Campus

Ik kan ook verdrietig worden van goede kritieken

Het mag niet van de barvrouw in Speakers, maar als het even kan rookt schrijver Hafid Bouazza tussen zijn Davidoff-sigaretten door een jointje.

Met een glas whisky in de aanslag en een zwart T-shirt aan waarvan de kraag bijeen gehouden wordt door een veiligheidsspeld, staat hij er afgelopen maandag relaxed bij tijdens zijn Studium Generale-lezing over de taal van geluk.

Ruiselden, wiegewiegelden, kuchelde, snodel, tatolf, goffeldoffel. Het zijn maar enkele voorbeelden van ‘exotische’ woorden die u gebruikt uw laatste roman ‘Paravion’. Maken zulke woorden uw werk niet lastig vertaalbaar?

,,Kennelijk valt dat wel mee. Mijn eerste boek, ‘De voeten van Abdullah’, is in het Tsjechisch, Frans en Engels vertaald. Ik spreek zelf geen Tsjechisch, dus die vertaling heb ik niet kunnen controleren. Maar zelfs als een vertaler besluit om niet op zoek te gaan naar het volmaakte synoniem voor dat ene, zeldzame woord, kan ik ermee leven. Dat is zijn keuze. De vertaler mag de tekst op een andere manier weergeven: waar het om gaat is dat het effect hetzelfde blijft.

Volgens mij is het ook niet zo zinvol om een woord uit de context te halen en te vragen: wat betekent ‘snodel’ precies? Woorden bestaan niet zonder context. Ik schrijf geen woorden, maar zinnen, alinea’s, boeken.”

Opvallend aan uw stijl is dat u zelfs zeer negatieve ervaringen als een rotjeugd of armoede zo gelukzalig en melancholiek kunt beschrijven, dat ze iets ‘moois’ krijgen.

,,Ja, dat is een interessant fenomeen. In het nawoord van één van mijn romans schrijf ik over de vraag in hoeverre woorden opgedane wonden kunnen genezen. Maar het is niet zo dat je nare herinneringen minder naar kunt maken door er mooi over te schrijven.”

Uw vorige roman, ‘Salomon’, werd over het algemeen matig ontvangen. ‘Bouazza weet geen maat te houden met zijn barokke taalgebruik’, was een veelgehoorde klacht. Nu ligt ‘Paravion’ in de boekwinkel, en critici stellen tevreden vast dat u minder vaak obscure woorden gebruikt. Waarom heeft u gekozen voor een toegankelijkere stijl?

,,Dat ontken ik. Veel critici schreven inderdaad dat ‘Paravion’ toegankelijker is. Maar van sommige lezers hoor ik dat ze juist ‘Salomon’ leesbaarder vonden: zij hebben weer moeite om door ‘Paravion’ heen te komen. Ik weet eerlijk gezegd niet waar het aan ligt. Ik ben mijn enige publiek: ik denk niet aan een lezer als ik schrijf. Ik denk zelfs niet als mezelf. Bij het schrijven creëer je een soort imaginair ego, dat de belevenissen van de personages van zo dichtbij meemaakt dat hij mededogen voelt. Dat is een soort hallucinatie.”

En daarom is schrijven een soort drug?

,,Nee. Dat schrijven verslavend is, heeft voor mij meer te maken met het geluksgevoel dat je kunt hebben als je bij het schrijven even opkijkt van het beeldscherm. Het overkomt je niet tijdens het schrijven zelf, grappig genoeg, maar vlak daarna.”

Wat hebben taal en geluk % het thema van uw lezing – met elkaar te maken?

,,Schrijven en hoogstaande literatuur lezen zijn allebei een vorm van geluk. Werken aan een boek of artikel brengt me in een staat van gelukzaligheid, het is het meest hartstochtelijke werk dat er bestaat. Het brengt bij mij een waanzinnige euforie teweeg, maar ook somberheid. Vooral als ik net een boek voltooid heb.”

