Onderwijs

Landmijnentest bij het IRI

Binnenkort worden bij het IRI testmetingen gedaan met een nieuwe opsporingsmethode voor landmijnen.In het kader van het Nationaal Technologieproject mijndetectie met neutronenverstrooiing test dr.i

r. Cor Datema vrijdag 31 mei een mijnendetector, die hij ontwikkelde bij het Interfacultair Reactor Instituut (IRI). Datema is postdoc bij de afdeling Stralingstechnologie van het IRI. Hij maakte een prototype detector die zowel landmijnen met een metalen als met een kunststofbehuizing opspoort.

Het nadeel van het opsporen van metalen mijnen met een metaaldetector is dat ze alarmeren bij elk metaaldeeltje dat in de bodem ligt. Voor kunststofmijnen bestond nog geen opsporingsmethode.

Datema ontwikkelde een methode die waterstof in de bodem kan traceren, een element dat veelvuldig in kunststof voorkomt en dus ook in kunststofmijnen. Met een neutronenbron schiet hij hoge energetische neutronen de bodem in. Wanneer deze waterstofatomen tegenkomt in de bodem, remmen de neutronen af. Met een neutronendetector voor laag-energetische neutronen bepaalt Datema vervolgens de terugstrooiing van de neutronen.

Er is geen explosiegevaar voor de TU-wijk. Volgens Datema heeft het ministerie van Defensie de mijnen onschadelijk gemaakt. ,,Het ontstekingsmechanisme is verwijderd. De test gaat vooral om het opsporen van het omhulsel van de mijnen. De inhoud van de mijn is van minder belang. De kans op een explosie is nul”, verzekert Datema.

Nadelen van Datema’s systeem is dat waterstof ook in de bodem voorkomt in de vorm van water. De bodemvochtigheid is dan ook een belangrijke parameter voor de test. Op dit moment wacht Datema op een vergunning om zijn detector te testen in Angola. Ook daar zal hij hem testen op een testterrein. ,,In Angola zijn de bodemsamenstelling en temperatuur anders dan in Nederland. Ik wil weten wat de invloeden daarvan zijn op mijn detector. Ook is het belangrijk om feedback te krijgen van mensen die daadwerkelijk mijnen opsporen in dit soort landen.”

Op dit moment schat Datema het aantal landmijnen op zestig tot honderd miljoen, verdeeld over zestig tot zeventig landen in de wereld. Wanneer de detector werkelijk wordt ingezet kan hij nog niet zeggen. Toch hoopt hij dat het niet nog jaren gaat duren. ,,Er komen elk jaar nog meer mijnen bij dan er worden opgespoord.”

Binnenkort worden bij het IRI testmetingen gedaan met een nieuwe opsporingsmethode voor landmijnen.

In het kader van het Nationaal Technologieproject mijndetectie met neutronenverstrooiing test dr.ir. Cor Datema vrijdag 31 mei een mijnendetector, die hij ontwikkelde bij het Interfacultair Reactor Instituut (IRI). Datema is postdoc bij de afdeling Stralingstechnologie van het IRI. Hij maakte een prototype detector die zowel landmijnen met een metalen als met een kunststofbehuizing opspoort.

Het nadeel van het opsporen van metalen mijnen met een metaaldetector is dat ze alarmeren bij elk metaaldeeltje dat in de bodem ligt. Voor kunststofmijnen bestond nog geen opsporingsmethode.

Datema ontwikkelde een methode die waterstof in de bodem kan traceren, een element dat veelvuldig in kunststof voorkomt en dus ook in kunststofmijnen. Met een neutronenbron schiet hij hoge energetische neutronen de bodem in. Wanneer deze waterstofatomen tegenkomt in de bodem, remmen de neutronen af. Met een neutronendetector voor laag-energetische neutronen bepaalt Datema vervolgens de terugstrooiing van de neutronen.

Er is geen explosiegevaar voor de TU-wijk. Volgens Datema heeft het ministerie van Defensie de mijnen onschadelijk gemaakt. ,,Het ontstekingsmechanisme is verwijderd. De test gaat vooral om het opsporen van het omhulsel van de mijnen. De inhoud van de mijn is van minder belang. De kans op een explosie is nul”, verzekert Datema.

Nadelen van Datema’s systeem is dat waterstof ook in de bodem voorkomt in de vorm van water. De bodemvochtigheid is dan ook een belangrijke parameter voor de test. Op dit moment wacht Datema op een vergunning om zijn detector te testen in Angola. Ook daar zal hij hem testen op een testterrein. ,,In Angola zijn de bodemsamenstelling en temperatuur anders dan in Nederland. Ik wil weten wat de invloeden daarvan zijn op mijn detector. Ook is het belangrijk om feedback te krijgen van mensen die daadwerkelijk mijnen opsporen in dit soort landen.”

Op dit moment schat Datema het aantal landmijnen op zestig tot honderd miljoen, verdeeld over zestig tot zeventig landen in de wereld. Wanneer de detector werkelijk wordt ingezet kan hij nog niet zeggen. Toch hoopt hij dat het niet nog jaren gaat duren. ,,Er komen elk jaar nog meer mijnen bij dan er worden opgespoord.”

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.