Campus

Met de billen bloot

,,Ik kan het helemaal niet”, dacht ze. ,,Maar ik doe gewoon mee. Voor de lol.” Cabaretier Helga Buitelaar had ‘rete-zin’ in de Delftse voorronde van cabaretfestival Cameretten, afgelopen dinsdag in de Koornbeurs, maar was – achteraf bezien – wel gespannen.

Niet dat al die spanning nu verdwenen is, want of ze een plek op de Rotterdamse finale heeft veroverd, hoort ze pas over een tijdje. Op de vooravond van haar Koornbeursoptreden dook Delta met haar de kleedkamer in.

De bijna twee meter lange verschijning is niet moeilijk te herkennen als ze voor de deur van haar thuistheater in het oer-Hollandse Gorinchem staat. ,,Ik wil eens ergens anders naar toe”, zegt Helga Buitelaar. ,,Hier ken ik iedereen al. Delft is weer eens wat nieuws.”

Ze is een veelzijdig typje. Afgelopen weekend zong ze middeleeuwse liederen op de vestingdag in Graven, compleet met kledij en onder begeleiding van instrumenten uit die tijd. Ook maakt ze cabaret voor bedrijven. ,,Daar verdien je veel mee, maar dat vind ik niet zo belangrijk. Ik wil mijn eigen ding doen.” Dus koos ze voor de Koornbeurs voor een liedjesprogramma: haar allereerste eigen show.

Buitelaar dook al op jonge leeftijd in de muziek. Ze speelde in wat ze noemt ‘maatschappijkritische bandjes’ en zong in de kroeg met een Friese troubadour. Ook studeerde ze klassiek dwarsfluit aan het conservatorium. ,,Dat was niks voor mij”, beseft ze nu. ,,Dat was ik niet. Bij klassiek kun je overal omheen lopen. Je speelt het muziekje van iemand anders. Bij cabaret is dat niet zo, daar moet je met de billen bloot. Een paar jaar geleden ben ik na veel omzwervingen teruggekomen bij wie ik eigenlijk ben: een cabaretier. Ik ga nooit meer een liedje van een ander zingen.”

Prikkels

,,Men zegt wel dat je in een grote stad meer prikkels krijgt. Maar in een rustige plek als Gorinchem heb je tenminste de rust om ze te verwerken. Het is hier soms wel moeilijk om weerklank te vinden. Het blijft een kleine stad. Maar aan een paar goede vrienden kan ik me wel spiegelen.”

Inspiratie haalt ze vooral uit haar eigen leven. Dat leidt soms tot autobiografische stukken, zoals een balkonscène in haar Camerettenprogramma. Buitelaar heeft een klein balkon en haar vriendin heeft een tuin. ,,Op een dag kwam ze naar mij toe met blaren op de handen van het wroeten in de tuin. Dat vond ik zo grappig. Daar heb ik toen een liedje over geschreven.” Sommige autobiografische situaties leiden echter tot sketches die voor iedereen herkenbaar zijn. ‘Polderfietsen’, bijvoorbeeld. ,,Iedereen kent dat wel. Dat je in de polder fietst met tegenwind en striemende regen. Kut-Nederland, denk je dan. Als ik dat vertel dan zie ik iedereen knikken van: ja, dat ken ik ook!”

,,Pas geleden was er een zogenaamde buitenweek. Daar heb ik een hele week gek gedaan met andere mensen. Spel oefenen, cabaret maken, zingen. Aan het eind van de week was er iemand die zei dat we nog iets kleins, iets moois moesten doen. Dat wilde ik ook. Dan gooi ik zo’n lijntje neer als die balkonscène en dan komt er langzaamaan iets uit jezelf. Sommige mensen noemen dat bidden.”

Dagtaak

Buitelaar is twee jaar geleden gescheiden van haar man, een gereformeerde organist. ,,Dat is goed geweest”, lacht ze. ,,Ik heb een gereformeerde opvoeding gehad zoals zoveel mensen hier in Gorinchem. Het is een dagtaak om je daarvan los te maken, het cabaret helpt me daarbij. Cabaret is heel erg mensenspul. Geen poespas, geen zwarte pakken. In de blubber met je handen. Tot je ellebogen en knieën pulken in de grond. En dat doet soms wel zeer. Cabaret is voor mij soms confronterend en het doet soms pijn om sommige dingen te zeggen.”

Ze denkt na of ze nog ergens in gelooft. ,,Ik geloof niet meer in de man in de hemel. Dat vind ik te simplistisch, maar helemaal nooit meer iets is te deprimerend. Ik vind het belangrijk om positief te blijven. Dat is dagelijks werk. Vuur hebben voor mensen, cabaret of muziek. Ik wil me levend voelen. Niks schuldgevoel. Opdonderen! Ik ben blij met wie ik ben, maar nog niet gelukkig. Blij met de groei, met wie ik ga worden. Ik ben er nog niet helemaal. Ik vind mezelf wel leuk om mee wakker te worden. Stel dat je elke ochtend denkt: uuuh! Weer een dag met mij. Dat is erg. Maar ja, als je dat kan denken, ben je al goed bezig.”

