Campus

De ingenieur als kleine held

Hoogleraar civiele techniek Kees van den Akker gelooft heilig in de positieve invloed van de kritische ingenieur. Patricia de Martelaere heeft twijfels.

,,Niemand kan zeggen of de technologische evolutie eindigt in een hel of een hemel op aarde.”

Lastige mensen, filosofen. Het congres Heroic Engineering van het Delftse studentenpastoraat lijkt bedoeld om de ingenieur van morgen weer het zelfvertrouwen te geven van de man of vrouw met een missie. De ingenieur als baken tegen politieke onkunde, verzoener van technologie en ecologie, dromer in staal en beton. En dan vraagt Patricia de Martelaere zich afgelopen donderdagavond opeens hardop af of het wel zo wenselijk is, die trots.

,,Waarom zou je trots zijn op je beroep? Ik ben er zelf van overtuigd dat filosofie nutteloos is. Ik heb dus geen professionele trots meer, maar wel enorm veel plezier.” De Vlaamse essayiste en hoogleraar in de filosofie is uitgenodigd door de studenten Dille Kamps (technische bestuurskunde) en Marijn Heule (technische informatica).

Over technologie heeft De Martelaere (1957) nog nooit een woord geschreven, of het moeten de pretparkattracties zijn die ze opvoert in het eerste hoofdstuk van haar laatste boek ‘Wereldvreemdheid’. Dit boek laat zich lezen als een pleidooi voor minder verheerlijking van de emoties, minder gratuit engagement en minder ego. Om een voorbeeld uit het boek te lenen: je moet je zo kunnen losmaken van jezelf dat je geniet van de woeste achtbaanrit waar je vroeger alleen maar ziek, zwak en misselijk van werd. Die onthechte toon, die niet alle critici beviel, gebruikt De Martelaere tijdens de bijeenkomst ook als het om technologie gaat. Alleen laat de filosofe de vele verwijzingen naar het taoïsme die in ‘Wereldvreemdheid’ opduiken, nu achterwege.

Dille Kamps vond in dit boek iets wat op de TU Delft in haar ogen ontbreekt: ,,Een positieve houding, plezier!” Marijn Heule: ,,Ze kan heel soepel en verrassend over complexe zaken schrijven.”

Utopie

Met De Martelaere, hoogleraar civiele techniek Cees van den Akker en gespreksleider Botte Jellema (TV West) discussieren de studenten Kamps en Heule over de rol van de ingenieur. In een maatschappij die graag profiteert van het comfort dat de techniek heeft meegebracht, maar ook een nostalgisch verlangen naar de ongerepte natuur koestert, is de ingenieur allang geen held meer. Eerder een boeman.

Het ‘impliciete schuldgevoel’ dat die afkeer soms bij ingenieurs veroorzaakt, gaat Van den Akker aan het hart. Voor hem speelt de zorg voor het milieu juist een essentiële rol bij civiele techniek. Maar ’terug naar de natuur’ is onzin. ,,Mensen willen dat ook niet echt. Als je hun ecologische Utopia onder de loep legt, ontdek je dat het helemaal om de mens draait. Men is slechts in het leuke deel van de natuur geïnteresseerd. De natuur wordt steedsvoorgesteld als lief, maar laten we niet vergeten hoe bedreigend ze kan zijn. We zijn nog altijd bezig de dreiging van het water weg te nemen”, zegt de hoogleraar, verwijzend naar zijn eigen specialisme.

Voor Van den Akker moet de ingenieur midden in de maatschappij staan, zonder zijn professionele trots te verliezen. ,,De opleiding mag niet alleen om techniek draaien. De universiteit moet de studenten een kritische houding bijbrengen, en ze bewust maken van hun verantwoordelijkheid. Zij bepalen mede hoe we over twintig jaar werken en recreëren.”

Politici

De Martelaere toont zich sceptisch over de rol die Van den Akker voor de ingenieur weggelegd ziet. ,,Uit de geschiedenis en uit experimenten blijkt dat mensen zich conformeren, de leider volgen. Ook als ze opdrachten krijgen die moreel niet deugen. De ingenieur die zich aan de kuddegeest onttrekt, is een held.” Die nuancering spreekt de zaal aan.

