Campus

Je merkt aan alles dat de student hier heel belangrijk is

Paul Rullmann (54) is sinds 1 mei lid van het college van bestuur. Onderwijs is een van de belangrijkste onderdelen uit zijn takenpakket. Als de kennismaking met de TU Delft achter de rug is, ligt er een flinke kluif werk op hem te wachten.

/strong>

U bent socioloog. Bent u daarmee een vreemde eend in deze bijt?

,,Dat heb ik nog niet gemerkt… Maar ik geef toe, het is voor een technische universiteit geen voor de hand liggende stap om met een socioloog in zee te gaan. Ik zelf zie de confrontatie van de sociale en de technische wereld niet als bijzonder schokkend. Als je je met een sociaal-wetenschappelijke achtergrond concreet blijft uitdrukken hoeft er geen kloof te zijn.”

,,Ik merk, nu ik hier drie weken rondloop, natuurlijk wel dat ik geen technische achtergrond heb. Alles is nieuw voor me. Ik word overspoeld met heel interessante dingen waarvan ik buitengewoon weinig weet.”

Heeft u persoonlijk iets met techniek?

,,Ja hoor. Vroeger heb ik geaarzeld of ik een technische studie zou gaan doen. Ik heb een paar jaar farmacie gestudeerd. Dat is misschien niet echt technisch maar wel heel concreet. En ik heb op zolder zelfs eens een motorfiets in elkaar gezet.”

U bent nu nog bezig met kennismaking, een soort uitgebreide excursie eigenlijk. Wat heeft u het meest getroffen?

,,Het enthousiasme, wáár je ook komt. Iedereen is er trots op hier te werken. Je merkt dat er veel mensen zijn die gegrepen zijn door het probleem waaraan ze werken, dat ze ermee opstaan en naar bed gaan. Het gaat niet alleen om het werk. Neem nou zo’n lustrumweek. Die wordt helemaal vanuit de universiteit opgezet. Je merkt aan alles dat deze gemeenschap gewend is te worden aangesproken op andere dingen dan alleen de eigen expertise. Een heel levendige, enthousiasmerende cultuur.”

,,In Delft is de student heel belangrijk. Je merkt het aan alles: aan het belang dat wordt gehecht aan het onderwijs, aan de rol die studenten spelen in het beleid, aan het grote aantal bestuursbeurzen voor sport, de openingsweek, cultuur. Het omgekeerde is ook het geval: studenten interesseren zich erg voor de instelling. Dat tref je in het hbo, waar ik vandaan kom, minder aan. Men gaat er heen en men gaat weer naar huis. Daar speelt het leven zich veel meer buiten de school af.”

,,Verder viel me op dat het allemaal zo groot is hier. Een van de eerste dingen die ik deed, was de opening van een sportdag voor de bedrijfshulpverleners. Ik dacht: een sportdag, dan moeten er aardig wat bedrijfshulpverleners zijn. Het bleken er ongeveer vijfhonderd. Vijfhonderd! Dan realiseer je je wat een enorm complex dit is.”

U komt van de Hogeschool Inholland, en dat is met 36 duizend studenten de grootste instelling van hoger onderwijs in Nederland.

,,De omvang is niet het belangrijkst hoor. Het zegt ook niet zoveel. In het hbo zijn fusies en megafusies noodzaak om je voorzieningen op peil te houden. Je moet je krachten bundelen. Bij universiteiten zou dat ook op den duur het geval kunnen gaan worden, maar de urgentie is nu niet aanwezig.”

Zegt u nu dat de problemen in het hoger beroepsonderwijs eigenlijk groter zijn dan aan de universiteiten?

,,Dat niet, ze zijn anders. Het hbo heeft alleen maar input uit onderwijs. Als dat ook voor universiteiten zou gelden, zouden hier ook veel meer problemen zijn. Maar voor een ander deel zijn de problemen vergelijkbaar: hoe bestuur je instellingen waar veel intelligente, eigenwijze mensen rondlopen en dat met schaarse publieke middelen.”

U valt wel met uw neus in de boter, want afgelopen week mochten we vernemen dat de Vsnu, de samenwerkende universiteiten, het onderwijs drastisch wil omvormen. Men wil af van de traditionele studies en profielen invoeren.

