Campus

Onderzoek doen is net schaken

Sigarenlucht in de kelder van het scheikundegebouw, een bureau vol bergen papier die verzameld zijn in meer dan dertig jaar TU. Prof.dr.ir. Herman van Bekkum, voormalig hoogleraar organische chemie en katalyse, ís de afdeling scheikunde.

Op 4 juni, bijna vier jaar na zijn emeritaat, promoveert zijn 73ste promovendus: Petter Bragd. Een record in de Delftse geschiedenis. Prof. H.I. Waterman, hoogleraar chemische technologie van 1919 tot 1959, bracht het tot 72 promoties.

,,Eigenlijk is hij mijn 75ste promovendus”, zegt Van Bekkum een beetje beteuterd. ,,En dan tel ik de keren dat ik copromotor was niet mee. Mijn eerste promovendus begeleidde ik in 1970, toen ik officieel nog lector was. En de tweede ‘onechte’ % ja, dat gaat me echt aan het hart hoor % dat was een Egyptenaar. Arafat, heette hij – een beetje ongelukkige naam. Het werk was hier gedaan en zijn proefschrift was in Delft gedrukt, maar hij verdedigde het in Cairo. En dat telde niet, vond de TU.”

Hij kent ze allemaal nog, zowel binnen zijn onderzoeksgroep koolhydraten als zeologie. Weet van iedere promovendus nog het onderzoek te noemen en het bijbehorende proefschrift te vinden. ,,Met kerst krijg ik nog altijd van bijna allemaal een kaartje. Of als er een baby geboren is, of er ge- of hertrouwd is”, glundert Van Bekkum. ,,Mijn vrouw en ik sturen ze altijd een cadeau.”

,,Niet alle promovendi begeleidde ik in mijn eentje. Ik heb tijdens die 73 promoties heel wat rechterhanden gehad. Tandemgenoten, noem ik ze liever. Copromotor mag ik ze niet noemen. Heel gek, de promotieplechtigheid betekent in Delft the top of the world. Het voortraject, waarin onder andere het conceptproefschrift rondgaat, duurt hier naar mijn mening vrij lang, maar zodra het om een copromotor gaat wordt de universiteit opeens zuinig.”

Van Bekkum friemelt aan zijn stropdas, bedrukt met afbeeldingen van glucose. ,,Leuk hè”, lacht hij, ,,als er een buitenlandse onderzoeksdelegatie op bezoek komt, geven we altijd een stropdas die ons onderzoek reflecteert.” Voor hem ligt de inhoud van zijn afscheidscollege in 1998: A Knight’s Tour in Chemistry. Van Bekkum: ,,Toen had ik 64 promoties op mijn naam staan. Met al die proefschriften kon ik precies een schaakbord leggen.”

Passie

Schaken. Het is een enorme passie van de chemicus. In de verrassend pittoreske tuin van scheikunde speelt hij regelmatig een partijtje met een student, promovendus of collega, op het levensgrote bord op de grond. Het is bijna niet te geloven dat de 69-jarige professor de reusachtige stukken in zijn eentje versjouwd krijgt. ,,Weet je”, zegt hij samenzweerderig, ,,onderzoek doen is eigenlijk net schaken. Je moet de positie van je onderzoeksgroep bepalen en de krachten van je groep bundelen om financiers aan te trekken. Als ik op al mijn promovendi terugkijk, denk ik dat we 1 op 1 op 1 hebben gelopen; we hebben ongeveer evenveel promotieplaatsen gehaald uit de eerste geldstroom (TU), als de tweede (NWO, STW en dergelijke) en derde (industrie, Economische Zaken et cetera).”

Zo moeilijk is dat niet voor elkaar te krijgen, volgens Van Bekkum. ,,Het is een kwestie van goede onderzoeksgebieden kiezen en jezelf goed presenteren. En dat”, denkt hij, ,,lukt het best door vooral zo vroeg mogelijk te beginnen met publiceren. De promovendus dekking geven.”De professor spoort zijn promovendi dan ook meestal aan zo snel mogelijk toekomstige hoofdstukken van hun proefschrift te publiceren. ,,Er zijn zo veel onderzoeksgroepen op de wereldbol; het is belangrijk dat die van elkaar weten wat ze doen. Mijn groep heeft zeker zeshonderd publicaties op zijn naam staan. Vroeger deed het er niet zo veel toe of je als onderzoeker veel publiceerde of geciteerd werd. Nu wel. Het is publish or perish. Het geld dat jouw onderzoeksgroep krijgt is daar voor een groot deel van afhankelijk.”

