Campus

Wij willen niet weg

Ooit beloofden de volkstuinders van de Promespitters ‘met de hand op het hart’ dat ze zouden vertrekken als de TU hun grond nodig had. Dertig jaar later vindt voorzitter Joop de Koning dat die toenmalige ‘herenovereenkomst’ eigenlijk niet meer geldt.

br />
De zon schijnt, maar door de fikse wind laten veel hobbytuinders van het volkstuincomplex aan de Thijsseweg vandaag de tuin de tuin. Zoniet Joop de Koning (82), sedert zes jaar voorzitter en Promespitter van het eerste uur. ,,Ik ben hier zo vaak”, lacht hij, ,,de mensen veronderstellen dat ik hier slaap.” Zijn moestuin, met vruchtenbomen en rijtjes bonen, spruiten en aardappelen, ligt er netjes bij.

De vervallen portocabin bij de ingang heeft tralies voor de ramen en driedubbele sloten op de deur. Om het hele terrein staan hoge hekken. Dat is hard nodig. Er wordt veel ingebroken in het volkstuincomplex. Altijd vinden de dieven iets van waarde. Een verrekijker, een radio, vishengels of een dure riek. ,,En wat denk je dat een nieuwe ruit kost?”

Al sinds 1972 zitten de volkstuinders in de meest winderige uithoek van de TU, nabij het Interfacultair Reactor Instituut (IRI) en Geodesie. Als ‘Commissaris voor Toekomstige Zaken’ van personeelsvereniging Prometheus hielp De Koning de tuinvereniging oprichten. De TU stelde de grond ter beschikking. Voorwaarde was dat iedereen bij de TU een tuin kon pachten, niet alleen leden van de personeelsvereniging.

De Koning is nog van de generatie die hardnekkig TH zegt als hij het over de TU heeft. Niet zo gek. Toen het hoofd Technische Dienst bij scheikunde in 1978 op zijn 58ste met wachtgeldregeling ging, was de universiteit nog hogeschool.

Knoerthard

De gebouwendienst van de TU heeft in de beginjaren veel geholpen bij het oprichten van de tuin. ,,Het was hier weiland, de grond was knoerthard.” Er werd geploegd, geëgd, later zijn er sloten gegraven tegen de wateroverlast. Na veel zeuren mochten de tuinders huisjes en kassen op hun grond zetten. ,,Eerst waren alleen kisten voor gereedschap toegestaan.”

Na twee uitbreidingen telt het complex nu 180 stukjes grond van ieder tweehonderd vierkante meter, samen 3,5 hectare. De contributie is laag. ,,Dat is in de lijn van Prometheus: iedereen moet mee kunnen doen, niet alleen een elitair clubje”, vertelt De Koning. Leden betalen jaarlijks 85 euro, maar wie meehelpt met het schoonmaken van de gemeenschappelijke paden, krijgt de helft terug. ,,Anders krijg je alleen maar narigheid, want niet iedereen komt opdagen.”

Het verloop onder de leden is niet zo groot. Er overlijdt eens iemand, maar vooral nieuwelingen vallen snel af. ,,Ze beginnen heel enthousiast, maar zo’n tuin onderhouden valt vaak vies tegen.” De regels van de tuinvereniging zijn duidelijk: de boel moet netjesblijven. ,,Eerst de tuin opruimen, dan pas boekje lezen.”

Verkassen

Volkstuintjes zorgen voor veel (groen)afval. Jaarlijks draagt de TU een paar duizend euro bij in de kosten voor het ophalen van het afval. Ook staan er een glasbak en twee containers voor het huishoudelijk afval. ,,In de weekenden zijn hier veel mensen. Er wordt gebarbecued met kinderen en kleinkinderen en dat veroorzaakt ook afval.”

Of dat over tien jaar nog steeds kan, is de vraag. Als de ambitieuze nieuwbouwplannen van de TU doorgaan, moeten de volkstuinders verkassen. De Koning: ,,Dat hebben we dertig jaar geleden met de hand op ons hart moeten beloven. Maar we willen natuurlijk niet weg. Als je zo lang gedoogd ben, dan is het een gewoonte geworden. Moet dat nou, denk ik dan.”

Laat de TU vooral veel nieuwbouwplannen maken, vindt De Koning. ,,Elk jaar verzinnen de hotemetoten nieuwe plannen. Ze mogen inmiddels wel een futurist in dienst nemen, zoveel zijn er de afgelopen jaren al gemaakt! Zolang ze niet uitgevoerd worden, zitten wij goed.”

Hij vertelt dat een groendeskundige uit Boskoop ooit met een plan kwam voor het zuidelijke gebied van de TU. ,,Die noemde ons het groene hart van de TU, kolder natuurlijk.” De uitbreiding van het IRI juicht hij toe vanwege de ‘gevarencirkels’ waarbinnen niet mag worden gebouwd. ,,Laat ons maar in zo’n cirkel vallen, dan zitten we goed.” Dat het misschien ongezond zou zijn, groenten telen in de buurt van een kernreactor, daar hebben de Promespitters nooit zwaar aan getild.

Verplaatsen van de tuin is geen optie. Niet alleen het transport is hartstikke duur. Ook zullen veel gepensioneerden, De Koning incluis, niet meer aan een nieuwe tuin beginnen. ,,Ik weet niet wat het de TU waard is. We zien het wel. Maar eerlijk is eerlijk: we hebben het beloofd.”

Op zaterdag 15 juni is er op het complex aan de Thijsseweg een open dag en een receptie ter gelegenheid van het dertigjarig lustrum van de ‘Promespitters’.

