Virgiel voerde in theater De Veste drie avonden de musical Cabaret op. Uitverkochte zalen en staande ovaties vielen hen ten deel.
,,De maisjes zijn bjoetiefoel”, zingt de zwaar geschminkte showmaster van de KitKatClub om zijn gehoor in de stemming te brengen. ,,Zorgen zijn voor morgen.” De betreffende dames zwiepen hun bekousde benen in een cancan door de lucht. Zo begint de musical Cabaret, gebaseerd op een boek van Christopher Isherwood.
Isherwood (1904-1986) zwierf uit liefde voor een Duitse vechtersbaas aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog door heel Europa. Over zijn Berlijnse jaren in de nadagen van de gay twenties schreef hij Goodbye to Berlin, dat sinds de verfilming in 1972 als Cabaret met Liza Minelli als Sally Bowles en Michael York als Clifford Bradshaw een eigen leven is gaan leiden. Daarvoor al, in 1966, werd het stuk als musical op Broadway opgevoerd. En nu dus in Delft door studentenvereniging Virgiel.
Zeventig studenten hebben er negen maanden aan gewerkt, samen met dirigent Jorne Meijer en regisseur Marcel Maas. Het resultaat is overweldigend. Bowles, de doorrookte nachtclubzangeres met wie Bradshaw een ingewikkelde vriendschap aangaat, wordt overtuigend vertolkt door Rianne van Lochem, die er niet voor terugdeinst om een ter plekke bereidde Prairie Oyster (Bowles’ lievelingsdrankje bestaande uit rauw geklutst ei met worstershiresauce) achterover te slaan. Ze zingt uitstekend, net als Rozemarijn Plante in de rol van Fraulein Schneider: de oude, vrijgezelle kamerverhuurster die afziet van een huwelijk met haar aanbidder omdat hij een jood is. Grappig zijn de twee Pierre & Gilles homo’s die met strakke hemdjes tevergeefs Bradshaw proberen te versieren. Het opkomend nationaal socialisme werpt zijn schaduw dan al vooruit op het bandeloze hedonisme van de KitKatclub. Die dreigende spanning weten de spelers goed weer te geven.
Natuurlijk, er is ook van alles aan te merken. Het dameskoor zingt het openingsnummer ‘Welkom’ vals en veel te hard. Na een uitvoerig changement waarin omstandig wat snippers worden weggeveegd, huppelt er nog een verlate matroos over de planken. Vier heren zingen ‘De toekomst behoort aan mij’ zo weinig overtuigend dat een toeschouwer haar buurvrouw een vertwijfeld ‘daar snap ik helemaal niets van’ toefluistert. Maar dat mag de pret die de acteurs en dansers op het publiek overbrengen niet drukken. De studentenversie doet Liza Minelli en Michael York een avond helemaal vergeten. ,,Berlijn kotst z’n kater uit”, zegt Bradshaw. Virgiel blijkt ook nog iets anders te kunnen.
,,De maisjes zijn bjoetiefoel”, zingt de zwaar geschminkte showmaster van de KitKatClub om zijn gehoor in de stemming te brengen. ,,Zorgen zijn voor morgen.” De betreffende dames zwiepen hun bekousde benen in een cancan door de lucht. Zo begint de musical Cabaret, gebaseerd op een boek van Christopher Isherwood.
Isherwood (1904-1986) zwierf uit liefde voor een Duitse vechtersbaas aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog door heel Europa. Over zijn Berlijnse jaren in de nadagen van de gay twenties schreef hij Goodbye to Berlin, dat sinds de verfilming in 1972 als Cabaret met Liza Minelli als Sally Bowles en Michael York als Clifford Bradshaw een eigen leven is gaan leiden. Daarvoor al, in 1966, werd het stuk als musical op Broadway opgevoerd. En nu dus in Delft door studentenvereniging Virgiel.
Zeventig studenten hebben er negen maanden aan gewerkt, samen met dirigent Jorne Meijer en regisseur Marcel Maas. Het resultaat is overweldigend. Bowles, de doorrookte nachtclubzangeres met wie Bradshaw een ingewikkelde vriendschap aangaat, wordt overtuigend vertolkt door Rianne van Lochem, die er niet voor terugdeinst om een ter plekke bereidde Prairie Oyster (Bowles’ lievelingsdrankje bestaande uit rauw geklutst ei met worstershiresauce) achterover te slaan. Ze zingt uitstekend, net als Rozemarijn Plante in de rol van Fraulein Schneider: de oude, vrijgezelle kamerverhuurster die afziet van een huwelijk met haar aanbidder omdat hij een jood is. Grappig zijn de twee Pierre & Gilles homo’s die met strakke hemdjes tevergeefs Bradshaw proberen te versieren. Het opkomend nationaal socialisme werpt zijn schaduw dan al vooruit op het bandeloze hedonisme van de KitKatclub. Die dreigende spanning weten de spelers goed weer te geven.
Natuurlijk, er is ook van alles aan te merken. Het dameskoor zingt het openingsnummer ‘Welkom’ vals en veel te hard. Na een uitvoerig changement waarin omstandig wat snippers worden weggeveegd, huppelt er nog een verlate matroos over de planken. Vier heren zingen ‘De toekomst behoort aan mij’ zo weinig overtuigend dat een toeschouwer haar buurvrouw een vertwijfeld ‘daar snap ik helemaal niets van’ toefluistert. Maar dat mag de pret die de acteurs en dansers op het publiek overbrengen niet drukken. De studentenversie doet Liza Minelli en Michael York een avond helemaal vergeten. ,,Berlijn kotst z’n kater uit”, zegt Bradshaw. Virgiel blijkt ook nog iets anders te kunnen.
Comments are closed.