Wie over de ingenieurswereld wil leren, hoeft slechts naar de bouwfraude-enquête te kijken. ,,Ik beloof”, zegt de directeur van een groot aannemersbedrijf bij het afleggen van de eed.
Niet ‘Ik beloof het’ of ‘Dat beloof ik’. Gevolg: geen rechtsgeldige belofte, waardoor de man kan zeggen wat hij wil zonder meineed te plegen. Kom daar maar eens om in TU-dictaat. De echte scholing van de ingenieur vindt nog altijd plaats in de praktijk.
Geen wonder dat de universiteit probeert de praktijk zo dicht mogelijk te benaderen. De bouwkundestudent doet dat in een rollenspel. Heel even mag hij zich aannemer, architect, constructeur, installateur of projectontwikkelaar wanen. Maar er mist iets. De neparchitect kan zich nog zo zwart kleden, de wanna be projectontwikkelaar een joekel van een aardappel in zijn keel stoppen, een essentieel onderdeel uit de bouwpraktijk ontbreekt. Het bordeelbezoek.
Hoewel ik mijn cv niet kan opleuken met vaardigheid op het gebied van vooroverleg, kan ik sinds afgelopen voorjaar wel bogen op ervaring in het bordeelbezoek. Vanwege de verbouwing van zijn nachtclub verhuurde een pooier enkele peeskamers aan dakloze toeristen.
,,This way.” Een breedgeschouderde Oostblokker ging voor op de trap naar de eerste verdieping. Hoogpolig, felrood tapijt dempte zijn voetstappen. Er hing een weeïge geur: een overrijpe mix van zweet verbloemd door de geur van rozen. Zodra de vleeshomp de kamerdeur opende, werd het vermoeden bevestigd. Hotelkamers hebben geen spiegels aan wand en plafond, geen bubbelbad bij het raam en geen tv-videocombinatie tegenover het bed.
Wie niet per ongeluk in een bordeel raakt verzeild, moet zich behelpen met het rollenspel. Wil het spel realistisch blijven, dan verdient het een update volgens de laatste inzichten uit de praktijk. Een nieuwe plek aan de vergadertafel, bezet door een schaars geklede professional. Champagne in de ene hand, een cockring in de andere.
Wie over de ingenieurswereld wil leren, hoeft slechts naar de bouwfraude-enquête te kijken. ,,Ik beloof”, zegt de directeur van een groot aannemersbedrijf bij het afleggen van de eed. Niet ‘Ik beloof het’ of ‘Dat beloof ik’. Gevolg: geen rechtsgeldige belofte, waardoor de man kan zeggen wat hij wil zonder meineed te plegen. Kom daar maar eens om in TU-dictaat. De echte scholing van de ingenieur vindt nog altijd plaats in de praktijk.
Geen wonder dat de universiteit probeert de praktijk zo dicht mogelijk te benaderen. De bouwkundestudent doet dat in een rollenspel. Heel even mag hij zich aannemer, architect, constructeur, installateur of projectontwikkelaar wanen. Maar er mist iets. De neparchitect kan zich nog zo zwart kleden, de wanna be projectontwikkelaar een joekel van een aardappel in zijn keel stoppen, een essentieel onderdeel uit de bouwpraktijk ontbreekt. Het bordeelbezoek.
Hoewel ik mijn cv niet kan opleuken met vaardigheid op het gebied van vooroverleg, kan ik sinds afgelopen voorjaar wel bogen op ervaring in het bordeelbezoek. Vanwege de verbouwing van zijn nachtclub verhuurde een pooier enkele peeskamers aan dakloze toeristen.
,,This way.” Een breedgeschouderde Oostblokker ging voor op de trap naar de eerste verdieping. Hoogpolig, felrood tapijt dempte zijn voetstappen. Er hing een weeïge geur: een overrijpe mix van zweet verbloemd door de geur van rozen. Zodra de vleeshomp de kamerdeur opende, werd het vermoeden bevestigd. Hotelkamers hebben geen spiegels aan wand en plafond, geen bubbelbad bij het raam en geen tv-videocombinatie tegenover het bed.
Wie niet per ongeluk in een bordeel raakt verzeild, moet zich behelpen met het rollenspel. Wil het spel realistisch blijven, dan verdient het een update volgens de laatste inzichten uit de praktijk. Een nieuwe plek aan de vergadertafel, bezet door een schaars geklede professional. Champagne in de ene hand, een cockring in de andere.
Comments are closed.