De eerste voorlopige beslissingen rond de toekomstige portfolio van de TU zijn genomen. In grote lijnen is duidelijk op welke onderzoeksgebieden de TU zich gaat richten.
De ondernemingsraad (or) en de studentenraad (sr) zijn nu aan zet om hun mening te geven.
Wat de portfoliodiscussie betreft heeft de ondernemingsraad twee soorten rechten, aldus voorzitter Daan Hoogwater. ,,Wij hebben instemmingsrecht over de keuzen van de onderzoeksgebieden voor de portfolio. De nieuwe samenstelling van de portfolio betekent ook dat er organisatorische aanpassingen vereist zijn. Op dat terrein hebben wij adviesrecht.”
De gebruikelijke procedure is om eerst de portfolio vast te stellen en vervolgens de vereiste organisatorische aanpassingen door te voeren. Hoogwater: ,,Om tijd te besparen en medewerkers niet te lang in onzekerheid te laten, is bij de portfoliodiscussie ervoor gekozen de twee processen parallel te laten lopen.” Overigens benadrukt Hoogwater dat hij hoopt dat de nieuwe vastgestelde portfolio niet van gegoten beton wordt. ,,Wetenschap verandert doorlopend en het is belangrijk dat in de nieuwe organisatieopzet flexibiliteit wordt ingebouwd. Laat je dat na dan moet je over een paar jaar weer zo’n hele discussie- en reorganisatieronde door.”
Peter Verheijen is een van de or-vertegenwoordigers in de portfoliowerkgroep van or en sr. Hij heeft de formele besluiten doorgenomen, maar plaatst er wel wat kanttekeningen bij. ,,De totale interne organisatiestructuur van het onderzoek binnen de TU vind ik niet duidelijk genoeg uitgewerkt. Er zijn speerpunten op onderzoeksterreinen vastgesteld, maar er wordt weinig gezegd over de interrelatie tussen faculteiten, Dioc’s, instituten, onderzoeksscholen en deze onderzoeksthema’s. Wij als or willen graag dat het college van bestuur de totale organisatie van het onderzoek op orde brengt.”
Verheijen merkt op dat het portfoliovoorstel voor tweederde is toegespitst op de individuele faculteiten. ,,Over dat deel behoren wij als or niet veel te zeggen, want dat valt onder de verantwoordelijkheid van de facultaire onderdeelcommissies. Wij kunnen alleen meepraten over de richting die de TU Delft als geheel wil inslaan.” Een onderdeel waarover de or zich, samen met de studentenraad, wel zal buigen is het gevolg van de portfoliokeuzen voor het onderwijs. ,,Er zijn situaties waarbij het onderzoek minder goed is maar het vakgebied wel veel en uitstekend onderwijs verzorgt. De vraag is dan of het vakgebied opgeheven moet worden. Daarover willen wij in de gezamenlijke vergadering – die van de or en sr % een standpunt gaan bepalen.”
Ambitieniveau
Positief aan de nieuwe voorstellen vindt Verheijen dat het huidige cvb het ambitieniveau van de universiteit aangepast heeft aan de realiteit. ,,Ze zien dat er meer is dan alleen zoeken naar de top van de internationale wetenschappelijke wereld. Niet terecht vind ik overigens dat het vaststellen van deze portfolio geen bezuiniging genoemd mag worden. Het maken van keuzen op onderzoeksgebieden en het tegelijkertijd inpassen in een financiële realiteit, en volgens mijn opvatting ook een bezuiniging.”
Als Verheijen kijkt naar de eerste ronden van de portfoliodiscussie, valt het hem op dat vooral de bestuurders en beleidsmakers erbij betrokken zijn. ,,De TU kent een organisatie met vier tot vijf lagen en alleen de bovenste twee hebben echt deelgenomen aan de discussies. Als or willen wij dat alle lagen betrokken zijn bij de onderzoekskeuzes en met name de belangrijke groep docenten en promovendi. Pas als dat bereikt is, heeft deze gehele portfolio enige betekenis voor de TU-medewerkers.”
