Campus

Professoren zijn schaars

Moet de studie industrieel ontwerpen afgestudeerden van het kaliber Starck of Alessi of gedegen wetenschappers afleveren? Het moet allebei kunnen want IO is er niet alleen maar voor het ontwerpen, bleek tijdens een discussiebijeenkomst.

/strong>

Koffiezetautomaten van topdesign en proefschriften, dat zijn grofweg de uitersten waar industrieel ontwerpen zich tussen beweegt. Iedere keer als vanuit het bestuursgebouw de gevleugelde termen ’topuniversiteit’ en ’toponderzoek’ klinken, lijkt IO zich net als de andere ‘softe’ richtingen Bouwkunde en Technische Bestuurskunde, in zijn schulp terug te trekken, bang als ze is dat ontwerpen in Delft niet thuishoort.

IO beraadt zich op haar positie. Om de tongen los te krijgen over wat nou eigenlijk het doel is van de opleiding, verzamelde studievereniging I.d. vorige week woensdag een twintigtal studenten en vertegenwoordigers van de opleiding en het bedrijfsleven. ‘In de arena’ heette het, volgens het vorig jaar succesvol toegepaste concept van discussieprogramma het Lagerhuis. Een goed van de tongriem gesneden discussieleider, vier pittige stellingen en de genadeloze toeter die het einde van de discussie aangeeft stonden garant voor straffe uitspraken.

Wat wil IO eigenlijk bereiken? Het eerste knelpunt zit al in de voorlichting aan scholieren. Zij krijgen mooie glanzende folders met plaatjes van al even glimmende producten. ,,Geen wonder dat veel eerstejaars rondlopen met Philippe Starck in hun achterhoofd”, zegt Boudewijn Soetens, voorzitter van de symposiumcommissie van I.d. Die gedachte is onjuist, want Starck is in de eerste plaats vormgever. ,,Hij denkt er niet bij na hoe iets gemaakt moet worden, bij IO doen we dat wel.” Soetens is bang dat niet alle studenten zich hiervan bewust zijn, en daarom niet de goede opleiding hebben gekozen.

Smurrie

,,Topontwerpers komen niet altijd van een ontwerpersopleiding, die zijn al visionair van zichzelf. De opleiding moet hen de instrumenten bieden om zichzelf verder te ontwikkelen”, stelt opleidingsdirecteur prof.ir. Jan Jacobs. Iemand anders vindt het huidige onderwijsprogramma daar veel te rigide voor, en vergelijkt IO met de homogene smurrie die uit een gehaktmolen komt. Met meer persoonlijke begeleiding zouden de persoonlijke kwaliteiten veel beter tot hun recht komen. Dit gebeurt bij de Gerrit Rietveld Academie. ,,Daar is helemaal geen programma, het is complete anarchie”, meldt ir. Siem Haffmans, die daar één dag per week industrial design doceert.

Met alle aandacht voor het ontwerpen, is het onderzoek in de opleiding op de achtergrond geraakt. Er is nu een inhaalslag gaande. Drie jaar geleden ging het vak derdejaars vak inleiding onderzoeksleer van start, waarin studenten bij een lopend onderzoeksproject worden betrokken.

,,Nu zien studenten wat onderzoek inhoudt en raken ze enthousiast”, zegt dr.ir. Caroline Hummels, een van de weinige gepromoveerde IO’ers en nu universitair docent bij sectie Vormtheorie. Het onderzoek van IO moet volgens Hummels niet gaan óver ontwerpen, maar mét ontwerpen. ,,En daar heb je ontwerpers voor nodig. Je maakt tenslotte ook modellen die je moet testen, het is veel meer dan alleen een papieren studie.”

Calimero

Doordat er vroeger maar weinig aandacht was voor onderzoek, zijn er maar weinig gepromoveerde ontwerpers % bijvoorbeeld IO’ers % beschikbaar om professor te worden. Toch hoeven professoren niet gepromoveerd te zijn. Ze mogen zich ook onderscheiden hebben door hun uitzonderlijke ontwerpcapaciteiten. ,,Maar die mensen kunnen we niet vinden. Misschien voert het gepromoveerd zijn te veel de boventoon in de advertenties”, oppert Jacobs, die zegt de nieuwe mensen hard nodig te hebben. Naast hijzelf, zijn er nu nog maar drie professoren met een ontwerpachtergrond, van wie er dit jaar bovendien een met emiraat gaat.

Dat IO niet alleen maar topontwerpers opleidt, en dat onderzoek en ontwerpen elkaar niet uitsluiten, daar waren alle vertegenwoordigers van de opleiding het over eens. Wat betreft Jacobs moet het dan ook afgelopen zijn met de Calimero-houding van IO. ,,We voelen ons bedreigd terwijl dat helemaal niet nodig is. We hebben een sterk onderzoeksportfolio en veel studenten.” Prof.dr. Hans Dirken is het helemaal met hem eens. ,,Wij komen er wel, net als bouwkunde, dat ook al honderd jaar ter discussie staat. Laat ze maar lullen daar in het hoofdgebouw.”

