Campus

Het gebouw als onderdeel van de omgeving

Wereldberoemd werd hij door de vier glazen torens in zijn ontwerp voor de Parijse Nationale Bibliotheek. Transparantie is voor de Franse architect Dominique Perrault een voorwaarde om zijn huidige doel te bereiken: de integratie van het gebouw met de omgeving.

Bij Bouwkunde is op de tentoonstelling ‘Dominique Perrault % Morceaux Choisis’ een decennium Perrault te zien: van ontwerper van gebouwen tot bedenker van infrastructuren.

Vanaf de punten van het met donker hout overdekte hoofdgebouw priemen vier glazen wolkenkrabbers ver de lucht in. De torens moeten in hun vorm opengeslagen boeken nabootsen. Met zijn omstreden ontwerp voor de nieuwe Bibliothèque Nationale de France in Parijs, die in 1997 in gebruik werd genomen, behaalde de bekende Franse architect Dominique Perrault (1953) in één klap wereldfaam. Sommigen noemen het gebouw met monsterachtige afmetingen aan de Rue de Tobiac in het lege Oost-Parijs absurd, anderen roemen de grandeur van de bibliotheek die het benauwde Parijs weer ruimte geeft.

De opzet van de overzichtstentoonstelling ‘Dominique Perrault % Morceaux Choisis’, die vanaf aanstaande maandag te bezichtigen is in de faculteit Bouwkunde, is dan ook het uitlokken van het debat omtrent nieuwe ontwikkelingen in de architectuur. Het architectonische werk van Perrault wordt wel geschaard onder het supermodernisme, de opvolger van het postmodernisme, waarbij elke betekenis wordt uitgebannen. Onder de noemer van het supermodernisme vind je abstracte en neutrale architectuur, die puur op zichzelf staat. De context van het object doet er niet toe. Dat laatste principe echter laat Perrault steeds vaker los.

Perrault schuift zijn grenzen op van het ontwerpen van gebouwen naar het ontwerpen van stedenbouwkundige ensembles en zelfs hele infrastructuren en landschappen. Die ontwikkeling vormt het speerpunt voor een debat op donderdag 19 september, waar behalve Perrault zelf, ook de Nederlandse architect Francine Houben aan zal deelnemen, wiens werk onderhevig is aan een gelijksoortige evolutie.

Eenvoud

Tegenstrijdig genoeg gaat de heldere eenvoud van de architectuur van Perrault gepaard aan een grote monumentale kracht. Decoraties worden door de Franse architect steevast weggelaten, toch zijn zijn gebouwen stuk voor stuk indrukwekkend. Bescheidenheid is dan ook niet aan hem besteed.

Zodra Dominique Perrault, na een studie aan onder andere de École supérieure des Beaux-Arts, in 1981 zijn eerste architectenbureau opende in Parijs, ging zijn voorkeur uit naar megaprojecten. Zo ontwierp hij als opmaat voor de Nationale Bibliotheek het Hotel Industriel Jean-Baptiste Berlier ofwel de ‘Glazen doos’, waarmee hij in 1992 de European Prize for Industrial Architecture won. Dit ontwerp herbergt alle karakteristieken van het werk van Perrault in zich: transparantie en grootschaligheid. Hij bedacht het ontwerp naar aanleiding van een door de gemeente Parijs uitgeschreven opdracht om iets te doen met de loze ruimte tussen Quai d’Ivry en Gare d’Austerlitz.

Het succes van het idee van Perrault school in het feit dat hij niet wegliep voor de lelijke omgeving met snelwegen, een cementsilo, opslagplaatsen en een startbaan voor helicopters, maar deze juist absorbeerde in het nieuwe gebouw. ,,Laten we er iets mee doen en onszelf beng midden in de omgeving plaatsen, met volop uitzicht op dit fantastische stedelijke spektakel”, schreef Perrault in ‘Architecture is not an art of exclusion‘.