De eerste voorlopige beslissingen rond de toekomstige portfolio van de TU zijn genomen. In grote lijnen is duidelijk op welke onderzoeksgebieden de TU zich gaat richten. De ondernemingsraad (or) en de studentenraad (sr) zijn nu aan zet om hun mening te geven.
Wat de portfoliodiscussie betreft heeft de ondernemingsraad twee soorten rechten, aldus voorzitter Daan Hoogwater. ,,Wij hebben instemmingsrecht over de keuzen van de onderzoeksgebieden voor de portfolio. De nieuwe samenstelling van de portfolio betekent ook dat er organisatorische aanpassingen vereist zijn. Op dat terrein hebben wij adviesrecht.”
De gebruikelijke procedure is om eerst de portfolio vast te stellen en vervolgens de vereiste organisatorische aanpassingen door te voeren. Hoogwater: ,,Om tijd te besparen en medewerkers niet te lang in onzekerheid te laten, is bij de portfoliodiscussie ervoor gekozen de twee processen parallel te laten lopen.” Overigens benadrukt Hoogwater dat hij hoopt dat de nieuwe vastgestelde portfolio niet van gegoten beton wordt. ,,Wetenschap verandert doorlopend en het is belangrijk dat in de nieuwe organisatieopzet flexibiliteit wordt ingebouwd. Laat je dat na dan moet je over een paar jaar weer zo’n hele discussie- en reorganisatieronde door.”
Peter Verheijen is een van de or-vertegenwoordigers in de portfoliowerkgroep van or en sr. Hij heeft de formele besluiten doorgenomen, maar plaatst er wel wat kanttekeningen bij. ,,De totale interne organisatiestructuur van het onderzoek binnen de TU vind ik niet duidelijk genoeg uitgewerkt. Er zijn speerpunten op onderzoeksterreinen vastgesteld, maar er wordt weinig gezegd over de interrelatie tussen faculteiten, Dioc’s, instituten, onderzoeksscholen en deze onderzoeksthema’s. Wij als or willen graag dat het college van bestuur de totale organisatie van het onderzoek op orde brengt.”
Verheijen merkt op dat het portfoliovoorstel voor tweederde is toegespitst op de individuele faculteiten. ,,Over dat deel behoren wij als or niet veel te zeggen, want dat valt onder de verantwoordelijkheid van de facultaire onderdeelcommissies. Wij kunnen alleen meepraten over de richting die de TU Delft als geheel wil inslaan.” Een onderdeel waarover de or zich, samen met de studentenraad, wel zal buigen is het gevolg van de portfoliokeuzen voor het onderwijs. ,,Er zijn situaties waarbij het onderzoek minder goed is maar het vakgebied wel veel en uitstekend onderwijs verzorgt. De vraag is dan of het vakgebied opgeheven moet worden. Daarover willen wij in de gezamenlijke vergadering – die van de or en sr % een standpunt gaan bepalen.”
Ambitieniveau
Positief aan de nieuwe voorstellen vindt Verheijen dat het huidige cvb het ambitieniveau van de universiteit aangepast heeft aan de realiteit. ,,Ze zien dat er meer is dan alleen zoeken naar de top van de internationale wetenschappelijke wereld. Niet terecht vind ik overigens dat het vaststellen van deze portfolio geen bezuiniging genoemd mag worden. Het maken van keuzen op onderzoeksgebieden en het tegelijkertijd inpassen in een financiële realiteit, en volgens mijn opvatting ook een bezuiniging.”
Als Verheijen kijkt naar de eerste ronden van de portfoliodiscussie, valt het hem op dat vooral de bestuurders en beleidsmakers erbij betrokken zijn. ,,De TU kent een organisatie met vier tot vijf lagen en alleen de bovenste twee hebben echt deelgenomen aan de discussies. Als or willen wij dat alle lagen betrokken zijn bij de onderzoekskeuzes en met name de belangrijke groep docenten en promovendi. Pas als dat bereikt is, heeft deze gehele portfolio enige betekenis voor de TU-medewerkers.”
Comments are closed.