Campus

Studeren met Erasmus

Een uitwisselingsproject kan je leven flink op zijn kop zetten. Xavier vertrekt naar Barcelona om de baan van zijn dromen te bemachtigen, maar stevent af op wat tegelijkertijd de grootste desillusie en grootste verrijking van zijn leven wordt.

L’Auberge Espagnol, de laatste film van Cédric Klapisch. Een feest der herkenning voor studenten, bron van melancholie voor oude rotten.

‘Erasmoes’, noemen de bureaucraten op de Sorbonne het plechtig. Toch staat het naar de Rotterdamse humanist vernoemde Europese uitwisselingsproject in de ogen van economiestudent Xavier (Romain Duris) aanvankelijk symbool voor papieren rompslomp en bureaucratie.

Een jaartje Barcelona leek een simpele manier om Spaans te leren en die ene Succesvolle Baan binnen te slepen. Maar na bergen papierwerk, maanden wachttijd, afscheid van zijn Parijse liefje en een slaapplaats bij een vage kennis in een vreemde stad, weet Xavier het niet meer zo zeker. De Catalaanse colleges zijn onverstaanbaar, de stad is reusachtig. Pas als hij een kamer vindt in een internationaal studentenhuis, begint de Fransman zich thuis te voelen. In zijn ‘Spaanse herberg’ vervagen de grenzen en komen alle culturen samen. Bij de telefoon hangt een lijst met ‘Hij/zij is er niet’ in zes verschillende talen.

Wat volgt is een twee uur durend – wel wat stereotiepe – feest der herkenning. Een stampvolle koelkast met gelabelde plankjes, een ranzige badkuip, kleine huisruzietjes en onverwachte vriendschappen. Pure loutering voor Xavier, die als grijze muis zijn stulpje betrekt en het als volwassen, vastberaden man verlaat.

Dat Klapisch (Chacun cherche son chat) het hele verhaal bedoelt als een metafoor voor de Europese eenwording mag je in het achterhoofd houden. Voor de film is het niet van wezenlijk belang, evenmin als een onduidelijke bijrol van Xaviers vriendinnetje (Audrey ‘Amélie Poulin’ Tautou) en het onnodige kunstzinnige gedoe tussendoor, waarmee de regisseur niet alleen Xaviers dromen, maar ook de stad in beeld probeert te brengen.

Maar hoe nutteloos de tierlantijnen soms ook, en hoe flinterdun het verhaal, Klapisch weet met L’Auberge Espagnole moeiteloos de volle twee uur te boeien. Omdat Barcelona ook jouw stad wordt, en de bewoners van de ‘herberg’ jouw vrienden. Zelfs studeren met Erasmus lijkt plotseling een briljant plan, of geeft de doorslag als je het al van plan was. Al is het maar om diezelfde, heerlijke loutering door te maken als Xavier.

L’Auberge Espagnole draait onder andere in Cinerama in Rotterdam en Babylon in Den Haag.

Een uitwisselingsproject kan je leven flink op zijn kop zetten. Xavier vertrekt naar Barcelona om de baan van zijn dromen te bemachtigen, maar stevent af op wat tegelijkertijd de grootste desillusie en grootste verrijking van zijn leven wordt. L’Auberge Espagnol, de laatste film van Cédric Klapisch. Een feest der herkenning voor studenten, bron van melancholie voor oude rotten.

‘Erasmoes’, noemen de bureaucraten op de Sorbonne het plechtig. Toch staat het naar de Rotterdamse humanist vernoemde Europese uitwisselingsproject in de ogen van economiestudent Xavier (Romain Duris) aanvankelijk symbool voor papieren rompslomp en bureaucratie.

Een jaartje Barcelona leek een simpele manier om Spaans te leren en die ene Succesvolle Baan binnen te slepen. Maar na bergen papierwerk, maanden wachttijd, afscheid van zijn Parijse liefje en een slaapplaats bij een vage kennis in een vreemde stad, weet Xavier het niet meer zo zeker. De Catalaanse colleges zijn onverstaanbaar, de stad is reusachtig. Pas als hij een kamer vindt in een internationaal studentenhuis, begint de Fransman zich thuis te voelen. In zijn ‘Spaanse herberg’ vervagen de grenzen en komen alle culturen samen. Bij de telefoon hangt een lijst met ‘Hij/zij is er niet’ in zes verschillende talen.

Wat volgt is een twee uur durend – wel wat stereotiepe – feest der herkenning. Een stampvolle koelkast met gelabelde plankjes, een ranzige badkuip, kleine huisruzietjes en onverwachte vriendschappen. Pure loutering voor Xavier, die als grijze muis zijn stulpje betrekt en het als volwassen, vastberaden man verlaat.

Dat Klapisch (Chacun cherche son chat) het hele verhaal bedoelt als een metafoor voor de Europese eenwording mag je in het achterhoofd houden. Voor de film is het niet van wezenlijk belang, evenmin als een onduidelijke bijrol van Xaviers vriendinnetje (Audrey ‘Amélie Poulin’ Tautou) en het onnodige kunstzinnige gedoe tussendoor, waarmee de regisseur niet alleen Xaviers dromen, maar ook de stad in beeld probeert te brengen.

Maar hoe nutteloos de tierlantijnen soms ook, en hoe flinterdun het verhaal, Klapisch weet met L’Auberge Espagnole moeiteloos de volle twee uur te boeien. Omdat Barcelona ook jouw stad wordt, en de bewoners van de ‘herberg’ jouw vrienden. Zelfs studeren met Erasmus lijkt plotseling een briljant plan, of geeft de doorslag als je het al van plan was. Al is het maar om diezelfde, heerlijke loutering door te maken als Xavier.

L’Auberge Espagnole draait onder andere in Cinerama in Rotterdam en Babylon in Den Haag.

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.