Onderwijs

Meer TU-kennis dan de hoogleraar

Het is een echt verkiezingsjaar. Eerst waren er de gemeentelijke en de landelijke verkiezingen. Deze week zijn er verkiezingen voor de studentenraad en in september staan de verkiezingen van de ondernemingsraad (or) op de rol.

Vier or-leden vertellen waarom zij zich met plezier inzetten voor de medezeggenschap.

Frans Berwald (Akvakabo): ,,Je weet soms beter wat er op de TU speelt dan de hoogleraar”

,,Zelf vind ik het prettig inzicht te hebben in het reilen en zeilen van de TU Delft. Vanuit de or krijg je daar goed zicht op. Ook is het zo dat achterover leunen en afwachten wat er over mij en mijn werkzaamheden wordt beslist, mij niet ligt. Ik wil daarover meedenken en mijn visie geven. Zeker een or-commissie biedt hiervoor een prima ingang. Als het college van bestuur een voorgenomen besluit bekend maakt, is dat vrijwel altijd eerst voorbereid door een staflid samen met een or-commissie. Daar kun je een zekere invloed op uitoefenen. Zelf zit ik in de commissie Vgwm (Veiligheid, Gezondheid, Welzijn en Milieu) en vooral de W van Welzijn heeft mijn interesse: hoe zorg je ervoor dat medewerkers zich prettig voelen op hun werk? De afgelopen jaren is er ontzettend veel vooruitgang geboekt op het terrein van de veiligheid. Alleen is het element welzijn % mede ook door de vele reorganisaties % enigszins in de knel gekomen. Dat is jammer want plezier hebben in je werk is erg belangrijk.

Het or-werk is wat afstandelijker dan dat in de onderdeelcommissies. In de odc houd je je meer bezig met de directe belangen en problemen van een faculteit of dienst. In de or kijk je naar de totale organisatie van de TU en daar spelen hele andere dilemma’s. Het is boeiend om met deze verschillende bestuursniveaus kennis te maken. Het grappige daarvan is overigens dat ik soms beter weet wat er op de TU speelt dan een hoogleraar.”

Arno Haket (Demokratisch Beleid): ,,In de or leer je heel andere dingen dan in je eigen werk”

,,De eerste kennismaking met de medezeggenschap was voor mij de onderdeelcommissie. Bij de overstap naar de or merkte ik dat het daar wat formeler toeging. Bij de vergaderingen moet je bijvoorbeeld steeds in een microfoon spreken en worden alle vergaderingen op band opgenomen. Tijdens mijn werkzaamheden in de odc heb ik ervaren dat de communicatie vanuit de or beter zou kunnen. Het is voor odc’s soms onduidelijk waarom de or bepaalde besluiten neemt. Daarover moet beter naar hen gecommuniceerd worden.

Het boeiende van het or-werk is dat je er andere vaardigheden leert dan in je dagelijkse werk. Je krijgt inzicht in bestuurlijke processen en je leert het nodige op het terrein van overleggen en onderhandelen. Daarnaast vind ik het interessant om naast mijn gewone werk af en toe met iets anders bezig te zijn. Door het or-werk krijg je een bredere kijk op de organisatie, leer je nieuwe mensen kennen, en hoor je ook wat er in andere faculteiten en diensten speelt.

In mijn directe omgeving wordt het gewaardeerd dat ik mij inzet voor de or. Natuurlijk kost het tijd en dat komt niet altijd goed uit met de reguliere werkzaamheden. Het is belangrijk om te zorgen dat je daar een goede balans in vindt.

Wat ik wel jammer vind is dat er in de or slechts drie mensen zitten die jonger zijn dan vijftig jaar en het aantal vrouwen eveneens dun is gezaaid. Ik zou graag zien dat uit deze groepen zich meer mensen kandidaat gaan stellen.”

Gerrie Hobbelman (CFO): ,,Verder kijken dan je eigen vak voorkomt verzuring”

,,Het or-werk vind ik heel belangrijk omdat het mijns inziens bijdraagt tot een beter bestuur van de TU. Het cvb bestaat uit drie mensen en die kunnen niet alles overzien. De or heeft met 23 leden een breder inzicht in wat er leeft in de gehele organisatie. Wij zien het als onze taak om mee te denken over de problemen die de TU tegenkomt, adviezen te geven over cvb-voorstellen en tegenspel te bieden bij beleidsvoornemens waar wij het niet mee eens zijn. En mijns inziens doet een cvb er goed aan om onze ideeën en voorstellen ook serieus te nemen: 26 mensen weten nu eenmaal meer dan drie.