Negatieve gevoelens en ervaringen lijken vruchtbaarder materiaal voor literatuur dan geluk, vreugde en succes. Recensenten zijn ook meer op dreef als ze een kunstwerk de grond in kunnen boren.

,,Afkraken is blijkbaar makkelijker. Positief schrijven doet een beroep op je eigen vernuft, en dan komt men vaak niet verder dan nietszeggende clichés als ‘meeslepend’ en ‘prachtig’. Toch geloof ik niet dat er verschil is tussen schrijven over het positieve en het negatieve. Het is zeker mogelijk om geluk uit te drukken in literatuur.”

Wist u dat de integrale tekst van ‘Paravion’ op het internet te vinden is?

,,Het hele boek!? Ik geloof niet dat dat onder mijn contract valt… Ik weet er niets van. Mijn redacteur van de uitgeverij zit in de zaal, ik zal het zo even vragen. Als het gratis te downloaden is vind ik dat niet leuk, ik verdien natuurlijk liever geld aan mijn boeken.” (De organisatie die normaal de rechten in het buitenland voor de uitgeverij regelt, Right.nl, blijkt het complete boek per ongeluk op internet gezet te hebben. Normaal gesproken wordt een Engelstalig fragment op internet gezet, zodat buitenlandse uitgevers een indruk krijgen van het boek. Inmiddels is de tekst verwijderd – IL).

Tijdens uw lezing was de zaal halfvol. Het publiek bestond voor de helft uit vijftig-plussers en voor de andere helft uit studenten. Waarom waren er geen allochtonen?

,,Dat ligt aan het onderwerp. Er komen mensen naar een lezing die in het onderwerp geïnteresseerd zijn. Blijkbaar zijn mijn allochtone lezers in dit onderwerp niet geïnteresseerd. Naar andere lezingen komen ze wel. Het maakt me niet veel uit. Het is ook niet van belang, vind ik. Ik ben niet speciaal met allochtonen bezig.”

Stapt er wel eens een Marokkaanse jongere op u af, die uw verhalen of boeken geweldig vindt?

,,Jawel. Bij elk nieuw boek wel één of twee. Moet ik mijn familie ook meetellen? Dan komen er nog twee bij.”

Uw bijdragen aan de discussie over de integratie van moslims in Nederland heeft veel aandacht getrokken. Tegenover het Belgische opinieweekblad ‘Knack’ verklaarde u onlangs: ‘Als ik maar half zoveel aandacht had gekregen voor mijn literair werk, was ik nu al binnen’. Overschaduwt uw deelname aan zulke discussies uw werk als schrijver?

,,Nee, die opmerking was koketterie. Maar ik vind wel dat naar aanleiding van enkele opiniestukken die ik in landelijke dagbladen schreef, de aandacht te veel uitging naar mij als persoon, in plaats van naar mijn werk. Mijn werk is een feit, dat is af. Maar mijn persoon niet. Die is wazig, diffuus.”

Zou u ooit een sciencefictionverhaal willen schrijven geïnspireerd door de laatste ontwikkelingen in bijvoorbeeld nanotechnologie en biotechnologie?

,,Ik zou wel een sciencefictionverhaal willen schrijven. Niet om de gevolgen van biotechnologie te laten zien, maar omdat sciencefiction zo’n prachtig genre is. Schrijver Ray Bradbury of

Vladimir Nabokov hebben het tot kunstvorm verheven. Ik zou ook wel eens een detectiveroman willen schrijven in de traditie van Sherlock Holmes. Oorspronkelijk had ik een detectiveachtig element in ‘Paravion’ willen stoppen, maar ik heb besloten dat te bewaren voor een later boek.”

Als u gastschrijver van de TU Delft was, waarover zou u dan les willen geven?

,,Creativiteit.”

Heeft u wel eens een criticus willen wurgen?

