De studietaks staat weer hoog op de politieke agenda. Niet onlogisch, want de studiefinanciering drukt zwaar op de onderwijsbegroting.Toen het Centraal Planbureau afgelopen zomer via een discussion paper pleitte voor een studietaks, wilde het ministerie van onderwijs slechts kwijt de ideeën ‘zeer interessant’ te vinden.
De onderwijswereld reageerde negatief of genuanceerde, maar staatssecretaris Nijs lijkt er wel voor te porren.
Het CPB betoogde dat afschaffing van de stufi de staatskas een besparing van maximaal 3,2 miljard euro zou opleveren. Om studenten toch van geld te voorzien, komt er wat het CPB betreft een taks of een sociaal leenstelsel. De taks heeft op dit moment de meeste kans van slagen.
Die studietaks komt hier op neer: de student krijgt geen subsidie (lees: stufi) meer, maar leent geld van de staat. Na het afstuderen betaalt de student een inkomensafhankelijke belasting voor de door hem genoten opleiding.
De gedachte bij deze constructie is dat zij die het meest baat hebben van het hoger onderwijs ook het meeste bijdragen aan de bekostiging ervan. Zodoende krijgt een succesvol fiscalist een pittige aanslag, terwijl bijvoorbeeld een leraar Duits weer wat minder belasting betaalt.
Uit de rijksbegroting-2003 blijkt dat Nijs vooralsnog uitgaat van het oude systeem, waarbij de prestatiebeurs wordt omgezet in een gift mits de studievoortgang voldoende is. Maar op het ministerie is inmiddels een commissie aan het werk die de haalbaarheid van de taks onderzoekt.
Niet nieuw
De studietaksdiscussie is niet nieuw. De Landelijke Studenten Vakbond (LSVb) hield een jaar of tien geleden al een pleidooi voor de academicusbelasting. Eerder dit jaar zocht het Twentse onderwijsinstituut CHEPS al naar mogelijkheden om het huidige stelsel van collegegelden en studiefinanciering om te gooien. GroenLinks nam de taks op in het meest recente verkiezingsprogramma.
PvdA-coryfeeën Willem Vermeend en Jacques Wallage hebben in de tweede helft van jaren tachtig en de eerste helft van de jaren negentig diverse modellen losgelaten op de studiefinanciering, waaronder het sociale leenstelsel en de academicusbelasting.
Bij de LSVb – de bond die de afgelopen jaren een warm pleidooi hield voor de taks – is het CPB-geschrift niet met louter gejuich ontvangen. Het CPB vindt namelijk dat de student naast de belasting achteraf ook tijdens de studie flink collegegeld moet betalen. Volgens de bond belemmert dat de toegankelijkheid van het hoger onderwijs.
LSVb-voorzitter Van der Meij ziet juist een model zonder collegegeld. ,,Doordat studenten geen collegegeld moeten betalen wordt een belangrijke drempel weggenomen. Als studenten tijdens hun studie een goede lening krijgen, hoeven ze naast hun opleiding niet te werken, waardoor ze meer tijd hebben om te studeren. Tenslotte maakt de taks het mogelijk dat studenten die financieel het meeste voordeel hebben van hun opleiding, verhoudingsgewijs het meeste betalen. Alleen dat behoud van het collegegeld is een brug te ver.”
In Zoetermeer dreigt de LSVb bakzeil te halen met zijn pleidooi voor afschaffing van het collegegeld. Sterker nog, het collegegeld van de topmasters gaat mogelijk stijgen.
Progressie
Dat Nijs wel voelt voor de ideeën van het CPB, zal bij werkgeversorganisatie VNO-NCW niet in goede aarde vallen. Onderwijssecretaris Renique ziet niet wat er zo eerlijk en rechtvaardig aan is. ,,Hooggeschoolden hebben net als alle Nederlanders te maken met het progressieve belastingstelsel. En al hebben ze geprofiteerd van het hoger onderwijs als overheidsvoorziening, doordat ze dankzij hun kunde veel verdienen, betalen ze verhoudingsgewijs ook meer belasting. Zodoende betalen de hoger opgeleiden de staat al feite voor bewezen diensten.”
Bovendien zijn de CPB-plannen volgens Renique ook niet goed voor het hoger onderwijs. ,,Het aantal prikkels neemt af doordat mensen pas achteraf betalen. Studenten zijn eerder geneigd een studie te volgen die ze minder snel op hoge kosten jaagt. Een artsenstudie duurt jaren langer. Dat zou betekenen dat een arts straks meer belasting moet gaan betalen. Dat schrikt af.”
De beide koepelorganisaties spreken zich in principe nog niet uit. De VSNU is meer dan bereid mee te denken over verandering van de stufi, zolang het de toegankelijkheid van het hoger onderwijs niet schaadt. Ook met de HBO-raad is volgens een woordvoerder best over de komst van studietaks te praten. ,,Onze aarzeling is echter dat er in het hbo veel studenten rondlopen uit de lagere en middeninkomens. Die zijn doorgaans een stuk terughoudender als er zware lasten in het vooruitzicht worden gesteld, en zullen er dus sneller voor kiezen om een studie te laten zitten.”
Samengevat lijkt het erop dat het draagvlak voor de studietaks in de afgelopen jaren nauwelijks is veranderd. Voorstanders wijzen op het profijt dat de afgestudeerde bij zijn opleiding heeft, en daar mag best voor worden betaald. Als tegenstanders niet wijzen op hetmaatschappelijk belang van hoger onderwijs, vinden ze wel dat mensen met hogere inkomens al genoeg belasting betalen. Tot voor kort leek het er op dat de studietaks de verkenningsfase niet zou ontstijgen, maar dankzij Nijs staat de taks er nu beter voor.
