De eerste contouren van het nieuwe allocatiemodel zijn geschetst door de Adviesgroep Nieuw Allocatiemodel. Voorzitter prof.ir. W.L. Dalmijn: ,,Ik zou graag zien dat het nieuwe allocatiemodel eigendom van de hele TU wordt.’
‘
Het lastige van het huidige allocatiemodel was dat het de eerste editie was. Bij de verdeling van de gelden uit de eerste geldstroom was op de universiteiten nog niet eerder gewerkt met een model dat als uitgangspunt het belonen van prestaties had. Het is dus niet vreemd dat het allocatiemodel door de jaren heen een aantal kinderziekten vertoonde. Aangezien de laatste jaren er in toenemende mate klachten kwamen, besloot het college van bestuur tot herziening van het model.
De Adviesgroep Nieuw Allocatiemodel onder voorzitterschap van prof. dr. W.L. Dalmijn, decaan van OCP (Ontwerp, Constructie en Productie), geeft een belangrijke aanzet tot het nieuwe model. ,,Het college van bestuur wil dat er een rechtvaardiger allocatiemodel komt. Daarom moet het geen haastwerk zijn”, zegt Dalmijn. ,,Er is ruim een jaar uitgetrokken om een nieuwe opzet te ontwikkelen. Het komende studiejaar 2002%2003 verandert er nog niets. Iedereen krijgt die financiering waarop gerekend was. Dat is belangrijk, want medewerkers zijn verplichtingen aangegaan voor het komende jaar en die moeten ze kunnen nakomen. Het nieuwe model zal pas in het studiejaar 2003%2004 van start gaan.”
Doel van het oude model was de kwaliteit en de prestaties van de wetenschappers aan te moedigen en overeenkomstig te belonen. Eén van de belangrijkste meetcriteria hierbij was het aantal publicaties. Degene die meer publiceerde % en dan vooral in gerenommeerde tijdschriften – had volgens het huidige allocatiemodel recht op meer geld. Dalmijn: ,,Op zich heeft dat tot goede resultaten geleid. Er zijn meer en betere publicaties gekomen. Alleen constateerden wij in de loop der jaren diverse neveneffecten waar we niet tevreden over waren.”
Probleem
Een van die neveneffecten was dat wetenschappelijke groepen die meer publiceerden, het geld van collega’s met minder publicaties naar zich toe haalden. Dat probleem ontstond doordat het stimuleren van output plaatsvindt in een gesloten financieel systeem. Een bedrijf dat meer produceert en verkoopt krijgt ook meer inkomsten. Een universiteit daarentegen heeft te maken met een vaste som geld. Die wordt niet meer of minder door de prestaties van de medewerkers.
Dalmijn: ,,Daarbij komt nog dat bepaalde vakgebieden % zoals bijvoorbeeld natuurkunde – zich beter lenen voor wetenschappelijke publicaties dan andere. Bij vakgebieden als bouwkunde en industrieel ontwerpen speelt het ontwerpen een veel belangrijkere rol dan publiceren, maar de beloning hiervoor in het allocatiemodel deed daar geen recht aan.”
Een ander bijeffect was dat er getracht werd zoveel mogelijk artikelen in diverse tijdschriften geplaatst te krijgen. Die tellen allemaal mee voor het allocatiemodel. ,,Dat is niet altijd terecht”, aldus Dalmijn, ,,want het ene tijdschrift is toonaangevender dan het andere. Door deze ontwikkeling ontstond er soms een verdunning van de kwaliteit en dat was nu net niet de bedoeling van het allocatiemodel.”
Ook werd in toenemende mate als manco ervaren dat het allocatiemodel het investeren in nieuwe projecten niet stimuleerde. Dat kwam doordat het model alleen concrete prestaties beloonde. Als een faculteit iets nieuws opzet, duurt het een bepaalde tijd voordat het daadwerkelijk iets gaat opleveren. Dat betekent dat er een langere periode geen inkomsten zijn % en er soms nooit komen – en veel decanen en wetenschappers vinden dat een te groot risico. ,,Door af te zien van investeringen in nieuwe onderzoeksgebieden bestaat het gevaar dat een faculteit gaat achterlopen”, aldus Dalmijn.