,,Ik kan het helemaal niet”, dacht ze. ,,Maar ik doe gewoon mee. Voor de lol.” Cabaretier Helga Buitelaar had ‘rete-zin’ in de Delftse voorronde van cabaretfestival Cameretten, afgelopen dinsdag in de Koornbeurs, maar was – achteraf bezien – wel gespannen. Niet dat al die spanning nu verdwenen is, want of ze een plek op de Rotterdamse finale heeft veroverd, hoort ze pas over een tijdje. Op de vooravond van haar Koornbeursoptreden dook Delta met haar de kleedkamer in.

De bijna twee meter lange verschijning is niet moeilijk te herkennen als ze voor de deur van haar thuistheater in het oer-Hollandse Gorinchem staat. ,,Ik wil eens ergens anders naar toe”, zegt Helga Buitelaar. ,,Hier ken ik iedereen al. Delft is weer eens wat nieuws.”

Ze is een veelzijdig typje. Afgelopen weekend zong ze middeleeuwse liederen op de vestingdag in Graven, compleet met kledij en onder begeleiding van instrumenten uit die tijd. Ook maakt ze cabaret voor bedrijven. ,,Daar verdien je veel mee, maar dat vind ik niet zo belangrijk. Ik wil mijn eigen ding doen.” Dus koos ze voor de Koornbeurs voor een liedjesprogramma: haar allereerste eigen show.

Buitelaar dook al op jonge leeftijd in de muziek. Ze speelde in wat ze noemt ‘maatschappijkritische bandjes’ en zong in de kroeg met een Friese troubadour. Ook studeerde ze klassiek dwarsfluit aan het conservatorium. ,,Dat was niks voor mij”, beseft ze nu. ,,Dat was ik niet. Bij klassiek kun je overal omheen lopen. Je speelt het muziekje van iemand anders. Bij cabaret is dat niet zo, daar moet je met de billen bloot. Een paar jaar geleden ben ik na veel omzwervingen teruggekomen bij wie ik eigenlijk ben: een cabaretier. Ik ga nooit meer een liedje van een ander zingen.”

Prikkels

,,Men zegt wel dat je in een grote stad meer prikkels krijgt. Maar in een rustige plek als Gorinchem heb je tenminste de rust om ze te verwerken. Het is hier soms wel moeilijk om weerklank te vinden. Het blijft een kleine stad. Maar aan een paar goede vrienden kan ik me wel spiegelen.”

Inspiratie haalt ze vooral uit haar eigen leven. Dat leidt soms tot autobiografische stukken, zoals een balkonscène in haar Camerettenprogramma. Buitelaar heeft een klein balkon en haar vriendin heeft een tuin. ,,Op een dag kwam ze naar mij toe met blaren op de handen van het wroeten in de tuin. Dat vond ik zo grappig. Daar heb ik toen een liedje over geschreven.” Sommige autobiografische situaties leiden echter tot sketches die voor iedereen herkenbaar zijn. ‘Polderfietsen’, bijvoorbeeld. ,,Iedereen kent dat wel. Dat je in de polder fietst met tegenwind en striemende regen. Kut-Nederland, denk je dan. Als ik dat vertel dan zie ik iedereen knikken van: ja, dat ken ik ook!”

,,Pas geleden was er een zogenaamde buitenweek. Daar heb ik een hele week gek gedaan met andere mensen. Spel oefenen, cabaret maken, zingen. Aan het eind van de week was er iemand die zei dat we nog iets kleins, iets moois moesten doen. Dat wilde ik ook. Dan gooi ik zo’n lijntje neer als die balkonscène en dan komt er langzaamaan iets uit jezelf. Sommige mensen noemen dat bidden.”

Dagtaak

Buitelaar is twee jaar geleden gescheiden van haar man, een gereformeerde organist. ,,Dat is goed geweest”, lacht ze. ,,Ik heb een gereformeerde opvoeding gehad zoals zoveel mensen hier in Gorinchem. Het is een dagtaak om je daarvan los te maken, het cabaret helpt me daarbij. Cabaret is heel erg mensenspul. Geen poespas, geen zwarte pakken. In de blubber met je handen. Tot je ellebogen en knieën pulken in de grond. En dat doet soms wel zeer. Cabaret is voor mij soms confronterend en het doet soms pijn om sommige dingen te zeggen.”

Ze denkt na of ze nog ergens in gelooft. ,,Ik geloof niet meer in de man in de hemel. Dat vind ik te simplistisch, maar helemaal nooit meer iets is te deprimerend. Ik vind het belangrijk om positief te blijven. Dat is dagelijks werk. Vuur hebben voor mensen, cabaret of muziek. Ik wil me levend voelen. Niks schuldgevoel. Opdonderen! Ik ben blij met wie ik ben, maar nog niet gelukkig. Blij met de groei, met wie ik ga worden. Ik ben er nog niet helemaal. Ik vind mezelf wel leuk om mee wakker te worden. Stel dat je elke ochtend denkt: uuuh! Weer een dag met mij. Dat is erg. Maar ja, als je dat kan denken, ben je al goed bezig.”

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.