Eureka! Aha! Als docent creatief probleem oplossen bij IO leert ir. Marc Tassoul vierdejaars de fijne kneepjes van de creativiteit.Marc Tassoul (46) praat zoals een Italiaan auto rijdt, al is hij niet zo ongedurig.
De route heeft hij helder in het achterhoofd, maar af en toe schiet hij enthousiast een zijstraat in. Soms rijdt hij hard achteruit: ,,Dat was nonsens. Vergeet die aanloop. Ik begin opnieuw!”
Behendig associërend zoekt Tassoul steeds illustraties bij zijn betoog: een cartoon die een Amerikaanse tekenaar tijdens een conferentie maakte over zijn drukke presentatie, een geïllustreerd verslag van de creatieve sessie die hij vorige week voor zijn eigen onderneming Innovision leidde. Maar ook voorwerpen: een megalolly, een Alessi-kurkentrekker met een vrouwelijk voorkomen, een van zijn aaibare buitenkant beroofde Furby en een plastic pepermaler die in niets meer lijkt op zijn verre voorouder, de pepermolen.
Dingen overdrijven, omkeren, vergroten, terugbrengen tot hun oerfunctie: het zijn creatieve strategieën die Tassoul graag mag demonstreren. Met een aantal collega’s leert hij vierdejaars IO-studenten de fijne kneepjes van de creativiteit in groepsverband, en traint hij ze in het leiden van creatieve sessies bij bedrijven.
,,Gezocht: creatieve, innovatieve medewerker. Je leest het in bijna alle personeelsadvertenties. Maar bij 99 procent van de banen in het bedrijfsleven word je betaald om te zorgen dat er niets verandert. Je moet vooral alles volgens de regeltjes uitvoeren”, zegt Tassoul.
Puzzelstukje
,,Die behoefte om de status quo te bewaren is niet zo vreemd. Er is geïnvesteerd in mensen, machines en een goed lopende organisatie; de planning laat geen onvoorspelbaarheden toe, enzovoorts. Het probleem is alleen: vastgeroeste patronen maken dat het bedrijf nieuwe ontwikkelingen niet meer tijdig opmerkt.
Creativiteit is ook: gespitst zijn op dat ene puzzelstukje dat niet past, en dat de meeste mensen achteloos opzij leggen. Het scheurtje in het paradigma, de kiem voor iets nieuws.
Begrijp me goed: je moet een evenwicht hebben tussen creativiteit en continuïteit. Een bedrijf opzetten met alleen maar creatievelingen? Vergeet het maar. Het is een bekend verschijnsel: een innovator met een slim idee zet een bedrijf op dat na een aantal succesvolle jaren in een crisis terechtkomt. Dan is namelijk de tijd rijp om het bedrijf rationeler op te zetten, om uit te bouwen wat al is bereikt, in plaats van steeds weer nieuwe wegen in te slaan. Je ziet vaak dat de oprichter plaatsmaakt voor meer managerachtig types. Heel pijnlijk voor de innovator: het bedrijf is immers zijn kindje.
Alle mensen zijn creatief, maar sommige mensen zijn creatiever dan andere. Om zelf iets neer te zetten is durf nodig, zelfvertrouwen. Dat is een belangrijke les voor tweedejaars IO-studenten: jij bent de ontwerper, jij bepaalt hoe het wordt! De student bedenkt zowel de vraag als een oplossing, het ‘goede’ antwoord bestaat niet. En dat is voor sommigen heel eng.
Uit experimenten blijkt dat iemand die negatieve kritiek naar zijn hoofd krijgt, altijd zal terugslaan, al is het maar met een bedekte hatelijkheid. Daarom zorg ik tijdens een sessie voor een ontspannen, respectvolle sfeer.”
Euforisch
,,Ideeën krijgen geeft een kick. Je hersens maken een chemische stof aan, je krijgt een euforisch gevoel. Maar een nieuw idee is voor anderen in eerste instantie vaak een beetje vreemd. In de fase van het ideeën genereren vraag ik dan ook iedereen om zijn oordeel op te schorten. Pas later zeef je de parels uit de modder. Je moet als gespreksleider op je hoede zijn voor ‘creativiteitskillers’ % sceptische opmerkingen die de uitwisseling van ideeën belemmeren.
Stel, je hebt als gespreksleider tijdens zo’n creatieve sessie een geweldig idee. Als je je lippen op elkaar perst, zul je zien dat binnen tien seconden iemand anders met dezelfde inval komt. Zo’n idee hangt in de lucht, jij maakte alleen de associatie wat sneller. Soms breng ik het geduld niet op. Dan geef ik snel iemand anders de rol van gespreksleider en brand ik los.
Zet mensen in een vergaderopstelling bij elkaar en wat doen ze? Vergaderen. Je moet mensen uit hun dagelijkse context trekken. Maak bijvoorbeeld een circusdecor, en laat iedereen aangeven welke rol hij binnen dat circus speelt.In al die jaren dat ik trainingen geef heb ik maar één keer meegemaakt dat een groepje negatief reageerde op die speelse aanpak. Woedend waren ze. ‘Wat is dit voor nonsens? We worden hier niet serieus genomen!’ Om welk bedrijf het ging zeg ik liever niet. Maar het is door de bouwfraude-enquête nu regelmatig in het nieuws.
