Campus

Buitenmens met de voeten in de bagger

Civiel-ingenieur Carlos Bosma (26) werkt aan de Noord-Zuidlijn. Aan de metrotunnel onder het Amsterdamse centraal station, om precies te zijn.

Praktisch ingenieurswerk in de buitenlucht, daar houdt Bosma van. Niet de hele dag achter een bureautje.

Zijn houding, zijn zelfverzekerde motoriek, zijn kop ook: Carlos Bosma heeft onmiskenbaar iets stoers. Stoer in de klassieke zin van het woord. Stoer en onverstoorbaar, zoals de mannen in trenchcoats in oude Amerikaanse films. Niet lullen, maar aanpakken – zo’n type.

Hij staat buiten even wat te roken, met de dames van de receptie. Want het is warm in de keet langs het spoor van Amsterdam Centraal. En hij is al vanaf half zeven vanmorgen aan het werk. Elke dag, want dit is de aannemerij, en daar houden ze van vroeg beginnen. Dit is Van Oord ACZ. Eigenlijk een baggerbedrijf, maar ook ingeschakeld bij de bouw van de tunnel onder het Amsterdamse centraal station. Een van de krenten uit de pap van de Noord-Zuidlijn.

Die tunnel is gedeeltelijk een baggerklus. Want als de sleuf onder de middengang van het station eenmaal een paar meter is uitgegraven, wordt het vanzelf een soort grachtje. Door het grondwater. Dan zetten ze er een klein cutterzuigertje in, zegt Bosma. En baggeren maar, totdat ze tientallen meters onder het maaiveld zitten. Een riskante klus, want kleine verzakkingen kunnen het monumentale stationsgebouw fataal worden. Dus moeten Bosma en zijn collega’s ervoor zorgen dat grondverschuivingen uitblijven. Risicominimalisatie, dicteert de civieltechnicus zijn taakomschrijving. Risicominimalisatie en ontwerpoptimalisatie.

In de praktijk betekent dat veel regelwerk. Goede onderaannemers zoeken, bijvoorbeeld. Want de nachtmerries rond de Haagse tramtunnel willen ze voorkomen, zegt Bosma met een lachje. En dus zoekt zijn projectteam naar bedrijven die wel twee waterdichte damwanden van groutbeton kunnen maken. Zestig meter diep.

Voor het stationsgebouw zijn de aannemers al aan het oefenen. Een van de zestig meter lange tubex-palen hebben ze daar als proef al in de grond geramd. Ingenieur Bosma heeft de test van begin af aan begeleid. Bedacht wat ze precies wilden weten en meten. Het kiezen van de juiste parameters, in ingenieursjargon.

Het is een mooie mix, zijn werk, zegt Bosma meermalen. Soms zo’n praktijkproef, verder veel regelen, aansturen en adviseren. Meestal vanuit zijn kantoortje, de witte keet langs spoor 15. Iets meer buitenwerk op de bouwplaats, dat zou hij inderdaad wel willen, erkent hij. Want die tubex-palen heeft hij al weken niet meer aangeraakt. Tja, dan had hij bij de afdeling werkvoorbereiding – de gekleurde keet naast de zijne – moeten zitten, en niet bij de staf.

Appeltjes

Uitvoering, daar zat hij wel bij zijn vorige project: de aanleg van de Gooiboog. Een extra stukje verdiepte spoorlijn bij Weesp. Zodat je met de trein direct vanuit Utrecht naar Lelystad kunt reizen. Zelfde principe als bij het Amsterdams centraal station: een kleinbaggerscheepje groef het tracé uit.

Toen was hij dagelijks buiten. In weer en wind. Schitterend vond hij dat, want hij is een echt buitenmens. In zijn ogen ontstaat een lichte twinkeling terwijl hij het vertelt. Komt waarschijnlijk omdat hij uit een boerenfamilie komt. Niet zijn ouders, die zijn uit het vak gestapt. Maar ooms en tantes, allemaal in de akkerbouw. Als jonge jongen werkte Bosma al op het land. Vakanties lang appeltjes plukken. In zon en hitte. Bovenkleding uit, bruingeschroeide torso.

Sleutelen aan brommers was een andere liefde. En als er iets aan de tractor kapot was: Bosma keek er wel even naar. Een praktische jongen, dat was hij en is hij nog steeds.

Praktisch, maar ook met een goed stel hersens. Op het vwo blonk hij uit in wis- en natuurkunde. Niet dat hij erg hield van abstracties en theorie. Maar hij haalde gewoon goede cijfers.

