wiskunde studeren, natuurlijk). Studenten leren dus minder wiskunde in de propedeuse maar komen op hetzelfde niveau uit, omdat degaten door de computer gevuld worden. Althans, als het allemaal loopt zoals gehoopt.
Rest nog één puntje: Bouwkunde. Onderwijsdirecteur prof.ir. C.J.M. Weeber ontkent met klem dat zijn faculteit een vreemde eend in de bijt is, maar erkent wel dat bouko’s minder behoefte hebben aan wiskunde. Weeber: ,,Ik ben niet tegen een TU-brede propedeuse, maar dan moet het wel een echt brede propedeuse zijn. Bouwkunde heeft daarom een brief gestuurd aan Wakker om ook economie, recht en milieu op te nemen in het instellingspakket. Dat pakket zou ook wat keuzemogelijkheden moeten bevatten. Je moet Alapak niet opleggen.”
En dat opent ineens weer hele nieuwe perspectieven: een pool van vakken waar de eerstejaars uit kan kiezen. Degenen die precies weten wat ze willen nemen meer specifieke vakken, terwijl de twijfelaars een algemeen pakket samenstellen waarmee ze na een jaar alsnog bij iedere studie terecht kunnen. De race is nog lang niet gelopen.
Wat kunnen we de scholieren voorzetten? Een simpele vraag waar je gerust een paar commissies hun tanden op kunt laten stukbijten. De propedeuse is een precaire zaak, het scharnierpunt tussen school en academie. Als de lespakketten op de middelbare school veranderen, is het aan de propedeuse om dat op te vangen, zodat de academische vorming, die ergens in het tweede jaar begint, geen concessies hoeft te doen.
De nieuwe generaties eerstejaars komen aan met profielen in plaats van vakkenpakketten. Voor de TU-studies zijn twee profielen mogelijk: Natuur & Techniek en Natuur & Gezondheid. De hoeveelheid zware bèta-vakken in beide profielen verschilt aanzienlijk en dat baart zorgen. ,,Voor onze faculteit zijn de mensen met interesse in Natuur & Gezondheid een belangrijke markt”, vertelt biotechnoloog prof.dr. J.G. Kuenen. ,,Alleen, omdat de profielen dwangmatig sterk gescheiden zijn, moeten die mensen een forse achterstand inlopen – dat wil zeggen, als ze geen andere vakken erbij hebben gedaan.”
De uniformiteit van de instroom neemt dus af, terwijl de overgebleven wiskunde in het vwo verder uitgekleed is. De vernieuwde propedeuse zal dus onherroepelijk ‘lichter’ worden en dat leidt weer tot klachten van de oude garde, die vindt dat de degelijkheid van de ingenieur op het spel staat. De buitenwacht vindt die houding doorgaans te arrogant. Als alles verandert, moet de TU gewoon meedoen.
Marginaal
Een prominent onderdeel van de onderwijsplannen van rector magnificus Wakker is het opdelen van de propedeuse in een instellingspakket, een clusterpakket en een opleidingspakket. Grofweg komt dit erop neer dat twintig procent van de vakken in de propedeuse voor alle studenten aan de TU hetzelfde is, terwijl nog eens veertig procent gelijk is voor een aantal studierichtingen samen (meestal binnen een faculteit). De rest verschilt per studie.
In feite is dit een compromis. Ooit was de gedachte dat de propedeuse aan de hele TU hetzelfde zou moeten zijn. ,,Dat heb ik nooit begrepen”, zegt prof.dr.ir. A. Verruijt, hoogleraar grondmechanica. ,,Men zei altijd: dan is het makkelijker om te switchen. Maar als de propedeuse overal hetzelfde is, weten de studenten nog helemaal niet wat ze studeren, dus hebben ze ook geen reden om te switchen.”
,,Ze studeren ingenieurskunde”, repliceert prof.dr.ir. P. Dewilde, een van degenen die gelooft in een algemene propedeuse voor de hele TU. ,,Scholieren hebben eigenlijk te weinig informatie op het moment dat ze kiezen. Na een jaar aan de TU kunnen ze dat veel beter doen. Bovendien kun je in zo’n jaar een goede basis leggen voor een brede ingenieur”, aldus Dewilde, die beseft dat hij een verloren strijd strijdt.
