De Delftse versie van industriële vormgeving kan de internationale vergelijking goed doorstaan.In het jongste visitatierapport over industriële vormgeving (IO) staan veel vriendelijke woorden over de Delftse studie.
De studenten doen er wel lang over en het rendement is niet om over naar huis te schrijven, maar dat is nu eenmaal een kwaal die Nederlandse studies – en vooral technisch-wetenschappelijke – eigen is. Ze krijgen goed onderwijs in een gebouw en met voorzieningen die altijd al goed waren en waarvoor inmiddels de beoordeling ‘uitmuntend’ past.
Het visitatierapport heeft betrekking op de periode 1995-2000 en gaat daarom alleen over de Delftse opleiding en het bijbehorende onderzoek – pas sinds vorig jaar wordt industrieel ontwerpen ook in Enschede en Eindhoven beoefend. Het nieuwe gebouw van de binnenkort weer zelfstandige Delftse faculteit is ook nog niet in het oordeel betrokken, maar de visiteerders steken hun hoge verwachtingen over wat zij slechts als plan hebben gezien niet onder stoelen of banken. IO trekt na een korte inzinking in de late jaren negentig meer dan driehonderd eerstejaars. Ongebruikelijk voor Delft is het hoge aandeel van veertig procent vrouwen.
De visitatiecommissie, zoals gebruikelijk uitgevaardigd door de universiteitskoepel Vsnu, bezocht Delft in december 2001. De commissie stond onder voorzitterschap van de veel besproken architect Cees Dam, tevens hoogleraar in Delft. Behalve Nederlanders maakten ook twee Britten en een Duitser er deel van uit.
Het onderwijs in de industriële vormgeving is van hoog niveau, vindt de commissie, maar er is aandacht nodig voor de selecterende functie van de propedeuse. Het verband tussen onderwijs en onderzoek behoeft verbetering en de opleiding zou haar ambities wel wat hoger mogen stellen, vooral in internationaal opzicht. De kwaliteit van de staf is voldoende, maar aan de continuïteit schort wel het een en ander. IO kan het zich eigenlijk niet veroorloven bepaalde essentiële hoogleraarsposten lange tijd onbezet te houden. De informatievoorziening naar de studenten is voor verbetering vatbaar. De interne kwaliteitsbewaking daarentegen is bevredigend, vooral de manier waarop studenten erin worden betrokken.
Het niveau van het onderzoek is meer wisselend. Sommige groepen bij industriële vormgeving zijn dynamisch en internationaal gericht, andere lijken de weg kwijt. De organisatie van het onderzoek is ondoorzichtig. Het zou volgens de visitatiecommissie goed zijn om bepaalde groepen samen te voegen zodat er wat meer kritische massa ontstaat. Zo zou de groep die onderzoek doet naar de bedrijfszekerheid en duurzaamheid van kunststofproducten beter kunnen opgaan in een andere omdat het huidige programma te smal is. Het samengaan van ergonomie en visuele vormgeving wordt toegejuicht. Ergonomie mag wel wat vaker opduiken in de tijdschriften. De sectie marketing van de afdeling productinnovatie en -management krijgt te horen dat het onderzoek uitmuntend is.
De Delftse versie van industriële vormgeving kan de internationale vergelijking goed doorstaan.
In het jongste visitatierapport over industriële vormgeving (IO) staan veel vriendelijke woorden over de Delftse studie. De studenten doen er wel lang over en het rendement is niet om over naar huis te schrijven, maar dat is nu eenmaal een kwaal die Nederlandse studies – en vooral technisch-wetenschappelijke – eigen is. Ze krijgen goed onderwijs in een gebouw en met voorzieningen die altijd al goed waren en waarvoor inmiddels de beoordeling ‘uitmuntend’ past.
Het visitatierapport heeft betrekking op de periode 1995-2000 en gaat daarom alleen over de Delftse opleiding en het bijbehorende onderzoek – pas sinds vorig jaar wordt industrieel ontwerpen ook in Enschede en Eindhoven beoefend. Het nieuwe gebouw van de binnenkort weer zelfstandige Delftse faculteit is ook nog niet in het oordeel betrokken, maar de visiteerders steken hun hoge verwachtingen over wat zij slechts als plan hebben gezien niet onder stoelen of banken. IO trekt na een korte inzinking in de late jaren negentig meer dan driehonderd eerstejaars. Ongebruikelijk voor Delft is het hoge aandeel van veertig procent vrouwen.
De visitatiecommissie, zoals gebruikelijk uitgevaardigd door de universiteitskoepel Vsnu, bezocht Delft in december 2001. De commissie stond onder voorzitterschap van de veel besproken architect Cees Dam, tevens hoogleraar in Delft. Behalve Nederlanders maakten ook twee Britten en een Duitser er deel van uit.
Het onderwijs in de industriële vormgeving is van hoog niveau, vindt de commissie, maar er is aandacht nodig voor de selecterende functie van de propedeuse. Het verband tussen onderwijs en onderzoek behoeft verbetering en de opleiding zou haar ambities wel wat hoger mogen stellen, vooral in internationaal opzicht. De kwaliteit van de staf is voldoende, maar aan de continuïteit schort wel het een en ander. IO kan het zich eigenlijk niet veroorloven bepaalde essentiële hoogleraarsposten lange tijd onbezet te houden. De informatievoorziening naar de studenten is voor verbetering vatbaar. De interne kwaliteitsbewaking daarentegen is bevredigend, vooral de manier waarop studenten erin worden betrokken.
Het niveau van het onderzoek is meer wisselend. Sommige groepen bij industriële vormgeving zijn dynamisch en internationaal gericht, andere lijken de weg kwijt. De organisatie van het onderzoek is ondoorzichtig. Het zou volgens de visitatiecommissie goed zijn om bepaalde groepen samen te voegen zodat er wat meer kritische massa ontstaat. Zo zou de groep die onderzoek doet naar de bedrijfszekerheid en duurzaamheid van kunststofproducten beter kunnen opgaan in een andere omdat het huidige programma te smal is. Het samengaan van ergonomie en visuele vormgeving wordt toegejuicht. Ergonomie mag wel wat vaker opduiken in de tijdschriften. De sectie marketing van de afdeling productinnovatie en -management krijgt te horen dat het onderzoek uitmuntend is.
Comments are closed.