Campus

Autodelers vervuilen minder

Dat concludeert Rens Meijkamp in zijn studie naar de milieueffecten van autodelen in Nederland, waarop hij donderdag promoveert. Autodelen, niet te verwarren met carpoolen, is een systeem waarbij mensen op commerciële basis altijd kunnen beschikken over een huurauto, al is het maar voor een uur.

Nederland telt momenteel zo’n 25 duizend deelnemers en vijfhonderd verhuurpunten van bedrijven met namen als GreenWheels, Auto op Afroep en Call a Car.

Autodelen onderscheidt zich van ‘gewoon’ huren doordat het de eigen auto zo dicht mogelijk benaderd. De deelauto moet dus op korte termijn beschikbaar zijn, op een parkeerplaats om de hoek staan en het moet niet te duur zijn. Met een chipcard krijg je toegang tot de deelauto. Een boordcomputer registreert hoeveel kilometers je hebt gereden en stuurt je automatisch de rekening.

Geld is verreweg het belangrijkste motief voor autodelen. Maar ook milieuoverwegingen en parkeerproblemen kunnen reden zijn om over te stappen op autodelen. Meijkamp stuurde 3300 vragenlijsten naar mensen die ooit interesse hadden getoond in autodelen. Sommigen daarvan zijn het daadwerkelijk gaan doen, anderen lieten het bij het aanvragen van informatie. ,,Mensen die een goed inzicht hebben in de werkelijke (vaste en variabele) kosten van autorijden, zijn sterker geneigd om over te stappen op autodelen”, aldus de promovendus.

Gedrag

De potentiële milieuwinst van autodelen is groot, blijkt uit Meijkamps onderzoek. Uit een enquête blijkt dat autodelers maar liefst tweederde minder autokilometers maken dan in de tijd dat ze een eigen auto bezaten: van 13.380 naar 4730 kilometer per jaar. Ook de ruimtewinst door autodelen is groot: er zijn minder parkeerplaatsen nodig.

,,Autodelers belasten het milieu minder dan mensen met een eigen auto, aldus Meijkamp. ,,Doordat ze lid worden van een autodeelorganisatie, verandert hun mobiliteitsgedrag. De auto staat niet meer gewoontegetrouw voor de deur, waardoor ze een keus moeten maken. Ze pakken hierdoor vaker de fiets of het openbaar vervoer.” De doelgroep die hij benaderde is sowieso al milieubewuster dan de gemiddelde Nederlander. ,,Mensen die hun auto elke dag voor hun werk gebruiken, zullen nooit gaan autodelen.”

Aan de andere kant zijn de ‘leveranciers’ van autodelen meer geneigd om de kosten laag te houden. Dit leidt immers tot een hogere winstmarge. Leveranciers zetten dus wagens in met de laagste exploitatiekosten: relatief lichte en daardoor zuinige auto%s met een hogere brandstofefficiency en een geringere milieubelasting door de productie van de auto.

Emotie

Volgens Meijkamp kan de totale milieubelasting door mobiliteit in 2010 zijn gezakt met dertig procent als autodelen zich in hethuidige tempo ontwikkelt. Hij gaat er dan wel van uit, dat dienstverleners hun best doen om de milieubelasting te verminderen. ,,En dat de overheid, vooral gemeenten, bereid is om erin te investeren, bijvoorbeeld in speciale parkeerplaatsen voor deelauto’s.” Zo heeft Rotterdam al een aantal speciale parkeerplaatsen gereserveerd voor deelauto’s.

De industrieel ontwerper nam als uitgangspunt voor zijn proefschrift het concept van eco-efficiënte dienstverlening. Deze strategie stelt dat een milieuwinst mogelijk is door bij het ontwerpen van producten niet meer uit te gaan van het product zelf, maar van de gebruikswaarde ervan.

Het concept gaat uit van de veronderstelling dat niet het bezit waardevol is voor mensen, maar de mogelijkheid om het product flexibel en frequent te gebruiken. Maar producten hebben voor veel mensen ook een emotionele waarde. De meeste autobezitters willen hun eigen karretje voor geen goud missen. Meijkamp heeft dan ook niet de illusie dat de deelauto een vervangmiddel is voor de eigen auto. ,,Het is zeker niet voor iedereen geschikt, maar het is bedoeld als een extra vervoersalternatief.”