Rechtvaardiger
Het nieuwe allocatiemodel moet natuurlijk de strategische doelstellingen en portfoliokeuzen van de TU Delft ondersteunen. Daarnaast moet het rechtvaardiger worden. Ook vindt Dalmijn het uitermate belangrijk dat het nieuwe allocatiemodel eigendom van de hele TU wordt. Dalmijn: ,,Om dat te bewerkstelligen hebben wij niet voor een top-down-benadering gekozen. De secretaris van de onze commissie, Hans de Boer van de Staf Planning en evaluatie, heeft de afgelopen weken gesproken met diverse belanghebbenden binnen de TU. Dat zijn de decanen,onderwijsdirecteuren, de ondernemingsraad en de studentenraad. Van al die gesprekken heeft hij een verslag gemaakt. Wij overwegen al hun voorstellen en ideeën op intranet te zetten, zodat ook anderen er op kunnen reageren.”
Deze aanbevelingen en suggesties zullen uiteindelijk een rol spelen bij het definitieve ontwerp van het nieuwe allocatiemodel.
Eén ding vond Dalmijn opmerkelijk bij deze gesprekken: ,,De meeste commentaren leken erg op elkaar. Je zou verwachten dat iedereen zijn eigen belang zou gaan bewaken bij het aandragen van ideeën, maar dat is niet het geval geweest. De behoefte om het nieuwe allocatiemodel rechtvaardiger te maken is veel groter dan de neiging om te proberen zelf allerlei voordelen binnen te halen.”
Ondertussen heeft de uitgebreide informatieronde al geresulteerd in de contouren voor het nieuwe allocatiemodel. Dalmijn benadrukt dat het over een voorstel gaat en dat er nog uitgebreid over gediscussieerd gaat worden.
Omslag
In het voorstel van de commissie is de eerste geldstroom verdeeld in drie onderdelen: een instellingscomponent, een prestatiecomponent en een component basisvoorziening en infrastructuur. Dalmijn: ,,De grootste omslag is te zien in het prestatiecomponent. Deze valt uiteen in het onderwijs en de onderzoeksboxen. Vooral over de indeling van de onderzoeksboxen zal de komende maanden nog het nodige gesproken worden. Wij hebben twee opties ontwikkeld: de gedifferentieerde en de wetenschappelijke/maatschappelijke optie. In de gedifferentieerde onderzoeksbox werk je met vier groepen waarin faculteiten bij elkaar gebracht worden die overeenkomstige kenmerken hebben. Bouwkunde en industrieel ontwerpen zitten bijvoorbeeld samen in een groep. Een andere box wordt gevormd door Technische natuurwetenschappen en Informatietechnologie en Systemen. Door het werken met deze boxen voorkom je dat appels met peren vergeleken worden”, denkt hij. ,,Zoals eerder gezegd is ontwerpen belangrijk in vakgebieden als bouwkunde en industrieel ontwerpen. Door ze samen in de box te plaatsen kun je een beoordelingssystematiek ontwikkelen zodat je ontwerpen onderling kunt gaan vergelijken. Op deze manier wordt voorkomen dat een ontwerp bij IO afgezet moet worden tegen een publicatie in Nature van een natuurkundige.”
In de andere variant worden de drie groepen Science, Design (society) en Technology (engineering) onderscheiden. In principe werkt dit systeem hetzelfde als de onderverdeling in faculteiten. Dalmijn: ,,Het voordeel hierbij is dat onderzoeksgroepen die iets anders werken dan hun eigen faculteit bij deze indeling zelfstandig op hun merites beoordeeld worden.”
De discussie over de contouren zal de komende weken plaatsvinden. Samen met de gegevens verkregen via de gesprekken en intranet zal rond 1 september 2002 de commissie met definitieve aanbevelingen komen voor het nieuwe allocatiemodel.