Spectaculair

,,Als een onderzoekresultaat heel spectaculair is, vragen we wel eens octrooi aan”, vertelt Van Bekkum. ,,Dat is zo’n twintig keer gebeurd. Een keer is het ons gelukt er een te verkopen, een onderzoek met prof.dr. Jacob Moulijn. Voor een half miljoen. Daar konden we mooi weer jonge promovendi mee aanstellen.”

Hij legt zijn sigaar in een tussen bergen papier verstopt asbakje, loopt naar zijn boekenkast en pakt met een melancholieke blik wat proefschriften. Een blauwe omslag met een afbeelding van de kust, van zijn recordpromovendus Bragd. En een werk van een promovendus die halverwege zijn hele onderzoek omgooide en nu tot de meest geciteerde chemici ter wereld behoort. Dierbare herinneringen. ,,En Germaine Seygers, hè”, lacht de chemicus, terwijl hij haar conceptproefschrift openslaat. ,,Ja, die redt het wel. Ze wordt mijn 74ste promovendus, samen met prof.dr. Cock van den Bleek, de een na laatste voordat ik op 1 oktober echt stop. Een roodharige vrouw die op een motor rijdt. Je wordt toch vrienden hoor, als je vier jaar achter hetzelfde onderzoek aanzit.”

Pijn

Van Bekkum houdt zichtbaar van zijn pupillen. Natuurlijk doet het pijn dat over vier maanden het naamplaatje op zijn kamerdeur – inclusief de rookverbodontheffingssticker zodat hij zijn Cubaanse sigaren kan roken % zal verdwijnen. In augustus 1998 is hij opgevolgd door prof.dr. Thomas Maschmeyer. Een goede opvolger, vindt Van Bekkum. ,,Hij zet enkele oude onderzoeken van mij door en voegt daar zijn eigen dingen aan toe. Hij is nog jong, maar heel internationaal georiënteerd. En een schaker!”

Ach, precies 1 oktober zal het bovendien niet worden dat hij definitief opstapt. ,,Mijn 75ste promovendus redt dat niet, vrees ik. Maar dat is geen probleem hoor,” lacht de professor, ,,dan wordt Maschmeyer de promotor. De TU krijgt voor iedere promovendus 100.000 gulden van de minister. De collegeleden mogen blij zijn dat ik het voor ze verdien.”

,,Ik ben natuurlijk al wel een paar jaar aan het uitfietsen”, vervolgt hij. Al rijdt hij nog bijna elke dag in zijn geliefde Alfa Romeo (‘Mijn tiende, en van de vorige negen heb ik er maar drie total loss gereden’) van zijn huis in Vlaardingen naar de universiteit. De anekdote gaat dat Van Bekkum tijdens een van die ritjes met een dubbele whisky achter zijn kiezen zijn auto op de vangrail lanceerde. ,,Jaja, ik herinner het me nog goed”, schatert hij. ,,Ik kon nog net uit mijn auto klimmen om een hap nat gras te nemen, waarmee ik de walm kon verdoezelen. De politie controleerde me niet. Of het trucje werkt? Ik zou het werkelijk niet weten! Maar verschillende vrienden van me hebben het nog wel eens geprobeerd.”

De hoogleraar heeft momenteel nog drie promoties lopen. ,,Druk? Vroeger deed ik er wel tien, vijftien tegelijk”, zegt hij luchtigjes. ,,Het is zo verschrikkelijk leuk. Ik heb in die dikke dertig jaar op de universiteit verschillende uitstapjes gemaakt naar het bestuur, onder andere als conrector in 1974 en een jaar later als rector van de universiteit. Maar ik was blij dat ik terug was bij mijn groep. Het is de leukste baan die er is.”

