,,Heb je Apollo 13 gezien? Nou zo’n controlekamer.” Met glimmende ogen vertellen L&R-studenten Jurriaan de Bruin en Michiel Otten over hun nieuwe werkgever, het European space operations centre.
/em>
De Europese interplanetaire ruimtemissies voor de komende jaren dreunen ze zo op. Satelliet Smart wordt in 2002 in een baan om de maan geschoten. De Mars Express moet een jaar later rond de rode planeet circuleren, een landingsvoertuig gaat er op zoek naar water. En satelliet Rosetta vertrekt in 2004 om zeven jaar later aan te komen bij de staartkomeet Wirtanen. Het brok steen dat vlak na de oerknal is gevormd, krijgt bezoek van een onderzoekssonde.
Vanaf april gaan luchtvaart- en ruimtevaartstudenten Michiel Otten en Jurriaan de Bruin een jaar lang als young graduate trainees aan deze missies meewerken in het European space operations centre (Esoc) in het Duitse Darmstadt. ,,De mooiste plek op dit moment”, vindt zevendejaars L&R-student Otten, die enthousiast en rap verhaalt over zijn nieuwe werkgever. Zelfs de bedachtzame, rustige De Bruin moet toegeven dat zijn jongensdroom uitkomt. ,,Nasa heeft misschien meer prestige en naam dan het European space agency. Maar bij Nasa kom je niet binnen als niet-Amerikaan. Ze zijn nogal paranoia wat beveiliging betreft. ESA is met een soort inhaalrace bezig met al deze nieuwe interplanetaire missies. Het is ontzettend spannend om daar bij te zijn.”
Trots
Net als vijfhonderd andere jonge ingenieurs stuurden De Bruin en Otten in oktober een aanvraagformulier met cv op naar het Parijse hoofdkantoor van ESA. Voor De Bruin was het de tweede poging, voor Otten de eerste. Een maand later lag bij beiden een uitnodiging in de bus voor een sollicitatiebezoek aan het Esoc. Voor De Bruin is het Esoc ESA’s favoriete onderdeel. ,,Op het controlecentrum maak je de laatste fase mee van een missie. Daar gebeurt het.”
Met twaalf concurrenten mochten de studenten twee dagen op bezoek in Darmstadt om één van de vijf felbegeerde young graduate trainee plaatsen te bemachtigen. Het vervoer per vliegtuig en een eersteklas hotel regelde Esoc. Hoogtepunt was zonder twijfel de rondleiding in het heilige der heiligen van het ruimtevaartinstituut: de controlekamer. ,,Ja, net zoals in de film, alleen misschien wat kleiner. Overal tellers en mensen achter monitors.” Het zweten volgde op dag twee tijdens de sollicitatiegesprekken met diverse projectleiders. Otten: ,,Je krijgt echt pittige vragen voorgeschoteld. Feitenkennis moet je goed paraat hebben.”
Daarna kon de vlag uit. ,,Het is zo leuk om het te vertellen”, meldt Otten enthousiast en vervolgt opeens bijna verlegen. ,,Iedereen heeft een beeld van wat je gaat doen, en mijn familie is echt ontzettend trots.” Het salaris is voor een beginnend ingenieur ook mooi meegenomen. Esoc betaalt de trainees bijna vierduizend Duitse marken netto per maand.
De enige kink in de kabel kan nog komen van het medisch onderzoek. Otten en De Bruin moeten bloed en urine inleveren, een lange vragenlijst invullen en een röntgenfoto van de borst laten maken. ,,Ach, ik ben gewoon gezond, dus daar maak ik me niet druk over”, zegt Otten. Drukker zijn ze met het zoeken van woonruimte voor twee in Darmstadt.
Mars
Otten werkt het komende jaar bij de Interplanetary mission support section. Hij bouwt mee aan een computerinterface voor de Smart-missie. Via de interface kunnen wetenschappers precies op de hoogte blijven van de baan van de satelliet rond de maan. Voor hun metingen is de stand van de zon ten opzichte van de satelliet bijvoorbeeld belangrijk.
De Bruin maakt deel uit van het flight control team. Hij ontwikkelt software voor de standregeling van de satellieten Mars Express en Rosetta. ,,De antenne op een satelliet heeft weinig bewegingsvrijheid. Meestal is de antenne gericht op het oppervlak voor allerlei metingen, maar er moet ook informatie naar de aarde teruggestuurd worden. Zo’n satelliet staat 150 miljoen kilometer ver, maar je moet wel op elk moment precies weten hoe ze erbij hangt.”
Het traineeship is maar voor één jaar. Vinden ze het niet spijtig dat ze de lanceringen van ‘hun’ satellieten niet meemaken? Otten: ,,Ik heb het gevoel dat ik kan blijven als het goed gaat. Dat hebben ze ook min of meer gezegd. Hoewel een vaste plek niet voor iedereen weggelegd is.”
Na een aantal jaar willen ze doorstromen naar het echte Walhalla van het European Space Agency: de missie-analyse. In projectgroepen worden hier nieuwe missies naar het onbekende bedacht. Wat als de dromen niet uitkomen? ,,Och”, reageert De Bruin nuchter, ,,Je leert er veel mensen en organisaties kennen. In de ruimtevaart werk je vaak een paar jaar hier en dan weer daar. Voordeel is dat het niet snel verveelt. Dit is in ieder geval dé kans om bij ESA binnen te komen.”