De eerste contouren van het nieuwe allocatiemodel zijn geschetst door de Adviesgroep Nieuw Allocatiemodel. Voorzitter prof.ir. W.L. Dalmijn: ,,Ik zou graag zien dat het nieuwe allocatiemodel eigendom van de hele TU wordt.”
Het lastige van het huidige allocatiemodel was dat het de eerste editie was. Bij de verdeling van de gelden uit de eerste geldstroom was op de universiteiten nog niet eerder gewerkt met een model dat als uitgangspunt het belonen van prestaties had. Het is dus niet vreemd dat het allocatiemodel door de jaren heen een aantal kinderziekten vertoonde. Aangezien de laatste jaren er in toenemende mate klachten kwamen, besloot het college van bestuur tot herziening van het model.
De Adviesgroep Nieuw Allocatiemodel onder voorzitterschap van prof. dr. W.L. Dalmijn, decaan van OCP (Ontwerp, Constructie en Productie), geeft een belangrijke aanzet tot het nieuwe model. ,,Het college van bestuur wil dat er een rechtvaardiger allocatiemodel komt. Daarom moet het geen haastwerk zijn”, zegt Dalmijn. ,,Er is ruim een jaar uitgetrokken om een nieuwe opzet te ontwikkelen. Het komende studiejaar 2002%2003 verandert er nog niets. Iedereen krijgt die financiering waarop gerekend was. Dat is belangrijk, want medewerkers zijn verplichtingen aangegaan voor het komende jaar en die moeten ze kunnen nakomen. Het nieuwe model zal pas in het studiejaar 2003%2004 van start gaan.”
Doel van het oude model was de kwaliteit en de prestaties van de wetenschappers aan te moedigen en overeenkomstig te belonen. Eén van de belangrijkste meetcriteria hierbij was het aantal publicaties. Degene die meer publiceerde % en dan vooral in gerenommeerde tijdschriften – had volgens het huidige allocatiemodel recht op meer geld. Dalmijn: ,,Op zich heeft dat tot goede resultaten geleid. Er zijn meer en betere publicaties gekomen. Alleen constateerden wij in de loop der jaren diverse neveneffecten waar we niet tevreden over waren.”
Probleem
Een van die neveneffecten was dat wetenschappelijke groepen die meer publiceerden, het geld van collega’s met minder publicaties naar zich toe haalden. Dat probleem ontstond doordat het stimuleren van output plaatsvindt in een gesloten financieel systeem. Een bedrijf dat meer produceert en verkoopt krijgt ook meer inkomsten. Een universiteit daarentegen heeft te maken met een vaste som geld. Die wordt niet meer of minder door de prestaties van de medewerkers.
Dalmijn: ,,Daarbij komt nog dat bepaalde vakgebieden % zoals bijvoorbeeld natuurkunde – zich beter lenen voor wetenschappelijke publicaties dan andere. Bij vakgebieden als bouwkunde en industrieel ontwerpen speelt het ontwerpen een veel belangrijkere rol dan publiceren, maar de beloning hiervoor in het allocatiemodel deed daar geen recht aan.”
Een ander bijeffect was dat er getracht werd zoveel mogelijk artikelen in diverse tijdschriften geplaatst te krijgen. Die tellen allemaal mee voor het allocatiemodel. ,,Dat is niet altijd terecht”, aldus Dalmijn, ,,want het ene tijdschrift is toonaangevender dan het andere. Door deze ontwikkeling ontstond er soms een verdunning van de kwaliteit en dat was nu net niet de bedoeling van het allocatiemodel.”
Ook werd in toenemende mate als manco ervaren dat het allocatiemodel het investeren in nieuwe projecten niet stimuleerde. Dat kwam doordat het model alleen concrete prestaties beloonde. Als een faculteit iets nieuws opzet, duurt het een bepaalde tijd voordat het daadwerkelijk iets gaat opleveren. Dat betekent dat er een langere periode geen inkomsten zijn % en er soms nooit komen – en veel decanen en wetenschappers vinden dat een te groot risico. ,,Door af te zien van investeringen in nieuwe onderzoeksgebieden bestaat het gevaar dat een faculteit gaat achterlopen”, aldus Dalmijn.