,,Ik ben wel eens heel kwaad geworden naar aanleiding van recensies van ‘Momo’ en ‘Salomon’. Maar iemand willen wurgen of dood wensen? Nee, die neiging heb ik nooit gehad. Ik kan ook verdrietig worden van goede kritiek. Soms is schrijven een daad van verzet, dan wil je niet dat iemand het goed vindt. Maar sinds ik weet dat de recensie wordt geschreven voor de lezer en niet voor mij, kan ik goed met kritiek omgaan.”

Is het literaire wereldje roddelziek en rancuneus?

,,Ik denk het wel. Maar dat is met elk wereldje zo. Zo houdt het zichzelf in stand.”

Denkt u dat uw boeken ooit een groot publiek zullen bereiken?

,,Ik kan de grillige smaak van het publiek niet voorspellen. Dat kan ik dus niet zeggen. Tot nu toe ben ik niet ontevreden. Ik lijd geen honger.”

WIE IS HAFID BOUAZZA?

Hafid Bouazza (1970) kwam op zevenjarige leeftijd vanuit Marokko naar Nederland. Hij studeerde Arabische taal- en letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam. In 1996 debuteerde hij met de verhalenbundel ‘De voeten van Abdullah’, waarvoor hij de E. du Perronprijs ontving.

Over zijn roman ‘Salomon’ (2001) waren lezers niet zo enthousiast, maar met zijn onlangs verschenen ‘Paravion’ (een

‘erotische herdersroman’ over een wees die opgroeit in een Marokkaans dorp waaruit alle mannen zijn vertrokken) is iedereen weer tevreden. De titel is een misvatting van de personages: zij zien het opschrift par avion op brieven aan voor de naam van de stad waarheen een eerdere generatie dorpsgenoten is geëmigreerd: Amsterdam.

Op 11 januari ontvangt Bouazza de Amsterdamprijs voor de kunsten, een nieuwe jaarlijkse kunstprijs van de stad Amsterdam. Verder publiceerde Bouazza bewerkingen van toneelstukken en maakt

hij vertalingen, waaronder ‘Rond voor rond of als een pikhouweel’ (2002), een vertaling van klassieke Arabische erotica.

Het mag niet van de barvrouw in Speakers, maar als het even kan rookt schrijver Hafid Bouazza tussen zijn Davidoff-sigaretten door een jointje. Met een glas whisky in de aanslag en een zwart T-shirt aan waarvan de kraag bijeen gehouden wordt door een veiligheidsspeld, staat hij er afgelopen maandag relaxed bij tijdens zijn Studium Generale-lezing over de taal van geluk.

Ruiselden, wiegewiegelden, kuchelde, snodel, tatolf, goffeldoffel. Het zijn maar enkele voorbeelden van ‘exotische’ woorden die u gebruikt uw laatste roman ‘Paravion’. Maken zulke woorden uw werk niet lastig vertaalbaar?

,,Kennelijk valt dat wel mee. Mijn eerste boek, ‘De voeten van Abdullah’, is in het Tsjechisch, Frans en Engels vertaald. Ik spreek zelf geen Tsjechisch, dus die vertaling heb ik niet kunnen controleren. Maar zelfs als een vertaler besluit om niet op zoek te gaan naar het volmaakte synoniem voor dat ene, zeldzame woord, kan ik ermee leven. Dat is zijn keuze. De vertaler mag de tekst op een andere manier weergeven: waar het om gaat is dat het effect hetzelfde blijft.

Volgens mij is het ook niet zo zinvol om een woord uit de context te halen en te vragen: wat betekent ‘snodel’ precies? Woorden bestaan niet zonder context. Ik schrijf geen woorden, maar zinnen, alinea’s, boeken.”

Opvallend aan uw stijl is dat u zelfs zeer negatieve ervaringen als een rotjeugd of armoede zo gelukzalig en melancholiek kunt beschrijven, dat ze iets ‘moois’ krijgen.

,,Ja, dat is een interessant fenomeen. In het nawoord van één van mijn romans schrijf ik over de vraag in hoeverre woorden opgedane wonden kunnen genezen. Maar het is niet zo dat je nare herinneringen minder naar kunt maken door er mooi over te schrijven.”

