De onderzoeksgroep windturbinematerialen en constructie van civiel verhuist naar Waterpark Wieringermeer. De rotorbladen van windturbines worden de komende jaren steeds groter. De onderzoeksgroep windturbinematerialen en constructie is dan ook zo langzamerhand het toch niet kinderachtige Stevin-2-lab van civiel ontgroeid.
br />
Daarom verhuist de sectie halverwege 2003 naar een nieuw onderkomen. Bij Waterpark Wieringermeer zijn momenteel een jachthaven en een industrieterrein in ontwikkeling. De nieuwe locatie ligt vlakbij open water % geen overbodige luxe, want voor het transport van rotorbladen van soms wel zestig meter lengte zijn vrachtwagens te klein. En het Waterpark Wieringermeer biedt ook de ruimte om een groter onderzoekslab op te zetten.
Het nieuwe onderkomen ligt ook op slechts vijf kilometer afstand van een terrein waar het Energieonderzoek Centrum (ECN) windturbines gaat uittesten. Dat project heeft overigens niet direct te maken met het onderzoek van de sectie.
De sectie windturbinematerialen en constructie voert haar onderzoek al geruime tijd uit in nauwe samenwerking met het ECN. Op de nieuwe locatie zal de sectie voortaan opereren als een nieuw kenniscentrum, opgericht door de TU Delft en ECN.
Natuurlijk heeft de verhuizing ook nadelen, moet hoofd Don van Delft erkennen. ,,De contacten binnen de TU ga je natuurlijk missen. Dat moeten we echt proberen goed te blijven onderhouden.” (JP)
De rotorbladen van windturbines worden de komende jaren steeds groter. De onderzoeksgroep windturbinematerialen en constructie is dan ook zo langzamerhand het toch niet kinderachtige Stevin-2-lab van civiel ontgroeid.
Daarom verhuist de sectie halverwege 2003 naar een nieuw onderkomen. Bij Waterpark Wieringermeer zijn momenteel een jachthaven en een industrieterrein in ontwikkeling. De nieuwe locatie ligt vlakbij open water % geen overbodige luxe, want voor het transport van rotorbladen van soms wel zestig meter lengte zijn vrachtwagens te klein. En het Waterpark Wieringermeer biedt ook de ruimte om een groter onderzoekslab op te zetten.
Het nieuwe onderkomen ligt ook op slechts vijf kilometer afstand van een terrein waar het Energieonderzoek Centrum (ECN) windturbines gaat uittesten. Dat project heeft overigens niet direct te maken met het onderzoek van de sectie.
De sectie windturbinematerialen en constructie voert haar onderzoek al geruime tijd uit in nauwe samenwerking met het ECN. Op de nieuwe locatie zal de sectie voortaan opereren als een nieuw kenniscentrum, opgericht door de TU Delft en ECN.
Natuurlijk heeft de verhuizing ook nadelen, moet hoofd Don van Delft erkennen. ,,De contacten binnen de TU ga je natuurlijk missen. Dat moeten we echt proberen goed te blijven onderhouden.” (JP)
Comments are closed.