De or bestaat uit vier verschillende fracties maar de onderlinge verstandhouding is prima. Discussie is er voldoende maar er zijn geen scherpe tegenstellingen. Die zijn er wel met de vertegenwoordiger van de staf van het college waarmee wij zaken voorbereiden. Het kan er in die samenkomsten ook heel fel aan toe gaan.

Voor mezelf vind ik het or-werk heel verrijkend. Door je bezig te houden met onderwerpen die niet direct betrekking hebben op je vak, verbreed je je kennishorizon. De afwisselende combinatie van onderwijs, onderzoeken bestuurlijke activiteiten voorkomt dat je als mens gaat verzuren. Om mij heen zie ik dat mensen die alleen maar hun werk doen, en zich weinig voor andere zaken interesseren, door de jaren heen enigszins bitter worden. Je moet jezelf blijven uitdagen en daarvoor zijn de werkzaamheden binnen de or erg geschikt.”

Henric Corstens (Cmhf): ,,Regelmatig schieten collega’s mij aan voor toelichting op cvb-besluiten”

,,Het bevredigende van het or-werk is dat je soms in regelingen of besluiten iets terugziet van jouw persoonlijke ideeën. Zeker als het je lukt om een bepaalde bepaling op te laten nemen waarvan je weet dat het voor een aantal mensen iets goeds oplevert. Het is natuurlijk zo dat de or een medezeggenschapsorgaan is, wij hebben alleen adviesrecht en een enkele keer instemmingsrecht. Het is echter geen zeggenschap waarbij bestuurders verplicht zouden zijn jouw voorstellen uit te voeren. Toch vind ik dat je als or invloed kunt uitoefenen. Via de commissies ben je betrokken bij het voorbereiden van heel veel besluiten en daar kun je met jouw suggesties op tafel komen. Het is natuurlijk niet zo dat de or altijd gelijk krijgt. Dat hoeft ook niet maar wel belangrijk vind ik dat er serieus naar de argumenten van de or wordt gekeken.

Van mijn direct leidinggevenden heb ik altijd alle ruimte gehad voor de medezeggenschapsactiviteiten. Ook mijn collega’s hebben geen moeite met de tijd die ik erin steek. Ze waarderen juist mijn inzet en schieten mij nog wel eens aan om toelichting te vragen over bepaalde cvb-besluiten. Ook komen zij bij mij om bepaalde problemen of kwesties aan te kaarten. Dat komt ook omdat ik lid ben van de odc en dan heb je meer invloed op de dagelijkse gang van zaken van een faculteit of een dienst. Het or-werk is abstracter en afstandelijker maar ook daarvoor is het belangrijk te weten wat de medewerkers bezighoudt.”

Frans Berwald (Akvakabo): ,,Je weet soms beter wat er op de TU speelt dan de hoogleraar”

,,Zelf vind ik het prettig inzicht te hebben in het reilen en zeilen van de TU Delft. Vanuit de or krijg je daar goed zicht op. Ook is het zo dat achterover leunen en afwachten wat er over mij en mijn werkzaamheden wordt beslist, mij niet ligt. Ik wil daarover meedenken en mijn visie geven. Zeker een or-commissie biedt hiervoor een prima ingang. Als het college van bestuur een voorgenomen besluit bekend maakt, is dat vrijwel altijd eerst voorbereid door een staflid samen met een or-commissie. Daar kun je een zekere invloed op uitoefenen. Zelf zit ik in de commissie Vgwm (Veiligheid, Gezondheid, Welzijn en Milieu) en vooral de W van Welzijn heeft mijn interesse: hoe zorg je ervoor dat medewerkers zich prettig voelen op hun werk? De afgelopen jaren is er ontzettend veel vooruitgang geboekt op het terrein van de veiligheid. Alleen is het element welzijn % mede ook door de vele reorganisaties % enigszins in de knel gekomen. Dat is jammer want plezier hebben in je werk is erg belangrijk.

Het or-werk is wat afstandelijker dan dat in de onderdeelcommissies. In de odc houd je je meer bezig met de directe belangen en problemen van een faculteit of dienst. In de or kijk je naar de totale organisatie van de TU en daar spelen hele andere dilemma’s. Het is boeiend om met deze verschillende bestuursniveaus kennis te maken. Het grappige daarvan is overigens dat ik soms beter weet wat er op de TU speelt dan een hoogleraar.”

Arno Haket (Demokratisch Beleid): ,,In de or leer je heel andere dingen dan in je eigen werk”

,,De eerste kennismaking met de medezeggenschap was voor mij de onderdeelcommissie. Bij de overstap naar de or merkte ik dat het daar wat formeler toeging. Bij de vergaderingen moet je bijvoorbeeld steeds in een microfoon spreken en worden alle vergaderingen op band opgenomen. Tijdens mijn werkzaamheden in de odc heb ik ervaren dat de communicatie vanuit de or beter zou kunnen. Het is voor odc’s soms onduidelijk waarom de or bepaalde besluiten neemt. Daarover moet beter naar hen gecommuniceerd worden.