Uw vorige roman, ‘Salomon’, werd over het algemeen matig ontvangen. ‘Bouazza weet geen maat te houden met zijn barokke taalgebruik’, was een veelgehoorde klacht. Nu ligt ‘Paravion’ in de boekwinkel, en critici stellen tevreden vast dat u minder vaak obscure woorden gebruikt. Waarom heeft u gekozen voor een toegankelijkere stijl?

,,Dat ontken ik. Veel critici schreven inderdaad dat ‘Paravion’ toegankelijker is. Maar van sommige lezers hoor ik dat ze juist ‘Salomon’ leesbaarder vonden: zij hebben weer moeite om door ‘Paravion’ heen te komen. Ik weet eerlijk gezegd niet waar het aan ligt. Ik ben mijn enige publiek: ik denk niet aan een lezer als ik schrijf. Ik denk zelfs niet als mezelf. Bij het schrijven creëer je een soort imaginair ego, dat de belevenissen van de personages van zo dichtbij meemaakt dat hij mededogen voelt. Dat is een soort hallucinatie.”

En daarom is schrijven een soort drug?

,,Nee. Dat schrijven verslavend is, heeft voor mij meer te maken met het geluksgevoel dat je kunt hebben als je bij het schrijven even opkijkt van het beeldscherm. Het overkomt je niet tijdens het schrijven zelf, grappig genoeg, maar vlak daarna.”

Wat hebben taal en geluk % het thema van uw lezing – met elkaar te maken?

,,Schrijven en hoogstaande literatuur lezen zijn allebei een vorm van geluk. Werken aan een boek of artikel brengt me in een staat van gelukzaligheid, het is het meest hartstochtelijke werk dat er bestaat. Het brengt bij mij een waanzinnige euforie teweeg, maar ook somberheid. Vooral als ik net een boek voltooid heb.”

Negatieve gevoelens en ervaringen lijken vruchtbaarder materiaal voor literatuur dan geluk, vreugde en succes. Recensenten zijn ook meer op dreef als ze een kunstwerk de grond in kunnen boren.

,,Afkraken is blijkbaar makkelijker. Positief schrijven doet een beroep op je eigen vernuft, en dan komt men vaak niet verder dan nietszeggende clichés als ‘meeslepend’ en ‘prachtig’. Toch geloof ik niet dat er verschil is tussen schrijven over het positieve en het negatieve. Het is zeker mogelijk om geluk uit te drukken in literatuur.”

Wist u dat de integrale tekst van ‘Paravion’ op het internet te vinden is?

,,Het hele boek!? Ik geloof niet dat dat onder mijn contract valt… Ik weet er niets van. Mijn redacteur van de uitgeverij zit in de zaal, ik zal het zo even vragen. Als het gratis te downloaden is vind ik dat niet leuk, ik verdien natuurlijk liever geld aan mijn boeken.” (De organisatie die normaal de rechten in het buitenland voor de uitgeverij regelt, Right.nl, blijkt het complete boek per ongeluk op internet gezet te hebben. Normaal gesproken wordt een Engelstalig fragment op internet gezet, zodat buitenlandse uitgevers een indruk krijgen van het boek. Inmiddels is de tekst verwijderd – IL).

Tijdens uw lezing was de zaal halfvol. Het publiek bestond voor de helft uit vijftig-plussers en voor de andere helft uit studenten. Waarom waren er geen allochtonen?

,,Dat ligt aan het onderwerp. Er komen mensen naar een lezing die in het onderwerp geïnteresseerd zijn. Blijkbaar zijn mijn allochtone lezers in dit onderwerp niet geïnteresseerd. Naar andere lezingen komen ze wel. Het maakt me niet veel uit. Het is ook niet van belang, vind ik. Ik ben niet speciaal met allochtonen bezig.”

Stapt er wel eens een Marokkaanse jongere op u af, die uw verhalen of boeken geweldig vindt?