Tja, wat moet je dan als buitenmens? Hij ging eens in Delft kijken, bij een open dag van bouwkunde. Dat was goed schrikken. Creativiteit dit en dat, herinnert hij zich. Niks voor Bosma.

Bij toeval belandde hij die middag bij de buren. Die jongens van civiel kwamen op hem een stuk praktischer over. En dat werken met water kon hem ook wel bekoren. Want surfen en zeilen, dat waren zijn hobby’s.

Het viel hem allerminst tegen, die studiejaren in Delft. Nou ja, de wiskundevakken in de eerste twee jaar waren verplichte nummertjes. Bij beton en de natte civielvakken haalde hij de scha weer in. En hij ging als een sneltrein door zijn studie. In het weekend vond hij emplooi bij de boeren rondom Delft.

Hij was anders dan de andere studenten, vond Bosma zelf. Veel meer gericht op de praktijk, minder op theorie. Naar zijn stage in het vierde jaar keek hij dan ook al lange tijd uit. Daar stonden officieel maar zes weken voor, Bosma maakte er vier maanden van. Studiepunten of niet; wat kon hem het schelen. Hij ging naar Zuid-Engeland, voor baggeraannemer Van Oord. Werken en rekenen aan de kustverdediging.

Modelletjes

En toen afstuderen, bij de nieuwe civielrichting constructieve waterbouw. Water en beton, zeg maar, robuuste kustverdedigingen. Maar de afstudeeronderwerpen die op de plank lagen, konden Bosma niet boeien. Rekenen aan modelletjes en af en toe een proefje in het lab. Terwijl hij zelf een veel leuker onderwerp in zijn hoofd had.

Het was hem bij de kustverdedigers in Engeland opgevallen dat ze nooit goed wisten hoeveel stenen ze nodig hadden. Van die grote granieten blokken, die ze voor de kust gooiden om de zee op afstand te houden. Regelmatig hadden ze flink wat tonnetjes te veel laten uithakken uit de Noorse bergen. En dan zat je. Bij het grofvuil kon je ze niet kwijt.

Als Bosma daar nu eens wat aan ging rekenen voor zijn afstuderen? Hij stuurde een brief naar Van Oord. En ja, ze vonden het prima. In Delft sputterden ze aanvankelijk een beetje tegen. Vergeven en vergeten, want de civielstudent won uiteindelijk een landelijke waterbouwprijs met zijn afstudeerscriptie. Beter gezegd: hij werd derde.

En toen, met de bul op zak, weer terug naar Van Oord? Dat leek Bosma iets te gemakkelijk. De wereld is groter dan het Gorinchemse baggerbedrijf. Maar de sollicitatiegesprekken die volgden, stelden steevast teleur. Hij had er het goede gevoel niet bij. Zo’n bureaubaan bij een ingenieursbureau, dat ging hij geen hele dagen volhouden. Dat zag hij zo wel.

En dus belde hij na een paar maanden toch weer even naar Van Oord. Na een halfuurtje praten was het beklonken. Het juiste gevoel was er onmiddellijk. Ouwe jongens krentenbrood.

Het is hard werken bij zo’n baggeraannemer. Voor dag en dauw je bed uit; je sociale leven schiet er bij in. En een huis kopen is lastig. Want bij de ene klus werk je in Amsterdam, een paar maanden later weer in Vlisssingen.

Toch is dit werk hem op het lijf geschreven, vindt Bosma. Voor één ding moet hij wel een beetje uitkijken, heeft hij gemerkt. Dat hij te veel een regelneef wordt en het zicht op de allerlaatste technische ontwikkelingen verliest. En dat wil hij onder geen beding.

Doorgroeien tot projectleider, dat vindt hij een mooie doelstelling voor de komende jaren. En het buitenland, waar Van Oord negentig procent van zijn omzet vandaan haalt? Bosma weet het nog niet. Leuk natuurlijk, de Golfregio, maar dan moet zijn gezin – nu nog vriendin – er helemaal achter staan. Als er voor de vrouw weinig anders te doen is dan theeleuten bij de exclusieve expatclub, nee laat dat buitenland dan maar zitten. Dan blijft hij liever werken aan Hollandse sluizen, spoorlijnen, keringen en havens.

Naam : Carlos Bosma

Leeftijd : 26

Woonplaats : Delft

Opleiding : civiele techniek

Afstudeerrichting : constructieve waterbouw

Afstudeerjaar : 2001

Loopbaan: stage, afstudeerwerk en baan bij baggerbedrijf Van Oord ACZ. Eerst bij de uitvoering, nu bij de projectstaf.