De studietaks staat weer hoog op de politieke agenda. Niet onlogisch, want de studiefinanciering drukt zwaar op de onderwijsbegroting.
Toen het Centraal Planbureau afgelopen zomer via een discussion paper pleitte voor een studietaks, wilde het ministerie van onderwijs slechts kwijt de ideeën ‘zeer interessant’ te vinden. De onderwijswereld reageerde negatief of genuanceerde, maar staatssecretaris Nijs lijkt er wel voor te porren.
Het CPB betoogde dat afschaffing van de stufi de staatskas een besparing van maximaal 3,2 miljard euro zou opleveren. Om studenten toch van geld te voorzien, komt er wat het CPB betreft een taks of een sociaal leenstelsel. De taks heeft op dit moment de meeste kans van slagen.
Die studietaks komt hier op neer: de student krijgt geen subsidie (lees: stufi) meer, maar leent geld van de staat. Na het afstuderen betaalt de student een inkomensafhankelijke belasting voor de door hem genoten opleiding.
De gedachte bij deze constructie is dat zij die het meest baat hebben van het hoger onderwijs ook het meeste bijdragen aan de bekostiging ervan. Zodoende krijgt een succesvol fiscalist een pittige aanslag, terwijl bijvoorbeeld een leraar Duits weer wat minder belasting betaalt.
Uit de rijksbegroting-2003 blijkt dat Nijs vooralsnog uitgaat van het oude systeem, waarbij de prestatiebeurs wordt omgezet in een gift mits de studievoortgang voldoende is. Maar op het ministerie is inmiddels een commissie aan het werk die de haalbaarheid van de taks onderzoekt.
Niet nieuw
De studietaksdiscussie is niet nieuw. De Landelijke Studenten Vakbond (LSVb) hield een jaar of tien geleden al een pleidooi voor de academicusbelasting. Eerder dit jaar zocht het Twentse onderwijsinstituut CHEPS al naar mogelijkheden om het huidige stelsel van collegegelden en studiefinanciering om te gooien. GroenLinks nam de taks op in het meest recente verkiezingsprogramma.
PvdA-coryfeeën Willem Vermeend en Jacques Wallage hebben in de tweede helft van jaren tachtig en de eerste helft van de jaren negentig diverse modellen losgelaten op de studiefinanciering, waaronder het sociale leenstelsel en de academicusbelasting.
Bij de LSVb – de bond die de afgelopen jaren een warm pleidooi hield voor de taks – is het CPB-geschrift niet met louter gejuich ontvangen. Het CPB vindt namelijk dat de student naast de belasting achteraf ook tijdens de studie flink collegegeld moet betalen. Volgens de bond belemmert dat de toegankelijkheid van het hoger onderwijs.
LSVb-voorzitter Van der Meij ziet juist een model zonder collegegeld. ,,Doordat studenten geen collegegeld moeten betalen wordt een belangrijke drempel weggenomen. Als studenten tijdens hun studie een goede lening krijgen, hoeven ze naast hun opleiding niet te werken, waardoor ze meer tijd hebben om te studeren. Tenslotte maakt de taks het mogelijk dat studenten die financieel het meeste voordeel hebben van hun opleiding, verhoudingsgewijs het meeste betalen. Alleen dat behoud van het collegegeld is een brug te ver.”
In Zoetermeer dreigt de LSVb bakzeil te halen met zijn pleidooi voor afschaffing van het collegegeld. Sterker nog, het collegegeld van de topmasters gaat mogelijk stijgen.
Progressie
Dat Nijs wel voelt voor de ideeën van het CPB, zal bij werkgeversorganisatie VNO-NCW niet in goede aarde vallen. Onderwijssecretaris Renique ziet niet wat er zo eerlijk en rechtvaardig aan is. ,,Hooggeschoolden hebben net als alle Nederlanders te maken met het progressieve belastingstelsel. En al hebben ze geprofiteerd van het hoger onderwijs als overheidsvoorziening, doordat ze dankzij hun kunde veel verdienen, betalen ze verhoudingsgewijs ook meer belasting. Zodoende betalen de hoger opgeleiden de staat al feite voor bewezen diensten.”
Bovendien zijn de CPB-plannen volgens Renique ook niet goed voor het hoger onderwijs. ,,Het aantal prikkels neemt af doordat mensen pas achteraf betalen. Studenten zijn eerder geneigd een studie te volgen die ze minder snel op hoge kosten jaagt. Een artsenstudie duurt jaren langer. Dat zou betekenen dat een arts straks meer belasting moet gaan betalen. Dat schrikt af.”
De beide koepelorganisaties spreken zich in principe nog niet uit. De VSNU is meer dan bereid mee te denken over verandering van de stufi, zolang het de toegankelijkheid van het hoger onderwijs niet schaadt. Ook met de HBO-raad is volgens een woordvoerder best over de komst van studietaks te praten. ,,Onze aarzeling is echter dat er in het hbo veel studenten rondlopen uit de lagere en middeninkomens. Die zijn doorgaans een stuk terughoudender als er zware lasten in het vooruitzicht worden gesteld, en zullen er dus sneller voor kiezen om een studie te laten zitten.”
Samengevat lijkt het erop dat het draagvlak voor de studietaks in de afgelopen jaren nauwelijks is veranderd. Voorstanders wijzen op het profijt dat de afgestudeerde bij zijn opleiding heeft, en daar mag best voor worden betaald. Als tegenstanders niet wijzen op hetmaatschappelijk belang van hoger onderwijs, vinden ze wel dat mensen met hogere inkomens al genoeg belasting betalen. Tot voor kort leek het er op dat de studietaks de verkenningsfase niet zou ontstijgen, maar dankzij Nijs staat de taks er nu beter voor.
Comments are closed.