Roel van Raak, derdejaars student aan de faculteit Techniek, Bestuur en Management, loopt stage in Bangladesh. Daar helpt hij met drie andere studenten bij een project dat de vergiftiging van waterpompen tegengaat.
/strong>
Een vriendelijke chaos is nog wel de beste beschrijving van Dhaka, de hoofdstad van Bangladesh. Enkele kordate maatregelen hebben de stad voor mij aardig leefbaar gemaakt, al snak ik in de ochtendsmog nog steeds wel eens naar adem en loopt in Old Dhaka het zweet in zwarte straaltjes langs je voorhoofd. Het verkeersbeeld wordt gedomineerd door fietsriksja’s die door elkaar krioelen. Regels lijken hier niet te bestaan, maar alles gaat desondanks verrassend soepel.
Ik ben in dit land met drie andere studenten om een lokale organisatie te helpen iets aan de vergiftiging van de waterpompen op het platteland te doen. Die waterpompen zijn massaal geslagen als alternatief voor het oppervlaktewater vol ziekteverwekkers. Niemand had door dat de grond van nature hoge concentraties arseen bevatte. Pas toen mensen ziek werden, is begonnen met het testen op arseen. Technologische oplossingen zijn in dit klimaat, deze cultuur en de hier beschikbare middelen niet altijd even makkelijk toepasbaar en we richten ons hier dan ook vooral op de sociale acceptatie en onderhoud.
Door misverstanden tussen de organisatie in Nederland en Bangladesh, hebben we tot nu toe vooral in Dhaka gezeten. Dat heeft me wel de kans gegeven de gebruiken wat beter te leren. Zo heb ik inmiddels mijn linkshandigheid voor rechtshandigheid verruild en kan ik op die rechterhand tot negentien tellen.
Als blanke blijf je echter hoe dan ook een opvallende verschijning, zelfs in deze miljoenenstad. Buiten de ambassadewijk hebben we nog maar één keer een andere blanke gezien. Op straat staart bijna iedereen je aan, lopen theehuizen vol met mensen als je er even iets komt drinken en heb je vaak een hele horde mensen achter je aan lopen. Soms denken mensen dat blanken altijd dronken zijn en iedere week wilde orgies houden. Maar hier geldt ook hoe lichter de huidskleur, hoe hoger in aanzien. Soms gebruikt je gastheer je dan ook om te pronken naar anderen.
Buiten Dhaka is Bangladesh een schitterend land van rijstvelden, riviertjes en vooral rust. De dorpjes zijn vreedzaam. Kleine paadjes leiden langs erven waaraan hele families wonen. Daar waar nog geen elektriciteit is, lijkt het leven al honderden jaren hetzelfde. Bittere armoede zoals in de sloppenwijken van Dhaka heb ik daar nog niet gezien. Overal word je vriendelijk ontvangen en word je door het dorp gevolgd door een aangroeiende massa kinderen. Mensen in de dorpen hebben hoge verwachtingen van wat je voor ze kan doen. Ik hoop dat ik daar in de komende maanden iets van waar kan maken. (RvR)
Roel van Raak, derdejaars student aan de faculteit Techniek, Bestuur en Management, loopt stage in Bangladesh. Daar helpt hij met drie andere studenten bij een project dat de vergiftiging van waterpompen tegengaat.
Een vriendelijke chaos is nog wel de beste beschrijving van Dhaka, de hoofdstad van Bangladesh. Enkele kordate maatregelen hebben de stad voor mij aardig leefbaar gemaakt, al snak ik in de ochtendsmog nog steeds wel eens naar adem en loopt in Old Dhaka het zweet in zwarte straaltjes langs je voorhoofd. Het verkeersbeeld wordt gedomineerd door fietsriksja’s die door elkaar krioelen. Regels lijken hier niet te bestaan, maar alles gaat desondanks verrassend soepel.
Ik ben in dit land met drie andere studenten om een lokale organisatie te helpen iets aan de vergiftiging van de waterpompen op het platteland te doen. Die waterpompen zijn massaal geslagen als alternatief voor het oppervlaktewater vol ziekteverwekkers. Niemand had door dat de grond van nature hoge concentraties arseen bevatte. Pas toen mensen ziek werden, is begonnen met het testen op arseen. Technologische oplossingen zijn in dit klimaat, deze cultuur en de hier beschikbare middelen niet altijd even makkelijk toepasbaar en we richten ons hier dan ook vooral op de sociale acceptatie en onderhoud.
Door misverstanden tussen de organisatie in Nederland en Bangladesh, hebben we tot nu toe vooral in Dhaka gezeten. Dat heeft me wel de kans gegeven de gebruiken wat beter te leren. Zo heb ik inmiddels mijn linkshandigheid voor rechtshandigheid verruild en kan ik op die rechterhand tot negentien tellen.
Als blanke blijf je echter hoe dan ook een opvallende verschijning, zelfs in deze miljoenenstad. Buiten de ambassadewijk hebben we nog maar één keer een andere blanke gezien. Op straat staart bijna iedereen je aan, lopen theehuizen vol met mensen als je er even iets komt drinken en heb je vaak een hele horde mensen achter je aan lopen. Soms denken mensen dat blanken altijd dronken zijn en iedere week wilde orgies houden. Maar hier geldt ook hoe lichter de huidskleur, hoe hoger in aanzien. Soms gebruikt je gastheer je dan ook om te pronken naar anderen.
Buiten Dhaka is Bangladesh een schitterend land van rijstvelden, riviertjes en vooral rust. De dorpjes zijn vreedzaam. Kleine paadjes leiden langs erven waaraan hele families wonen. Daar waar nog geen elektriciteit is, lijkt het leven al honderden jaren hetzelfde. Bittere armoede zoals in de sloppenwijken van Dhaka heb ik daar nog niet gezien. Overal word je vriendelijk ontvangen en word je door het dorp gevolgd door een aangroeiende massa kinderen. Mensen in de dorpen hebben hoge verwachtingen van wat je voor ze kan doen. Ik hoop dat ik daar in de komende maanden iets van waar kan maken. (RvR)
Comments are closed.