Onderwijs

Experimenteel onderbeen voor mijnslachtoffers

Vijf IO-studenten zijn deze week afgereisd naar Sri Lanka om prothesen voor slachtoffers van landmijnen te testen.Wouter van Dorsser, Boudewijn Wisse, Farshad Soleymani, Barbara de Nooijer en Michelle Kriesels hebben zichzelf geen eenvoudige opdracht gesteld.

Ze moeten met een prothese voor het onderbeen komen die deugdelijk is, maar ook goedkoop % dat wil zeggen: in lokale werkplaatsen makkelijk te maken uit eenvoudige materialen als bamboe, textiel en zelfs fietsonderdelen. Bovendien moet hij door de gebruiker snel zelf te repareren zijn.

Naast improvisatievermogen zullen ze ook tact en inlevingsvermogen nodig hebben. De makers en dragers van de prothesen moeten de alternatieve prothesen uit Delft niet als beledigende ‘afdankertjes’ beschouwen. Het is immers de bedoeling dat na het vertrek van de IO-studenten de productie in de werkplaatsen gewoon zal blijven doorgaan.

Na de langdurige afscheidingsoorlog van de Tamil Tijgers kan Sri Lanka een snel te produceren prothese zeker gebruiken. Het aantal mensen bij wie een been of (vaker) onderbeen moest worden geamputeerd, wordt geschat op tien- tot twintigduizend. Wrang genoeg dreigt het einde van het conflict tot een nieuwe piek te leiden. Sri Lankanen durven weer terug te keren naar hun dorpen, maar daar wemelt het vaak van de landmijnen.

In Sri Lanka bestaat de knowhow om geavanceerde prothesen te maken, maar deze zijn voor het overgrote deel van de landmijnslachtoffers een onbereikbare luxe. Per jaar worden er slechts 2500 prothesen gemaakt. Juist voor de zeer grote groep jonge slachtoffers een probleem: door het ontbreken van een prothese vergroeien hun knieën en heupen, wat latere revalidatie vrijwel onmogelijk maakt.

De studenten namen in het kader van het IO-vak Design for All van docent dr.ir. Johan Molenbroek deel aan een ontwerpwedstrijd. Als winnaars kregen ze een prijs van vijfduizend euro van de Fleur Groenendijk Foundation, die vooral aan retourtickets is besteed. In Sri Lanka werken ze nauw samen met de Nederlander Henk Kooistra, die enkele maanden per jaar werkt in twee ziekenhuizen in de hoofdstad Colombo.

Vijf IO-studenten zijn deze week afgereisd naar Sri Lanka om prothesen voor slachtoffers van landmijnen te testen.

Wouter van Dorsser, Boudewijn Wisse, Farshad Soleymani, Barbara de Nooijer en Michelle Kriesels hebben zichzelf geen eenvoudige opdracht gesteld. Ze moeten met een prothese voor het onderbeen komen die deugdelijk is, maar ook goedkoop % dat wil zeggen: in lokale werkplaatsen makkelijk te maken uit eenvoudige materialen als bamboe, textiel en zelfs fietsonderdelen. Bovendien moet hij door de gebruiker snel zelf te repareren zijn.

Naast improvisatievermogen zullen ze ook tact en inlevingsvermogen nodig hebben. De makers en dragers van de prothesen moeten de alternatieve prothesen uit Delft niet als beledigende ‘afdankertjes’ beschouwen. Het is immers de bedoeling dat na het vertrek van de IO-studenten de productie in de werkplaatsen gewoon zal blijven doorgaan.

Na de langdurige afscheidingsoorlog van de Tamil Tijgers kan Sri Lanka een snel te produceren prothese zeker gebruiken. Het aantal mensen bij wie een been of (vaker) onderbeen moest worden geamputeerd, wordt geschat op tien- tot twintigduizend. Wrang genoeg dreigt het einde van het conflict tot een nieuwe piek te leiden. Sri Lankanen durven weer terug te keren naar hun dorpen, maar daar wemelt het vaak van de landmijnen.

In Sri Lanka bestaat de knowhow om geavanceerde prothesen te maken, maar deze zijn voor het overgrote deel van de landmijnslachtoffers een onbereikbare luxe. Per jaar worden er slechts 2500 prothesen gemaakt. Juist voor de zeer grote groep jonge slachtoffers een probleem: door het ontbreken van een prothese vergroeien hun knieën en heupen, wat latere revalidatie vrijwel onmogelijk maakt.

De studenten namen in het kader van het IO-vak Design for All van docent dr.ir. Johan Molenbroek deel aan een ontwerpwedstrijd. Als winnaars kregen ze een prijs van vijfduizend euro van de Fleur Groenendijk Foundation, die vooral aan retourtickets is besteed. In Sri Lanka werken ze nauw samen met de Nederlander Henk Kooistra, die enkele maanden per jaar werkt in twee ziekenhuizen in de hoofdstad Colombo.

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.