Vierdejaars lucht- en ruimtevaart studenten Maaik Borst en Marcel van Elst verruilden het luchtruim voor de Noordzee. Een dag lang visten zij voor de kust van Den Helder op kabeljauw.
Borst: ,,We hadden eerder een à twee keer een hengeltje uitgegooid, verder reikte onze viservaring niet.”
Van Elst: ,,We stonden om zes uur ’s ochtends op. Toen we om acht uur op de kade tussen de andere vissers stonden te wachten om het schip te betreden, voelde het alsof we er niet echt bij hoorden. De andere mannen hadden allemaal mooie zuidwesters en eigen apparatuur, wij hadden gewoon onze winterjassen aan.”
Borst: ,,De schipper had ook niet echt rekening gehouden met beginners. We kregen geen instructie, maar kregen wel meteen een hengel en draad in onze handen geduwd. Ik heb geprobeerd het snoer en de loodjes zo goed mogelijk te bevestigen, maar na een keer de hengel te hebben uitgegooid, brak het snoer.”
Van Elst: ,,Wat dat betreft was het wel erg grappig dat wij na een kwartier varen al vier vissen hadden gevangen en de rest nog niks. Daar stonden de ervaren vissers toch even mooi gek van te kijken.”
Borst: ,,Toen wisten we alleen nog niet dat we de rest van de dag niks meer zouden vangen. Misschien is dat uiteindelijk maar goed ook, want ik vond het maar vieze beesten.”
Van Elst: ,,Een vis van een haakje halen is ook wel een vak apart. Nadat het ons eindelijk was gelukt en we de vis in onze mand hadden gestopt, kwam er nog een visser langs om met zijn professionele gummiknuppel het arme beest dood te maken. Hij vond het namelijk niet zo netjes dat wij de vis langzaam lieten stikken. De andere vissers fileerden de vissen ook ter plekke maar daar hebben wij toch maar van afgezien.”
Borst: ,,’s Avonds hebben we onze vangst bij mijn vader thuis gebakken. Ik denk dat het voor het eerst was dat ik vis heb gegeten die nog verser is dan die van de vismarkt.”
Van Elst: ,,Toch ga ik een volgende keer niet zelf vissen. M’n kleren stinken nu nog steeds.”
Borst: ,,We hadden eerder een à twee keer een hengeltje uitgegooid, verder reikte onze viservaring niet.”
Van Elst: ,,We stonden om zes uur ’s ochtends op. Toen we om acht uur op de kade tussen de andere vissers stonden te wachten om het schip te betreden, voelde het alsof we er niet echt bij hoorden. De andere mannen hadden allemaal mooie zuidwesters en eigen apparatuur, wij hadden gewoon onze winterjassen aan.”
Borst: ,,De schipper had ook niet echt rekening gehouden met beginners. We kregen geen instructie, maar kregen wel meteen een hengel en draad in onze handen geduwd. Ik heb geprobeerd het snoer en de loodjes zo goed mogelijk te bevestigen, maar na een keer de hengel te hebben uitgegooid, brak het snoer.”
Van Elst: ,,Wat dat betreft was het wel erg grappig dat wij na een kwartier varen al vier vissen hadden gevangen en de rest nog niks. Daar stonden de ervaren vissers toch even mooi gek van te kijken.”
Borst: ,,Toen wisten we alleen nog niet dat we de rest van de dag niks meer zouden vangen. Misschien is dat uiteindelijk maar goed ook, want ik vond het maar vieze beesten.”
Van Elst: ,,Een vis van een haakje halen is ook wel een vak apart. Nadat het ons eindelijk was gelukt en we de vis in onze mand hadden gestopt, kwam er nog een visser langs om met zijn professionele gummiknuppel het arme beest dood te maken. Hij vond het namelijk niet zo netjes dat wij de vis langzaam lieten stikken. De andere vissers fileerden de vissen ook ter plekke maar daar hebben wij toch maar van afgezien.”
Borst: ,,’s Avonds hebben we onze vangst bij mijn vader thuis gebakken. Ik denk dat het voor het eerst was dat ik vis heb gegeten die nog verser is dan die van de vismarkt.”
Van Elst: ,,Toch ga ik een volgende keer niet zelf vissen. M’n kleren stinken nu nog steeds.”
Comments are closed.