Vorige week werden de details bekend van de voorgenomen reorganisatie van de centrale diensten. Ze staan in een rapport van anderhalve centimeter dik, dat volgens personeelsvertegenwoordiger Rob Korving echter nauwelijks meer bevat dan gearomatiseerde lucht.
br />
,,Reorganiseren hoort er nu eenmaal bij.” Collegevoorzitter Hans van Luijk liet zich even in de kaart kijken. De medewerkers die naar zijn uitleg over de reorganisatie van de Staf, Bestuur en Servicecentra (SBS) kwamen luisteren, zagen in een flits het werkelijke gezicht van de man die zijn sporen met reorganisaties bij Shell had verdiend.
Wat Van Luijk zei, is natuurlijk klinkklare nonsens, tenzij hij bedoelde dat een reorganisatie vrijwel altijd de schuld is van falend management. Dat blijft in de meeste gevallen na de reorganisatie gewoon zitten zodat het proces zich herhaalt.
Een reorganisatie heeft niets vanzelfsprekends. Het is een paardenmiddel met ingrijpende gevolgen voor de organisatie en het personeel. De vorig jaar mei aangekondigde ‘Herbezinning SBS’ tekent zich nu al af in een gemiddeld ziekteverzuim van 6,4 procent met uitschieters van 20 procent. Voor je gezondheid kun je beter bij de faculteiten werken in plaats van bij de centrale diensten.
Amateuristisch
De manier waarop de reorganisatie bij SBS werd voorbereid is dan ook een voorbeeld van hoe het echt niet moet. Het proces deed amateuristisch aan, de leden van de werkgroepen hadden nauwelijks ervaring met de materie. De overleggen vonden plaats in een sfeer van geheimzinnigheid die meer aan de Middeleeuwen dan aan de 21e eeuw deed denken. Medezeggenschap en vakbeweging werden zorgvuldig buiten de deur gehouden. Op 12 februari pas kreeg de ondernemingsraad het reorganisatieplan onder ogen.
Qua omvang mag het rapport, met een dikte van bijna anderhalve centimeter, er beslist zijn. Na aftrek van de functieprofielen blijven er krap veertig inhoudelijke pagina’s over. Qua taalgebruik is het slordig: kromme zinsconstructies, cryptische uitspraken, feitelijke onjuistheden en taalfoutjes. De beloofde pagina met errata kan dat niet meer goed maken.
Behalve het taalgebruik is het rapport inhoudelijk zwak. Als het een scriptie zou zijn, gaf ik een forse onvoldoende. De probleemstelling is uiterst mager en de onderbouwing ontbreekt volledig. Waarom het college van bestuur iets wil, wordt nergens fatsoenlijk onderbouwd. De lezer moet daar maar naar raden.
De afdeling accountancy bijvoorbeeld verdwijnt helemaal. Waarom? Met de Amerikaanse Enron-affaire in ons achterhoofd lijkt dat een rare beslissing. Los daarvan, geen mens gelooft toch echt dat KPMG beter en goedkoper is dan onze eigen mensen?
Los zand
In de nieuwe organisatie ontbreekt een heldere sturing, de zaak hangt als los zand aan elkaar. Voor SBS-nieuwe stijl, dat maar liefst zeven directies kent, zijn drie collegeleden verantwoordelijk. Een van de nieuwe directeuren treedt op als ‘beheerder’. Een rare constructie, voor de medezeggenschap een ramp en de ideale voedingsbodem voor ambtelijke verdeel- enheerspolitiek.
Met een beetje goede wil zijn er drie hoofdredenen voor de reorganisatie uit het rapport te destilleren: een cultuuromslag, verhoging van de efficiëntie en een verlaging van de uitgaven. Allemaal volstrekt legitiem. Jammer genoeg wordt niet duidelijk gemaakt hoe het college van bestuur die doelen wil bereiken.
Dat er een cultuuromslag wordt bereikt lijkt mij volslagen nonsens. De cultuur in een organisatie wordt vooral in stand gehouden door het middenmanagement en dat blijft gewoon zitten. Het is ronduit naïef te verwachten dat de mensen die het falen van SBS veroorzaakten na een herschikking opeens anders zullen reageren.
Over hoe de verhoging van de efficiëntie bij SBS bereikt zal moeten worden zwijgt het reorganisatieplan in alle talen. Ik krijg uit de tekst de indruk dat het begrip ‘efficiëntieverhoging’ voor het college hetzelfde is als hetzelfde werk laten verrichten door minder mensen. Arme bedrijfsartsen!