Rechtvaardiger
Het nieuwe allocatiemodel moet natuurlijk de strategische doelstellingen en portfoliokeuzen van de TU Delft ondersteunen. Daarnaast moet het rechtvaardiger worden. Ook vindt Dalmijn het uitermate belangrijk dat het nieuwe allocatiemodel eigendom van de hele TU wordt. Dalmijn: ,,Om dat te bewerkstelligen hebben wij niet voor een top-down-benadering gekozen. De secretaris van de onze commissie, Hans de Boer van de Staf Planning en evaluatie, heeft de afgelopen weken gesproken met diverse belanghebbenden binnen de TU. Dat zijn de decanen,onderwijsdirecteuren, de ondernemingsraad en de studentenraad. Van al die gesprekken heeft hij een verslag gemaakt. Wij overwegen al hun voorstellen en ideeën op intranet te zetten, zodat ook anderen er op kunnen reageren.”
Deze aanbevelingen en suggesties zullen uiteindelijk een rol spelen bij het definitieve ontwerp van het nieuwe allocatiemodel.
Eén ding vond Dalmijn opmerkelijk bij deze gesprekken: ,,De meeste commentaren leken erg op elkaar. Je zou verwachten dat iedereen zijn eigen belang zou gaan bewaken bij het aandragen van ideeën, maar dat is niet het geval geweest. De behoefte om het nieuwe allocatiemodel rechtvaardiger te maken is veel groter dan de neiging om te proberen zelf allerlei voordelen binnen te halen.”
Ondertussen heeft de uitgebreide informatieronde al geresulteerd in de contouren voor het nieuwe allocatiemodel. Dalmijn benadrukt dat het over een voorstel gaat en dat er nog uitgebreid over gediscussieerd gaat worden.
Omslag
In het voorstel van de commissie is de eerste geldstroom verdeeld in drie onderdelen: een instellingscomponent, een prestatiecomponent en een component basisvoorziening en infrastructuur. Dalmijn: ,,De grootste omslag is te zien in het prestatiecomponent. Deze valt uiteen in het onderwijs en de onderzoeksboxen. Vooral over de indeling van de onderzoeksboxen zal de komende maanden nog het nodige gesproken worden. Wij hebben twee opties ontwikkeld: de gedifferentieerde en de wetenschappelijke/maatschappelijke optie. In de gedifferentieerde onderzoeksbox werk je met vier groepen waarin faculteiten bij elkaar gebracht worden die overeenkomstige kenmerken hebben. Bouwkunde en industrieel ontwerpen zitten bijvoorbeeld samen in een groep. Een andere box wordt gevormd door Technische natuurwetenschappen en Informatietechnologie en Systemen. Door het werken met deze boxen voorkom je dat appels met peren vergeleken worden”, denkt hij. ,,Zoals eerder gezegd is ontwerpen belangrijk in vakgebieden als bouwkunde en industrieel ontwerpen. Door ze samen in de box te plaatsen kun je een beoordelingssystematiek ontwikkelen zodat je ontwerpen onderling kunt gaan vergelijken. Op deze manier wordt voorkomen dat een ontwerp bij IO afgezet moet worden tegen een publicatie in Nature van een natuurkundige.”
In de andere variant worden de drie groepen Science, Design (society) en Technology (engineering) onderscheiden. In principe werkt dit systeem hetzelfde als de onderverdeling in faculteiten. Dalmijn: ,,Het voordeel hierbij is dat onderzoeksgroepen die iets anders werken dan hun eigen faculteit bij deze indeling zelfstandig op hun merites beoordeeld worden.”
De discussie over de contouren zal de komende weken plaatsvinden. Samen met de gegevens verkregen via de gesprekken en intranet zal rond 1 september 2002 de commissie met definitieve aanbevelingen komen voor het nieuwe allocatiemodel.
Comments are closed.