Het boeiende van het or-werk is dat je er andere vaardigheden leert dan in je dagelijkse werk. Je krijgt inzicht in bestuurlijke processen en je leert het nodige op het terrein van overleggen en onderhandelen. Daarnaast vind ik het interessant om naast mijn gewone werk af en toe met iets anders bezig te zijn. Door het or-werk krijg je een bredere kijk op de organisatie, leer je nieuwe mensen kennen, en hoor je ook wat er in andere faculteiten en diensten speelt.

In mijn directe omgeving wordt het gewaardeerd dat ik mij inzet voor de or. Natuurlijk kost het tijd en dat komt niet altijd goed uit met de reguliere werkzaamheden. Het is belangrijk om te zorgen dat je daar een goede balans in vindt.

Wat ik wel jammer vind is dat er in de or slechts drie mensen zitten die jonger zijn dan vijftig jaar en het aantal vrouwen eveneens dun is gezaaid. Ik zou graag zien dat uit deze groepen zich meer mensen kandidaat gaan stellen.”

Gerrie Hobbelman (CFO): ,,Verder kijken dan je eigen vak voorkomt verzuring”

,,Het or-werk vind ik heel belangrijk omdat het mijns inziens bijdraagt tot een beter bestuur van de TU. Het cvb bestaat uit drie mensen en die kunnen niet alles overzien. De or heeft met 23 leden een breder inzicht in wat er leeft in de gehele organisatie. Wij zien het als onze taak om mee te denken over de problemen die de TU tegenkomt, adviezen te geven over cvb-voorstellen en tegenspel te bieden bij beleidsvoornemens waar wij het niet mee eens zijn. En mijns inziens doet een cvb er goed aan om onze ideeën en voorstellen ook serieus te nemen: 26 mensen weten nu eenmaal meer dan drie.

De or bestaat uit vier verschillende fracties maar de onderlinge verstandhouding is prima. Discussie is er voldoende maar er zijn geen scherpe tegenstellingen. Die zijn er wel met de vertegenwoordiger van de staf van het college waarmee wij zaken voorbereiden. Het kan er in die samenkomsten ook heel fel aan toe gaan.

Voor mezelf vind ik het or-werk heel verrijkend. Door je bezig te houden met onderwerpen die niet direct betrekking hebben op je vak, verbreed je je kennishorizon. De afwisselende combinatie van onderwijs, onderzoeken bestuurlijke activiteiten voorkomt dat je als mens gaat verzuren. Om mij heen zie ik dat mensen die alleen maar hun werk doen, en zich weinig voor andere zaken interesseren, door de jaren heen enigszins bitter worden. Je moet jezelf blijven uitdagen en daarvoor zijn de werkzaamheden binnen de or erg geschikt.”

Henric Corstens (Cmhf): ,,Regelmatig schieten collega’s mij aan voor toelichting op cvb-besluiten”

,,Het bevredigende van het or-werk is dat je soms in regelingen of besluiten iets terugziet van jouw persoonlijke ideeën. Zeker als het je lukt om een bepaalde bepaling op te laten nemen waarvan je weet dat het voor een aantal mensen iets goeds oplevert. Het is natuurlijk zo dat de or een medezeggenschapsorgaan is, wij hebben alleen adviesrecht en een enkele keer instemmingsrecht. Het is echter geen zeggenschap waarbij bestuurders verplicht zouden zijn jouw voorstellen uit te voeren. Toch vind ik dat je als or invloed kunt uitoefenen. Via de commissies ben je betrokken bij het voorbereiden van heel veel besluiten en daar kun je met jouw suggesties op tafel komen. Het is natuurlijk niet zo dat de or altijd gelijk krijgt. Dat hoeft ook niet maar wel belangrijk vind ik dat er serieus naar de argumenten van de or wordt gekeken.

Van mijn direct leidinggevenden heb ik altijd alle ruimte gehad voor de medezeggenschapsactiviteiten. Ook mijn collega’s hebben geen moeite met de tijd die ik erin steek. Ze waarderen juist mijn inzet en schieten mij nog wel eens aan om toelichting te vragen over bepaalde cvb-besluiten. Ook komen zij bij mij om bepaalde problemen of kwesties aan te kaarten. Dat komt ook omdat ik lid ben van de odc en dan heb je meer invloed op de dagelijkse gang van zaken van een faculteit of een dienst. Het or-werk is abstracter en afstandelijker maar ook daarvoor is het belangrijk te weten wat de medewerkers bezighoudt.”

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.