Moet de studie industrieel ontwerpen afgestudeerden van het kaliber Starck of Alessi of gedegen wetenschappers afleveren? Het moet allebei kunnen want IO is er niet alleen maar voor het ontwerpen, bleek tijdens een discussiebijeenkomst.

Koffiezetautomaten van topdesign en proefschriften, dat zijn grofweg de uitersten waar industrieel ontwerpen zich tussen beweegt. Iedere keer als vanuit het bestuursgebouw de gevleugelde termen ’topuniversiteit’ en ’toponderzoek’ klinken, lijkt IO zich net als de andere ‘softe’ richtingen Bouwkunde en Technische Bestuurskunde, in zijn schulp terug te trekken, bang als ze is dat ontwerpen in Delft niet thuishoort.

IO beraadt zich op haar positie. Om de tongen los te krijgen over wat nou eigenlijk het doel is van de opleiding, verzamelde studievereniging I.d. vorige week woensdag een twintigtal studenten en vertegenwoordigers van de opleiding en het bedrijfsleven. ‘In de arena’ heette het, volgens het vorig jaar succesvol toegepaste concept van discussieprogramma het Lagerhuis. Een goed van de tongriem gesneden discussieleider, vier pittige stellingen en de genadeloze toeter die het einde van de discussie aangeeft stonden garant voor straffe uitspraken.

Wat wil IO eigenlijk bereiken? Het eerste knelpunt zit al in de voorlichting aan scholieren. Zij krijgen mooie glanzende folders met plaatjes van al even glimmende producten. ,,Geen wonder dat veel eerstejaars rondlopen met Philippe Starck in hun achterhoofd”, zegt Boudewijn Soetens, voorzitter van de symposiumcommissie van I.d. Die gedachte is onjuist, want Starck is in de eerste plaats vormgever. ,,Hij denkt er niet bij na hoe iets gemaakt moet worden, bij IO doen we dat wel.” Soetens is bang dat niet alle studenten zich hiervan bewust zijn, en daarom niet de goede opleiding hebben gekozen.

Smurrie

,,Topontwerpers komen niet altijd van een ontwerpersopleiding, die zijn al visionair van zichzelf. De opleiding moet hen de instrumenten bieden om zichzelf verder te ontwikkelen”, stelt opleidingsdirecteur prof.ir. Jan Jacobs. Iemand anders vindt het huidige onderwijsprogramma daar veel te rigide voor, en vergelijkt IO met de homogene smurrie die uit een gehaktmolen komt. Met meer persoonlijke begeleiding zouden de persoonlijke kwaliteiten veel beter tot hun recht komen. Dit gebeurt bij de Gerrit Rietveld Academie. ,,Daar is helemaal geen programma, het is complete anarchie”, meldt ir. Siem Haffmans, die daar één dag per week industrial design doceert.

Met alle aandacht voor het ontwerpen, is het onderzoek in de opleiding op de achtergrond geraakt. Er is nu een inhaalslag gaande. Drie jaar geleden ging het vak derdejaars vak inleiding onderzoeksleer van start, waarin studenten bij een lopend onderzoeksproject worden betrokken.

,,Nu zien studenten wat onderzoek inhoudt en raken ze enthousiast”, zegt dr.ir. Caroline Hummels, een van de weinige gepromoveerde IO’ers en nu universitair docent bij sectie Vormtheorie. Het onderzoek van IO moet volgens Hummels niet gaan óver ontwerpen, maar mét ontwerpen. ,,En daar heb je ontwerpers voor nodig. Je maakt tenslotte ook modellen die je moet testen, het is veel meer dan alleen een papieren studie.”

Calimero

Doordat er vroeger maar weinig aandacht was voor onderzoek, zijn er maar weinig gepromoveerde ontwerpers % bijvoorbeeld IO’ers % beschikbaar om professor te worden. Toch hoeven professoren niet gepromoveerd te zijn. Ze mogen zich ook onderscheiden hebben door hun uitzonderlijke ontwerpcapaciteiten. ,,Maar die mensen kunnen we niet vinden. Misschien voert het gepromoveerd zijn te veel de boventoon in de advertenties”, oppert Jacobs, die zegt de nieuwe mensen hard nodig te hebben. Naast hijzelf, zijn er nu nog maar drie professoren met een ontwerpachtergrond, van wie er dit jaar bovendien een met emiraat gaat.

Dat IO niet alleen maar topontwerpers opleidt, en dat onderzoek en ontwerpen elkaar niet uitsluiten, daar waren alle vertegenwoordigers van de opleiding het over eens. Wat betreft Jacobs moet het dan ook afgelopen zijn met de Calimero-houding van IO. ,,We voelen ons bedreigd terwijl dat helemaal niet nodig is. We hebben een sterk onderzoeksportfolio en veel studenten.” Prof.dr. Hans Dirken is het helemaal met hem eens. ,,Wij komen er wel, net als bouwkunde, dat ook al honderd jaar ter discussie staat. Laat ze maar lullen daar in het hoofdgebouw.”

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.