Dat concludeert Rens Meijkamp in zijn studie naar de milieueffecten van autodelen in Nederland, waarop hij donderdag promoveert. Autodelen, niet te verwarren met carpoolen, is een systeem waarbij mensen op commerciële basis altijd kunnen beschikken over een huurauto, al is het maar voor een uur. Nederland telt momenteel zo’n 25 duizend deelnemers en vijfhonderd verhuurpunten van bedrijven met namen als GreenWheels, Auto op Afroep en Call a Car.

Autodelen onderscheidt zich van ‘gewoon’ huren doordat het de eigen auto zo dicht mogelijk benaderd. De deelauto moet dus op korte termijn beschikbaar zijn, op een parkeerplaats om de hoek staan en het moet niet te duur zijn. Met een chipcard krijg je toegang tot de deelauto. Een boordcomputer registreert hoeveel kilometers je hebt gereden en stuurt je automatisch de rekening.

Geld is verreweg het belangrijkste motief voor autodelen. Maar ook milieuoverwegingen en parkeerproblemen kunnen reden zijn om over te stappen op autodelen. Meijkamp stuurde 3300 vragenlijsten naar mensen die ooit interesse hadden getoond in autodelen. Sommigen daarvan zijn het daadwerkelijk gaan doen, anderen lieten het bij het aanvragen van informatie. ,,Mensen die een goed inzicht hebben in de werkelijke (vaste en variabele) kosten van autorijden, zijn sterker geneigd om over te stappen op autodelen”, aldus de promovendus.

Gedrag

De potentiële milieuwinst van autodelen is groot, blijkt uit Meijkamps onderzoek. Uit een enquête blijkt dat autodelers maar liefst tweederde minder autokilometers maken dan in de tijd dat ze een eigen auto bezaten: van 13.380 naar 4730 kilometer per jaar. Ook de ruimtewinst door autodelen is groot: er zijn minder parkeerplaatsen nodig.

,,Autodelers belasten het milieu minder dan mensen met een eigen auto, aldus Meijkamp. ,,Doordat ze lid worden van een autodeelorganisatie, verandert hun mobiliteitsgedrag. De auto staat niet meer gewoontegetrouw voor de deur, waardoor ze een keus moeten maken. Ze pakken hierdoor vaker de fiets of het openbaar vervoer.” De doelgroep die hij benaderde is sowieso al milieubewuster dan de gemiddelde Nederlander. ,,Mensen die hun auto elke dag voor hun werk gebruiken, zullen nooit gaan autodelen.”

Aan de andere kant zijn de ‘leveranciers’ van autodelen meer geneigd om de kosten laag te houden. Dit leidt immers tot een hogere winstmarge. Leveranciers zetten dus wagens in met de laagste exploitatiekosten: relatief lichte en daardoor zuinige auto%s met een hogere brandstofefficiency en een geringere milieubelasting door de productie van de auto.

Emotie

Volgens Meijkamp kan de totale milieubelasting door mobiliteit in 2010 zijn gezakt met dertig procent als autodelen zich in hethuidige tempo ontwikkelt. Hij gaat er dan wel van uit, dat dienstverleners hun best doen om de milieubelasting te verminderen. ,,En dat de overheid, vooral gemeenten, bereid is om erin te investeren, bijvoorbeeld in speciale parkeerplaatsen voor deelauto’s.” Zo heeft Rotterdam al een aantal speciale parkeerplaatsen gereserveerd voor deelauto’s.

De industrieel ontwerper nam als uitgangspunt voor zijn proefschrift het concept van eco-efficiënte dienstverlening. Deze strategie stelt dat een milieuwinst mogelijk is door bij het ontwerpen van producten niet meer uit te gaan van het product zelf, maar van de gebruikswaarde ervan.

Het concept gaat uit van de veronderstelling dat niet het bezit waardevol is voor mensen, maar de mogelijkheid om het product flexibel en frequent te gebruiken. Maar producten hebben voor veel mensen ook een emotionele waarde. De meeste autobezitters willen hun eigen karretje voor geen goud missen. Meijkamp heeft dan ook niet de illusie dat de deelauto een vervangmiddel is voor de eigen auto. ,,Het is zeker niet voor iedereen geschikt, maar het is bedoeld als een extra vervoersalternatief.”

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.