Civiel-ingenieur Carlos Bosma (26) werkt aan de Noord-Zuidlijn. Aan de metrotunnel onder het Amsterdamse centraal station, om precies te zijn. Praktisch ingenieurswerk in de buitenlucht, daar houdt Bosma van. Niet de hele dag achter een bureautje.

Zijn houding, zijn zelfverzekerde motoriek, zijn kop ook: Carlos Bosma heeft onmiskenbaar iets stoers. Stoer in de klassieke zin van het woord. Stoer en onverstoorbaar, zoals de mannen in trenchcoats in oude Amerikaanse films. Niet lullen, maar aanpakken – zo’n type.

Hij staat buiten even wat te roken, met de dames van de receptie. Want het is warm in de keet langs het spoor van Amsterdam Centraal. En hij is al vanaf half zeven vanmorgen aan het werk. Elke dag, want dit is de aannemerij, en daar houden ze van vroeg beginnen. Dit is Van Oord ACZ. Eigenlijk een baggerbedrijf, maar ook ingeschakeld bij de bouw van de tunnel onder het Amsterdamse centraal station. Een van de krenten uit de pap van de Noord-Zuidlijn.

Die tunnel is gedeeltelijk een baggerklus. Want als de sleuf onder de middengang van het station eenmaal een paar meter is uitgegraven, wordt het vanzelf een soort grachtje. Door het grondwater. Dan zetten ze er een klein cutterzuigertje in, zegt Bosma. En baggeren maar, totdat ze tientallen meters onder het maaiveld zitten. Een riskante klus, want kleine verzakkingen kunnen het monumentale stationsgebouw fataal worden. Dus moeten Bosma en zijn collega’s ervoor zorgen dat grondverschuivingen uitblijven. Risicominimalisatie, dicteert de civieltechnicus zijn taakomschrijving. Risicominimalisatie en ontwerpoptimalisatie.

In de praktijk betekent dat veel regelwerk. Goede onderaannemers zoeken, bijvoorbeeld. Want de nachtmerries rond de Haagse tramtunnel willen ze voorkomen, zegt Bosma met een lachje. En dus zoekt zijn projectteam naar bedrijven die wel twee waterdichte damwanden van groutbeton kunnen maken. Zestig meter diep.

Voor het stationsgebouw zijn de aannemers al aan het oefenen. Een van de zestig meter lange tubex-palen hebben ze daar als proef al in de grond geramd. Ingenieur Bosma heeft de test van begin af aan begeleid. Bedacht wat ze precies wilden weten en meten. Het kiezen van de juiste parameters, in ingenieursjargon.

Het is een mooie mix, zijn werk, zegt Bosma meermalen. Soms zo’n praktijkproef, verder veel regelen, aansturen en adviseren. Meestal vanuit zijn kantoortje, de witte keet langs spoor 15. Iets meer buitenwerk op de bouwplaats, dat zou hij inderdaad wel willen, erkent hij. Want die tubex-palen heeft hij al weken niet meer aangeraakt. Tja, dan had hij bij de afdeling werkvoorbereiding – de gekleurde keet naast de zijne – moeten zitten, en niet bij de staf.

Appeltjes

Uitvoering, daar zat hij wel bij zijn vorige project: de aanleg van de Gooiboog. Een extra stukje verdiepte spoorlijn bij Weesp. Zodat je met de trein direct vanuit Utrecht naar Lelystad kunt reizen. Zelfde principe als bij het Amsterdams centraal station: een kleinbaggerscheepje groef het tracé uit.

Toen was hij dagelijks buiten. In weer en wind. Schitterend vond hij dat, want hij is een echt buitenmens. In zijn ogen ontstaat een lichte twinkeling terwijl hij het vertelt. Komt waarschijnlijk omdat hij uit een boerenfamilie komt. Niet zijn ouders, die zijn uit het vak gestapt. Maar ooms en tantes, allemaal in de akkerbouw. Als jonge jongen werkte Bosma al op het land. Vakanties lang appeltjes plukken. In zon en hitte. Bovenkleding uit, bruingeschroeide torso.

Sleutelen aan brommers was een andere liefde. En als er iets aan de tractor kapot was: Bosma keek er wel even naar. Een praktische jongen, dat was hij en is hij nog steeds.

Praktisch, maar ook met een goed stel hersens. Op het vwo blonk hij uit in wis- en natuurkunde. Niet dat hij erg hield van abstracties en theorie. Maar hij haalde gewoon goede cijfers.