De filosofe vraagt zich af wat de ingenieur opschiet met discussies over ,,de gevolgen van je keuzes als ingenieur, en de vraag hoe je mensen kunt helpen” die Kamps zo mist in het onderwijs aan de TU Delft. Nemen de politici uiteindelijk niet alle belangrijke beslissingen? Die machteloosheid ziet ze als een oorzaak van het materialisme bij veel ingenieurs. Ze zitten net als iedereen gevangen in het systeem.

De ingenieurs in spé blijken minder pessimistisch. ,,We zijn meer dan werkpaarden voor politici”, zegt Kamps. ,,Omdat de politiek nauwelijks iets van techniek begrijpt, heeft de ingenieur meer macht dan men vaak denkt.”

,,Politici praten er over. Wij zorgen dat het gebeurt!”, valt Van den Akker haar bij. ,,Je vrijheid bestaat er uit dat je opdrachtgevers kunt laten zien welke verbeteringen mogelijk zijn in de oorspronkelijke plannen. Juist door de bloeiende economie en de hoog ontwikkelde technologie bestaat in Nederland de ruimte om het milieu mee te laten wegen.”

Darwin

De Martelaere ziet in de opmars van de technologie een verlengstuk van Darwins evolutie: alles beweegt zich in de richting van een toenemende complexiteit. ,,Toch trekken ingenieurs de verkeerde conclusie als ze hun rol binnen deze nieuwe evolutie als heroïsch zien.” De vraag is namelijk of een toenemende intelligentie evolutionair gezien ook vooruitgang betekent. Het gaat immers om overleven. ,,Bij een temperatuurwisseling zou de mens veel eerder het onderspit delven dan sommige primitieve levensvormen.”

Uit de zaal komt de suggestie dat complexiteit, om te overleven, als prijs een grootschalige vernietiging van de natuur vraagt. Misschien, peinst De Martelaere, verlaagt complexiteit onze overlevingskansen op deze planeet. ,,Maar we weten het niet. We hebben geen andere keuze dan meegaan in de snelle ontwikkeling van de technologie. De afloop van dit grote avontuur is onbekend. Je kunt slechts sleutelen aan details om af en toe een ramp te voorkomen.” Meer dan een bescheiden heldenrol voor de ingenieur zit er donderdagavond niet in.

Hoogleraar civiele techniek Kees van den Akker gelooft heilig in de positieve invloed van de kritische ingenieur. Patricia de Martelaere heeft twijfels. ,,Niemand kan zeggen of de technologische evolutie eindigt in een hel of een hemel op aarde.”

Lastige mensen, filosofen. Het congres Heroic Engineering van het Delftse studentenpastoraat lijkt bedoeld om de ingenieur van morgen weer het zelfvertrouwen te geven van de man of vrouw met een missie. De ingenieur als baken tegen politieke onkunde, verzoener van technologie en ecologie, dromer in staal en beton. En dan vraagt Patricia de Martelaere zich afgelopen donderdagavond opeens hardop af of het wel zo wenselijk is, die trots.

,,Waarom zou je trots zijn op je beroep? Ik ben er zelf van overtuigd dat filosofie nutteloos is. Ik heb dus geen professionele trots meer, maar wel enorm veel plezier.” De Vlaamse essayiste en hoogleraar in de filosofie is uitgenodigd door de studenten Dille Kamps (technische bestuurskunde) en Marijn Heule (technische informatica).

Over technologie heeft De Martelaere (1957) nog nooit een woord geschreven, of het moeten de pretparkattracties zijn die ze opvoert in het eerste hoofdstuk van haar laatste boek ‘Wereldvreemdheid’. Dit boek laat zich lezen als een pleidooi voor minder verheerlijking van de emoties, minder gratuit engagement en minder ego. Om een voorbeeld uit het boek te lenen: je moet je zo kunnen losmaken van jezelf dat je geniet van de woeste achtbaanrit waar je vroeger alleen maar ziek, zwak en misselijk van werd. Die onthechte toon, die niet alle critici beviel, gebruikt De Martelaere tijdens de bijeenkomst ook als het om technologie gaat. Alleen laat de filosofe de vele verwijzingen naar het taoïsme die in ‘Wereldvreemdheid’ opduiken, nu achterwege.

Dille Kamps vond in dit boek iets wat op de TU Delft in haar ogen ontbreekt: ,,Een positieve houding, plezier!” Marijn Heule: ,,Ze kan heel soepel en verrassend over complexe zaken schrijven.”