,,De bachelor-masterstructuur leidt tot veel veranderingen. Je zou die maatregel als een platte conversie kunnen uitvoeren, maar het is beter om, zoals hier in Delft, hem te combineren met een debat over het onderzoek, met een bezinning op de vraag: zitten we op de goede weg? Het is goed dat de Vsnu de inhoud van de studies tegen het licht houdt. In Angelsaksische landen is de bacheloropleiding wat breder en dat zijn dingen die je hier ook moet overwegen.”

Dreigt het hoger onderwijs met die voortdurende veranderingen aan een soortgelijke onrust ten prooi te vallen als het voortgezet onderwijs?

,,Je moet zorgvuldig zijn alvorens je zulke grote stappen zet en je moet echt overtuigd zijn dat je op de goede weg zit. Wat dat betreft ben ik ook in bestuurlijke processen voor duurzaamheid.”

Heeft u voorkeur voor een bepaalde onderwijsaanpak, bijvoorbeeld probleemgestuurd onderwijs?

,,Je moet daarin afwisselen, je moet zorgen dat je blijft uitdagen. Ik geloof niet in één systeem voor alles. Als je alles tot probleemgestuurd onderwijs ombouwt, worden studenten daar na een tijdje helemaal ziek van, terwijl het op zichzelf een heel goede aanpak is. Individueel onderwijs, gewoon een boek lezen, heeft in de loop van de eeuwen ook zijn waarde bewezen en moeten we niet vergeten.”

Heeft u al een vermoeden wat het lastigste probleem wordt waartegen u aanloopt?

,,Probleem, probleem… Ik spreek liever over terreinen waarop zich veel ontwikkelingen voordoen. In de eerste plaats is dat natuurlijk het bachelor-mastersysteem. Een belangrijke verandering in onderwijs is altijd moeilijk, die dringt door tot in de uiteinden van de organisatie. Nummer twee is de relatie tot het hbo, het zoeken naar samenwerking, een heel belangrijke zaak. En dan is er natuurlijk de financiering. Ik denk dat het aandeel van de directe bekostiging zal verminderen en dat je meer aangewezen zult zijn op opdrachtonderzoek. Het betekent dat je de professionaliteit waarmee je de omgeving benadert zult moeten verscherpen.”

Nederland geeft aan wetenschappelijk onderzoek relatief al veel minder uit dan menig ander land…

,,Ik zie dat niet verbeteren, integendeel. Iedereen heeft het over Nederland als kennisland. Met de mond wordt het beleden, maar als je ziet wat er aan peanuts voor wordt weggezet, het is helemaal niks. Als ik zie wat voor problemen er in de komende kabinetsperiode op de samenleving afkomen, bij een enigszins stagnerende economie, dan vind ik het extra noodzakelijk dat er extra geld naar kennis gaat. We moeten blijven investeren in hoger onderwijs, want dat is het terrein waarop we het kunnen maken. Nu komen nog acht van onze tien belangrijkste exportproducten uit de landbouw, maar op de lange termijn kunnen we het daarvan niet blijven hebben.”

Twente is zich langzaam maar zeker aan het ontwikkelen tot een meer algemene universiteit.

,,Dat vind ik voor de hand liggen. Je ziet steeds minder dat techniek geïsoleerd benaderd wordt, kan worden. Een ingenieur is geen statisch fenomeen; dat ontwikkelt zich. Van een ingenieur wordt hoe langer hoe meer verwacht dat hij zich multidisciplinair kan opstellen.”

Tenslotte: u speelt, met uw vrouw onder anderen, in een folkband. Mogen we een optreden van u op het volgende lustrumfestival tegemoetzien?

,,Haha, nee, we treden steeds minder op, nog maar een paar keer per jaar. Het is niet zozeer de leeftijd als wel de tijdsdruk waardoor het er niet meer van komt.”

Is Crackerhash trouwens niet een wat vreemde naam voor een band met, hoe zal ik het zeggen, maatschappelijk gearriveerde mensen?

,,Nee hoor, we zijn begonnen met Engelse zeemansliederen. Het betekent gewoon scheepsbeschuit.”

Drs. Paul M.M. Rullmann, lid van het college van bestuur TU Delft.

Geboren: 1948 te Den Haag.

Studie sociologie in Leiden, afgerond 1974.

Voorheen werkzaam bij onder meer de Stichting voor Opleiding tot Sociale Arbeid (1976-1987), de Hogeschool Haarlem (1987-1990 en 1995-2002) en de Hbo-Raad (1990-1995). Vanaf 2001 lid van het college van bestuur vande Hogeschool Haarlem, inmiddels opgegaan in Hogeschool Holland.