Sigarenlucht in de kelder van het scheikundegebouw, een bureau vol bergen papier die verzameld zijn in meer dan dertig jaar TU. Prof.dr.ir. Herman van Bekkum, voormalig hoogleraar organische chemie en katalyse, ís de afdeling scheikunde. Op 4 juni, bijna vier jaar na zijn emeritaat, promoveert zijn 73ste promovendus: Petter Bragd. Een record in de Delftse geschiedenis. Prof. H.I. Waterman, hoogleraar chemische technologie van 1919 tot 1959, bracht het tot 72 promoties.

,,Eigenlijk is hij mijn 75ste promovendus”, zegt Van Bekkum een beetje beteuterd. ,,En dan tel ik de keren dat ik copromotor was niet mee. Mijn eerste promovendus begeleidde ik in 1970, toen ik officieel nog lector was. En de tweede ‘onechte’ % ja, dat gaat me echt aan het hart hoor % dat was een Egyptenaar. Arafat, heette hij – een beetje ongelukkige naam. Het werk was hier gedaan en zijn proefschrift was in Delft gedrukt, maar hij verdedigde het in Cairo. En dat telde niet, vond de TU.”

Hij kent ze allemaal nog, zowel binnen zijn onderzoeksgroep koolhydraten als zeologie. Weet van iedere promovendus nog het onderzoek te noemen en het bijbehorende proefschrift te vinden. ,,Met kerst krijg ik nog altijd van bijna allemaal een kaartje. Of als er een baby geboren is, of er ge- of hertrouwd is”, glundert Van Bekkum. ,,Mijn vrouw en ik sturen ze altijd een cadeau.”

,,Niet alle promovendi begeleidde ik in mijn eentje. Ik heb tijdens die 73 promoties heel wat rechterhanden gehad. Tandemgenoten, noem ik ze liever. Copromotor mag ik ze niet noemen. Heel gek, de promotieplechtigheid betekent in Delft the top of the world. Het voortraject, waarin onder andere het conceptproefschrift rondgaat, duurt hier naar mijn mening vrij lang, maar zodra het om een copromotor gaat wordt de universiteit opeens zuinig.”

Van Bekkum friemelt aan zijn stropdas, bedrukt met afbeeldingen van glucose. ,,Leuk hè”, lacht hij, ,,als er een buitenlandse onderzoeksdelegatie op bezoek komt, geven we altijd een stropdas die ons onderzoek reflecteert.” Voor hem ligt de inhoud van zijn afscheidscollege in 1998: A Knight’s Tour in Chemistry. Van Bekkum: ,,Toen had ik 64 promoties op mijn naam staan. Met al die proefschriften kon ik precies een schaakbord leggen.”

Passie

Schaken. Het is een enorme passie van de chemicus. In de verrassend pittoreske tuin van scheikunde speelt hij regelmatig een partijtje met een student, promovendus of collega, op het levensgrote bord op de grond. Het is bijna niet te geloven dat de 69-jarige professor de reusachtige stukken in zijn eentje versjouwd krijgt. ,,Weet je”, zegt hij samenzweerderig, ,,onderzoek doen is eigenlijk net schaken. Je moet de positie van je onderzoeksgroep bepalen en de krachten van je groep bundelen om financiers aan te trekken. Als ik op al mijn promovendi terugkijk, denk ik dat we 1 op 1 op 1 hebben gelopen; we hebben ongeveer evenveel promotieplaatsen gehaald uit de eerste geldstroom (TU), als de tweede (NWO, STW en dergelijke) en derde (industrie, Economische Zaken et cetera).”

Zo moeilijk is dat niet voor elkaar te krijgen, volgens Van Bekkum. ,,Het is een kwestie van goede onderzoeksgebieden kiezen en jezelf goed presenteren. En dat”, denkt hij, ,,lukt het best door vooral zo vroeg mogelijk te beginnen met publiceren. De promovendus dekking geven.”De professor spoort zijn promovendi dan ook meestal aan zo snel mogelijk toekomstige hoofdstukken van hun proefschrift te publiceren. ,,Er zijn zo veel onderzoeksgroepen op de wereldbol; het is belangrijk dat die van elkaar weten wat ze doen. Mijn groep heeft zeker zeshonderd publicaties op zijn naam staan. Vroeger deed het er niet zo veel toe of je als onderzoeker veel publiceerde of geciteerd werd. Nu wel. Het is publish or perish. Het geld dat jouw onderzoeksgroep krijgt is daar voor een groot deel van afhankelijk.”