Tja, wat moet je dan als buitenmens? Hij ging eens in Delft kijken, bij een open dag van bouwkunde. Dat was goed schrikken. Creativiteit dit en dat, herinnert hij zich. Niks voor Bosma.

Bij toeval belandde hij die middag bij de buren. Die jongens van civiel kwamen op hem een stuk praktischer over. En dat werken met water kon hem ook wel bekoren. Want surfen en zeilen, dat waren zijn hobby’s.

Het viel hem allerminst tegen, die studiejaren in Delft. Nou ja, de wiskundevakken in de eerste twee jaar waren verplichte nummertjes. Bij beton en de natte civielvakken haalde hij de scha weer in. En hij ging als een sneltrein door zijn studie. In het weekend vond hij emplooi bij de boeren rondom Delft.

Hij was anders dan de andere studenten, vond Bosma zelf. Veel meer gericht op de praktijk, minder op theorie. Naar zijn stage in het vierde jaar keek hij dan ook al lange tijd uit. Daar stonden officieel maar zes weken voor, Bosma maakte er vier maanden van. Studiepunten of niet; wat kon hem het schelen. Hij ging naar Zuid-Engeland, voor baggeraannemer Van Oord. Werken en rekenen aan de kustverdediging.

Modelletjes

En toen afstuderen, bij de nieuwe civielrichting constructieve waterbouw. Water en beton, zeg maar, robuuste kustverdedigingen. Maar de afstudeeronderwerpen die op de plank lagen, konden Bosma niet boeien. Rekenen aan modelletjes en af en toe een proefje in het lab. Terwijl hij zelf een veel leuker onderwerp in zijn hoofd had.

Het was hem bij de kustverdedigers in Engeland opgevallen dat ze nooit goed wisten hoeveel stenen ze nodig hadden. Van die grote granieten blokken, die ze voor de kust gooiden om de zee op afstand te houden. Regelmatig hadden ze flink wat tonnetjes te veel laten uithakken uit de Noorse bergen. En dan zat je. Bij het grofvuil kon je ze niet kwijt.

Als Bosma daar nu eens wat aan ging rekenen voor zijn afstuderen? Hij stuurde een brief naar Van Oord. En ja, ze vonden het prima. In Delft sputterden ze aanvankelijk een beetje tegen. Vergeven en vergeten, want de civielstudent won uiteindelijk een landelijke waterbouwprijs met zijn afstudeerscriptie. Beter gezegd: hij werd derde.

En toen, met de bul op zak, weer terug naar Van Oord? Dat leek Bosma iets te gemakkelijk. De wereld is groter dan het Gorinchemse baggerbedrijf. Maar de sollicitatiegesprekken die volgden, stelden steevast teleur. Hij had er het goede gevoel niet bij. Zo’n bureaubaan bij een ingenieursbureau, dat ging hij geen hele dagen volhouden. Dat zag hij zo wel.

En dus belde hij na een paar maanden toch weer even naar Van Oord. Na een halfuurtje praten was het beklonken. Het juiste gevoel was er onmiddellijk. Ouwe jongens krentenbrood.

Het is hard werken bij zo’n baggeraannemer. Voor dag en dauw je bed uit; je sociale leven schiet er bij in. En een huis kopen is lastig. Want bij de ene klus werk je in Amsterdam, een paar maanden later weer in Vlisssingen.

Toch is dit werk hem op het lijf geschreven, vindt Bosma. Voor één ding moet hij wel een beetje uitkijken, heeft hij gemerkt. Dat hij te veel een regelneef wordt en het zicht op de allerlaatste technische ontwikkelingen verliest. En dat wil hij onder geen beding.

Doorgroeien tot projectleider, dat vindt hij een mooie doelstelling voor de komende jaren. En het buitenland, waar Van Oord negentig procent van zijn omzet vandaan haalt? Bosma weet het nog niet. Leuk natuurlijk, de Golfregio, maar dan moet zijn gezin – nu nog vriendin – er helemaal achter staan. Als er voor de vrouw weinig anders te doen is dan theeleuten bij de exclusieve expatclub, nee laat dat buitenland dan maar zitten. Dan blijft hij liever werken aan Hollandse sluizen, spoorlijnen, keringen en havens.

Naam : Carlos Bosma

Leeftijd : 26

Woonplaats : Delft

Opleiding : civiele techniek

Afstudeerrichting : constructieve waterbouw

Afstudeerjaar : 2001

Loopbaan: stage, afstudeerwerk en baan bij baggerbedrijf Van Oord ACZ. Eerst bij de uitvoering, nu bij de projectstaf.

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.