Utopie

Met De Martelaere, hoogleraar civiele techniek Cees van den Akker en gespreksleider Botte Jellema (TV West) discussieren de studenten Kamps en Heule over de rol van de ingenieur. In een maatschappij die graag profiteert van het comfort dat de techniek heeft meegebracht, maar ook een nostalgisch verlangen naar de ongerepte natuur koestert, is de ingenieur allang geen held meer. Eerder een boeman.

Het ‘impliciete schuldgevoel’ dat die afkeer soms bij ingenieurs veroorzaakt, gaat Van den Akker aan het hart. Voor hem speelt de zorg voor het milieu juist een essentiële rol bij civiele techniek. Maar ’terug naar de natuur’ is onzin. ,,Mensen willen dat ook niet echt. Als je hun ecologische Utopia onder de loep legt, ontdek je dat het helemaal om de mens draait. Men is slechts in het leuke deel van de natuur geïnteresseerd. De natuur wordt steedsvoorgesteld als lief, maar laten we niet vergeten hoe bedreigend ze kan zijn. We zijn nog altijd bezig de dreiging van het water weg te nemen”, zegt de hoogleraar, verwijzend naar zijn eigen specialisme.

Voor Van den Akker moet de ingenieur midden in de maatschappij staan, zonder zijn professionele trots te verliezen. ,,De opleiding mag niet alleen om techniek draaien. De universiteit moet de studenten een kritische houding bijbrengen, en ze bewust maken van hun verantwoordelijkheid. Zij bepalen mede hoe we over twintig jaar werken en recreëren.”

Politici

De Martelaere toont zich sceptisch over de rol die Van den Akker voor de ingenieur weggelegd ziet. ,,Uit de geschiedenis en uit experimenten blijkt dat mensen zich conformeren, de leider volgen. Ook als ze opdrachten krijgen die moreel niet deugen. De ingenieur die zich aan de kuddegeest onttrekt, is een held.” Die nuancering spreekt de zaal aan.

De filosofe vraagt zich af wat de ingenieur opschiet met discussies over ,,de gevolgen van je keuzes als ingenieur, en de vraag hoe je mensen kunt helpen” die Kamps zo mist in het onderwijs aan de TU Delft. Nemen de politici uiteindelijk niet alle belangrijke beslissingen? Die machteloosheid ziet ze als een oorzaak van het materialisme bij veel ingenieurs. Ze zitten net als iedereen gevangen in het systeem.

De ingenieurs in spé blijken minder pessimistisch. ,,We zijn meer dan werkpaarden voor politici”, zegt Kamps. ,,Omdat de politiek nauwelijks iets van techniek begrijpt, heeft de ingenieur meer macht dan men vaak denkt.”

,,Politici praten er over. Wij zorgen dat het gebeurt!”, valt Van den Akker haar bij. ,,Je vrijheid bestaat er uit dat je opdrachtgevers kunt laten zien welke verbeteringen mogelijk zijn in de oorspronkelijke plannen. Juist door de bloeiende economie en de hoog ontwikkelde technologie bestaat in Nederland de ruimte om het milieu mee te laten wegen.”

Darwin

De Martelaere ziet in de opmars van de technologie een verlengstuk van Darwins evolutie: alles beweegt zich in de richting van een toenemende complexiteit. ,,Toch trekken ingenieurs de verkeerde conclusie als ze hun rol binnen deze nieuwe evolutie als heroïsch zien.” De vraag is namelijk of een toenemende intelligentie evolutionair gezien ook vooruitgang betekent. Het gaat immers om overleven. ,,Bij een temperatuurwisseling zou de mens veel eerder het onderspit delven dan sommige primitieve levensvormen.”

Uit de zaal komt de suggestie dat complexiteit, om te overleven, als prijs een grootschalige vernietiging van de natuur vraagt. Misschien, peinst De Martelaere, verlaagt complexiteit onze overlevingskansen op deze planeet. ,,Maar we weten het niet. We hebben geen andere keuze dan meegaan in de snelle ontwikkeling van de technologie. De afloop van dit grote avontuur is onbekend. Je kunt slechts sleutelen aan details om af en toe een ramp te voorkomen.” Meer dan een bescheiden heldenrol voor de ingenieur zit er donderdagavond niet in.

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.