Onderwijs

Inspectie is bezorgd om examencommissies

Meer dan de helft van de examencommissies op universiteiten en hogescholen deugt niet.Volgens de onderwijsinspectie zitten in zestig procent van de examencommissies leden die er niet thuishoren.

De Wet op het Hoger Onderwijs stelt strenge eisen aan de samenstelling van de verplichte commissies, die de kwaliteit van het diploma moeten waarborgen. Zo moet de examencommissie bestaan uit docenten van diezelfde opleiding.

Bij maar liefst zestig procent is dat niet het geval. Volgens de onderzochte instellingen ligt dat onder andere aan de vage formulering van de wetstekst, die spreekt over ‘leden van het personeel die met het verzorgen van onderwijs zijn belast’. Dat zou ruimte bieden voor de benoeming van leden die geen colleges geven, maar wel ‘onderwijs mogelijk maken’. Bij bijna een kwart van examencommissies blijkt tenminste een lid zelfs niet verbonden aan de opleiding.

Minister Hermans van Onderwijs is het met die kritiek van de inspectie overigens oneens. In een brief aan de Tweede Kamer kiest hij voor de uitleg van de opleidingen. Ook een ander kritiekpunt van de inspectie deelt hij niet: de examencommissies zijn volgens de bewindsman niet verplicht verslag te doen van hun werkzaamheden, en het wekt dan ook geen verbazing dat veertig procent dat nalaat.

Ernstiger vindt de inspectie de aanwezigheid van opleidingsdirecteuren in veel commissies. Sommige commissies zijn zelfs voornamelijk samengesteld uit leden van het management. Dat kan leiden tot belangenconflicten, waarschuwde de dienst al eerder dit jaar. Opleidingen hebben er belang bij veel studenten te laten afstuderen, omdat zij gedeeltelijk op grond van het aantal verstrekte diploma’s bekostigd worden.

Aanleiding voor het onderzoek was een kleinere steekproef eerder dit jaar. Hoofdinspecteur Frans Leeuw sprak op grond daarvan in een radioprogramma zelfs over ‘examenfraude’.

Meer dan de helft van de examencommissies op universiteiten en hogescholen deugt niet.

Volgens de onderwijsinspectie zitten in zestig procent van de examencommissies leden die er niet thuishoren. De Wet op het Hoger Onderwijs stelt strenge eisen aan de samenstelling van de verplichte commissies, die de kwaliteit van het diploma moeten waarborgen. Zo moet de examencommissie bestaan uit docenten van diezelfde opleiding.

Bij maar liefst zestig procent is dat niet het geval. Volgens de onderzochte instellingen ligt dat onder andere aan de vage formulering van de wetstekst, die spreekt over ‘leden van het personeel die met het verzorgen van onderwijs zijn belast’. Dat zou ruimte bieden voor de benoeming van leden die geen colleges geven, maar wel ‘onderwijs mogelijk maken’. Bij bijna een kwart van examencommissies blijkt tenminste een lid zelfs niet verbonden aan de opleiding.

Minister Hermans van Onderwijs is het met die kritiek van de inspectie overigens oneens. In een brief aan de Tweede Kamer kiest hij voor de uitleg van de opleidingen. Ook een ander kritiekpunt van de inspectie deelt hij niet: de examencommissies zijn volgens de bewindsman niet verplicht verslag te doen van hun werkzaamheden, en het wekt dan ook geen verbazing dat veertig procent dat nalaat.

Ernstiger vindt de inspectie de aanwezigheid van opleidingsdirecteuren in veel commissies. Sommige commissies zijn zelfs voornamelijk samengesteld uit leden van het management. Dat kan leiden tot belangenconflicten, waarschuwde de dienst al eerder dit jaar. Opleidingen hebben er belang bij veel studenten te laten afstuderen, omdat zij gedeeltelijk op grond van het aantal verstrekte diploma’s bekostigd worden.

Aanleiding voor het onderzoek was een kleinere steekproef eerder dit jaar. Hoofdinspecteur Frans Leeuw sprak op grond daarvan in een radioprogramma zelfs over ‘examenfraude’.

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.