Wie strikt aan de hand van een boekje iets gaat doen, komt nooit boven de middelmaat uit. Theorie moet je op een gegeven moment durven loslaten. Ken je de grap van de twee besliskundigen in Cambridge? De één klaagt: ik weet niet wat ik moet doen. Ik heb een fantastische baan, na zes maanden beginnen mijn vrouw en kinderen zich hier thuis te voelen, en nu komt er een aanbod uit Oxford om daar voor een twee keer zo hoog salaris te komen doceren! Kom op, zegt zijn collega. We zijn toch besliskundigen? Je maakt een beslissingsboom en… – Oh, come on, man. This is serious!”
Schoenveters
,, Ik weet nog heel goed hoe iedereen mij probeerde te leren schoenveters te strikken toen ik een kind was % en het wilde maar niet lukken. Tot ik zelf uitvond hoe het werkte. The story of my life. Ik wil het zelf doen. Zelf experimenteren, fouten maken en zo stapje voor stapje iets doorgronden.
Sinds driekwart jaar ben ik hevig in de weer met boogschieten. Accepteer dat er een trainer naast me staat die twintig jaar jonger is dan ik en stuntelen maar, zonder gêne. Ik leer snel, mijn schot wordt steeds zuiverder.
Ik heb eerst HTS vliegtuigbouw gedaan, om later voor industrieel ontwerpen te kiezen. Ik hoorde bij de eerste groep die in 1989 creatief probleem oplossen volgde bij Jan Buijs en Kees Nauta, toen was het nog een keuzevak. Ik ben later als docent in dat vak gerold. Het paste bij me.
We hebben bij IO soms de illusie dat we vanuit het niets een product ontwerpen. Maar kijk naar de evolutie van mes en vork: eerst had men een mes, toen begon de gegoede burgerij met twee messen te eten, later kwam er een soort miniatuurhooivork bij kijken en uiteindelijk kreeg je de vork met vier tandjes. Het ging heel pragmatisch: er was een object met een bepaalde functie, men ontdekte een tekortkoming en kwam met oplossingen. Zo werkt het vak creatief probleem oplossen ook. De studenten moeten het zelf ervaren. Niet van het idee naar het tastbare, maar eerder andersom. En achteraf de reflectie: waarom gingen dingen verkeerd of % minstens zo interessant % goed?”
Eureka! Aha! Als docent creatief probleem oplossen bij IO leert ir. Marc Tassoul vierdejaars de fijne kneepjes van de creativiteit.
Marc Tassoul (46) praat zoals een Italiaan auto rijdt, al is hij niet zo ongedurig. De route heeft hij helder in het achterhoofd, maar af en toe schiet hij enthousiast een zijstraat in. Soms rijdt hij hard achteruit: ,,Dat was nonsens. Vergeet die aanloop. Ik begin opnieuw!”
Behendig associërend zoekt Tassoul steeds illustraties bij zijn betoog: een cartoon die een Amerikaanse tekenaar tijdens een conferentie maakte over zijn drukke presentatie, een geïllustreerd verslag van de creatieve sessie die hij vorige week voor zijn eigen onderneming Innovision leidde. Maar ook voorwerpen: een megalolly, een Alessi-kurkentrekker met een vrouwelijk voorkomen, een van zijn aaibare buitenkant beroofde Furby en een plastic pepermaler die in niets meer lijkt op zijn verre voorouder, de pepermolen.
Dingen overdrijven, omkeren, vergroten, terugbrengen tot hun oerfunctie: het zijn creatieve strategieën die Tassoul graag mag demonstreren. Met een aantal collega’s leert hij vierdejaars IO-studenten de fijne kneepjes van de creativiteit in groepsverband, en traint hij ze in het leiden van creatieve sessies bij bedrijven.
,,Gezocht: creatieve, innovatieve medewerker. Je leest het in bijna alle personeelsadvertenties. Maar bij 99 procent van de banen in het bedrijfsleven word je betaald om te zorgen dat er niets verandert. Je moet vooral alles volgens de regeltjes uitvoeren”, zegt Tassoul.
Puzzelstukje
,,Die behoefte om de status quo te bewaren is niet zo vreemd. Er is geïnvesteerd in mensen, machines en een goed lopende organisatie; de planning laat geen onvoorspelbaarheden toe, enzovoorts. Het probleem is alleen: vastgeroeste patronen maken dat het bedrijf nieuwe ontwikkelingen niet meer tijdig opmerkt.
Creativiteit is ook: gespitst zijn op dat ene puzzelstukje dat niet past, en dat de meeste mensen achteloos opzij leggen. Het scheurtje in het paradigma, de kiem voor iets nieuws.
