Campus

Polygoonjournaal en grijze pakken

De TU Delft speelt graag een rol op wereldschaal. Er wordt wel eens lacherig gedaan over de gezochte vergelijking met MIT in Boston, maar feit is dat er in de afgelopen 160 jaar hoogleraren zijn geweest die wereldfaam hebben verworven.

Aan vier van hen, allemaal uit de eerste helft van de vorige eeuw, besteedt het Techniek Museum aandacht met de tentoonstelling ‘Geleerd en Kundig’.

Vanuit zaal 3 van het Techniek Museum klinkt al van verre het vertrouwde geluid van het Polygoonjournaal. ,,Ingenieurs van Rijkswaterstaat keken gespannen toe hoe vijf krachtige sleepboten het loodzware caisson naar zijn laatste rustplaats sleepten.” We zien mannen in lange jassen en met hoeden op, die met sombere gezichten toekijken hoe de laatste zestig meter van het Veerse Gat wordt gedicht. Hun jaspanden klapperen in de wind. De beelden worden ondersteund door triomfantelijke muziek.

Een ander fragment toont beelden van Walcheren dat, net na de oorlog, nog voor driekwart onder water staat. De camera glijdt langs verwoeste huizen, wrakhout en gestrande tanks. De dijken worden gerepareerd en ook hier wordt een kolossaal betonnen caisson gebruikt om het laatste gat te dichten. Wapperende vlaggen, toeschouwers in traditionele Zeeuwse dracht en weer die muziek.

Het Polygoonjournaal weet altijd een heldhaftig air te geven aan alles waarvan het verslag doet. Alles is het resultaat van ‘Hollandsch vakmanschap’ en altijd heeft de lokale bevolking ‘zich kraanig geweerd’.

Het Hollandsch vakmanschap waar het in dit geval over gaat, is dat van Johannes Theodoor Thijsse. Geboren in 1893, gestorven in 1984, en tussen 1938 en 1963 hoogleraar Theoretische en Experimentele Hydraulica aan de Technische Hoogeschool Delft. Wereldvermaard vanwege zijn inzichten in de stromingsleer en zo belangrijk voor waterbouwkundige projecten als de Deltawerken vanwege het door hem opgerichte Waterloopkundig Laboratorium.

Slib

Ook daarvan vertoont het museum Polygoonjournaalbeelden. We zien een hal, waarin een schaalmodel staat van een haven of een riviermonding. Inclusief water, met de juiste stroming en golven. Medewerkers werpen in dodelijke ernst papiersnippers in het water, of zwarte inkt, om zodoende de stromingen te kunnen vaststellen. Thijsse geloofde heilig in het nut van schaalmodellen.

Via zo’n schaalmodel kwam hij ook op de zogeheten ‘Eieren van Thijsse’. Ze bestaan nog steeds. Ze werden gelegd om een probleem het hoofd te kunnen bieden dat zich voordoet wanneer een nieuw te graven kanaal een rivier kruist. Ter plekke van de kruising zal de stroomsnelheid van de rivier drastisch omlaag gaan, waardoor zich slib kan afzetten dat de doorvaart lelijk verstoort. Door nu in de ‘oksels’ van de kruising ovale afgravingen aan te leggen, wordt de stroom gestabiliseerd en wordt dichtslibben voorkomen.

Thijsse maakt zijn opwachting naast drie andere hoogleraren, allemaal geboren tussen 1888 en 1895. Op één na bereikten ze een hoge leeftijd. De uitzondering is Albert Sybrandus Keverling Buisman, die leefde van 1890 tot 1944. De vroege dood van de hoogleraar toegepaste mechanica, gekoppeld aan het feit dat hij slechts in het Nederlands publiceerde, maakte dat hij pas relatief laat internationale erkenning kreeg. Desondanks staat hij in Nederland bekend als de grondlegger van de grondmechanica. Faam verwierf hij door zijn ontdekking van het Seculaire Effect, een soort naijleffect dat zich voordoet bij inklinking van de bodem.

Weemoed

De tentoonstelling over het viertal (de anderen zijn J.M. Burgers en C.B. Biezeno) is gelardeerd met foto’s en artefacten uit het verleden. Voor de neutrale toeschouwer zijn die misschien wel het interessantst. Een onstuitbare weemoed maakt zich van je meester als je die ernstige, uitgestreken gezichten ziet van mannen die allen onberispelijk gekleed gaan in driedelig grijs. Het was de tijd dat ernog onvoorwaardelijk werd opgekeken naar een hoogleraar. Het wetenschappelijk onderwijs was toentertijd misschien niet erg democratisch en alleen toegankelijk voor de happy few, maar daardoor had het wel zo zijn charme. Het ontroerendst is een foto waarop het voltallige kabinet-De Quay zich in Delft door Thijsse laat informeren over de Deltawerken. Als een stel studenten worden ze onderwezen door de vermaarde hoogleraar.

Nog meer weemoed vind je een verdieping hoger, bij een expositie over het Delftse studentenleven, voornamelijk getoond aan de hand van studentenverenigingen. In een hoek hangen drie sets kleding. Een kostuum dat gedragen werd in de jaren zeventig van de negentiende eeuw, meer dan honderd jaar oud dus, bij een festiviteit van het Delftsch Studenten Corps, een tulpenpak uit 1978 (tja, je moet nergens van opkijken) en een totaal verfomfaaid pak van een huidig Virgiliaans bestuurslid. Het is haast onvoorstelbaar dat dat laatste zijn graad van aftakeling heeft bereikt in een halfjaartje dienst.

Geleerd en Kundig is nog te bezichtigen tot 25 augustus in het Techniek Museum, Ezelsveldlaan 61. Openingstijden di. t/m vr. 10.00-17.00, za. en zo. 10.00-16.00 uur.