Spectaculair

,,Als een onderzoekresultaat heel spectaculair is, vragen we wel eens octrooi aan”, vertelt Van Bekkum. ,,Dat is zo’n twintig keer gebeurd. Een keer is het ons gelukt er een te verkopen, een onderzoek met prof.dr. Jacob Moulijn. Voor een half miljoen. Daar konden we mooi weer jonge promovendi mee aanstellen.”

Hij legt zijn sigaar in een tussen bergen papier verstopt asbakje, loopt naar zijn boekenkast en pakt met een melancholieke blik wat proefschriften. Een blauwe omslag met een afbeelding van de kust, van zijn recordpromovendus Bragd. En een werk van een promovendus die halverwege zijn hele onderzoek omgooide en nu tot de meest geciteerde chemici ter wereld behoort. Dierbare herinneringen. ,,En Germaine Seygers, hè”, lacht de chemicus, terwijl hij haar conceptproefschrift openslaat. ,,Ja, die redt het wel. Ze wordt mijn 74ste promovendus, samen met prof.dr. Cock van den Bleek, de een na laatste voordat ik op 1 oktober echt stop. Een roodharige vrouw die op een motor rijdt. Je wordt toch vrienden hoor, als je vier jaar achter hetzelfde onderzoek aanzit.”

Pijn

Van Bekkum houdt zichtbaar van zijn pupillen. Natuurlijk doet het pijn dat over vier maanden het naamplaatje op zijn kamerdeur – inclusief de rookverbodontheffingssticker zodat hij zijn Cubaanse sigaren kan roken % zal verdwijnen. In augustus 1998 is hij opgevolgd door prof.dr. Thomas Maschmeyer. Een goede opvolger, vindt Van Bekkum. ,,Hij zet enkele oude onderzoeken van mij door en voegt daar zijn eigen dingen aan toe. Hij is nog jong, maar heel internationaal georiënteerd. En een schaker!”

Ach, precies 1 oktober zal het bovendien niet worden dat hij definitief opstapt. ,,Mijn 75ste promovendus redt dat niet, vrees ik. Maar dat is geen probleem hoor,” lacht de professor, ,,dan wordt Maschmeyer de promotor. De TU krijgt voor iedere promovendus 100.000 gulden van de minister. De collegeleden mogen blij zijn dat ik het voor ze verdien.”

,,Ik ben natuurlijk al wel een paar jaar aan het uitfietsen”, vervolgt hij. Al rijdt hij nog bijna elke dag in zijn geliefde Alfa Romeo (‘Mijn tiende, en van de vorige negen heb ik er maar drie total loss gereden’) van zijn huis in Vlaardingen naar de universiteit. De anekdote gaat dat Van Bekkum tijdens een van die ritjes met een dubbele whisky achter zijn kiezen zijn auto op de vangrail lanceerde. ,,Jaja, ik herinner het me nog goed”, schatert hij. ,,Ik kon nog net uit mijn auto klimmen om een hap nat gras te nemen, waarmee ik de walm kon verdoezelen. De politie controleerde me niet. Of het trucje werkt? Ik zou het werkelijk niet weten! Maar verschillende vrienden van me hebben het nog wel eens geprobeerd.”

De hoogleraar heeft momenteel nog drie promoties lopen. ,,Druk? Vroeger deed ik er wel tien, vijftien tegelijk”, zegt hij luchtigjes. ,,Het is zo verschrikkelijk leuk. Ik heb in die dikke dertig jaar op de universiteit verschillende uitstapjes gemaakt naar het bestuur, onder andere als conrector in 1974 en een jaar later als rector van de universiteit. Maar ik was blij dat ik terug was bij mijn groep. Het is de leukste baan die er is.”

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.