Levend systeem

Hij tekende een enorme glazen flat, die ruimte moest bieden aan een stuk of veertig ondernemingen. Het gebouw weerspiegelt de omgeving, terwijl de bedrijfjes in het gebouw door de transparantie ervan tegelijk volop onderdeel worden van het gebied eromheen. ,,Om gelukkig te leven, moeten we ons niet verstoppen”, luidt het motto van de architect. ,,Het is niet een kwestie van het neerzetten van een historisch gebouw, een eco-museum, maar een levend systeem dat meegeeft met de schokgolven van zijn huidige omgeving, omdat het object op die plaats staat, en niet ergens anders.”

Hiermee lijkt hij te doelen op de ontwikkeling die ook het onderwerp vormt van de discussie in het kader van de tentoonstelling bij Bouwkunde, waar op 32 lichtbakken zijn meest belangwekkende projecten van de afgelopen tien jaar te zien zijn. In zijn meest recente werk streeft Perrault naar een samenhang tussen het gebouw en de omgeving. Hij gebruikt de natuur als architectonisch materiaal en omgekeerd roept zijn architectuur natuur op. In het hart van de Nationale Bibliotheek in Parijs, temidden van de vier glazen torens, liet hij een dennenbos aanleggen. In Berlijn ontwierp Perrault het Europa Sportpark, dat 17 meter onder de grond is gebouwd. In het hart van de omringende boomgaard zijn twee metalen daken geplant die zich boven het sportpark uitstrekken als twee meren in een landschap.

Leuke wetenswaardigheid is dat Perraults invloed binnenkort ook Nederland binnensluipt. Hij is namelijk betrokken bij de plannen rond het noordoostelijke deel van Schiphol.

Tentoonstelling ‘Dominique Perrault % Morceaux Choisis’ in de faculteit Bouwkunde. Te zien van maandag 2 tot en met vrijdag 27 september. Op maandag tot en met donderdag geopend van 8.00 tot 22.00 uur en op vrijdag van 08.00 tot 18.00 uur.

Wereldberoemd werd hij door de vier glazen torens in zijn ontwerp voor de Parijse Nationale Bibliotheek. Transparantie is voor de Franse architect Dominique Perrault een voorwaarde om zijn huidige doel te bereiken: de integratie van het gebouw met de omgeving. Bij Bouwkunde is op de tentoonstelling ‘Dominique Perrault % Morceaux Choisis’ een decennium Perrault te zien: van ontwerper van gebouwen tot bedenker van infrastructuren.

Vanaf de punten van het met donker hout overdekte hoofdgebouw priemen vier glazen wolkenkrabbers ver de lucht in. De torens moeten in hun vorm opengeslagen boeken nabootsen. Met zijn omstreden ontwerp voor de nieuwe Bibliothèque Nationale de France in Parijs, die in 1997 in gebruik werd genomen, behaalde de bekende Franse architect Dominique Perrault (1953) in één klap wereldfaam. Sommigen noemen het gebouw met monsterachtige afmetingen aan de Rue de Tobiac in het lege Oost-Parijs absurd, anderen roemen de grandeur van de bibliotheek die het benauwde Parijs weer ruimte geeft.

De opzet van de overzichtstentoonstelling ‘Dominique Perrault % Morceaux Choisis’, die vanaf aanstaande maandag te bezichtigen is in de faculteit Bouwkunde, is dan ook het uitlokken van het debat omtrent nieuwe ontwikkelingen in de architectuur. Het architectonische werk van Perrault wordt wel geschaard onder het supermodernisme, de opvolger van het postmodernisme, waarbij elke betekenis wordt uitgebannen. Onder de noemer van het supermodernisme vind je abstracte en neutrale architectuur, die puur op zichzelf staat. De context van het object doet er niet toe. Dat laatste principe echter laat Perrault steeds vaker los.