Eentonig
Als laatste de kostenverlaging. Het wordt langzamerhand eentonig, ook hier geeft het rapport geen fatsoenlijke onderbouwing. Uitgangspunt is een besparing van zeven miljoen gulden ten opzichte van de nooit gerealiseerde, vraagbegroting voor 2001. Om dat te bereiken moet de huidige bezetting van 363 volledige arbeidsplaatsen terug naar 307. Op 1 januari 2002 was de werkelijke bezetting hooguit 319 volledige plaatsen. Waarschijnlijk is dat nog aan de hoge kant; er is een reële kans dat de huidige formatie nu al onder het streefgetal ligt. Waarom een ingrijpende reorganisatie als die geen besparing met zich meebrengt? Wie het weet mag het zeggen.
De kosten voor de rest van de universiteit komen in het rapport ook niet aan de orde. Herplaatsing van medewerkers kost veel geld. Voor de mensen die naar de faculteiten overstappen moet een nieuwe werkplek ingericht worden en moet ondersteuning worden geregeld. Er zijn ook structurele kosten: medewerkers verdwijnen van de begroting van de centrale diensten, maar duiken bij de faculteiten weer op. Interessant zou zijn om te zien of de voorgestelde reorganisatie ‘TU breed’ nog wat oplevert. Ik denk dat het per saldo tegenvalt.
Bij de voorgestelde reorganisatie zijn alleen maar verliezers. De studenten, de medewerkers en de organisatie, niemand wordt er beter van. Door het onbezonnen opheffen van diensten wordt Delft voor studenten weer minder aantrekkelijk. De maatschappelijke functie van de universiteit krijgt een knauw door het verlies van de wetenschapswinkel. De reorganisatie is ook discriminerend, de kwetsbare groep deeltijdwerkers zal er de dupe van worden – vooral vrouwen dus.
Diepvries
Het ‘Concept Reorganisatieplan Cluster Staf Bestuur en Servicecentra’, zoals het rapport voluit heet, bestaat uit lucht, een beetje opgewarmd en gearomatiseerd, maar verder gewoon lucht. Het is te hopen dat het nieuwe college het fatsoen heeft om het stuk van tafel te halen en een professionele aanpak te kiezen die wel kans van slagen heeft. Dit plan kan wat mij betreft meteen de diepvries in, naast het Stedebouwkundig Masterplan (SMP). Dat is de plaats voor wanproducten.
Drs. R.A. Korving is hoofd collectiebeheer van het Techniek Museum Delft en lid van de ondernemingsraad van de TU Delft.
Vorige week werden de details bekend van de voorgenomen reorganisatie van de centrale diensten. Ze staan in een rapport van anderhalve centimeter dik, dat volgens personeelsvertegenwoordiger Rob Korving echter nauwelijks meer bevat dan gearomatiseerde lucht.
,,Reorganiseren hoort er nu eenmaal bij.” Collegevoorzitter Hans van Luijk liet zich even in de kaart kijken. De medewerkers die naar zijn uitleg over de reorganisatie van de Staf, Bestuur en Servicecentra (SBS) kwamen luisteren, zagen in een flits het werkelijke gezicht van de man die zijn sporen met reorganisaties bij Shell had verdiend.
Wat Van Luijk zei, is natuurlijk klinkklare nonsens, tenzij hij bedoelde dat een reorganisatie vrijwel altijd de schuld is van falend management. Dat blijft in de meeste gevallen na de reorganisatie gewoon zitten zodat het proces zich herhaalt.
Een reorganisatie heeft niets vanzelfsprekends. Het is een paardenmiddel met ingrijpende gevolgen voor de organisatie en het personeel. De vorig jaar mei aangekondigde ‘Herbezinning SBS’ tekent zich nu al af in een gemiddeld ziekteverzuim van 6,4 procent met uitschieters van 20 procent. Voor je gezondheid kun je beter bij de faculteiten werken in plaats van bij de centrale diensten.
Amateuristisch
De manier waarop de reorganisatie bij SBS werd voorbereid is dan ook een voorbeeld van hoe het echt niet moet. Het proces deed amateuristisch aan, de leden van de werkgroepen hadden nauwelijks ervaring met de materie. De overleggen vonden plaats in een sfeer van geheimzinnigheid die meer aan de Middeleeuwen dan aan de 21e eeuw deed denken. Medezeggenschap en vakbeweging werden zorgvuldig buiten de deur gehouden. Op 12 februari pas kreeg de ondernemingsraad het reorganisatieplan onder ogen.
Qua omvang mag het rapport, met een dikte van bijna anderhalve centimeter, er beslist zijn. Na aftrek van de functieprofielen blijven er krap veertig inhoudelijke pagina’s over. Qua taalgebruik is het slordig: kromme zinsconstructies, cryptische uitspraken, feitelijke onjuistheden en taalfoutjes. De beloofde pagina met errata kan dat niet meer goed maken.
