Onderwijs

Vervelend en niet helemaal terecht

Een visitatierapport over de universitaire informatica-opleidngen pakt voor Twente en Eindhoven gunstiger uit dan voor Delft. Delftse informatici nuanceren de kritiek.

br />
Delft kreeg als gemiddeld rapportcijfer een 6,6. ,,Heel vervelend en niet helemaal terecht”, reageert opleidingsdirecteur prof.dr.ir. Erik Jansen. Hij wijst er op dat alleen Twente en Eindhoven hoge cijfers gekregen hebben, met name omdat de organisatie daar goed op orde is. ,,Naast Delft hebben ook andere informatica-opleidingen die goed bekend staan % Utrecht, Amsterdam % een relatief lage beoordeling gekregen.”

Clusteren doet een informatica-opleiding meer kwaad dan goed, vindt de commissie. Een voorbarige conclusie, meent Jansen. ,,De opleiding media- en kennistechnologie is juist mogelijk gemaakt door het samengaan van elektro en informatica. En ik betwijfel of informatica zonder de clustering stimuleringsgelden had losgekregen van het college.”

Een ander verwijt luidt: te sterke nadruk op ontwerpen, te weinig aandacht voor onderzoek. ,,We doen minder aan onderzoek dan een aantal andere opleidingen”, erkent ir. Frans Ververs, voorzitter van de opleidingscommissie technische informatica. ,,We hebben namelijk te weinig docenten en % vooral % hoogleraren. De staf moet het leeuwendeel van de tijd steken in onderwijs. Maar niet elke afgestudeerde informaticus is een onderzoeker. Dat zouden de werkgevers ook niet willen. Wat dat betreft heeft de commissie weinig oog voor de realiteit.”

Jansen: ,,Met de overgang van het vierjarig naar het vijfjarig curriculum hebben we gekozen voor een meer praktische studie, met ruime aandacht voor het ontwerpen van systemen % mede op verzoek van het bedrijfsleven. Onze afstudeerders zijn zeer gewild.”

Het verwijt dat de opleiding weinig aandacht heeft voor de oudere docenten noemt Jansen ongelukkig. ,,We zijn sinds twee jaar bezig met een nieuw curriculum voor technische informatica en media- en kennistechnologie. Voor het eerst sinds 1992 mogen we weer nieuwe docenten aantrekken. Dan is het logisch dat we de meeste aandacht richten op de scholing van die nieuwe docenten en op het opzetten van het nieuwe projectonderwijs. Informatica heeft het nog steeds moeilijk. Structureel te weinig onderzoek, te weinig hoogleraren en een vergrijzende staf. Door de onderbezetting is elke docent de komende jaren onmisbaar. De gemiddelde leeftijd van de docenten nadert de 55 jaar; de komende jaren verwachten we een aanzienlijke uitstroom. Onze eerste zorg is daarom het verder versterken van de staf met jonge docenten en het binnenhalen van nieuwe hoogleraren.” Dat laatste blijft het lastigst. ,,De TU stelt hoge eisen en het aanbod is klein. De dip bij informatica van tien jaar terug ijlt nog na.”

Een visitatierapport over de universitaire informatica-opleidngen pakt voor Twente en Eindhoven gunstiger uit dan voor Delft. Delftse informatici nuanceren de kritiek.

Delft kreeg als gemiddeld rapportcijfer een 6,6. ,,Heel vervelend en niet helemaal terecht”, reageert opleidingsdirecteur prof.dr.ir. Erik Jansen. Hij wijst er op dat alleen Twente en Eindhoven hoge cijfers gekregen hebben, met name omdat de organisatie daar goed op orde is. ,,Naast Delft hebben ook andere informatica-opleidingen die goed bekend staan % Utrecht, Amsterdam % een relatief lage beoordeling gekregen.”

Clusteren doet een informatica-opleiding meer kwaad dan goed, vindt de commissie. Een voorbarige conclusie, meent Jansen. ,,De opleiding media- en kennistechnologie is juist mogelijk gemaakt door het samengaan van elektro en informatica. En ik betwijfel of informatica zonder de clustering stimuleringsgelden had losgekregen van het college.”

Een ander verwijt luidt: te sterke nadruk op ontwerpen, te weinig aandacht voor onderzoek. ,,We doen minder aan onderzoek dan een aantal andere opleidingen”, erkent ir. Frans Ververs, voorzitter van de opleidingscommissie technische informatica. ,,We hebben namelijk te weinig docenten en % vooral % hoogleraren. De staf moet het leeuwendeel van de tijd steken in onderwijs. Maar niet elke afgestudeerde informaticus is een onderzoeker. Dat zouden de werkgevers ook niet willen. Wat dat betreft heeft de commissie weinig oog voor de realiteit.”

Jansen: ,,Met de overgang van het vierjarig naar het vijfjarig curriculum hebben we gekozen voor een meer praktische studie, met ruime aandacht voor het ontwerpen van systemen % mede op verzoek van het bedrijfsleven. Onze afstudeerders zijn zeer gewild.”

Het verwijt dat de opleiding weinig aandacht heeft voor de oudere docenten noemt Jansen ongelukkig. ,,We zijn sinds twee jaar bezig met een nieuw curriculum voor technische informatica en media- en kennistechnologie. Voor het eerst sinds 1992 mogen we weer nieuwe docenten aantrekken. Dan is het logisch dat we de meeste aandacht richten op de scholing van die nieuwe docenten en op het opzetten van het nieuwe projectonderwijs. Informatica heeft het nog steeds moeilijk. Structureel te weinig onderzoek, te weinig hoogleraren en een vergrijzende staf. Door de onderbezetting is elke docent de komende jaren onmisbaar. De gemiddelde leeftijd van de docenten nadert de 55 jaar; de komende jaren verwachten we een aanzienlijke uitstroom. Onze eerste zorg is daarom het verder versterken van de staf met jonge docenten en het binnenhalen van nieuwe hoogleraren.” Dat laatste blijft het lastigst. ,,De TU stelt hoge eisen en het aanbod is klein. De dip bij informatica van tien jaar terug ijlt nog na.”

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.