Ooit beloofden de volkstuinders van de Promespitters ‘met de hand op het hart’ dat ze zouden vertrekken als de TU hun grond nodig had. Dertig jaar later vindt voorzitter Joop de Koning dat die toenmalige ‘herenovereenkomst’ eigenlijk niet meer geldt.

De zon schijnt, maar door de fikse wind laten veel hobbytuinders van het volkstuincomplex aan de Thijsseweg vandaag de tuin de tuin. Zoniet Joop de Koning (82), sedert zes jaar voorzitter en Promespitter van het eerste uur. ,,Ik ben hier zo vaak”, lacht hij, ,,de mensen veronderstellen dat ik hier slaap.” Zijn moestuin, met vruchtenbomen en rijtjes bonen, spruiten en aardappelen, ligt er netjes bij.

De vervallen portocabin bij de ingang heeft tralies voor de ramen en driedubbele sloten op de deur. Om het hele terrein staan hoge hekken. Dat is hard nodig. Er wordt veel ingebroken in het volkstuincomplex. Altijd vinden de dieven iets van waarde. Een verrekijker, een radio, vishengels of een dure riek. ,,En wat denk je dat een nieuwe ruit kost?”

Al sinds 1972 zitten de volkstuinders in de meest winderige uithoek van de TU, nabij het Interfacultair Reactor Instituut (IRI) en Geodesie. Als ‘Commissaris voor Toekomstige Zaken’ van personeelsvereniging Prometheus hielp De Koning de tuinvereniging oprichten. De TU stelde de grond ter beschikking. Voorwaarde was dat iedereen bij de TU een tuin kon pachten, niet alleen leden van de personeelsvereniging.

De Koning is nog van de generatie die hardnekkig TH zegt als hij het over de TU heeft. Niet zo gek. Toen het hoofd Technische Dienst bij scheikunde in 1978 op zijn 58ste met wachtgeldregeling ging, was de universiteit nog hogeschool.

Knoerthard

De gebouwendienst van de TU heeft in de beginjaren veel geholpen bij het oprichten van de tuin. ,,Het was hier weiland, de grond was knoerthard.” Er werd geploegd, geëgd, later zijn er sloten gegraven tegen de wateroverlast. Na veel zeuren mochten de tuinders huisjes en kassen op hun grond zetten. ,,Eerst waren alleen kisten voor gereedschap toegestaan.”

Na twee uitbreidingen telt het complex nu 180 stukjes grond van ieder tweehonderd vierkante meter, samen 3,5 hectare. De contributie is laag. ,,Dat is in de lijn van Prometheus: iedereen moet mee kunnen doen, niet alleen een elitair clubje”, vertelt De Koning. Leden betalen jaarlijks 85 euro, maar wie meehelpt met het schoonmaken van de gemeenschappelijke paden, krijgt de helft terug. ,,Anders krijg je alleen maar narigheid, want niet iedereen komt opdagen.”

Het verloop onder de leden is niet zo groot. Er overlijdt eens iemand, maar vooral nieuwelingen vallen snel af. ,,Ze beginnen heel enthousiast, maar zo’n tuin onderhouden valt vaak vies tegen.” De regels van de tuinvereniging zijn duidelijk: de boel moet netjesblijven. ,,Eerst de tuin opruimen, dan pas boekje lezen.”

Verkassen

Volkstuintjes zorgen voor veel (groen)afval. Jaarlijks draagt de TU een paar duizend euro bij in de kosten voor het ophalen van het afval. Ook staan er een glasbak en twee containers voor het huishoudelijk afval. ,,In de weekenden zijn hier veel mensen. Er wordt gebarbecued met kinderen en kleinkinderen en dat veroorzaakt ook afval.”

Of dat over tien jaar nog steeds kan, is de vraag. Als de ambitieuze nieuwbouwplannen van de TU doorgaan, moeten de volkstuinders verkassen. De Koning: ,,Dat hebben we dertig jaar geleden met de hand op ons hart moeten beloven. Maar we willen natuurlijk niet weg. Als je zo lang gedoogd ben, dan is het een gewoonte geworden. Moet dat nou, denk ik dan.”

Laat de TU vooral veel nieuwbouwplannen maken, vindt De Koning. ,,Elk jaar verzinnen de hotemetoten nieuwe plannen. Ze mogen inmiddels wel een futurist in dienst nemen, zoveel zijn er de afgelopen jaren al gemaakt! Zolang ze niet uitgevoerd worden, zitten wij goed.”

Hij vertelt dat een groendeskundige uit Boskoop ooit met een plan kwam voor het zuidelijke gebied van de TU. ,,Die noemde ons het groene hart van de TU, kolder natuurlijk.” De uitbreiding van het IRI juicht hij toe vanwege de ‘gevarencirkels’ waarbinnen niet mag worden gebouwd. ,,Laat ons maar in zo’n cirkel vallen, dan zitten we goed.” Dat het misschien ongezond zou zijn, groenten telen in de buurt van een kernreactor, daar hebben de Promespitters nooit zwaar aan getild.

Verplaatsen van de tuin is geen optie. Niet alleen het transport is hartstikke duur. Ook zullen veel gepensioneerden, De Koning incluis, niet meer aan een nieuwe tuin beginnen. ,,Ik weet niet wat het de TU waard is. We zien het wel. Maar eerlijk is eerlijk: we hebben het beloofd.”

Op zaterdag 15 juni is er op het complex aan de Thijsseweg een open dag en een receptie ter gelegenheid van het dertigjarig lustrum van de ‘Promespitters’.

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.