Woont in Haarlem. Gehuwd, drie volwassen kinderen.

Paul Rullmann (54) is sinds 1 mei lid van het college van bestuur. Onderwijs is een van de belangrijkste onderdelen uit zijn takenpakket. Als de kennismaking met de TU Delft achter de rug is, ligt er een flinke kluif werk op hem te wachten.

U bent socioloog. Bent u daarmee een vreemde eend in deze bijt?

,,Dat heb ik nog niet gemerkt… Maar ik geef toe, het is voor een technische universiteit geen voor de hand liggende stap om met een socioloog in zee te gaan. Ik zelf zie de confrontatie van de sociale en de technische wereld niet als bijzonder schokkend. Als je je met een sociaal-wetenschappelijke achtergrond concreet blijft uitdrukken hoeft er geen kloof te zijn.”

,,Ik merk, nu ik hier drie weken rondloop, natuurlijk wel dat ik geen technische achtergrond heb. Alles is nieuw voor me. Ik word overspoeld met heel interessante dingen waarvan ik buitengewoon weinig weet.”

Heeft u persoonlijk iets met techniek?

,,Ja hoor. Vroeger heb ik geaarzeld of ik een technische studie zou gaan doen. Ik heb een paar jaar farmacie gestudeerd. Dat is misschien niet echt technisch maar wel heel concreet. En ik heb op zolder zelfs eens een motorfiets in elkaar gezet.”

U bent nu nog bezig met kennismaking, een soort uitgebreide excursie eigenlijk. Wat heeft u het meest getroffen?

,,Het enthousiasme, wáár je ook komt. Iedereen is er trots op hier te werken. Je merkt dat er veel mensen zijn die gegrepen zijn door het probleem waaraan ze werken, dat ze ermee opstaan en naar bed gaan. Het gaat niet alleen om het werk. Neem nou zo’n lustrumweek. Die wordt helemaal vanuit de universiteit opgezet. Je merkt aan alles dat deze gemeenschap gewend is te worden aangesproken op andere dingen dan alleen de eigen expertise. Een heel levendige, enthousiasmerende cultuur.”

,,In Delft is de student heel belangrijk. Je merkt het aan alles: aan het belang dat wordt gehecht aan het onderwijs, aan de rol die studenten spelen in het beleid, aan het grote aantal bestuursbeurzen voor sport, de openingsweek, cultuur. Het omgekeerde is ook het geval: studenten interesseren zich erg voor de instelling. Dat tref je in het hbo, waar ik vandaan kom, minder aan. Men gaat er heen en men gaat weer naar huis. Daar speelt het leven zich veel meer buiten de school af.”

,,Verder viel me op dat het allemaal zo groot is hier. Een van de eerste dingen die ik deed, was de opening van een sportdag voor de bedrijfshulpverleners. Ik dacht: een sportdag, dan moeten er aardig wat bedrijfshulpverleners zijn. Het bleken er ongeveer vijfhonderd. Vijfhonderd! Dan realiseer je je wat een enorm complex dit is.”

U komt van de Hogeschool Inholland, en dat is met 36 duizend studenten de grootste instelling van hoger onderwijs in Nederland.

,,De omvang is niet het belangrijkst hoor. Het zegt ook niet zoveel. In het hbo zijn fusies en megafusies noodzaak om je voorzieningen op peil te houden. Je moet je krachten bundelen. Bij universiteiten zou dat ook op den duur het geval kunnen gaan worden, maar de urgentie is nu niet aanwezig.”

Zegt u nu dat de problemen in het hoger beroepsonderwijs eigenlijk groter zijn dan aan de universiteiten?

,,Dat niet, ze zijn anders. Het hbo heeft alleen maar input uit onderwijs. Als dat ook voor universiteiten zou gelden, zouden hier ook veel meer problemen zijn. Maar voor een ander deel zijn de problemen vergelijkbaar: hoe bestuur je instellingen waar veel intelligente, eigenwijze mensen rondlopen en dat met schaarse publieke middelen.”

U valt wel met uw neus in de boter, want afgelopen week mochten we vernemen dat de Vsnu, de samenwerkende universiteiten, het onderwijs drastisch wil omvormen. Men wil af van de traditionele studies en profielen invoeren.

,,De bachelor-masterstructuur leidt tot veel veranderingen. Je zou die maatregel als een platte conversie kunnen uitvoeren, maar het is beter om, zoals hier in Delft, hem te combineren met een debat over het onderzoek, met een bezinning op de vraag: zitten we op de goede weg? Het is goed dat de Vsnu de inhoud van de studies tegen het licht houdt. In Angelsaksische landen is de bacheloropleiding wat breder en dat zijn dingen die je hier ook moet overwegen.”