De TU Delft speelt graag een rol op wereldschaal. Er wordt wel eens lacherig gedaan over de gezochte vergelijking met MIT in Boston, maar feit is dat er in de afgelopen 160 jaar hoogleraren zijn geweest die wereldfaam hebben verworven. Aan vier van hen, allemaal uit de eerste helft van de vorige eeuw, besteedt het Techniek Museum aandacht met de tentoonstelling ‘Geleerd en Kundig’.

Vanuit zaal 3 van het Techniek Museum klinkt al van verre het vertrouwde geluid van het Polygoonjournaal. ,,Ingenieurs van Rijkswaterstaat keken gespannen toe hoe vijf krachtige sleepboten het loodzware caisson naar zijn laatste rustplaats sleepten.” We zien mannen in lange jassen en met hoeden op, die met sombere gezichten toekijken hoe de laatste zestig meter van het Veerse Gat wordt gedicht. Hun jaspanden klapperen in de wind. De beelden worden ondersteund door triomfantelijke muziek.

Een ander fragment toont beelden van Walcheren dat, net na de oorlog, nog voor driekwart onder water staat. De camera glijdt langs verwoeste huizen, wrakhout en gestrande tanks. De dijken worden gerepareerd en ook hier wordt een kolossaal betonnen caisson gebruikt om het laatste gat te dichten. Wapperende vlaggen, toeschouwers in traditionele Zeeuwse dracht en weer die muziek.

Het Polygoonjournaal weet altijd een heldhaftig air te geven aan alles waarvan het verslag doet. Alles is het resultaat van ‘Hollandsch vakmanschap’ en altijd heeft de lokale bevolking ‘zich kraanig geweerd’.

Het Hollandsch vakmanschap waar het in dit geval over gaat, is dat van Johannes Theodoor Thijsse. Geboren in 1893, gestorven in 1984, en tussen 1938 en 1963 hoogleraar Theoretische en Experimentele Hydraulica aan de Technische Hoogeschool Delft. Wereldvermaard vanwege zijn inzichten in de stromingsleer en zo belangrijk voor waterbouwkundige projecten als de Deltawerken vanwege het door hem opgerichte Waterloopkundig Laboratorium.

Slib

Ook daarvan vertoont het museum Polygoonjournaalbeelden. We zien een hal, waarin een schaalmodel staat van een haven of een riviermonding. Inclusief water, met de juiste stroming en golven. Medewerkers werpen in dodelijke ernst papiersnippers in het water, of zwarte inkt, om zodoende de stromingen te kunnen vaststellen. Thijsse geloofde heilig in het nut van schaalmodellen.

Via zo’n schaalmodel kwam hij ook op de zogeheten ‘Eieren van Thijsse’. Ze bestaan nog steeds. Ze werden gelegd om een probleem het hoofd te kunnen bieden dat zich voordoet wanneer een nieuw te graven kanaal een rivier kruist. Ter plekke van de kruising zal de stroomsnelheid van de rivier drastisch omlaag gaan, waardoor zich slib kan afzetten dat de doorvaart lelijk verstoort. Door nu in de ‘oksels’ van de kruising ovale afgravingen aan te leggen, wordt de stroom gestabiliseerd en wordt dichtslibben voorkomen.

Thijsse maakt zijn opwachting naast drie andere hoogleraren, allemaal geboren tussen 1888 en 1895. Op één na bereikten ze een hoge leeftijd. De uitzondering is Albert Sybrandus Keverling Buisman, die leefde van 1890 tot 1944. De vroege dood van de hoogleraar toegepaste mechanica, gekoppeld aan het feit dat hij slechts in het Nederlands publiceerde, maakte dat hij pas relatief laat internationale erkenning kreeg. Desondanks staat hij in Nederland bekend als de grondlegger van de grondmechanica. Faam verwierf hij door zijn ontdekking van het Seculaire Effect, een soort naijleffect dat zich voordoet bij inklinking van de bodem.

Weemoed

De tentoonstelling over het viertal (de anderen zijn J.M. Burgers en C.B. Biezeno) is gelardeerd met foto’s en artefacten uit het verleden. Voor de neutrale toeschouwer zijn die misschien wel het interessantst. Een onstuitbare weemoed maakt zich van je meester als je die ernstige, uitgestreken gezichten ziet van mannen die allen onberispelijk gekleed gaan in driedelig grijs. Het was de tijd dat ernog onvoorwaardelijk werd opgekeken naar een hoogleraar. Het wetenschappelijk onderwijs was toentertijd misschien niet erg democratisch en alleen toegankelijk voor de happy few, maar daardoor had het wel zo zijn charme. Het ontroerendst is een foto waarop het voltallige kabinet-De Quay zich in Delft door Thijsse laat informeren over de Deltawerken. Als een stel studenten worden ze onderwezen door de vermaarde hoogleraar.

Nog meer weemoed vind je een verdieping hoger, bij een expositie over het Delftse studentenleven, voornamelijk getoond aan de hand van studentenverenigingen. In een hoek hangen drie sets kleding. Een kostuum dat gedragen werd in de jaren zeventig van de negentiende eeuw, meer dan honderd jaar oud dus, bij een festiviteit van het Delftsch Studenten Corps, een tulpenpak uit 1978 (tja, je moet nergens van opkijken) en een totaal verfomfaaid pak van een huidig Virgiliaans bestuurslid. Het is haast onvoorstelbaar dat dat laatste zijn graad van aftakeling heeft bereikt in een halfjaartje dienst.

Geleerd en Kundig is nog te bezichtigen tot 25 augustus in het Techniek Museum, Ezelsveldlaan 61. Openingstijden di. t/m vr. 10.00-17.00, za. en zo. 10.00-16.00 uur.

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.