Onderwijs

Wij willen dat jongeren techniek associëren met iets levendigs en spannends

Op 3 oktober opent in het Techniek Museum Delft de tentoonstelling ‘Snijden door het sleutelgat’. Samen met de Reinier de Graafgroep presenteert de TU zijn onderzoeksvorderingen op het terrein van minimaal invasieve chirurgie.

br />
Dit jaar is niet alleen een jubileumjaar voor de TU Delft, maar ook voor de Reinier de Graafgroep. Uit een archiefstuk blijkt dat 750 jaar geleden de ziekenzorg in Delft van start ging. Er is nog een andere overeenkomst: de Reinier de Graafgroep past veel minimaal invasieve chirurgie toe en de TU doet diverse onderzoeken op dit terrein. Besloten werd om samen met het Techniek Museum een tentoonstelling rond dit onderwerp te organiseren. Directeur Han Heijmans: ,,Het biedt de TU Delft een goede gelegenheid om het publiek kennis te laten maken met het medisch-technologisch onderzoek dat plaatsvindt binnen zijn muren.”

Drie faculteiten % Ontwerp, Constructie en Productie, Technische Natuurwetenschappen en Informatietechnologie en Systemen % presenteren een deel van hun onderzoek op de tentoonstelling. Heijmans: ,,Op dit terrein werkten de faculteiten al samen, maar ik hoop dat tentoonstellingen er in het algemeen toe bijdragen dat faculteiten beter op de hoogte raken van elkaars werk.”

In de tentoonstelling geeft de TU Delft een impressie van hetgeen waarmee onderzoekers zich bezighouden op het gebied van minimaal invasieve chirurgie. Bij deze chirurgie ervaren chirurgen het als een nadeel dat zij tijdens het opereren geen diepte kunnen zien. ,,Er zijn stereo-endoscopen maar die zijn erg duur. TU-onderzoek heeft geresulteerd in een prototype van een endoscoop waarvan de punt 180 graden kan draaien en die goedkoop is en eenvoudig om mee te werken.”

Een ander veel gehoord bezwaar bij minimaal invasieve chirurgie is dat de chirurgen geen fysiek contact met het weefsel hebben. Het voelen kloppen van een ader waarschuwde hen voorheen tijdens operaties dat ze op moesten passen. ,,Er zijn bij werktuigbouwkunde tangen met rolscharnieren ontwikkeld waarmee de chirurg toch een ader kan voelen kloppen.”

Katheter

Ook zijn er ontwikkelingen op het gebied van katheterisatie te zien. Deze behandeling maakt gebruik van de natuurlijke openingen van het lichaam en wordt uitgevoerd door de radioloog. Om de katheter te kunnen volgen worden er contrastvloeistof ingespoten en veelvuldig röntgenfoto’s gemaakt. ,,Bij de nieuwe oplossing van de TU zijn maar enkele foto’s nodig die dienen als plattegrond. De katheter is voorzien van een speciale chip die reageert op magneetpulsen. Op een computerscherm is % met de foto als achtergrond % de route van de punt van de katheter te volgen.”

Er is volgens Heijmans nog veel meer te zien, zoals nieuwe imagingtechnieken, het nieuwe hechtingsmiddel mossellijm en de mogelijkheden om prothesen uit eigen bot op te bouwen. Een constante bij alle tentoonstellingen in het Techniek Museum is een speciaal programma voor kinderen tussen 8 en 14 jaar. Heijmans: Wij willen dat jongeren techniek associëren met iets levendigs en spannends in de hoop dat het studenten van de TU Delft zullen worden. Wij nemen daarom veel dingen voor jongeren in de tentoonstelling op. We verzorgen een speciale rondleiding, er zijn workshops en ze kunnen een multi-mediaverslag maken op het internet. Mijn visie is: als je ze al jong op een goede manier met techniek in aanraking brengt, dan gaan ze techniek ervaren als iets leuks.” (AS)

Op 3 oktober opent in het Techniek Museum Delft de tentoonstelling ‘Snijden door het sleutelgat’. Samen met de Reinier de Graafgroep presenteert de TU zijn onderzoeksvorderingen op het terrein van minimaal invasieve chirurgie.

Dit jaar is niet alleen een jubileumjaar voor de TU Delft, maar ook voor de Reinier de Graafgroep. Uit een archiefstuk blijkt dat 750 jaar geleden de ziekenzorg in Delft van start ging. Er is nog een andere overeenkomst: de Reinier de Graafgroep past veel minimaal invasieve chirurgie toe en de TU doet diverse onderzoeken op dit terrein. Besloten werd om samen met het Techniek Museum een tentoonstelling rond dit onderwerp te organiseren. Directeur Han Heijmans: ,,Het biedt de TU Delft een goede gelegenheid om het publiek kennis te laten maken met het medisch-technologisch onderzoek dat plaatsvindt binnen zijn muren.”

Drie faculteiten % Ontwerp, Constructie en Productie, Technische Natuurwetenschappen en Informatietechnologie en Systemen % presenteren een deel van hun onderzoek op de tentoonstelling. Heijmans: ,,Op dit terrein werkten de faculteiten al samen, maar ik hoop dat tentoonstellingen er in het algemeen toe bijdragen dat faculteiten beter op de hoogte raken van elkaars werk.”

In de tentoonstelling geeft de TU Delft een impressie van hetgeen waarmee onderzoekers zich bezighouden op het gebied van minimaal invasieve chirurgie. Bij deze chirurgie ervaren chirurgen het als een nadeel dat zij tijdens het opereren geen diepte kunnen zien. ,,Er zijn stereo-endoscopen maar die zijn erg duur. TU-onderzoek heeft geresulteerd in een prototype van een endoscoop waarvan de punt 180 graden kan draaien en die goedkoop is en eenvoudig om mee te werken.”

Een ander veel gehoord bezwaar bij minimaal invasieve chirurgie is dat de chirurgen geen fysiek contact met het weefsel hebben. Het voelen kloppen van een ader waarschuwde hen voorheen tijdens operaties dat ze op moesten passen. ,,Er zijn bij werktuigbouwkunde tangen met rolscharnieren ontwikkeld waarmee de chirurg toch een ader kan voelen kloppen.”

Katheter

Ook zijn er ontwikkelingen op het gebied van katheterisatie te zien. Deze behandeling maakt gebruik van de natuurlijke openingen van het lichaam en wordt uitgevoerd door de radioloog. Om de katheter te kunnen volgen worden er contrastvloeistof ingespoten en veelvuldig röntgenfoto’s gemaakt. ,,Bij de nieuwe oplossing van de TU zijn maar enkele foto’s nodig die dienen als plattegrond. De katheter is voorzien van een speciale chip die reageert op magneetpulsen. Op een computerscherm is % met de foto als achtergrond % de route van de punt van de katheter te volgen.”

Er is volgens Heijmans nog veel meer te zien, zoals nieuwe imagingtechnieken, het nieuwe hechtingsmiddel mossellijm en de mogelijkheden om prothesen uit eigen bot op te bouwen. Een constante bij alle tentoonstellingen in het Techniek Museum is een speciaal programma voor kinderen tussen 8 en 14 jaar. Heijmans: Wij willen dat jongeren techniek associëren met iets levendigs en spannends in de hoop dat het studenten van de TU Delft zullen worden. Wij nemen daarom veel dingen voor jongeren in de tentoonstelling op. We verzorgen een speciale rondleiding, er zijn workshops en ze kunnen een multi-mediaverslag maken op het internet. Mijn visie is: als je ze al jong op een goede manier met techniek in aanraking brengt, dan gaan ze techniek ervaren als iets leuks.” (AS)

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.