Campus

newud reiH

De wereldberoemde architecte Zaha Hadid presenteerde een paar jaar geleden een flitsend schetsontwerp met voorover hellende gevels. Resultaat: de voorover hellende nooddeuren zouden zich bij gebruik halverwege vast graven in de grond rondom het gebouw.

Saillant detail: het ontwerp was voor een brandweerkazerne.

De TU heeft brandveiligheid hoog in het vaandel. Zo wordt op de tweede en vierde verdieping van Bouwkunde gewerkt aan een vluchttrap voor de hoger gelegen collegezalen. Het aantal personen per zaal valt niet langer te rijmen met het huidige brandveiligheidniveau. Maar vorige week bleek de TU-bibliotheek een weigerende nooduitgang te bevatten. Hoe staat het werkelijk met de veiligheid van vluchtroutes in TU-gebouwen?

Een van de oudere gebouwen van de TU Delft, op de nominatie voor sloop, is het Gaag-gebouw uit 1923. Zoals het een verstandig bezoeker betaamt: eerst een blik op de tekening met vluchtroutes naast de ingang. Die blijken recent aan de muurtegels geplakt; op A3-formaat kopieerpapier geven handgetekende viltstiftstrepen aan waar de exits zich bevinden. De tekst boven de tekening staat ondersteboven. Wie zich omdraait, bukt en achterstevoren door de benen kijkt, leest alsnog: ‘Gaag-gebouw begane grond’.

De knulligheid van de tekeningen (op meerdere plaatsen hangt het verdiepingsnummer ondersteboven) blijkt niet representatief voor het brandveiligheidniveau: de nooduitgangen gaan probleemloos open. Zo probleemloos zelfs, dat zij een nieuw probleem introduceren: ‘Deur gesloten houden; inbraakpreventie’, staat op een van de uitgangen getypt. Na zessen worden de twee openslaande nooddeuren met een stevige houten balk vergrendeld.

In vrijwel alle andere TU-gebouwen is de inbraakgevoeligheid van de nooduitgangen opgelost met elektronische schakelaars. Nooddeuren zijn daar in principe gesloten en wie desondanks een goede reden heeft de deur toch te openen, dient het ruitje van een groenomrande initial varel kapot te drukken.

In sommige gevallen is het de vraag of de vluchter de bedoeling van het ruitje begrijpt. Zo heeft een slaperige installateur in het nieuwe IO-gebouw aan de Landberghstraat een van de ruitjes achterstevoren geplaatst waardoor in blinde paniek vluchtende secretaresses de tekst krijgen voorgeschoteld: ‘newud reih: dnarb jiB’.

De wereldberoemde architecte Zaha Hadid presenteerde een paar jaar geleden een flitsend schetsontwerp met voorover hellende gevels. Resultaat: de voorover hellende nooddeuren zouden zich bij gebruik halverwege vast graven in de grond rondom het gebouw. Saillant detail: het ontwerp was voor een brandweerkazerne.

De TU heeft brandveiligheid hoog in het vaandel. Zo wordt op de tweede en vierde verdieping van Bouwkunde gewerkt aan een vluchttrap voor de hoger gelegen collegezalen. Het aantal personen per zaal valt niet langer te rijmen met het huidige brandveiligheidniveau. Maar vorige week bleek de TU-bibliotheek een weigerende nooduitgang te bevatten. Hoe staat het werkelijk met de veiligheid van vluchtroutes in TU-gebouwen?

Een van de oudere gebouwen van de TU Delft, op de nominatie voor sloop, is het Gaag-gebouw uit 1923. Zoals het een verstandig bezoeker betaamt: eerst een blik op de tekening met vluchtroutes naast de ingang. Die blijken recent aan de muurtegels geplakt; op A3-formaat kopieerpapier geven handgetekende viltstiftstrepen aan waar de exits zich bevinden. De tekst boven de tekening staat ondersteboven. Wie zich omdraait, bukt en achterstevoren door de benen kijkt, leest alsnog: ‘Gaag-gebouw begane grond’.

De knulligheid van de tekeningen (op meerdere plaatsen hangt het verdiepingsnummer ondersteboven) blijkt niet representatief voor het brandveiligheidniveau: de nooduitgangen gaan probleemloos open. Zo probleemloos zelfs, dat zij een nieuw probleem introduceren: ‘Deur gesloten houden; inbraakpreventie’, staat op een van de uitgangen getypt. Na zessen worden de twee openslaande nooddeuren met een stevige houten balk vergrendeld.

In vrijwel alle andere TU-gebouwen is de inbraakgevoeligheid van de nooduitgangen opgelost met elektronische schakelaars. Nooddeuren zijn daar in principe gesloten en wie desondanks een goede reden heeft de deur toch te openen, dient het ruitje van een groenomrande initial varel kapot te drukken.

In sommige gevallen is het de vraag of de vluchter de bedoeling van het ruitje begrijpt. Zo heeft een slaperige installateur in het nieuwe IO-gebouw aan de Landberghstraat een van de ruitjes achterstevoren geplaatst waardoor in blinde paniek vluchtende secretaresses de tekst krijgen voorgeschoteld: ‘newud reih: dnarb jiB’.

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.