Dreigt het hoger onderwijs met die voortdurende veranderingen aan een soortgelijke onrust ten prooi te vallen als het voortgezet onderwijs?

,,Je moet zorgvuldig zijn alvorens je zulke grote stappen zet en je moet echt overtuigd zijn dat je op de goede weg zit. Wat dat betreft ben ik ook in bestuurlijke processen voor duurzaamheid.”

Heeft u voorkeur voor een bepaalde onderwijsaanpak, bijvoorbeeld probleemgestuurd onderwijs?

,,Je moet daarin afwisselen, je moet zorgen dat je blijft uitdagen. Ik geloof niet in één systeem voor alles. Als je alles tot probleemgestuurd onderwijs ombouwt, worden studenten daar na een tijdje helemaal ziek van, terwijl het op zichzelf een heel goede aanpak is. Individueel onderwijs, gewoon een boek lezen, heeft in de loop van de eeuwen ook zijn waarde bewezen en moeten we niet vergeten.”

Heeft u al een vermoeden wat het lastigste probleem wordt waartegen u aanloopt?

,,Probleem, probleem… Ik spreek liever over terreinen waarop zich veel ontwikkelingen voordoen. In de eerste plaats is dat natuurlijk het bachelor-mastersysteem. Een belangrijke verandering in onderwijs is altijd moeilijk, die dringt door tot in de uiteinden van de organisatie. Nummer twee is de relatie tot het hbo, het zoeken naar samenwerking, een heel belangrijke zaak. En dan is er natuurlijk de financiering. Ik denk dat het aandeel van de directe bekostiging zal verminderen en dat je meer aangewezen zult zijn op opdrachtonderzoek. Het betekent dat je de professionaliteit waarmee je de omgeving benadert zult moeten verscherpen.”

Nederland geeft aan wetenschappelijk onderzoek relatief al veel minder uit dan menig ander land…

,,Ik zie dat niet verbeteren, integendeel. Iedereen heeft het over Nederland als kennisland. Met de mond wordt het beleden, maar als je ziet wat er aan peanuts voor wordt weggezet, het is helemaal niks. Als ik zie wat voor problemen er in de komende kabinetsperiode op de samenleving afkomen, bij een enigszins stagnerende economie, dan vind ik het extra noodzakelijk dat er extra geld naar kennis gaat. We moeten blijven investeren in hoger onderwijs, want dat is het terrein waarop we het kunnen maken. Nu komen nog acht van onze tien belangrijkste exportproducten uit de landbouw, maar op de lange termijn kunnen we het daarvan niet blijven hebben.”

Twente is zich langzaam maar zeker aan het ontwikkelen tot een meer algemene universiteit.

,,Dat vind ik voor de hand liggen. Je ziet steeds minder dat techniek geïsoleerd benaderd wordt, kan worden. Een ingenieur is geen statisch fenomeen; dat ontwikkelt zich. Van een ingenieur wordt hoe langer hoe meer verwacht dat hij zich multidisciplinair kan opstellen.”

Tenslotte: u speelt, met uw vrouw onder anderen, in een folkband. Mogen we een optreden van u op het volgende lustrumfestival tegemoetzien?

,,Haha, nee, we treden steeds minder op, nog maar een paar keer per jaar. Het is niet zozeer de leeftijd als wel de tijdsdruk waardoor het er niet meer van komt.”

Is Crackerhash trouwens niet een wat vreemde naam voor een band met, hoe zal ik het zeggen, maatschappelijk gearriveerde mensen?

,,Nee hoor, we zijn begonnen met Engelse zeemansliederen. Het betekent gewoon scheepsbeschuit.”

Drs. Paul M.M. Rullmann, lid van het college van bestuur TU Delft.

Geboren: 1948 te Den Haag.

Studie sociologie in Leiden, afgerond 1974.

Voorheen werkzaam bij onder meer de Stichting voor Opleiding tot Sociale Arbeid (1976-1987), de Hogeschool Haarlem (1987-1990 en 1995-2002) en de Hbo-Raad (1990-1995). Vanaf 2001 lid van het college van bestuur vande Hogeschool Haarlem, inmiddels opgegaan in Hogeschool Holland.

Woont in Haarlem. Gehuwd, drie volwassen kinderen.

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.