Campus

Penaltyvrees

Roberto Carlos wordt door een Turk gepasseerd met een magistrale straatvoetballersbeweging. Wat doet Roberto Carlos? Hij schoffelt de Turk onder de zoden.

In Studio Sport van die dag vraagt Umberto Tan aan Wim Rijsbergen wat de voormalige voorstopper van het Nederlands elftal had gedaan in zo’n situatie. Rijsbergen: ,,Die moet neer. Tuurlijk.”

Op een zanderig voetbalveldje in de binnenstad ligt een veertienjarig Chineesje tegen de vlakte. Hij heeft mij na een prachtige schijnbeweging gepoort en daar de prijs voor betaald. Zijn handen strelen zijn pijnlijke enkel, maar op zijn gezicht staat een triomfantelijke grijns.

Mijn grootste voetbaltriomf speelde zich af in de jaren tachtig op een grasveldje vol hondenpoep in een treurige woonerfwijk vol drempels, perkpaaltjes en andere kneuterigheid. Wie niet fatsoenlijk kon voetballen moest keepen. Ik werd toen al van alle kanten voorbijgesprint en gepoort en kon dus slechts kiezen tussen huiswaarts keren of keepen.

Halfzes ’s middags was de stand in doelpunten gelijk. Verlenging bestaat niet in straatvoetballand; om zes uur staan de aardappels op tafel. Penalty’s dus. De trots van de tegenpartij zat al op de middelbare school, was groot en sterk en voorzien van echte voetbalschoenen. Het doel bestond uit op het gras gelegde T-shirts. Misschien dat Nederlanders daarom penalty’s altijd over de grond schieten: hoog schieten betekent op zo’n speelveld ruzie tussen wel of niet over geschoten. Omdat het doel kleiner was dan in het betaald voetbal lag de penaltystip niet op elf maar op zeven meter.

De spits trapte een polletje plat, legde de bal goed en liep achteruit. Hij spuugde op de grond, rende op de bal af en schoot snoeihard middendoor. In een reflex beschermde ik mijn hoofd met mijn armen. Penalty gekeerd, pols gebroken en onsterfelijk voor mijn voetbalvriendjes. Het moet op dit soort veldjes zijn geweest dat Frank de Boer, Philipe Cocu en Jaap Stam penaltyvrees kregen.

Roberto Carlos wordt door een Turk gepasseerd met een magistrale straatvoetballersbeweging. Wat doet Roberto Carlos? Hij schoffelt de Turk onder de zoden. In Studio Sport van die dag vraagt Umberto Tan aan Wim Rijsbergen wat de voormalige voorstopper van het Nederlands elftal had gedaan in zo’n situatie. Rijsbergen: ,,Die moet neer. Tuurlijk.”

Op een zanderig voetbalveldje in de binnenstad ligt een veertienjarig Chineesje tegen de vlakte. Hij heeft mij na een prachtige schijnbeweging gepoort en daar de prijs voor betaald. Zijn handen strelen zijn pijnlijke enkel, maar op zijn gezicht staat een triomfantelijke grijns.

Mijn grootste voetbaltriomf speelde zich af in de jaren tachtig op een grasveldje vol hondenpoep in een treurige woonerfwijk vol drempels, perkpaaltjes en andere kneuterigheid. Wie niet fatsoenlijk kon voetballen moest keepen. Ik werd toen al van alle kanten voorbijgesprint en gepoort en kon dus slechts kiezen tussen huiswaarts keren of keepen.

Halfzes ’s middags was de stand in doelpunten gelijk. Verlenging bestaat niet in straatvoetballand; om zes uur staan de aardappels op tafel. Penalty’s dus. De trots van de tegenpartij zat al op de middelbare school, was groot en sterk en voorzien van echte voetbalschoenen. Het doel bestond uit op het gras gelegde T-shirts. Misschien dat Nederlanders daarom penalty’s altijd over de grond schieten: hoog schieten betekent op zo’n speelveld ruzie tussen wel of niet over geschoten. Omdat het doel kleiner was dan in het betaald voetbal lag de penaltystip niet op elf maar op zeven meter.

De spits trapte een polletje plat, legde de bal goed en liep achteruit. Hij spuugde op de grond, rende op de bal af en schoot snoeihard middendoor. In een reflex beschermde ik mijn hoofd met mijn armen. Penalty gekeerd, pols gebroken en onsterfelijk voor mijn voetbalvriendjes. Het moet op dit soort veldjes zijn geweest dat Frank de Boer, Philipe Cocu en Jaap Stam penaltyvrees kregen.

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.