,,Met het instellingspakket kan ik goed leven, als studenten ook meteen in de eerste week een goed beeld krijgen van de studie waarvoor ze gekozen hebben”, vervolgt Verruijt zijn redenering. ,,Dat clusterpakket, daar ben ik niet zo kapot van. Een beetje geologie en landmeten lijkt me goed voor civielers, maar dat is marginaal ten opzichte van wat mijnbouwers en geodeten moeten weten.”
Dogma
Verruijt ziet dus niet genoeg overlap tussen de studies in zijn cluster om veertig procent van de eerstejaarsvakken samen te doen. Elders ligt dat anders. Decaan prof.dr.ir. J. van Katwijk van ITS ziet wel mogelijkheden om elektrotechnici, wiskundigen en informatici meer samen te laten optrekken, bijvoorbeeld door hen gezamenlijk practica te laten lopen. ,,Ik denk dat het meerwaarde heeft als je studenten uit verschillende populaties bij elkaar zet, zodat ze leren over de grenzen van hun vakgebied te kijken”, aldus Van Katwijk. ,,Maar het moet geen dogma worden.”
Ook Kuenen ziet binnen zijn faculteit wel mogelijkheden tot meer samenwerking. Er wordt serieus gewerkt aan een gezamenlijke propedeuse voor alle drie de studierichtingen (een vierde, biotechnologie, is in oprichting). De inhoud moet wel precies uitgebalanceerd zijn: ,,In veel gevallen is de gulden middenweg voor niemand interessant. Dat is dus niet wat je moet hebben. De voorbeelden moeten per richting anders zijn – dat geldt ook voor het instellingspakket. Biotechnologen zullen niet erg gemotiveerd zijn om zomaar een elektrisch circuit door te rekenen, hoewel ze natuurlijk wel moeten weten wat dat is.”
Mede om die laatste reden riep de Adviesraad voor Technologiebeleid Delft (ARTD) vorig jaar op tot een instellingspakket dat verder reikt dan de propedeuse. Tijdens hun hele studie moeten Delftse studenten min of meer gedwongen worden de breedte te zoeken. Wakker, ter illustratie: ,,Iedereen moet iets van de relativiteitstheorie weten, al is die volstrekt niet van belang voor het ontwerpen van een brug.”
Theorema
De twintig procent van het instellingspakket in de propedeuse bestaat voor een groot deel uit wiskunde. ,,In essentie is de inhoud van de vakken analyse in lineaire algebra niet veranderd sinds 1974”, vertelt prof.dr. J.M. Aarts. Hij trekt ‘Alapak 2000’, het project dat het wiskundige deel van het instellingspakket vorm moet geven. ,,Bij wiskunde en werktuigbouw zijn we aan het proefdraaien met analyse. Volgend jaar gaan we dat doen met lineaire algebra.”
Aarts keek onder andere naar aansluiting bij het vwo, het studiehuis en de studeerbaarheid. Hij kwam tot de conclusie dat vooral het klassieke rekenwerk overbodig is geworden door de komst van software als Mathematica en Maple. Studenten moeten vooral inzicht verwerven, maar hoeven niet meer in staat te zijn alle theorema’s te bewijzen (tenzij ze wiskunde studeren, natuurlijk). Studenten leren dus minder wiskunde in de propedeuse maar komen op hetzelfde niveau uit, omdat degaten door de computer gevuld worden. Althans, als het allemaal loopt zoals gehoopt.
Rest nog één puntje: Bouwkunde. Onderwijsdirecteur prof.ir. C.J.M. Weeber ontkent met klem dat zijn faculteit een vreemde eend in de bijt is, maar erkent wel dat bouko’s minder behoefte hebben aan wiskunde. Weeber: ,,Ik ben niet tegen een TU-brede propedeuse, maar dan moet het wel een echt brede propedeuse zijn. Bouwkunde heeft daarom een brief gestuurd aan Wakker om ook economie, recht en milieu op te nemen in het instellingspakket. Dat pakket zou ook wat keuzemogelijkheden moeten bevatten. Je moet Alapak niet opleggen.”
En dat opent ineens weer hele nieuwe perspectieven: een pool van vakken waar de eerstejaars uit kan kiezen. Degenen die precies weten wat ze willen nemen meer specifieke vakken, terwijl de twijfelaars een algemeen pakket samenstellen waarmee ze na een jaar alsnog bij iedere studie terecht kunnen. De race is nog lang niet gelopen.
Comments are closed.