Begrijp me goed: je moet een evenwicht hebben tussen creativiteit en continuïteit. Een bedrijf opzetten met alleen maar creatievelingen? Vergeet het maar. Het is een bekend verschijnsel: een innovator met een slim idee zet een bedrijf op dat na een aantal succesvolle jaren in een crisis terechtkomt. Dan is namelijk de tijd rijp om het bedrijf rationeler op te zetten, om uit te bouwen wat al is bereikt, in plaats van steeds weer nieuwe wegen in te slaan. Je ziet vaak dat de oprichter plaatsmaakt voor meer managerachtig types. Heel pijnlijk voor de innovator: het bedrijf is immers zijn kindje.
Alle mensen zijn creatief, maar sommige mensen zijn creatiever dan andere. Om zelf iets neer te zetten is durf nodig, zelfvertrouwen. Dat is een belangrijke les voor tweedejaars IO-studenten: jij bent de ontwerper, jij bepaalt hoe het wordt! De student bedenkt zowel de vraag als een oplossing, het ‘goede’ antwoord bestaat niet. En dat is voor sommigen heel eng.
Uit experimenten blijkt dat iemand die negatieve kritiek naar zijn hoofd krijgt, altijd zal terugslaan, al is het maar met een bedekte hatelijkheid. Daarom zorg ik tijdens een sessie voor een ontspannen, respectvolle sfeer.”
Euforisch
,,Ideeën krijgen geeft een kick. Je hersens maken een chemische stof aan, je krijgt een euforisch gevoel. Maar een nieuw idee is voor anderen in eerste instantie vaak een beetje vreemd. In de fase van het ideeën genereren vraag ik dan ook iedereen om zijn oordeel op te schorten. Pas later zeef je de parels uit de modder. Je moet als gespreksleider op je hoede zijn voor ‘creativiteitskillers’ % sceptische opmerkingen die de uitwisseling van ideeën belemmeren.
Stel, je hebt als gespreksleider tijdens zo’n creatieve sessie een geweldig idee. Als je je lippen op elkaar perst, zul je zien dat binnen tien seconden iemand anders met dezelfde inval komt. Zo’n idee hangt in de lucht, jij maakte alleen de associatie wat sneller. Soms breng ik het geduld niet op. Dan geef ik snel iemand anders de rol van gespreksleider en brand ik los.
Zet mensen in een vergaderopstelling bij elkaar en wat doen ze? Vergaderen. Je moet mensen uit hun dagelijkse context trekken. Maak bijvoorbeeld een circusdecor, en laat iedereen aangeven welke rol hij binnen dat circus speelt.In al die jaren dat ik trainingen geef heb ik maar één keer meegemaakt dat een groepje negatief reageerde op die speelse aanpak. Woedend waren ze. ‘Wat is dit voor nonsens? We worden hier niet serieus genomen!’ Om welk bedrijf het ging zeg ik liever niet. Maar het is door de bouwfraude-enquête nu regelmatig in het nieuws.
Wie strikt aan de hand van een boekje iets gaat doen, komt nooit boven de middelmaat uit. Theorie moet je op een gegeven moment durven loslaten. Ken je de grap van de twee besliskundigen in Cambridge? De één klaagt: ik weet niet wat ik moet doen. Ik heb een fantastische baan, na zes maanden beginnen mijn vrouw en kinderen zich hier thuis te voelen, en nu komt er een aanbod uit Oxford om daar voor een twee keer zo hoog salaris te komen doceren! Kom op, zegt zijn collega. We zijn toch besliskundigen? Je maakt een beslissingsboom en… – Oh, come on, man. This is serious!”
Schoenveters
,, Ik weet nog heel goed hoe iedereen mij probeerde te leren schoenveters te strikken toen ik een kind was % en het wilde maar niet lukken. Tot ik zelf uitvond hoe het werkte. The story of my life. Ik wil het zelf doen. Zelf experimenteren, fouten maken en zo stapje voor stapje iets doorgronden.
Sinds driekwart jaar ben ik hevig in de weer met boogschieten. Accepteer dat er een trainer naast me staat die twintig jaar jonger is dan ik en stuntelen maar, zonder gêne. Ik leer snel, mijn schot wordt steeds zuiverder.
Ik heb eerst HTS vliegtuigbouw gedaan, om later voor industrieel ontwerpen te kiezen. Ik hoorde bij de eerste groep die in 1989 creatief probleem oplossen volgde bij Jan Buijs en Kees Nauta, toen was het nog een keuzevak. Ik ben later als docent in dat vak gerold. Het paste bij me.
We hebben bij IO soms de illusie dat we vanuit het niets een product ontwerpen. Maar kijk naar de evolutie van mes en vork: eerst had men een mes, toen begon de gegoede burgerij met twee messen te eten, later kwam er een soort miniatuurhooivork bij kijken en uiteindelijk kreeg je de vork met vier tandjes. Het ging heel pragmatisch: er was een object met een bepaalde functie, men ontdekte een tekortkoming en kwam met oplossingen. Zo werkt het vak creatief probleem oplossen ook. De studenten moeten het zelf ervaren. Niet van het idee naar het tastbare, maar eerder andersom. En achteraf de reflectie: waarom gingen dingen verkeerd of % minstens zo interessant % goed?”
Comments are closed.