Behalve het taalgebruik is het rapport inhoudelijk zwak. Als het een scriptie zou zijn, gaf ik een forse onvoldoende. De probleemstelling is uiterst mager en de onderbouwing ontbreekt volledig. Waarom het college van bestuur iets wil, wordt nergens fatsoenlijk onderbouwd. De lezer moet daar maar naar raden.
De afdeling accountancy bijvoorbeeld verdwijnt helemaal. Waarom? Met de Amerikaanse Enron-affaire in ons achterhoofd lijkt dat een rare beslissing. Los daarvan, geen mens gelooft toch echt dat KPMG beter en goedkoper is dan onze eigen mensen?
Los zand
In de nieuwe organisatie ontbreekt een heldere sturing, de zaak hangt als los zand aan elkaar. Voor SBS-nieuwe stijl, dat maar liefst zeven directies kent, zijn drie collegeleden verantwoordelijk. Een van de nieuwe directeuren treedt op als ‘beheerder’. Een rare constructie, voor de medezeggenschap een ramp en de ideale voedingsbodem voor ambtelijke verdeel- enheerspolitiek.
Met een beetje goede wil zijn er drie hoofdredenen voor de reorganisatie uit het rapport te destilleren: een cultuuromslag, verhoging van de efficiëntie en een verlaging van de uitgaven. Allemaal volstrekt legitiem. Jammer genoeg wordt niet duidelijk gemaakt hoe het college van bestuur die doelen wil bereiken.
Dat er een cultuuromslag wordt bereikt lijkt mij volslagen nonsens. De cultuur in een organisatie wordt vooral in stand gehouden door het middenmanagement en dat blijft gewoon zitten. Het is ronduit naïef te verwachten dat de mensen die het falen van SBS veroorzaakten na een herschikking opeens anders zullen reageren.
Over hoe de verhoging van de efficiëntie bij SBS bereikt zal moeten worden zwijgt het reorganisatieplan in alle talen. Ik krijg uit de tekst de indruk dat het begrip ‘efficiëntieverhoging’ voor het college hetzelfde is als hetzelfde werk laten verrichten door minder mensen. Arme bedrijfsartsen!
Eentonig
Als laatste de kostenverlaging. Het wordt langzamerhand eentonig, ook hier geeft het rapport geen fatsoenlijke onderbouwing. Uitgangspunt is een besparing van zeven miljoen gulden ten opzichte van de nooit gerealiseerde, vraagbegroting voor 2001. Om dat te bereiken moet de huidige bezetting van 363 volledige arbeidsplaatsen terug naar 307. Op 1 januari 2002 was de werkelijke bezetting hooguit 319 volledige plaatsen. Waarschijnlijk is dat nog aan de hoge kant; er is een reële kans dat de huidige formatie nu al onder het streefgetal ligt. Waarom een ingrijpende reorganisatie als die geen besparing met zich meebrengt? Wie het weet mag het zeggen.
De kosten voor de rest van de universiteit komen in het rapport ook niet aan de orde. Herplaatsing van medewerkers kost veel geld. Voor de mensen die naar de faculteiten overstappen moet een nieuwe werkplek ingericht worden en moet ondersteuning worden geregeld. Er zijn ook structurele kosten: medewerkers verdwijnen van de begroting van de centrale diensten, maar duiken bij de faculteiten weer op. Interessant zou zijn om te zien of de voorgestelde reorganisatie ‘TU breed’ nog wat oplevert. Ik denk dat het per saldo tegenvalt.
Bij de voorgestelde reorganisatie zijn alleen maar verliezers. De studenten, de medewerkers en de organisatie, niemand wordt er beter van. Door het onbezonnen opheffen van diensten wordt Delft voor studenten weer minder aantrekkelijk. De maatschappelijke functie van de universiteit krijgt een knauw door het verlies van de wetenschapswinkel. De reorganisatie is ook discriminerend, de kwetsbare groep deeltijdwerkers zal er de dupe van worden – vooral vrouwen dus.
Diepvries
Het ‘Concept Reorganisatieplan Cluster Staf Bestuur en Servicecentra’, zoals het rapport voluit heet, bestaat uit lucht, een beetje opgewarmd en gearomatiseerd, maar verder gewoon lucht. Het is te hopen dat het nieuwe college het fatsoen heeft om het stuk van tafel te halen en een professionele aanpak te kiezen die wel kans van slagen heeft. Dit plan kan wat mij betreft meteen de diepvries in, naast het Stedebouwkundig Masterplan (SMP). Dat is de plaats voor wanproducten.
Drs. R.A. Korving is hoofd collectiebeheer van het Techniek Museum Delft en lid van de ondernemingsraad van de TU Delft.
Comments are closed.