Onderwijs

Briljante twintigers worden prof

Het college benoemt een aantal briljante jonge wetenschappers tot ‘juniorhoogleraar’. Ze zijn net gepromoveerd, briljant en ergens in de twintig. Nu nog moeten ze kiezen tussen het grote geld in het bedrijfsleven, of een onzeker bestaan als jong wetenschapper.

Om hen voor de TU te behouden komt het college van bestuur met een nieuwe functie: junior- of assistent-hoogleraar. ,,We hebben het lef heel jonge mensen grote verantwoordelijkheid te geven”, aldus collegevoorzitter De Voogd.

Helemaal gelijkwaardig aan een ‘echte’ hoogleraar is de juniorhoogleraar niet. Want hij wordt benoemd voor een jaar of zes, terwijl zijn reguliere collega een aanstelling voor het leven heeft. Maar los daarvan heeft de juniorprof vrijwel dezelfde rechten en plichten. Hij geeft college en treedt ook op als promotor. ,,In die zes jaar kunnen de juniorhoogleraren zich helemaal ontwikkelen”, zegt De Voogd. Na afloop van de periode is het ‘up’ (een vaste aanstelling als hoogleraar) of ‘out’.

Over een maand of twee worden de eerste juniorhoogleraren waarschijnlijk aangewezen. De decanen zijn nu bezig met het zoeken van geschikte kandidaten. Volgens De Voogd is nog niet zeker hoeveel jonge profs er komen. Hij schat ruwweg tussen de vijftien en twintig. Een leeftijdsgrens is er niet, maar de doorsnee juniorhoogleraar zal eind twintig zijn. De Voogd: ,,Hij moet in vier jaar zijn gepromoveerd, liefst met lof. En hij moet een goede teamspeler zijn.”

Naast het vasthouden van talent, heeft de aanstelling van juniorhoogleraren nog een doel: een vlotter image voor het wetenschappelijk métier. De Voogd: ,,Wat mij betreft geven ze les in korte broek. Ik denk dat college volgen bij zo’n jonge hoogleraar heel motiverend werkt voor studenten.”

Ze zijn net gepromoveerd, briljant en ergens in de twintig. Nu nog moeten ze kiezen tussen het grote geld in het bedrijfsleven, of een onzeker bestaan als jong wetenschapper. Om hen voor de TU te behouden komt het college van bestuur met een nieuwe functie: junior- of assistent-hoogleraar. ,,We hebben het lef heel jonge mensen grote verantwoordelijkheid te geven”, aldus collegevoorzitter De Voogd.

Helemaal gelijkwaardig aan een ‘echte’ hoogleraar is de juniorhoogleraar niet. Want hij wordt benoemd voor een jaar of zes, terwijl zijn reguliere collega een aanstelling voor het leven heeft. Maar los daarvan heeft de juniorprof vrijwel dezelfde rechten en plichten. Hij geeft college en treedt ook op als promotor. ,,In die zes jaar kunnen de juniorhoogleraren zich helemaal ontwikkelen”, zegt De Voogd. Na afloop van de periode is het ‘up’ (een vaste aanstelling als hoogleraar) of ‘out’.

Over een maand of twee worden de eerste juniorhoogleraren waarschijnlijk aangewezen. De decanen zijn nu bezig met het zoeken van geschikte kandidaten. Volgens De Voogd is nog niet zeker hoeveel jonge profs er komen. Hij schat ruwweg tussen de vijftien en twintig. Een leeftijdsgrens is er niet, maar de doorsnee juniorhoogleraar zal eind twintig zijn. De Voogd: ,,Hij moet in vier jaar zijn gepromoveerd, liefst met lof. En hij moet een goede teamspeler zijn.”

Naast het vasthouden van talent, heeft de aanstelling van juniorhoogleraren nog een doel: een vlotter image voor het wetenschappelijk métier. De Voogd: ,,Wat mij betreft geven ze les in korte broek. Ik denk dat college volgen bij zo’n jonge hoogleraar heel motiverend werkt voor studenten.”

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.