Perrault schuift zijn grenzen op van het ontwerpen van gebouwen naar het ontwerpen van stedenbouwkundige ensembles en zelfs hele infrastructuren en landschappen. Die ontwikkeling vormt het speerpunt voor een debat op donderdag 19 september, waar behalve Perrault zelf, ook de Nederlandse architect Francine Houben aan zal deelnemen, wiens werk onderhevig is aan een gelijksoortige evolutie.

Eenvoud

Tegenstrijdig genoeg gaat de heldere eenvoud van de architectuur van Perrault gepaard aan een grote monumentale kracht. Decoraties worden door de Franse architect steevast weggelaten, toch zijn zijn gebouwen stuk voor stuk indrukwekkend. Bescheidenheid is dan ook niet aan hem besteed.

Zodra Dominique Perrault, na een studie aan onder andere de École supérieure des Beaux-Arts, in 1981 zijn eerste architectenbureau opende in Parijs, ging zijn voorkeur uit naar megaprojecten. Zo ontwierp hij als opmaat voor de Nationale Bibliotheek het Hotel Industriel Jean-Baptiste Berlier ofwel de ‘Glazen doos’, waarmee hij in 1992 de European Prize for Industrial Architecture won. Dit ontwerp herbergt alle karakteristieken van het werk van Perrault in zich: transparantie en grootschaligheid. Hij bedacht het ontwerp naar aanleiding van een door de gemeente Parijs uitgeschreven opdracht om iets te doen met de loze ruimte tussen Quai d’Ivry en Gare d’Austerlitz.

Het succes van het idee van Perrault school in het feit dat hij niet wegliep voor de lelijke omgeving met snelwegen, een cementsilo, opslagplaatsen en een startbaan voor helicopters, maar deze juist absorbeerde in het nieuwe gebouw. ,,Laten we er iets mee doen en onszelf beng midden in de omgeving plaatsen, met volop uitzicht op dit fantastische stedelijke spektakel”, schreef Perrault in ‘Architecture is not an art of exclusion‘.

Levend systeem

Hij tekende een enorme glazen flat, die ruimte moest bieden aan een stuk of veertig ondernemingen. Het gebouw weerspiegelt de omgeving, terwijl de bedrijfjes in het gebouw door de transparantie ervan tegelijk volop onderdeel worden van het gebied eromheen. ,,Om gelukkig te leven, moeten we ons niet verstoppen”, luidt het motto van de architect. ,,Het is niet een kwestie van het neerzetten van een historisch gebouw, een eco-museum, maar een levend systeem dat meegeeft met de schokgolven van zijn huidige omgeving, omdat het object op die plaats staat, en niet ergens anders.”

Hiermee lijkt hij te doelen op de ontwikkeling die ook het onderwerp vormt van de discussie in het kader van de tentoonstelling bij Bouwkunde, waar op 32 lichtbakken zijn meest belangwekkende projecten van de afgelopen tien jaar te zien zijn. In zijn meest recente werk streeft Perrault naar een samenhang tussen het gebouw en de omgeving. Hij gebruikt de natuur als architectonisch materiaal en omgekeerd roept zijn architectuur natuur op. In het hart van de Nationale Bibliotheek in Parijs, temidden van de vier glazen torens, liet hij een dennenbos aanleggen. In Berlijn ontwierp Perrault het Europa Sportpark, dat 17 meter onder de grond is gebouwd. In het hart van de omringende boomgaard zijn twee metalen daken geplant die zich boven het sportpark uitstrekken als twee meren in een landschap.

Leuke wetenswaardigheid is dat Perraults invloed binnenkort ook Nederland binnensluipt. Hij is namelijk betrokken bij de plannen rond het noordoostelijke deel van Schiphol.

Tentoonstelling ‘Dominique Perrault % Morceaux Choisis’ in de faculteit Bouwkunde. Te zien van maandag 2 tot en met vrijdag 27 september. Op maandag tot en met donderdag geopend van 8.00 tot 22.00 uur en op vrijdag van 08.00 tot 18.00 uur.

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.