De Nederlandse architectuur staat in hoog aanzien in de wereld. Dat geldt niet alleen voor Rem Koolhaas, maar ook voor bureaus als West 8, MVRDV en UN Studio.
Aan dit laatste bureau, bekend van de trillende Erasmusbrug, wijdt het Nederlands Architectuur Instituut de tentoonstelling ‘UN Studio UN Fold’.
Aaron Betsky, de Amerikaanse directeur van het Nederlands Architectuur Instituut (NAi), is dol op UN Studio. Betsky, die het boek Queer Space schreef over de architectuur van homo-ontmoetingsplaatsen, voorzag de tentoonstelling die het NAi wijdt aan het architectenbureau van Ben van Berkel en Caroline Bos van tal van lovende teksten. De teksten zijn fragmenten uit het voorwoord dat hij schreef bij het gelijktijdig met de tentoonstelling uitgegeven boek UN Studio UN Fold.
Zijn eerste en voornaamste opmerking in dat voorwoord is dat Van Berkel en Bos ‘mooie vormen’ maken, die kunnen uitgroeien tot iconen. Een verademing voor Betsky, die constateert dat veel modernistische en laatmodernistische gebouwen zo ‘abhorrently ugly’ zijn.
Het sculpturale karakter van het werk van UN Studio is inderdaad een krachtig kenmerk. Ben van Berkel en Caroline Bos hebben hun opleiding niet in Delft genoten, wat een verklaring kan zijn. Van Berkel (1957) studeerde aan de Rietveld Academie in Amsterdam en aan de Architectural Association in Londen (ook Rem Koolhaas studeerde aan de AA in Londen, waar hij nog ooit het predikaat boring fascist kreeg opgespeld). Bos (1959) studeerde kunstgeschiedenis aan het Birkbeck college, ook in Londen.
Calatrava
Het bekendste ontwerp van het bureau, dat in 1988 werd opgericht maar pas in 1998 zijn huidige naam kreeg, is ongetwijfeld de Erasmusbrug in Rotterdam. De meest versmade brug van Nederland. Toch past dat ontwerp nou net niet in het rijtje projecten dat wordt tentoongesteld. Aan de Erasmusbrug is duidelijk te zien dat Van Berkel bij de Spaanse architect Santiago Calatrava heeft gewerkt. Het ontwerp lijkt een kloon van eerdere ontwerpen van de Spaanse meester.
Dat geldt niet voor de andere tentoongestelde projecten. Maar één ding hebben ze in ieder geval met elkaar gemeen: de bijzondere vorm maakt dat elk gebouw op zich een icoon wordt. Of het nu om de stationsuitbreiding van Arnhem gaat of om een transformatorhuisje in Amersfoort, door hun volkomen unieke voorkomen worden alle ontwerpen bijzonder.
Manco
De tentoonstelling bestaat uit negen ‘paviljoentjes’ waarin telkens een of twee projecten van UN Studio worden geëxposeerd. Het tentoongestelde materiaal varieert van tekeningen en computer renderings tot maquettes, van film- en videofragmenten tot teksten.
Bos schreef fragmenten uit fictieve romans die zich afspelen in en tussen de gebouwen van haar eigen bureau. De architecten willen zelf verwarring scheppen, iets maken dat én het een én het ander is. Of, zoals Van Berkel het zelf zegt in een van de vertoonde films: ,,Architectuur is vaak te eenduidig.”
Toch leggen al die teksten, woorden, beelden, associaties, spreuken en motto’s een manco bloot.Het is soms totaal onbegrijpelijk. Je zou denken dat de rol van de architect heel duidelijk is: er is behoefte aan een gebouw en hij kan het maken. Maar wanneer je nu luistert naar wat sommige hedendaagse architecten (onder wie Van Berkel en Bos) zeggen en als je leest wat ze schrijven, kom je tot de conclusie dat het allemaal zo eenvoudig niet is. Vaak is er geen touw aan vast te knopen. Architecten ontpoppen zich als een soort mystici, of holisten, die flarden van verschillende vakgebieden met elkaar kunnen verbinden en samensmeden tot iets nieuws. Vrijelijk doen ze een greep in de grabbelton van de wetenschap en combineren en recombineren naar hartelust wat ze in handen krijgen.
In geen enkel ander vakgebied worden zulke radicale pogingen gedaan om theorieën uit het hele spectrum van de wetenschap met elkaar te verbinden tot één beeld. Charles Jencks, de nestor en naamgever van het postmodernisme in de architectuur, verbeeldt in een van zijn tuinontwerpen de evolutieleer. Het is onduidelijk, en dat zal het waarschijnlijk altijd blijven, waarom een ontwerp iets anders, uit een heel ander vakgebied, zou moeten verbeelden.
Fles
Het Nucleair Magnetisch Resonantie Laboratorium in Utrecht, ontworpen door UN Studio, heeft als motto ‘gestold magnetisme’. De plannen voor Arnhem Centraal zijn gebaseerd op de Fles van Klein, een begrip uit de wiskunde dat verwant is aan de Band van Möbius, die weer als uitgangspunt diende voor het Möbiushuis. ‘Uitgesteld uitzicht’, ‘verstilde mobiliteit’. Je staat erbij en je kijkt ernaar en je denkt: ja, ja.
Maar tja, Aaron Betsky heeft eigenlijk wel gelijk: door hun bijzondere en eigenzinnige vorm krijgen de gebouwen van UN Studio een extra waarde. Of je het achterliggende verhaal nou begrijpt of niet.
UN Studio UN Fold loopt nog tot 29 september in het NAi in Rotterdam, Museumpark 25.