,,Heb je Apollo 13 gezien? Nou zo’n controlekamer.” Met glimmende ogen vertellen L&R-studenten Jurriaan de Bruin en Michiel Otten over hun nieuwe werkgever, het European space operations centre.
De Europese interplanetaire ruimtemissies voor de komende jaren dreunen ze zo op. Satelliet Smart wordt in 2002 in een baan om de maan geschoten. De Mars Express moet een jaar later rond de rode planeet circuleren, een landingsvoertuig gaat er op zoek naar water. En satelliet Rosetta vertrekt in 2004 om zeven jaar later aan te komen bij de staartkomeet Wirtanen. Het brok steen dat vlak na de oerknal is gevormd, krijgt bezoek van een onderzoekssonde.
Vanaf april gaan luchtvaart- en ruimtevaartstudenten Michiel Otten en Jurriaan de Bruin een jaar lang als young graduate trainees aan deze missies meewerken in het European space operations centre (Esoc) in het Duitse Darmstadt. ,,De mooiste plek op dit moment”, vindt zevendejaars L&R-student Otten, die enthousiast en rap verhaalt over zijn nieuwe werkgever. Zelfs de bedachtzame, rustige De Bruin moet toegeven dat zijn jongensdroom uitkomt. ,,Nasa heeft misschien meer prestige en naam dan het European space agency. Maar bij Nasa kom je niet binnen als niet-Amerikaan. Ze zijn nogal paranoia wat beveiliging betreft. ESA is met een soort inhaalrace bezig met al deze nieuwe interplanetaire missies. Het is ontzettend spannend om daar bij te zijn.”
Trots
Net als vijfhonderd andere jonge ingenieurs stuurden De Bruin en Otten in oktober een aanvraagformulier met cv op naar het Parijse hoofdkantoor van ESA. Voor De Bruin was het de tweede poging, voor Otten de eerste. Een maand later lag bij beiden een uitnodiging in de bus voor een sollicitatiebezoek aan het Esoc. Voor De Bruin is het Esoc ESA’s favoriete onderdeel. ,,Op het controlecentrum maak je de laatste fase mee van een missie. Daar gebeurt het.”
Met twaalf concurrenten mochten de studenten twee dagen op bezoek in Darmstadt om één van de vijf felbegeerde young graduate trainee plaatsen te bemachtigen. Het vervoer per vliegtuig en een eersteklas hotel regelde Esoc. Hoogtepunt was zonder twijfel de rondleiding in het heilige der heiligen van het ruimtevaartinstituut: de controlekamer. ,,Ja, net zoals in de film, alleen misschien wat kleiner. Overal tellers en mensen achter monitors.” Het zweten volgde op dag twee tijdens de sollicitatiegesprekken met diverse projectleiders. Otten: ,,Je krijgt echt pittige vragen voorgeschoteld. Feitenkennis moet je goed paraat hebben.”
Daarna kon de vlag uit. ,,Het is zo leuk om het te vertellen”, meldt Otten enthousiast en vervolgt opeens bijna verlegen. ,,Iedereen heeft een beeld van wat je gaat doen, en mijn familie is echt ontzettend trots.” Het salaris is voor een beginnend ingenieur ook mooi meegenomen. Esoc betaalt de trainees bijna vierduizend Duitse marken netto per maand.
De enige kink in de kabel kan nog komen van het medisch onderzoek. Otten en De Bruin moeten bloed en urine inleveren, een lange vragenlijst invullen en een röntgenfoto van de borst laten maken. ,,Ach, ik ben gewoon gezond, dus daar maak ik me niet druk over”, zegt Otten. Drukker zijn ze met het zoeken van woonruimte voor twee in Darmstadt.
Mars
Otten werkt het komende jaar bij de Interplanetary mission support section. Hij bouwt mee aan een computerinterface voor de Smart-missie. Via de interface kunnen wetenschappers precies op de hoogte blijven van de baan van de satelliet rond de maan. Voor hun metingen is de stand van de zon ten opzichte van de satelliet bijvoorbeeld belangrijk.
De Bruin maakt deel uit van het flight control team. Hij ontwikkelt software voor de standregeling van de satellieten Mars Express en Rosetta. ,,De antenne op een satelliet heeft weinig bewegingsvrijheid. Meestal is de antenne gericht op het oppervlak voor allerlei metingen, maar er moet ook informatie naar de aarde teruggestuurd worden. Zo’n satelliet staat 150 miljoen kilometer ver, maar je moet wel op elk moment precies weten hoe ze erbij hangt.”
Het traineeship is maar voor één jaar. Vinden ze het niet spijtig dat ze de lanceringen van ‘hun’ satellieten niet meemaken? Otten: ,,Ik heb het gevoel dat ik kan blijven als het goed gaat. Dat hebben ze ook min of meer gezegd. Hoewel een vaste plek niet voor iedereen weggelegd is.”
Na een aantal jaar willen ze doorstromen naar het echte Walhalla van het European Space Agency: de missie-analyse. In projectgroepen worden hier nieuwe missies naar het onbekende bedacht. Wat als de dromen niet uitkomen? ,,Och”, reageert De Bruin nuchter, ,,Je leert er veel mensen en organisaties kennen. In de ruimtevaart werk je vaak een paar jaar hier en dan weer daar. Voordeel is dat het niet snel verveelt. Dit is in ieder geval dé kans om bij ESA binnen te komen.”
Comments are closed.