,,Jawel. Bij elk nieuw boek wel één of twee. Moet ik mijn familie ook meetellen? Dan komen er nog twee bij.”

Uw bijdragen aan de discussie over de integratie van moslims in Nederland heeft veel aandacht getrokken. Tegenover het Belgische opinieweekblad ‘Knack’ verklaarde u onlangs: ‘Als ik maar half zoveel aandacht had gekregen voor mijn literair werk, was ik nu al binnen’. Overschaduwt uw deelname aan zulke discussies uw werk als schrijver?

,,Nee, die opmerking was koketterie. Maar ik vind wel dat naar aanleiding van enkele opiniestukken die ik in landelijke dagbladen schreef, de aandacht te veel uitging naar mij als persoon, in plaats van naar mijn werk. Mijn werk is een feit, dat is af. Maar mijn persoon niet. Die is wazig, diffuus.”

Zou u ooit een sciencefictionverhaal willen schrijven geïnspireerd door de laatste ontwikkelingen in bijvoorbeeld nanotechnologie en biotechnologie?

,,Ik zou wel een sciencefictionverhaal willen schrijven. Niet om de gevolgen van biotechnologie te laten zien, maar omdat sciencefiction zo’n prachtig genre is. Schrijver Ray Bradbury of

Vladimir Nabokov hebben het tot kunstvorm verheven. Ik zou ook wel eens een detectiveroman willen schrijven in de traditie van Sherlock Holmes. Oorspronkelijk had ik een detectiveachtig element in ‘Paravion’ willen stoppen, maar ik heb besloten dat te bewaren voor een later boek.”

Als u gastschrijver van de TU Delft was, waarover zou u dan les willen geven?

,,Creativiteit.”

Heeft u wel eens een criticus willen wurgen?

,,Ik ben wel eens heel kwaad geworden naar aanleiding van recensies van ‘Momo’ en ‘Salomon’. Maar iemand willen wurgen of dood wensen? Nee, die neiging heb ik nooit gehad. Ik kan ook verdrietig worden van goede kritiek. Soms is schrijven een daad van verzet, dan wil je niet dat iemand het goed vindt. Maar sinds ik weet dat de recensie wordt geschreven voor de lezer en niet voor mij, kan ik goed met kritiek omgaan.”

Is het literaire wereldje roddelziek en rancuneus?

,,Ik denk het wel. Maar dat is met elk wereldje zo. Zo houdt het zichzelf in stand.”

Denkt u dat uw boeken ooit een groot publiek zullen bereiken?

,,Ik kan de grillige smaak van het publiek niet voorspellen. Dat kan ik dus niet zeggen. Tot nu toe ben ik niet ontevreden. Ik lijd geen honger.”

WIE IS HAFID BOUAZZA?

Hafid Bouazza (1970) kwam op zevenjarige leeftijd vanuit Marokko naar Nederland. Hij studeerde Arabische taal- en letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam. In 1996 debuteerde hij met de verhalenbundel ‘De voeten van Abdullah’, waarvoor hij de E. du Perronprijs ontving.

Over zijn roman ‘Salomon’ (2001) waren lezers niet zo enthousiast, maar met zijn onlangs verschenen ‘Paravion’ (een

‘erotische herdersroman’ over een wees die opgroeit in een Marokkaans dorp waaruit alle mannen zijn vertrokken) is iedereen weer tevreden. De titel is een misvatting van de personages: zij zien het opschrift par avion op brieven aan voor de naam van de stad waarheen een eerdere generatie dorpsgenoten is geëmigreerd: Amsterdam.

Op 11 januari ontvangt Bouazza de Amsterdamprijs voor de kunsten, een nieuwe jaarlijkse kunstprijs van de stad Amsterdam. Verder publiceerde Bouazza bewerkingen van toneelstukken en maakt

hij vertalingen, waaronder ‘Rond voor rond of als een pikhouweel’ (2002), een vertaling van klassieke Arabische erotica.

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.