De Nederlandse architectuur staat in hoog aanzien in de wereld. Dat geldt niet alleen voor Rem Koolhaas, maar ook voor bureaus als West 8, MVRDV en UN Studio. Aan dit laatste bureau, bekend van de trillende Erasmusbrug, wijdt het Nederlands Architectuur Instituut de tentoonstelling ‘UN Studio UN Fold’.
Aaron Betsky, de Amerikaanse directeur van het Nederlands Architectuur Instituut (NAi), is dol op UN Studio. Betsky, die het boek Queer Space schreef over de architectuur van homo-ontmoetingsplaatsen, voorzag de tentoonstelling die het NAi wijdt aan het architectenbureau van Ben van Berkel en Caroline Bos van tal van lovende teksten. De teksten zijn fragmenten uit het voorwoord dat hij schreef bij het gelijktijdig met de tentoonstelling uitgegeven boek UN Studio UN Fold.
Zijn eerste en voornaamste opmerking in dat voorwoord is dat Van Berkel en Bos ‘mooie vormen’ maken, die kunnen uitgroeien tot iconen. Een verademing voor Betsky, die constateert dat veel modernistische en laatmodernistische gebouwen zo ‘abhorrently ugly’ zijn.
Het sculpturale karakter van het werk van UN Studio is inderdaad een krachtig kenmerk. Ben van Berkel en Caroline Bos hebben hun opleiding niet in Delft genoten, wat een verklaring kan zijn. Van Berkel (1957) studeerde aan de Rietveld Academie in Amsterdam en aan de Architectural Association in Londen (ook Rem Koolhaas studeerde aan de AA in Londen, waar hij nog ooit het predikaat boring fascist kreeg opgespeld). Bos (1959) studeerde kunstgeschiedenis aan het Birkbeck college, ook in Londen.
Calatrava
Het bekendste ontwerp van het bureau, dat in 1988 werd opgericht maar pas in 1998 zijn huidige naam kreeg, is ongetwijfeld de Erasmusbrug in Rotterdam. De meest versmade brug van Nederland. Toch past dat ontwerp nou net niet in het rijtje projecten dat wordt tentoongesteld. Aan de Erasmusbrug is duidelijk te zien dat Van Berkel bij de Spaanse architect Santiago Calatrava heeft gewerkt. Het ontwerp lijkt een kloon van eerdere ontwerpen van de Spaanse meester.
Dat geldt niet voor de andere tentoongestelde projecten. Maar één ding hebben ze in ieder geval met elkaar gemeen: de bijzondere vorm maakt dat elk gebouw op zich een icoon wordt. Of het nu om de stationsuitbreiding van Arnhem gaat of om een transformatorhuisje in Amersfoort, door hun volkomen unieke voorkomen worden alle ontwerpen bijzonder.
Manco
De tentoonstelling bestaat uit negen ‘paviljoentjes’ waarin telkens een of twee projecten van UN Studio worden geëxposeerd. Het tentoongestelde materiaal varieert van tekeningen en computer renderings tot maquettes, van film- en videofragmenten tot teksten.
Bos schreef fragmenten uit fictieve romans die zich afspelen in en tussen de gebouwen van haar eigen bureau. De architecten willen zelf verwarring scheppen, iets maken dat én het een én het ander is. Of, zoals Van Berkel het zelf zegt in een van de vertoonde films: ,,Architectuur is vaak te eenduidig.”
Toch leggen al die teksten, woorden, beelden, associaties, spreuken en motto’s een manco bloot.Het is soms totaal onbegrijpelijk. Je zou denken dat de rol van de architect heel duidelijk is: er is behoefte aan een gebouw en hij kan het maken. Maar wanneer je nu luistert naar wat sommige hedendaagse architecten (onder wie Van Berkel en Bos) zeggen en als je leest wat ze schrijven, kom je tot de conclusie dat het allemaal zo eenvoudig niet is. Vaak is er geen touw aan vast te knopen. Architecten ontpoppen zich als een soort mystici, of holisten, die flarden van verschillende vakgebieden met elkaar kunnen verbinden en samensmeden tot iets nieuws. Vrijelijk doen ze een greep in de grabbelton van de wetenschap en combineren en recombineren naar hartelust wat ze in handen krijgen.
In geen enkel ander vakgebied worden zulke radicale pogingen gedaan om theorieën uit het hele spectrum van de wetenschap met elkaar te verbinden tot één beeld. Charles Jencks, de nestor en naamgever van het postmodernisme in de architectuur, verbeeldt in een van zijn tuinontwerpen de evolutieleer. Het is onduidelijk, en dat zal het waarschijnlijk altijd blijven, waarom een ontwerp iets anders, uit een heel ander vakgebied, zou moeten verbeelden.
Fles
Het Nucleair Magnetisch Resonantie Laboratorium in Utrecht, ontworpen door UN Studio, heeft als motto ‘gestold magnetisme’. De plannen voor Arnhem Centraal zijn gebaseerd op de Fles van Klein, een begrip uit de wiskunde dat verwant is aan de Band van Möbius, die weer als uitgangspunt diende voor het Möbiushuis. ‘Uitgesteld uitzicht’, ‘verstilde mobiliteit’. Je staat erbij en je kijkt ernaar en je denkt: ja, ja.
Maar tja, Aaron Betsky heeft eigenlijk wel gelijk: door hun bijzondere en eigenzinnige vorm krijgen de gebouwen van UN Studio een extra waarde. Of je het achterliggende verhaal nou begrijpt of niet.
UN Studio UN Fold loopt nog tot 29 september in het NAi in Rotterdam, Museumpark 25.
Comments are closed.